Maandelijkse archieven: april 2026

Het stof van de markt afblazen

Een moment van bewustwording en beweging

In januari 2023 werd Steven Cornand voor drie jaar voorzitter van de Commissie Interim Management bij Federgon. Zijn kandidatuur vertrok vanuit een sterk aanvoelen dat niet te negeren viel: de sector interim management was volop in beweging en had nood aan vernieuwing en herijking. Federgon kon daarin een sleutelrol opnemen.

“Ik was al sinds 2009 actief in de commissie,” vertelt Cornand. “En hoewel er doorheen de jaren waardevol werk is geleverd, waren een aantal fundamenten toe aan een update. Het witboek dateerde van 2009, en ook het kwaliteitscertificaat was sinds de lancering in 2010 niet meer grondig geëvalueerd. Terwijl de markt intussen sterk was geëvolueerd.”

Ook professioneel voelde hij die kloof. Als partner bij BDO Interim Management besloot hij op een bepaald moment het kwaliteitscertificaat niet langer aan te vragen. “Niet als kritiek, wel als signaal,” zegt hij. “Een uitnodiging om samen stil te staan bij de vraag: hoe zorgen we ervoor dat onze standaarden opnieuw perfect aansluiten bij wat de markt vandaag en morgen nodig heeft?”

Een moment dat de aanzet vormde tot reflectie, dialoog en hernieuwing.

De markt die niemand regelt

De wereld van ‘interim management’ is vandaag zeker niet meer dezelfde als tien, vijftien jaar geleden. De populatie freelancers groeide en verjongde enorm. Allerlei digitale platforms hebben de toegang tot talent gedemocratiseerd, of gedegradeerd, afhankelijk van het perspectief. LinkedIn is alomtegenwoordig en iedereen heeft toegang tot grote databanken. 

Bovendien bestaat er geen specifieke wetgeving die de markt van interim management afbakent, zoals dat bij uitzendarbeid wel het geval is. “De drempel om een interim managementbureau te lanceren, ligt zo goed als op vloerniveau,” stelt Cornand. “Wie wil, kan. En dan rijst de vraag: wat is nog de meerwaarde van een kantoor? Die vraag moesten we opnieuw helder beantwoorden.”

Het is precies deze kwestie die ook Patrick Van Lijsebetten al langer bezighield. Als managing director bij Winsearch en vanuit zijn voorzitterschap van de Federgon-commissie  RSS (Recruitment, Search & Selection) kende hij de wereld van de federatie van binnenuit. Omdat Winsearch van bij het begin ook een kleinere activiteit rond interim management had, vroeg hij in 2025 of hij de vergaderingen van de Commissie Interim Management als informeel deelnemer mocht bijwonen. De ambitie die hij er aantrof sprak hem onmiddellijk aan.

”Wat is vandaag het verschil tussen interim management, detachering, freelance talent en projectsourcing? Het loopt allemaal door elkaar“, zegt Van Lijsebetten. ”Maar hier zaten mensen samen die het onderscheid wél zagen en die de rol van een provider terug op een hoger niveau wilden brengen.“


Wat is  en doet een interim manager?

Een interim manager is een ervaren, hooggekwalificeerde professional die tijdelijk een leidinggevende rol opneemt binnen een organisatie. Anders dan een consultant geeft hij geen advies van op afstand: hij werkt dagelijkse mee in het bedrijf, stuurt teams aan en draagt volledige verantwoordelijkheid voor een welomschreven opdracht, van strategie tot implementatie.

Doorgaans beschikt een interim manager over een ruime leiderschapservaring in een specifiek vakdomein. Die rugzak maakt hem snel inzetbaar: zonder lange inlooptijd genereert hij impact, vaak al binnen de eerste maand.

Een interim manager is altijd zelfstandig ondernemer. Hij werkt rechtstreeks voor een klantorganisatie of via een gespecialiseerde provider, die instaat voor de matching, de contractuele afhandeling en de opdrachtbegeleiding.

Organisaties doen een beroep op een interim manager in situaties waar snelheid, expertise en onafhankelijkheid cruciaal zijn: bij de tijdelijke vervanging van een sleutelfunctie, bij een herstructurering of fusie, in een crisissituatie, bij een transformatie, of bij een tijdelijke nood aan ervaren sturing…


Drie jaar bouwen

Vanaf 2023 transformeerde voorzitter Cornand het bestuursorgaan van de commissie dat vroeger drie à vier keer per jaar vergaderde naar een actieve werkgroep die twaalf keer per jaar bijeenkwam. Het eerste jaar was voorbereidend werk: waar willen we naartoe? Op de Algemene Vergadering van 2024 presenteerden ze het traject aan de leden en de respons was enthousiast.

“We deden een oproep naar de aanwezige leden om engagement te nemen en deel te nemen aan onze vergaderingen.” Als gevolg daarvan steeg het aantal bestuursleden naar tien. “Het mooie was dat de representativiteit van het bestuur ook extra steeg door de mix van grote en kleine IM-spelers, van generalisten en meer gespecialiseerde kantoren, van lokale spelers en internationale merken. Die diversiteit gaf ons een scherp zicht op wat er allemaal aan het gebeuren was.” Daardoor werd het draagvlak voor een nieuw witboek en een nieuw kwaliteitscertificaat eens zo groot. 

Het resultaat ligt nu op tafel: een nieuw witboek dat de sector opnieuw positioneert, een vernieuwd kwaliteitscertificaat met een realistischere maar nog steeds scherpe lat, en een nieuwe deontologische code. “Dat is het fundament om verder op te bouwen.” verduidelijkt Cornand

Vanzelfsprekend werd er daarenboven in 2025 ook actief bijgedragen aan het toekomstproject van Federgon ‘Shaping tomorrow’. Maar daarvan zijn nog geen resultaten voortgekomen die zich specifiek op interim management richten. 

Body shopping als gevaar

Maar bouwen waarop, precies? De kern van het probleem is wat Cornand “commoditisering” noemt: “Het proces waarbij men interim management steeds meer als een inwisselbaar product gaat beschouwen, met tariefafbraak als gevolg. Zowel providers als interim managers zelf hebben daar aan bijgedragen.” erkent hij.

Hij verwoordt het zo: “Als je in een logica stapt van meer voor minder, van een neerwaartse spiraal in tarieven, een soort omgekeerde veiling, dan gaat de meerwaarde van het vak verloren. Via platforms is het probleem om aan talent te geraken weggevallen. Talent ligt voor het grijpen. Maar als een klant een echte problematiek heeft, komt het erop aan dat je doorvraagt: wat wil je nu werkelijk oplossen, en wie past daar precies bij?”

Het antwoord op die vraag ligt voor Cornand in vier criteria: kennis, ervaring, persoonlijkheid en culturele fit. De eerste twee haal je uit een cv. De andere twee vereisen een diepgaand gesprek en precies daar, zegt hij, “onderscheidt een gecertificeerde provider zich van een platform of een doorgeefluik.”

“Als je niet ingaat op de echte problemen van de klant  verval je in body shopping: je verkoopt gezichtsloze capaciteit.”

— Steven Cornand

Van Lijsebetten verduidelijkt het profieldebat vanuit zijn eigen ervaring. “Een interim manager is niet zomaar een freelance ingenieur die tijdelijk ingezet wordt voor een automatiseringsproject. Een interim manager wordt doorgaans aangeduid door een directiecomité of een raad van bestuur, voor specifieke, strategische opdrachten. Wie dat beroep opeist, moet dat gewicht ook kunnen dragen.”

Van Olympische finale naar Olympische Spelen

Het nieuwe kwaliteitscertificaat probeert precies die kwaliteitsdrempel opnieuw zichtbaar te maken,  maar nu op een andere manier die ook voor meer bureaus haalbaar is. Want het oude certificaat had een fundamenteel probleem: te weinig leden namen de stap. De lat lag te hoog, de procedure was te omslachtig.

“Het vorige certificaat vereiste als het ware dat je je kwalificeerde voor een Olympische finale”, zegt Cornand. “Het nieuwe vraagt dat je kwalificeert om mee te mogen doen aan de Olympische Spelen. De drempel is realistischer maar de kwaliteit blijft. Bij het uitwerken van het nieuwe kwaliteitscertificaat zelf zijn we vertrokken van wat we relevant vonden in het oude auditmodel en hebben we ons geïnspireerd op wat andere commissies binnen Federgon doen rond kwaliteit. Zo werd het model van self-audit dat de ‘echte’ audit voorafgaat gehaald bij de commissie Recruitment, Search & Selection. Ook hebben we rekening gehouden met een ‘sokkel’ van professionele en deontologische vereisten die de federatie graag bij alle commissies ziet terugkomen.”


Het Federgon Interim Management Quality Certification-label

Het label bestaat sinds 2011 en kreeg in 2025 een grondige herziening. Het onafhankelijk auditbureau LRQA (Lloyd’s Register Quality Assurance) voert de externe audit uit. De procedure combineert een zelfscan door het bureau zelf met een externe controle ter plaatse, waarbij LRQA via interviews en verificatie van de  interne processen de werking van het bureau screent op vier domeinen:

Intake en opdrachtomschrijving: inventariseerde het bureau de opdracht correct, en liggen een briefing en voorstel voor?

Profieldefiniëring en selectie: stelde het bureau een shortlist op op basis van relevante criteria?

Opstart en inductie: beschikt de opdracht over een actieplan en een gestructureerde start?

Opvolging en kwaliteitsgaranties: begeleidde het bureau de opdracht actief?

Bureaus moeten minimaal 32 op 40 punten halen (80%). Daarvan zijn er 8 absolute knockout-criteria: wie ook maar één ervan niet positief beantwoordt, valt buiten het label. Het gaat om fundamentele basisvereisten zoals een goede intake, een kandidaatgesprek en een actieve opdrachtbegeleiding.

Een volledige audit vindt om de vier jaar plaats, aangevuld met een tweejaarlijkse opvolgaudit. Gecertificeerde bureaus ondertekenen ook een deontologische code en mogen het Interim Management Quality Certification-logo voeren. LRQA maakt de auditresultaten openbaar. Bureaus vermelden het label in offertes en kunnen het inzetten als alternatief voor ISO-certificering bij openbare aanbestedingen.


“In tijden van crisis wordt het woord ‘interim manager’ het snelst in de mond genomen.”

— Patrick Van Lijsebetten

De fakkel, en wat ermee te doen

Na drie jaar trok Cornand zich recent terug als voorzitter. Hij ambieerde geen nieuwe termijn. Maar hij blijft als ondervoorzitter aan boord, een voorwaarde die Van Lijsebetten stelde voor hij zelf het voorzitterschap aanvaardde: “De continuïteit en de expertise die hij meebrengt, zijn te waardevol om te laten vallen.”

Van Lijsebetten vervolgt: “Een derde mandaat als RSS-voorzitter was niet meer mogelijk, maar ik ben alsnog binnen de RSS commissie tot ondervoorzitter verkozen. Dus heb ik nu een rol binnen RSS, binnen IM en dan automatisch ook binnen Supra, de raad van bestuur van Federgon die alle commissies overkoepelt.”

In de commissie wil hij werkgroepen opstarten die ruimer zijn dan enkel het verkozen bestuur. “Leden die niet in de commissie zitten, zullen worden uitgenodigd om mee te werken aan specifieke thema’s.” zegt Van Lijsebetten. “Onze leden worden effectief betrokken in het meedenken en meewerken.”

Een van de eerste thema’s die ze willen aanpakken is de verhouding tussen interim managers en raden van bestuur. Boek 6 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek brengt risico’s met zich mee die interim managers vaak onderschatten. Want benadeelden kunnen nu ook de uitvoeringsagent (inclusief de interim manager) rechtstreeks aanspreken op basis van buitencontractuele aansprakelijkheid. “Dat soort bewustzijn willen we vergroten”, zegt Van Lijsebetten.

Voorbij de neerwaartse spiraal

Bovendien is de bredere context waartegen dit verhaal zich afspeelt niet rooskleurig. De interim managementsector noteerde in de eerste tien maanden van 2025 een omzetdaling van 12%. Platforms en directe matching via LinkedIn zetten de traditionele provider-rol onder druk. En de grenzen tussen interim management, projectsourcing, detachering en freelancing vervagen in de perceptie van de markt.

Maar Cornand en Van Lijsebetten weigeren dit als een verhaal van verval te lezen. Cornand: “In een markt die in alle richtingen tegelijk lijkt te bewegen, kunnen wij nu duidelijk zeggen: dit is waar wij voor staan, en dat is kwalitatief.” Boekhoudkantoren, consultancybureaus, sociale secretariaten  en zelfs banken beginnen allemaal na te denken over hoe ze de toekomst kunnen overleven. “Er dreigt een soort moeras te ontstaan. Dienstenbedrijven uit verschillende sectoren proberen innovatief uit de hoek te komen, verbreden hun aanbod en komen in geheel nieuwe territoria terecht met overlappingen in alle richtingen. Als iedereen alles doet, hoe creëer je dan meerwaarde met je verhaal?”

Van Lijsebetten sluit daarbij aan vanuit het perspectief van de klant: “In tijden van crisis wordt het woord ‘interim manager’ het snelst in de mond genomen. Bedrijven zijn enorm geholpen met de expertise die interim managers meebrengen; juist omdat ze op korte termijn goede beslissingen kunnen nemen in minder evidente economische situaties.” En precies daarvoor,” voegt hij toe, “is het kwaliteitslabel geen luxe maar een noodzaak: het geeft de opdrachtgever zekerheid wanneer die schaars is.”

Er is ook een sociale dimensie die beide heren niet willen vermijden. De arbeidsmarkt vergrijst, mensen moeten tot hun 67ste werken, maar boven de 50 geraken aan een nieuwe vaste job wordt moeilijker. “Mensen kiezen dan sneller voor interim management of freelancing”, zegt Cornand. “Sommigen vinden hun weg, anderen niet. Daar zit een sociale dimensie aan die we niet mogen negeren.”

De uitdagingen zijn reëel en de markt wacht niet. Maar voor het eerst in jaren heeft de sector een vernieuwd witboek, een geloofwaardig kwaliteitslabel en een herschreven deontologische code. 

Steven Cornand krijgt hier het laatste woord: “De uitdagende marktcondities zullen vast nog wel even aanhouden. Maar Federgon biedt nu alleszins duiding en houvast.” 

Meer info?  De komende weken lanceert Federgon een nieuwe website waar elke commissie met zijn eigen identiteit een plaats zal krijgen.

Lees ook:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Het stof van de markt afblazen

Embedding Intelligence into Workforce Decisions at UCB

How a digital Workforce Advisor is reshaping total talent management

Carolina, UCB is presenting its case at the Total Talent Summit 2026. Can you briefly introduce the context?

“UCB is a global biopharmaceutical company focused on severe diseases, particularly in neurology and immunology. We operate in 37 countries, with a mix of employees and external workers. This mix makes workforce management inherently complex. Like many organisations, we historically operated in silos: HR focused on employees, while Procurement managed external talent. This fragmentation contributed to inefficiencies, limited visibility and inconsistent decision-making across the workforce.”

What triggered the move towards a Total Talent approach?

“We started by analysing our workforce data and quickly realised that the challenges went beyond cost or compliance issues. Managers were navigating multiple systems, policies and approval flows without a clear framework to guide their decisions. Often, choices around hiring or engaging talent were based on familiarity rather than objective criteria.”

“This highlighted a deeper structural issue: the lack of an integrated approach to workforce planning. We needed to move towards a model where internal and external talent decisions are part of one coherent strategy. That’s where the idea of embedding guidance directly into the process emerged.”

The goal is to support managers in selecting the most appropriate workforce solution based on business needs, cost, compliance and strategy.

What does the ‘ideal situation’ look like for UCB?

“Our ambition was to bring more structured guidance where demand is created. Instead of asking managers to interpret policies or choose between channels on their own, we wanted to guide them in real time.”

“We often describe this as enabling “build, buy, borrow, bot and location-based” decisions. The goal is to support managers in selecting the most appropriate workforce solution based on business needs, cost, compliance and strategy. At the same time, we wanted to standardise data capture and improve overall visibility across the workforce.”

How does the Workforce Advisor work in practice?

“The Workforce Advisor is essentially a digital triage tool embedded in the request process. When managers initiate a workforce request, they input key information such as the duration of the work, the level of supervision required and the business objective.”

“Based on this input, the tool uses weighted logic to recommend the most suitable engagement model and channel. It’s not just about giving an answer – it’s about structuring decision-making in a consistent and transparent way. Our solution was developed in close collaboration between HR, Procurement and IT to ensure it aligns with governance principles and integrates with downstream systems.”

What impact has the solution had so far?

“We’re starting to see early benefits. First, the user experience for managers has improved. They receive clear guidance instead of navigating complexity on their own. It also creates the foundation to provide data-driven insights and benchmarks over time. 

“Operationally, it improves the quality of master data in our systems. There’s also better visibility into workforce behaviour and compliance, which helps us manage risk more effectively. Importantly, it has the potential to support cost optimisation and faster access to talent, which are critical in a highly competitive environment.”

What does this mean for talent themselves?

“From a talent perspective, the impact is equally important. By structuring decisions, we create more transparency and fairness in how people are engaged. It reduces inconsistent classification and ensures that individuals are brought in through the most appropriate channel. It aims to improve the overall experience over time – faster processes, clearer pathways and reduced friction. Ultimately, we’re moving towards a more consistent and data-informed  workforce ecosystem where all contributors are recognised as part of the broader strategy.”

Who was involved in making this initiative a reality?

“The Workforce Advisor was developed as a cross-functional effort between Procurement and Talent Acquisition, with IT supporting the implementation and part of the business case, and with executive sponsorship. It’s important to note that the tool is one component within a broader set of initiatives at UCB, aimed at improving workforce decision-making, visibility and governance.”

What are the next steps?

“The Workforce Advisor is already live, but we’re continuously improving it. We’re refining the user experience, simplifying inputs and enhancing outputs – for example by adding cost comparisons and additional decision support. Adoption is gradually growing as we progressively embed the tool across our organisation. Ultimately, this is not just a technology solution. It’s a shift towards a more integrated and intelligent way of managing total talent.”

The Workforce Advisor is already live, but we’re continuously improving it. We’re refining the user experience, simplifying inputs and enhancing outputs.

Lees ook

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Embedding Intelligence into Workforce Decisions at UCB

Voordeel alle aard bedrijfswagen in 2026: wat verandert er en hoe vermijd je fiscale verrassingen?

Wat is het voordeel van alle aard (vaa) voor een bedrijfswagen?

Koopt je vennootschap een wagen aan waarmee je ook privé rijdt, dan word je voor het gratis privégebruik van die wagen belast op een voordeel van alle aard (vaa). Dat vaa wordt forfaitair bepaald op basis van o.a. de cataloguswaarde van de wagen en de CO₂-uitstoot. Het vaa bedraagt minimaal 1.690 euro (voor inkomsten 2026). Op dit voordeel word je privé belast, tenzij je het geheel of gedeeltelijk aan je vennootschap terugbetaalt. 

Hoe bereken je het vaa?

De formule

De berekening gebeurt als volgt: VAA = cataloguswaarde × 6/7 × ouderdomspercentage × CO₂-percentage 

Dit bedrag geldt voor een volledig jaar. Heb je de wagen slechts een deel van het jaar ter beschikking, dan wordt het vaa pro rata berekend.

Wat zijn de cataloguswaarde, ouderdomspercentage en CO₂-percentage?

De cataloguswaarde is de nieuwprijs voor particulieren, zonder kortingen, inclusief opties en de werkelijk betaalde btw. Die waarde wordt verlaagd in functie van de leeftijd van de wagen (ouderdomspercentage). Voor het eerste jaar wordt 100% van de cataloguswaarde in aanmerking genomen, en vanaf het tweede jaar wordt deze jaarlijks met 6% verminderd, tot maximaal 70%

Het basis CO₂-percentage tenslotte bedraagt 5,5%. Daarbij wordt gekeken naar de referentie-uitstoot die jaarlijks vastgelegd wordt. Voor inkomsten 2026 wordt een CO2-uitstoot in aanmerking genomen van 58g/km voor dieselwagens en 70g/km voor wagens op benzine of lpg. Er wordt een correctie gehanteerd van +0,1% per gram CO₂ boven de referentie-uitstoot, en -0,1% per gram CO₂ onder de referentie-uitstoot, met een minimum van 4% en een maximum van 18%.

Voorbeeld: benzinewagen vs. elektrische wagen (vaa in cijfers)

Voorbeeld 1: benzinewagen (3 jaar oud)
Je rijdt momenteel met een 3 jaar oude benzinewagen die nieuw 60.000 euro gekost heeft. De cataloguswaarde bedraagt dus 60.000 euro, het ouderdomspercentage bedraagt 88% (100 – 2×6%), de co2-uitstoot bedraagt 120g/km (dat is 50g boven de referentie-uitstoot van 70g/km), waardoor het CO₂-percentage 10,5% bedraagt (5,5% + 5,0%).

Het vaa bedraagt dan: 60.000 x 88% x 6/7 x 10,5% = 4.752 euro per jaar

Voorbeeld 2: elektrische wagen (nieuw)
Vervang je die wagen door een elektrische wagen van 60.000 euro, dan wordt het vaa als volgt berekend (er is in dit geval immers geen co2-uitstoot):

VAA = cataloguswaarde x 6/7 x ouderdomspercentage x 4%

Aangezien de wagen nieuw is, leidt dat tot een vaa op jaarbasis van 2.057 euro (60.000 x 6/7 x 4%).

Belangrijke wijziging: forfaitaire voordelen van alle aard tellen mee voor de 20%-grens

Wil je vennootschap in 2026 nog van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting kunnen genieten (20% vennootschapsbelasting op de eerste 100.000 euro winst in de plaats van 25%), dan zal je een loon van minstens 50.000 euro (jaarlijks te indexeren) moeten opnemen (tenzij je belastbare winst lager is dan 50.000 euro). Bovendien zullen je forfaitair gewaardeerde vaa maximaal 20% van je jaarbezoldiging mogen bedragen.

Belangrijk: het vaa voor je wagen is slechts één van de forfaitair gewaardeerde vaa (naast pc, gsm, fictieve debetinteresten op een rekening-courant schuld, privégebruik van een woning van de vennootschap …).

In ons voorbeeld is de aankoop van een elektrische wagen dus een goede zaak met het oog op die 20%-grens. Koopt je vennootschap evenwel een (veel) duurdere elektrische wagen, dan zal ook je vaa stijgen. Houd daarmee rekening bij de aankoop van de wagen, of pas indien nodig je loon aan. Wat voor jou de beste optie is, hangt af van je concrete situatie. Bespreek dit met je accountant of fiscaal adviseur.

Aftrekbaarheid van autokosten in de vennootschap (vanaf aanslagjaar 2027)

Vanaf aanslagjaar 2027 (inkomsten 2026) zijn autokosten voor wagens aangeschaft vanaf 1 januari 2026 voor je vennootschap ofwel 100% aftrekbaar (volledig elektrische wagen), ofwel 0% aftrekbaar (niet-elektrische wagen). 

Elektrische wagens die besteld of aangekocht worden vóór 1 januari 2027 blijven 100% aftrekbaar gedurende de volledige levensduur van het voertuig. 

Voor elektrische wagens aangekocht vanaf 2027 daalt de aftrekbaarheid, tot 67,5% in 2031. De percentages blijven vast gedurende de volledige gebruiksduur van de wagen en worden uitsluitend bepaald door het jaar van aankoop.

Bron: SBB – Voordeel alle aard bedrijfswagen in 2026: wat verandert er en hoe vermijd je fiscale verrassingen?

Lees ook :

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Voordeel alle aard bedrijfswagen in 2026: wat verandert er en hoe vermijd je fiscale verrassingen?

RAI Amsterdam en Shifter winnen Total Talent Management Award 2026

RAI Amsterdam is de winnaar van de Total Talent Management Award 2026, die op 16 april werd uitgereikt tijdens de Total Talent Summit in Breda. De winnende aanpak werd gerealiseerd in samenwerking met Shifter, onder leiding van Gijs-Jan van Het Kaar. Hij nam de award samen met Jeroen Leuven, coördinator flexmanagement bij RAI, in ontvangst.

De jury bekroonde de case vanwege de manier waarop de evenementenorganisatie vast en flexibel talent integraal samenbrengt in één strategie. Volgens de jury onderscheidt de case zich door de schaalgrootte, de integratie van planning en talentmanagement en de focus op individuele medewerkers binnen een grootschalige operatie. Bekijk hier het juryrapport. 

De award geldt als erkenning voor het meest inspirerende praktijkvoorbeeld van Total Talent Management in Nederland en is een initiatief van Zipconomy, Nextconomy en Werf&. Naast RAI Amsterdam waren ook Alliander, UCB en WirelessCar genomineerd.

Van inhuur naar talentstrategie

Centraal in de bekroonde case staat ‘workforce orchestration’: het actief sturen op de inzet, ontwikkeling en kwaliteit van zowel vast als flexibel personeel. Voor RAI Amsterdam is dat geen luxe. De organisatie ontvangt jaarlijks zo’n 1,5 miljoen bezoekers, verspreid over meer dan 100 internationale evenementen. “Deze ontvangst vergt elke dag opnieuw een topteam op maat”, zei Van Het Kaar eerder bij de presentatie van de case aan de jury.

Hij hielp de Amsterdamse evenementenorganisatie het afgelopen jaar om meer continuïteit te realiseren in kwalitatief operationeel personeel en flexibele medewerkers integraal onderdeel te maken van de beleving.

Waar flexibele inzet traditioneel vaak wordt benaderd als een kwestie van inkoop (P x Q), kiest RAI bewust voor een andere benadering. “Je kan mensen niet inkopen,” zei Van Het Kaar bij het in ontvangst nemen van de award. “Het aandacht geven en sturen op kwaliteit zorgen ervoor dat je minder mensen nodig hebt en dat bezoekers een veel betere beleving hebben.”

Datagedreven sturen op kwaliteit

Een belangrijk onderdeel van de aanpak is het systematisch verzamelen van data. Inmiddels wordt na 96 procent van de shifts een medewerker beoordeeld. Dat levert jaarlijks meer dan 25.000 evaluaties op. Die data worden ingezet voor meerdere doelen: van persoonlijke ontwikkeling en het samenstellen van voorkeurspools tot operationele dashboards en periodieke (verbeter)gesprekken met leveranciers van flexibele arbeid.

Ook de manier waarop talent wordt herkend, is veranderd. Waar dat eerder afhankelijk was van individuele observatie, wordt dit nu geautomatiseerd via dashboards. Daarmee wordt een bekend probleem aangepakt: dat juist de beste flexkrachten vaak als eerste vertrekken als hun kwaliteit niet wordt gezien.

Aandacht voor de medewerker

Naast technologie speelt ook de persoonlijke benadering een belangrijke rol. Zo investeerde RAI in een Hospitality Crew Centre, waar medewerkers persoonlijk worden ontvangen en voorbereid op hun werkdag. Deze combinatie van data en aandacht moet bijdragen aan hogere kwaliteit én meer binding. Volgens Van Het Kaar leidt dat ook tot concrete resultaten: een groeiend aantal flexibele medewerkers stroomt door naar een vast dienstverband bij RAI Amsterdam.

Lees ook:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor RAI Amsterdam en Shifter winnen Total Talent Management Award 2026

Nieuwe NextConomy partner: Brainbridge -de brug tussen talent en organisatie


Brainbridge is een nieuwe Gold Partner voor NextConomy

Bij NextConomy zijn we trots op ons recent aangegaan Gold Partnership met Brainbridge — een samenwerking die draait om vooruitdenken en vernieuwen in de wereld van werk. Co-founder en eindredacteur Marleen Deleu: “Samen geloven we in een toekomst waar organisaties en talent elkaar vlot vinden via slimme, duurzame en flexibele oplossingen.”

“Brainbridge maakt het verschil met haar sterke visie op total talent management, haar innovatieve sourcing-aanpak en de menselijke touch die ze in elk project brengt. Vanuit deze gedeelde ambitie delen we de komende maanden inspirerende inzichten, cases en strategieën met onze lezers. Deze reeks artikelen ambieert om de kracht van talentmanagement beter te begrijpen én slimmer toe te passen.”

“Kortom, een partnerschap dat inspireert en de toekomst van werk tastbaar maakt”, besluit Marleen Deleu.


Wat doet Brainbridge?

Brainbridge beheert voor grote organisaties de volledige externe workforce: van de eerste aanvraag tot de laatste opdracht en factuur, van honderden freelancers en contractors tot ingenieursteams in Polen en Spanje. 

Even terug in de tijd: van Cobol naar Unix en terug naar de markt

Het verhaal begint in 1998, wanneer Wens het bedrijf opricht als Defacto Consulting. De naam verdwijnt snel want een gelijknamig Nederlands bedrijf dwong via juridische weg een rebranding af. De nieuwe naam ‘Brainbridge’ zegt precies wat het bedrijf wil doen: de brug slaan tussen organisaties en de brains die ze zoeken.

De beginperiode is zwaar. Wens wil zich differentiëren door te focussen op nieuwe technologieën zoals Unix-omgevingen, op een moment dat de hele markt COBOL-developers vraagt wegens het jaar-2000-probleem (Y2K). “We zijn toen eigenlijk blijven verkondigen: dit willen we doen, dát willen we niet doen,” herinnert hij zich.

Gelukkig voor Brainbridge komt de vraag naar nieuwere profielen inderdaad rond 2000 echt op gang. Meer dan twee decennia later is de logica dezelfde gebleven. Brainbridge blijft zoeken naar moeilijk te vinden profielen en naar nieuwe technologiedomeinen waar bedrijven geen intern antwoord op hebben. “Weinig bedrijven hebben eigen personeel om een bepaalde nieuwe technologie op te bouwen,” stelt Wens. “Men huurt die kennis in. En wij zijn nog elke dag bezig met de brug te slaan tussen bedrijven en de kennis die in de markt aanwezig is.” 

Weinig bedrijven hebben eigen personeel om een bepaalde nieuwe technologie op te bouwen Men huurt die kennis in.” Peter Wens

Het grootste MSP-programma in België, onder een andere naam

Martijn van Dooren kwam bij  Brainbridge in 2005, en verliet het bedrijf in 2007. Daarna ging hij internationaal aan de slag bij een ander staffing bedrijf. Wat later startte hij voor Kelly Services, een MSP zwaargewicht. Hij beheerde daar MSP-programma’s van binnenuit en zwom er alle watertjes door, van operationeel beheer tot de mede-implementatie van de grote internationale projecten. Waarna hij op een bepaald moment werd aangesteld als Project Lead van het zeer uitgebreide MSP-programma van Johnson & Johnson. 

Al die ervaring met grote internationale projecten, bracht hem op het idee om dit model lokaal in België aan te bieden en zo vond hij met dat idee in 2011 de weg terug naar Brainbridge.

Door zijn reputatie in de MSP werd Brainbridge aangezocht om een joint-venture te vormen met Bartech, een grote US aanbieder. Zij zochten een lokale partij die met kennis van zaken de implementatie van de Belgische tak van het wereldwijde MSP-programma voor de grote farmaceutische multinational GSK kon opstarten en realiseren. Dat zou in de Belgische MSP-markt een mijlpaal worden. Uiteindelijk zette hij een team op van 14 mensen, die meer dan 2000 externen in beheer hadden en een budgetpost van meer dan 200 miljoen euro per jaar. Op dat moment één van de grootste MSP-programma’s op het Europese vasteland en de eerste in Wallonië

Dit succes bleek tegelijk een vergiftigd geschenk te zijn. Want het programma liep via een joint venture, niet onder de naam Brainbridge. Bijna vier jaar lang werd de MSP-werking van Brainbridge volledig geabsorbeerd door dat ene project. Toen GSK het programma doorgaf aan een Amerikaanse concurrent van Bartech, keken we rond en was het landschap helemaal veranderd,” geeft Van Dooren aan. “We waren eigenlijk onbekend, terwijl we net het grootste MSP-programma in België hadden gerealiseerd.”

“We hadden veel verder kunnen staan. Het is een beetje een vergiftigd geschenk geweest.” Martijn Van Dooren

Wat een MSP eigenlijk doet

Brainbridge is vandaag actief als Managed Service Provider (MSP) voor het beheer van de externe workforce van grote organisaties. Het bedrijf neemt de volledige regie over alle externen — freelancers, consultants, contractors, uitzendkrachten. Niet als leverancier van mensen, maar als regisseur van het hele proces: van het uitzetten van aanvragen bij leveranciers, over de contractopvolging en juridische compliance, tot de geconsolideerde facturatie en strategische rapportering.

Dit model blijft in de Belgische markt structureel ondergewaardeerd, wat Van Dooren zichtbaar frustreert. “Als ik aanbestedingen zie, denk ik wel eens: Oh, minstens 50% van de punten gaat op prijs. De inhoudelijke criteria zijn van een laag niveau. Het is puur transactioneel.” De meerwaarde van een volwaardig MSP-programma met snellere time-to-hire, juridische compliance, betere leveranciersregie en strategische inzichten vertaalt zich niet naar die aanbestedingscriteria.

Bedrijven zien de voordelen van MSP-programma’s niet goed in. Je krijgt er echter de werkingskost driemaal als meerwaarde terug. Dan is een MSP-programma een investering, geen kost.” Martijn Van Dooren  

‘Vendor neutral’ is meer dan een marketingterm

Brainbridge heeft naast de MSP-tak ook eigen staffing-entiteiten: IT Staffing, Brainbridge Technics voor engineering, of ANOA Care voor medisch en OK-personeel. De vraag is dan ook onvermijdelijk: als je zelf mensen plaatst én het MSP beheert waarlangs al die mensen worden geplaatst, hoe neutraal ben je dan echt?

Van Dooren is er duidelijk over. “Als je daar fouten in maakt, is het heel snel met je gedaan. Onze teams zijn volledig gescheiden, de systemen mappen niet met elkaar: de staffing-tak werkt met een ATS, de MSP-tak met een VMS. Bij geen enkele huidige klant levert Brainbridge zelf mensen als staffingbedrijf waar het als MSP fungeert. Andere leveranciers kennen ons en respecteren onze deontologie in deze materie.”

Minstens even belangrijk, vindt Van Dooren, is de VMS-neutraliteit. “Wij positioneren ons altijd als neutrale partij, zonder bepaalde voorkeur, maar luisteren naar de klant om de beste oplossing te vinden.” Brainbridge heeft ervaring met een brede waaier aan systemen en begeleidt klanten in die keuze zonder commercieel belang bij de uitkomst.

Total Talent Management: ambitie én eerlijkheid

Total Talent Management is het begrip dat in de sector steeds vaker opduikt, ook bij NextConomy. De definitie is niet unaniem. Vanuit MSP-perspectief gaat het over het beheren van de volledige contingent workforce: consultants, contractors, uitzendkrachten. 

Van Dooren signaleert een belangrijke verschuiving. “Het beheer van externen zat vroeger bijna uitsluitend bij Aankoop. Steeds vaker zien we een fifty-fifty-scenario waarbij HR meer betrokken raakt. Voor mij is Total Talent Management de shift naar een erkenning dat ook externen van strategisch belang zijn voor een organisatie.Talentbeheer wordt daardoor complexer en we moeten er meer gebalanceerd mee omgaan.”

Wens is enthousiast maar ook nuchter over de limieten. “Total Talent Management in zijn puurste vorm is een gezamenlijk verhaal met de klant,” zegt hij. “Of dat realiseerbaar is? Ik weet het niet. Er zijn heel weinig aankopers of HR-verantwoordelijken die bereid zijn om in een soort partnership te gaan over de uiteindelijk belangrijkste assets van hun bedrijf: de mensen.” Hij voegt eraan toe dat vakbonden in België een bijkomende uitdaging vormen: Total Talent Management is daarom in bepaalde organisaties moeilijk bespreekbaar. 

De pragmatische conclusie van Brainbridge: je kunt niet altijd starten met de meest ambitieuze versie. “We bieden transactionele systemen nu ook competitief aan,” legt Van Dooren uit, “maar met de achterliggende ambitie om de klant op termijn te kunnen motiveren om verdere stappen te zetten. Eens je met een klant samenwerkt, kun je hem indien gewenst helpen groeien in meer strategisch talentbeheer.”

“Total Talent Management in zijn puurste vorm is een gezamenlijk verhaal. Of dat realiseerbaar is? Ik weet het niet.” Peter Wens 

Roemenië, AI en de menselijke maat

Voor de structurele krapte op de Belgische IT-arbeidsmarkt werkt Brainbridge ook met talent uit Oost-Europa, voornamelijk Roemenië. Wens schetst de aantrekkelijkheid: perfecte Engelstaligheid, een sterke IT-cultuur door massale vestiging van internationale bedrijven, en een kostprijs die op 30 tot 40 procent van het Belgische equivalent ligt voor hetzelfde profiel. “Vergeleken met India is het tijdsverschil quasi nihil, er is minder cultureel verschil, want het zijn Europeanen. Als je een Roemeen naar België wilt halen, dan komt die. De prijsstijgingen in India maken de vergelijking intussen minder eenzijdig.”

Over artificial intelligence zijn Wens en Van Dooren genuanceerd en zorgvuldig. De filosofie is helder: met hetzelfde aantal mensen meer kunnen doen. AI wordt ingezet voor massawerk: cv’s samenbrengen, shortlistings ondersteunen, functieomschrijvingen standaardiseren, tarifering adviseren bij nieuwe aanvragen. Maar automatische beslissingen zijn een rode lijn.

Wens zag op een staffingcongres in Londen demonstraties van AI-voice die kandidaten opbelt, bevraagt en zelfs een soort interview afneemt. “Onze positie is duidelijk: de Kandidaat die met de Recruiter praat, moet in controle blijven. Die eerste moet op elk moment kunnen zeggen: ik wil nu met een mens spreken.” Hij verwijst echter ook naar een studie waarbij 60 procent van de respondenten, vooral jongeren, aangaf liever een AI-voice-gesprek te hebben dan een gesprek met een persoon, omdat alles goed begrepen en geregistreerd werd. “Interessant, maar geen vrijbrief: de keuze moet bij de kandidaat liggen.”

Waarom NextConomy en wat Brainbridge wil bieden

Het partnership met NextConomy past in een bredere strategie om zichtbaarder te worden en de markt te helpen inspireren via kennisdeling en best practices. Van Dooren formuleert het als een gedeeld belang: “NextConomy heeft een unieke positie dankzij zijn directe relatie met bedrijven die actief kijken naar oplossingen. Maar voor mij is de belangrijkste waarde: samen bezig zijn met het opleiden van de markt.” De samenwerking zal dan ook resulteren in een reeks artikelen op NextConomy.be waarin Brainbridge zijn expertise over MSP-oplossingen deelt.

Wens en van Dooren waarderen NextConomy ook als een onafhankelijk platform voor mensen die vanuit een onbevooroordeelde positie vragen stellen over flexibel werken en de externe workforce. 

Elke bal die ons toegespeeld wordt

De kernboodschap die beiden aan de lezer willen meegeven is er één van breedte en schaalbaarheid. “Of je nu binnenkomt op transactioneel niveau of meteen ambitieus gaat voor een quasi-volledig Total Talent Management MSP-aanpak: wij kunnen dat allemaal aan. We spelen met elke bal die naar ons toekomt.” Dit is geen vrijblijvende belofte, maar een uitnodiging aan elke organisatie om te beginnen waar ze staat.

Meer over Brainbridge vind je hier

Lees ook

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe NextConomy partner: Brainbridge -de brug tussen talent en organisatie

Jan Denys en Wim Davidse aan het woord over strategische kansen in de staffingsector

De terugkeer van volledige tewerkstelling

Na een korte inleidende presentatie door organisator Marleen Deleu zoomde Jan Denys in op een van de meest opvallende trends: de terugkeer van volledige tewerkstelling. Volgens hem betekent dit een situatie waarin de werkloosheid schommelt tussen 3% en 5% en de tewerkstellingsgraad richting 80% gaat. In verschillende Europese landen is dit vandaag al realiteit. Deze evolutie is het resultaat van een combinatie van demografische veranderingen en een groeiende arbeidsintensiteit van de economie.

De impact hiervan is groot. Waar arbeidsmarktbeleid vroeger gericht was op het begeleiden van werkzoekenden, verschuift de focus nu naar het invullen van vacatures. Deze structurele arbeidskrapte leidt tot een duidelijke machtsverschuiving richting werknemers. Tegelijk wordt het voor bedrijven en organisaties cruciaal om sterker in te zetten op productiviteit en innovatie, onder meer via het gebruik van artificiële intelligentie. Volledige tewerkstelling draagt bovendien bij aan hogere inkomens, minder armoede en een stabielere sociale zekerheid, maar zet bedrijven onder druk om creatiever om te gaan met talent.

Enkele cijfers:

  • Als gevolg van de economische crises in de jaren 70 steeg de werkloosheid in België van 3% in 1973 naar 13,7% in 1983
  • Twaalf EU-lidstaten hebben momenteel een tewerkstellingsgraad van 80% (20- tot 65-jarigen) en een werkloosheidratio van 3 à 5%
  • Vlaanderen scoort een tewerkstellingsgraad van 77%, waardoor 2030 als streefjaar wordt gehanteerd voor volledige tewerkstelling

De positie van de staffingsector

De staffingsector bevindt zich in een dubbelzinnige positie. Enerzijds beschikt ze over sterke troeven. Zo is er een diepgaande expertise in het matchen van vraag en aanbod, een sterke verankering in het institutionele kader van de arbeidsmarkt en een combinatie van flexibiliteit met duidelijke regelgeving. Sinds 2010 kende de sector bovendien een robuuste groei, met een piek rond 2023.

Anderzijds zijn er ook duidelijke zwaktes. De sector is gefragmenteerd en mist vaak een heldere positionering. Daarnaast kampen veel spelers met een kwetsbare reputatie en beperkte strategische slagkracht. Vooral de relatie met kandidaten, het zogenaamde B2C-luik, blijft onderontwikkeld. In een context van toenemende talentschaarste en concurrentie wordt dit een cruciale uitdaging.

Waar arbeidsmarktbeleid vroeger gericht was op het begeleiden van werkzoekenden, verschuift de focus nu naar het invullen van vacatures. Deze structurele arbeidskrapte leidt tot een duidelijke machtsverschuiving richting werknemers.

Groeiend intermediair ecosysteem

Een tweede belangrijke evolutie is de opkomst van een complex intermediair ecosysteem. Waar matching vroeger voornamelijk verliep via publieke diensten en klassieke uitzendkantoren, is het landschap vandaag sterk versnipperd en tegelijk verbonden. Bedrijven en kandidaten maken gebruik van een breed scala aan kanalen, gaande van jobboards en sociale media tot bedrijfswebsites, zoekmachines en persoonlijke netwerken.

Opvallend is dat er geen sprake is van disintermediatie, maar net van een toename van tussenpersonen. Alle kanalen zijn met elkaar verweven. Voor staffingbedrijven betekent dit dat ze niet langer werken in een lineaire waardeketen, maar in een dynamisch netwerk waarin samenwerking en positionering essentieel zijn.

Economische paradox en toenemende concurrentie

Wim Davidse monitort als arbeidsmarkt econoom al jaar en dag de wereld van flexibele arbeid. Hij is ook hoofdredacteur van het Nederlandse FlexNieuws en dus goed geplaatst om zijn inzichten uit de Nederlandse staffing wereld met ons te delen. Volgens Wim Davidse bevinden we ons in een economische paradox. De groei vertraagt, maar de arbeidsmarkt blijft extreem krap. Deze combinatie zorgt voor een uitdagende context waarin traditionele groeimodellen onder druk staan. De periode van sterke expansie van flexibele arbeid lijkt voorbij, terwijl vaste contracten opnieuw aan populariteit winnen.

Tegelijk is de concurrentie in de staffingsector bijzonder groot. Duizenden spelers, gaande van uitzendkantoren tot nichebemiddelaars en platformen, strijden om marktaandeel. Bovendien is de omzetontwikkeling ongelijk verdeeld, met grote verschillen tussen grote spelers en kleinere nichebedrijven. Deze realiteit dwingt staffing organisaties om duidelijke keuzes te maken en zich te specialiseren.

De ‘Workers Revolution’

Misschien wel de meest ingrijpende verandering situeert zich aan de kant van de werknemer. Davidse spreekt van een echte Workers Revolution, waarbij werknemers fundamenteel andere verwachtingen hebben. Ze willen niet alleen flexibiliteit in tijd en plaats, maar ook meer autonomie, zingeving en ontwikkelingskansen.

In deze nieuwe realiteit draait het niet langer om het type contract, maar om de juiste balans tussen zekerheid, flexibiliteit, variatie en impact. Werknemers zijn zich bovendien bewust van hun schaarstepositie en durven keuzes te maken die beter aansluiten bij hun persoonlijke behoeften. Engagement wordt daardoor de centrale succesfactor. Organisaties die erin slagen hun medewerkers te activeren en te verbinden, bouwen een duurzaam concurrentievoordeel op.

Van kosten naar waarde

Deze evoluties leiden tot een fundamentele verschuiving in hoe we naar flexibiliteit kijken. Waar flexwerk vroeger vooral werd ingezet om kosten en risico’s te beperken, evolueert het vandaag naar een instrument voor waardecreatie. Flexibiliteit kan organisaties helpen om sneller in te spelen op veranderingen, nieuwe expertise binnen te halen en innovatie te versnellen.

De meest vooruitstrevende bedrijven gaan nog een stap verder en zetten in op Total Talent Engagement. Daarbij worden alle werkenden, ongeacht hun contractvorm, geïntegreerd in één coherent en dynamisch geheel. Het doel is niet langer controle, maar het creëren van betrokkenheid en groei.

Engagement wordt de centrale succesfactor op de arbeidsmarkt. Organisaties die erin slagen hun medewerkers te activeren en te verbinden, bouwen een duurzaam concurrentievoordeel op.

Volgende workshops voor staffing bedrijven

NextConomy organiseert in 2026 nog twee workshops specifiek voor intermediaire partijen en hr-dienstverleners. Boek je ticket tijdig zodat je niets mist!

Lees ook

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Jan Denys en Wim Davidse aan het woord over strategische kansen in de staffingsector

Detachering van derdelanders in de EU: schipperen tussen business, flexibiliteit en kwetsbaarheid

Tijdens een recente OESO-conferentie in Parijs (25 februari 2026) zoomden tal van experten in op de snelle opkomst van derdelanders (lees: werknemers met een nationaliteit van buiten de EU die via hun Europese werkgever naar een andere lidstaat worden gezonden om daar tijdelijk te werken).

Wat betekent deze trend voor de Europese arbeidsmarkt, en in het bijzonder voor freelancers en opdrachtgevers? Inzichten van Frederic De Wispelaere (HIVA–KU Leuven) en Dries Lens (UAntwerpen), aangevuld met recent academisch onderzoek, tonen dat we te maken hebben met een structurele verschuiving én met een systeem vol spanningen.

Van vrij verkeer naar ‘circuits’ van arbeid

De stijging van gedetacheerde derdelanders is geen randfenomeen meer. Volgens Frederic De Wispelaere wijst alles op een structurele trend: “Ik denk dat dit een blijvend model is. Arbeidsmigratie naar Europa neemt toe, arbeidskrapte blijft hoog en Europese werknemers kan men steeds minder mobiliseren om diensten in het buitenland te verrichten. Ook het arrest Vander Elst uit 1994 is hier een belangrijke facilitator voor intra-EU detachering van derdelanders. Via dit arrest oordeelde het Europees Hof van Justitie dat een land geen vergunningsplicht mag opleggen aan derdelanders die gedetacheerd worden door een werkgever die in de EU gevestigd is.”

Onderzoek van Dries Lens en collega’s gaat nog een stap verder: de detachering van derdelanders creëert als het ware nieuwe “circuits” van arbeidsmobiliteit die steeds verder reiken dan de grenzen van de EU. Niet het vrije verkeer van personen, maar van diensten maakt dit mogelijk. Via de detacheringsroute krijgen ook laag- en middengeschoolde werknemers – die via het klassieke arbeidsmigratiekanaal van de gecombineerde vergunning moeilijk toegang krijgen – een legale ingang tot West-Europese arbeidsmarkten.

De EU als Fortress Europe? Steeds vaker zit er “een gat in de muur”. Landen zoals Polen, Litouwen en Slovenië fungeren als rekruteringshubs en sturen werknemers uit onder meer Oekraïne, Belarus en Bosnië door naar West-Europa.

Een systeem dat zichzelf versterkt

De populariteit van deze detacheringsroute groeit snel. Dat is geen toeval. Bedrijven spelen hier actief op in. Ze organiseren volledige ketens van rekrutering, administratie, transport en huisvesting. Voor werkgevers betekent dit toegang tot flexibele en vaak goedkopere arbeid.

Volgens Dries Lens is er sprake van een “dubbele win”: “Bedrijven vinden de nodige arbeidskrachten, terwijl werknemers toegang krijgen tot hogere lonen dan in hun thuisland. Maar die win-win is niet voor iedereen gelijk verdeeld.”

De Wispelaere nuanceert: “Het is een combinatie van beleid, bedrijfsstrategieën én gaten in het systeem. Oost-Europese landen voeren actief beleid om arbeidsmigranten aan te trekken, terwijl bedrijven deze instroom integreren in hun businessmodel, bijvoorbeeld in de bouw- en transportsector.”

De detachering van derdelanders creëert nieuwe “circuits” van arbeidsmobiliteit die steeds verder reiken dan de grenzen van de EU. Niet het vrije verkeer van personen, maar van diensten maakt dit mogelijk.

Waarom bedrijven detachering inzetten

Detachering is veel meer dan een kostenverhaal. Dries Lens en zijn collega’s onderscheiden drie vormen:

  • Competition posting: gericht op kostenbesparing, flexibiliteit en het opvangen van tekorten, typisch in sectoren zoals bouw, transport en vleesverwerking.
  • Specialisation posting: inzet van specifieke expertise in sectoren met hoge toegevoegde waarde.
  • Expert posting: internationale mobiliteit van hooggeschoolde profielen binnen multinationals, gericht op kennisdeling en carrièreontwikkeling.

“Voor freelancers en opdrachtgevers is elk van deze vormen relevant”, geeft hij aan. “In een freelance werkomgeving is detachering vaak structureel ingebed en beïnvloedt ze rechtstreeks de markt, tarieven en concurrentie. Tegelijk toont ons onderzoek naar motieven voor het gebruik van detachering dat een one-size-fits-all beleid rond detachering tekortschiet.”

‘Tijdelijk’ werk dat blijft terugkeren

Detachering wordt vaak gezien als tijdelijk, maar de realiteit is complexer. “Op macroniveau is niets zo permanent als tijdelijke arbeidsmigratie”, stelt De Wispelaere.

Onderzoek in België bevestigt dit beeld. “Gedetacheerde werknemers keren vaak jarenlang terug via opeenvolgende opdrachten”, bevestigt Lens. “Toch vestigen ze zich zelden permanent in de ontvangende lidstaat. Dit fenomeen wordt omschreven als “lasting temporariness”: een systeem waarin tijdelijke arbeid structureel wordt ingezet zonder dat er ooit echte integratie plaatsvindt.”

“Voor opdrachtgevers biedt dit flexibiliteit: een soort ‘just-in-time workforce’ die inzetbaar is zonder de kosten van langdurige tewerkstelling en integratie. Maar die medaille heeft ook een keerzijde, zeker op het vlak van sociale bescherming van werknemers.”

Kwetsbaarheid in een complex systeem

De combinatie van statuten – derdelander-arbeidsmigrant én gedetacheerde – creëert een verhoogd risico op kwetsbaarheid. De Wispelaere spreekt van “dubbele segmentatie en afhankelijkheid”: “Werknemers zijn vaak afhankelijk van hun werkgever voor werk, verblijf en huisvesting. Deze afhankelijkheid wordt nog versterkt door de complexiteit van het systeem. Detachering verloopt vaak via ketens van bedrijven en meerdere landen, wat juridische onzekerheid creëert. Tegelijk is controle moeilijker door het tijdelijke karakter en het gebrek aan integratie in het gastland.”

Geen werk betekent vaak ook het verlaten van de EU. Dat maakt dat werknemers minder snel misstanden melden, zelfs wanneer loon- en arbeidsvoorwaarden niet gerespecteerd worden.

Blinde vlekken in data en beleid

Een centraal thema op de OESO-conferentie was het gebrek aan consistente data. Hoewel registratiesystemen bestaan – zoals Limosa in België of SIPSI in Frankrijk – zijn ze nauwelijks geharmoniseerd. “Ongeveer negentig procent van de geregistreerde informatie is gelijkaardig, maar de overige tien procent verschilt sterk”, aldus Lens. “Sommige landen verzamelen gedetailleerde gegevens over lonen of werkplaatsen, andere niet. Bovendien ontbreken cruciale gegevens zoals opleidingsniveau of functie voor de meeste lidstaten.”

Toch blijft De Wispelaere pragmatisch: “Het glas is eerder halfvol dan halfleeg. Er is voldoende evidentie om beleid op te baseren, als men dat wil. Vooral inspectiedata blijft een belangrijke lacune in veel lidstaten.”

Systeem versus beleid?

De groei van detachering van derdelanders in de EU roept ook fundamentele beleidsvragen op. Onderzoek wijst erop dat deze vorm van mobiliteit grotendeels buiten nationale controle valt. Ze is mee gevormd door Europese rechtspraak en het principe van vrij verkeer van diensten.

Dries Lens licht toe: “Voor lidstaten betekent dit een verlies aan grip op arbeidsmigratie doordat bedrijven beslissen welke werknemers zij grensoverschrijdend inzetten. Voor ontvangende landen is dit een dubbel verhaal. Enerzijds helpt detachering om tekorten op te vangen zonder integratiekosten. Anderzijds leidt het tot een verlies van controle, mogelijke sociale dumping en druk op arbeidsvoorwaarden.”

Impact op freelancers en de toekomst van werk

Voor zelfstandigen en opdrachtgevers is deze evolutie bijzonder relevant. In sectoren waar detachering sterk aanwezig is, verandert de concurrentiedynamiek fundamenteel. Lagere kostenstructuren en internationale constructies kunnen druk zetten op tarieven en marges.

Tegelijk zijn zelfstandigen zelf deel van het detacheringverhaal. In sommige landen gelden minder strikte registratieverplichtingen voor buitenlandse zelfstandigen, terwijl net zij vaak actief zijn in risicosectoren. Dit creëert een spanningsveld tussen ondernemerschap en regulering.

Zelfstandigen zijn deel van het detacheringverhaal. In sommige landen gelden minder strikte registratieverplichtingen voor buitenlandse zelfstandigen, terwijl net zij vaak actief zijn in risicosectoren. Dit creëert een spanningsveld tussen ondernemerschap en regulering.

Lees ook

Geplaatst in Arbeidsmarkt & politiek | Tags , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Detachering van derdelanders in de EU: schipperen tussen business, flexibiliteit en kwetsbaarheid

Minister Simonet erkent ‘onzichtbare freelancer’ maar harde deadlines blijven uit

“Ze zijn absoluut niet vergeten, de freelancers. Ze maken deel uit van de 1,2 miljoen zelfstandigen en zitten mee in de aandacht van deze regering.” Zo opende minister Eléonore Simonet (MR, Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s) ons gesprek over haar KMO-plan 2025. 

Dat is een ambitieuze inventaris van allerlei voorstellen, primair gericht op klassiek ondernemerschap (start-ups, scale-ups, traditionele KMO’s). Het zet sterk in op doelen als administratieve en fiscale vereenvoudiging, een verhoogde competitiviteit, een betere toegang tot financiering, tweede-kansondersnemerschap. De inleiding van het plan eindigt met een stelling die iedereen kan onderschrijven: “Economische uitmuntendheid vloeit voort uit het werk, de innovatie en de vastberadenheid van onze ondernemers. De rol van de overheid bestaat erin de optimale omstandigheden te creëren opdat dit werk zijn vruchten afwerpt en deze innovatie haar markt vindt.”

Politiek momentum

Het KMO-plan kwam er niet toevallig. Het regeerakkoord van de Arizona-coalitie schreef het expliciet voor. De minister benadrukt meermaals het “momentum” van deze legislatuur: voor het eerst in jaren hebben minister van Werk (David Clarinval) en minister van KMO’s (Simonet) dezelfde partijkleur. “In de vorige legislatuur waren de contacten tussen PS-minister Dermagne (werk) en MR-minister Clarinval (middenstand) niet zo vloeiend,” zegt ze diplomatisch.

Dat momentum vertaalt zich in concrete samenwerking. Zo werd in juni 2025 al een protocol afgesloten met de horecasector om onrechtmatige bedingen in contracten tussen brouwers en caféhouders aan te pakken, iets wat “onder de vorige legislatuur niet lukte omdat de federaties er niet uitkwamen.”

Ik wil geen belles paroles, ik wil een ‘plan’ dat uitgevoerd wordt. Ondernemers moeten het voelen.”  Eléonore Simonet

Het KMO-plan werd unaniem goedgekeurd op 23 december 2025 in de Ministerraad na maandenlang interkabinettenwerk. Dat is Simonets sterkste argument. Maar het momentum kent ook zijn schaduwkant: complexiteit. Het plan doet een beroep op bevoegdheden van maar liefst dertien verschillende ministers. Om de uitvoering te coördineren is er een “double governance” opgezet: op administratief niveau met DG KMO-beleid (FOD Economie) en op politiek niveau met een coördinator binnen haar kabinet.

De voortgang van de 89 maatregelen wordt wekelijks opgevolgd met een stoplichtensysteem: groen, geel, rood. “Als ik rood zie, is dat een signaal dat extra actie noodzakelijk is,” zegt Simonet. “Ik wil geen belles paroles, ik wil een ‘plan’ dat er staat en uitgevoerd wordt. Ondernemers moeten het voelen.”

NextConomy zet freelancers op de agenda

Voorafgaand aan het interview bezorgde NextConomy een eigen visienota “De vergeten 300.000” aan haar kabinet. De boodschap: er is een groeiende groep solo-zelfstandigen die noch in KMO-statistieken, noch in arbeidsmarktdata zichtbaar is. Zonder definitie, zonder kwantitatieve opvolging, zonder gerichte beleidsmaatregelen.

Die nota deed iets. Simonet erkent het probleem: “Er circuleren verschillende definities en cijfers over freelancers. Ik blijf zeggen: meten is weten”. Wellicht voor het eerst erkent een federale minister expliciet het probleem van de “onzichtbare freelancer” in Belgische beleidsdata. Minister Simonet belooft onze vraag naar een eenduidige definitie en meer monitoring “mee te nemen naar de onderhandelingen over het KMO-plan 2026”.

Maar ze pleit tegelijk voor realisme: “We zijn afhankelijk van veel externen, er is ook een IT-impact. Als iets niet realiseerbaar is, komt het niet in het plan. Als we op voorhand weten dat het een ‘rode maatregel’ wordt, dan doen we niet.”  Een KMO-plan is geen wishlist maar een uitvoeringsagenda. Alleen wat erin staat heeft politieke backing én dus haalbaarheid. Wat er niet in staat, is (nog) niet ‘groen’ genoeg. 

Onrechtmatige B2B-bedingen (M39): Oplossing voor wurgcontracten nog ver weg

Vooraf selecteerde NextConomy uit het KMO-plan de maatregelen met de grootste impact voor freelancers. Topprioriteit: maatregel 39 over onrechtmatige B2B-bedingen. De problematiek is reëel en dringend, illustreert Marleen Deleu: “Ik word regelmatig gebeld door freelancers die zeggen: ‘ik wil heel graag voor dat bedrijf werken, maar ik krijg er een wurgcontract voorgelegd. Ik moet tekenen dat ik tot twee miljoen euro aansprakelijk ben.’ Hallo!? En dit als individu, waarbij onvoldoende duidelijk omschreven is in welke situaties men daar een beroep kan doen.” Vergelijkbare klachten gaan over excessieve boetes bij annulering, betalingstermijnen tot 90 dagen, eenzijdige tariefwijzigingen, of IP-overdracht zonder vergoeding.

Het gevolg: freelancers tekenen niet, bedrijven vinden geen expertise, niemand wint er bij. De minister knikt begripvol: “Soms heeft het te maken met een slechte juridische dienst bij de opdrachtgever.”

Maar de evidente oplossing – een blacklist van verboden bedingen zoals die in B2C-relaties bestaat – is momenteel niet aan de orde. Minister Simonet laat verstaan dat ze daar stappen wil zetten maar “alle details zullen natuurlijk met de bevoegde ministers moeten afgestemd worden”.

Ze verduidelijkt verder: “We ontvangen uit meerdere hoeken diverse voorstellen. Maar of die allemaal werkelijkheid worden, hangt ook af van de impact. Ingrijpen in handelsrelaties is verregaand. Dat moet je omzichtig doen.” Eerst moeten instanties als de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de Hoge Raad voor Zelfstandigen en KMO’s, of andere advocaten en magistraten nog hun advies geven, zoals ook afgesproken is binnen de regering.

Optimalisering cashflow door maandelijkse berekening van de sociale bijdragen (M55) 

“Het Algemeen Beheerscomité (ABC), het overlegorgaan van de sociale partners stelde die maandelijkse berekening zelf voor in hun nota van 2024,” zegt Simonet. Dat is goed nieuws: het ABC duwt mee. Voor freelancers met volatiele projectinkomsten kan dit een financiële adempauze betekenen.

Tweede-kansondernemerschap na faillissement of stopzetting (M14-17)  

Bij dit pakket – delisting uit zoekmachines, nieuw KBO-nummer, hervorming NBB-gegevens – spreekt Simonet met merkbare overtuiging. “We moeten komaf maken met het stigma van het faillissement. Ik verwijs graag naar Nelson Mandela die zei: ‘ik verlies nooit, ik win of ik leer’. Die visie moeten we echt ook in België realiseren.”

“Hier loopt momenteel bilateraal overleg met het kabinet van de minister van Justitie.” zegt Simonet “Het feit dat er overleg is, wil zeggen dat het beweegt. Anders heb je geen overleg. Ze hebben inderdaad zeer veel katten te geselen op het kabinet Justitie, maar het engagement is er.” Ook Febelfin en de banken zijn betrokken om te voorkomen dat een gefailleerde ondernemer levenslang op een zwarte lijst blijft.

“Een mama is een mama, een baby is een baby. Waarom was er een discriminatie?” Eléonore Simonet

Vrouwelijk ondernemerschap (M19-28)

Bij haar persoonlijke speerpunt somt Simonet probleemloos concrete cijfers op. Nu zijn er 35,9% vrouwelijke zelfstandigen, we moeten richting 40% tegen einde legislatuur. Met banksector Febelfin werkt ze aan een V-code naar Nederlands model om de eventuele genderkloof in kredietverlening zichtbaar te maken. Banken rapporteren er anoniem over de verdeling van de bankkredieten qua geslacht. Ortwin De Vliegher, haar woordvoerder en zelf voormalig bankier, benadrukt: “Elk dossier moet altijd op zijn merites beoordeeld worden, los van het geslacht. Maar door met die V-code te meten gaan we wel de eventuele problemen en trends kunnen zien.”

Het moederschapsverlof stijgt van 12 naar 15 weken voor zelfstandigen , een gelijkstelling met werknemers. Een mama is een mama, een baby is een baby. Waarom was er een discriminatie?” vraagt Simonet retorisch. Ook komt er gradueel ouderschapsverlof vanaf 2028. Het wetsontwerp is in voorbereiding.

Toegang tot overheidsopdrachten (M73-77)

Hier is de ambitie groot: tegen het einde van de legislatuur moet 80% KMO-deelname en 60% van de winnende bedrijven KMO’s zijn. Concrete maatregelen: recht op (administratieve) fouten (geen afwijzing meer voor een vergeten handtekening), typeclausules voor KMO-vriendelijke lastenboeken en de kwalitatieve criteria zwaarder laten wegen dan de prijs. Een meldpunt voor oneerlijke praktijken? “Te vroeg om daar uitspraken over te doen,” aldus het kabinet.

AI als dreiging voor freelancers

Marleen Deleu waarschuwt tussendoor voor een nieuwe uitdaging: “Freelancers zijn een soort kanarie in de koolmijn wat de AI-impact aangaat. Er zijn steeds minder opdrachten, zeker voor generieke profielen.” Minister Simonet erkent: “De wereld van het werk gaat veranderen,” maar wijst er ook op dat we de AI-trein niet mogen missen. Daarom staan er in het KMO-plan ook maatregel rond  ‘AI sandboxes’ (M5: experimenteerruimtes voor KMO’s) en CyberScan voor cyberveiligheid. Concrete maatregelen om de AI-impact op ondermeer freelancers op te vangen zijn nog niet aan de orde: we zijn nog maar aan het begin van de ‘revolutie’.

“Het feit dat er overleg is wil zeggen dat het beweegt. Anders heb je geen overleg.” 

Afronding

Het gesprek met minister Simonet levert een gemengd beeld op. Aan de ene kant zien we een oprechte en geïnteresseerde gedrevenheid, hier en daar concrete vooruitgang op deeldossiers en bovendien een open houding richting freelancers en hun vertegenwoordigers. Aan de andere kant: complexe uitdagingen, een transversale aanpak waar veel ministers maatregelen moeten nemen binnen hun respectievelijke bevoegdheden  en heel wat maatregelen die nog een ‘evaluatie’ of een ‘advies’ moeten krijgen. En ons fundamenteel probleem blijft voorlopig onopgelost: de freelancers blijven statistisch onzichtbaar, waardoor gericht beleid moeilijk blijft. Maar misschien biedt KMO-Plan 2026 soelaas.

Minister Eléonore Simonet heeft er aandachtig nota van genomen dat het snel groeiende freelancing meer structurele aandacht van het politiek beleid verdient. Meer nog, eind oktober wanneer de minister haar beleidsverklaring in de commissie Economie en Sociale Zaken aflegt, zijn we welkom voor een opvolgingsgesprek op haar kabinet.

“Meer kansen en minder obstakels voor onze freelancers, ondernemers en KMO’s,” vat Simonet haar beleidsintenties passend samen. Die belofte nemen we graag mee.

Lees ook 

Geplaatst in Arbeidsmarkt & politiek | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Minister Simonet erkent ‘onzichtbare freelancer’ maar harde deadlines blijven uit

De stille tsunami: waarom jouw HR-strategie nog niet klaar is voor wat er al gaande is

Onlangs was ik te gast op het HR Excellence Award Gala. Veertigtal categorieën, een zaal vol gedreven professionals, en cases van een aantal van de meest herkenbare namen in het Belgische bedrijfsleven: de Big Four, enkele grote gerenommeerde bedrijven, toonaangevende executive search bureaus, interim- en HR-dienstverleners. De energie was oprecht goed.

Op de terugweg bleef één observatie hangen. Elke winnende case vierde people-first denken, teamwerk en de menselijke inzet achter transformatie. Volkomen terecht. Maar geen enkele case op het podium raakte de meest bepalende uitdaging van dit moment: hoe AI nu al de spelregels van kenniswerk herschrijft, en wat dat betekent voor elke HR-functie in die zaal.

Die kloof tussen wat gevierd werd en wat er buiten die zaal speelt, liet me niet los. Want buiten dat gala ontvouwt zich een heel ander verhaal.

Geen enkele case op het podium raakte de meest bepalende uitdaging van dit moment: hoe AI nu al de spelregels van kenniswerk herschrijft, en wat dat betekent voor elke HR-functie in die zaal.

Het Anthropic-signaal dat je serieus moet nemen

Het recente economische impactrapport van Anthropic brengt AI-blootstelling per beroepscategorie in kaart. Management, Business en Finance, Legal, Computer en Wiskunde, Architectuur en Engineering: allemaal boven 0,8 op theoretische AI-capaciteit. Het geobserveerde gebruik vandaag ligt ver onder dat plafond.

Die kloof tussen theoretische capaciteit en effectief gebruik is geen geruststelling. Het is een startbaan die dichterbij komt.  En de sluitingssnelheid wordt bepaald door tools zoals Claude Code, waarmee een niet-technische medewerker vandaag al workflows beheert die vroeger een heel team vereisten. 

Drie spanningen die niemand hardop wil benoemen

De spanningen op tafel zijn:

  1. Shadow IT is terug, groter dan ooit. Een gemotiveerde HR-medewerker met Microsoft Copilot en Power Automate kan onboarding-flows automatiseren voordat IT het project heeft opgezet. Dat is geen innovatie. Dat is ongekend risico dat stil accumuleert in elke afdeling.  
  2. Functiearchitecturen zijn verouderd. Functieprofielen geschreven voor uitvoering door mensen alleen, houden geen rekening met AI-agents als dagelijkse collega’s. Rolontwerp, grading en verloning vragen een structurele herziening, geen cosmetische opknapbeurt. 
  3. Angst is een slechte motivator. Populistische voorspellingen dat alle jobs verdwijnen creëren verlamming, geen paraatheid. Mensen veranderen gedrag wanneer ze mogelijkheden zien. Het adoptiewerk dat organisaties nu moeten doen, vraagt het omgekeerde van paniek.

Ondertussen verkleinen veel organisaties stilletjes hun flexibele schil ten voordele van vaste contracten, met stabiliteit als argument. Ik begrijp de logica onder EBITDA-druk. Maar organisatorische wendbaarheid komt niet van contractpermanentie. Ze komt van skill-liquiditeit en een workforce-architectuur die is ontworpen voor verandering, niet geoptimaliseerd voor de payroll van drie jaar geleden.

Het resultaat is een paradox: transactioneel werk automatiseren terwijl je tegelijkertijd de flexibele capaciteit afbouwt die je nodig hebt om de mensen die door die automatisering geraakt worden, op te vangen en te heroriënteren.

Organisatorische wendbaarheid komt niet van contractpermanentie. Ze komt van skill-liquiditeit en een workforce-architectuur die is ontworpen voor verandering.

Wat dit vraagt van HR- en technologieleiderschap

De CHRO- en CIO-agenda voor de komende 18 maanden gaat niet over de keuze van de juiste AI-vendor. Ze gaat over het bouwen van de organisatorische infrastructuur om verandering op te vangen aan het tempo dat AI-ontwikkeling dicteert, niet aan het tempo van de volgende jaarplanning.

Dat betekent gecontroleerde experimenten: gestructureerde agile initiatieven waarbij HR, IT en operations samen AI-pilots draaien, met heldere data governance, duidelijke succescriteria en afgesproken escalatiepaden. Geen shadow IT vrijheid-blijheid.

Het betekent workforce-architectuur herdenken: welke rollen worden geaugmenteerd, welke moeten van nul hertekend worden omdat de taakinvulling niet meer lijkt op wat een mens alleen zou moeten doen. En het betekent eerlijk zijn met mensen. Niet catastrofistisch, maar ook niet vals geruststellend.

De medewerkers die floreren in een AI-ondersteunde organisatie zijn niet noodzakelijk de meest technisch vaardigen.  Het zijn de meest adaptieve, de meest klantgerichte, en degenen die het best kunnen samenwerken met systemen die in heel praktische zin hun collega’s worden. Die populatie identificeren en ontwikkelen is een HR-uitdaging, geen IT-vraagstuk.

De medewerkers die floreren in een AI-ondersteunde organisatie zijn niet noodzakelijk de meest technisch vaardigen.

De opportuniteit in de kloof

Elke disruptie in de geschiedenis creëerde nieuwe rollen naast de rollen die ze elimineerde. De transitieperiode is pijnlijk, en die pijn wegwuiven met ‘op termijn komt het goed’ helpt niemand. 

Maar de organisaties die de komende 12 tot 18 maanden gebruiken om governance-frameworks te bouwen, proactief bij te scholen en operating modellen gecontroleerd te hertekenen, bouwen een structureel voordeel op dat in de tijd versterkt.

Best-of-breed applicatiestrategieën, datakwaliteit als echte onderscheidende factor, en een transversaal operating model dat mensen, processen, tooling en doelarchitectuur verbindt: dat is het gesprek dat op de boardagenda hoort. Niet als technologieproject. Als een organisatie transformatie-programma met HR in het centrum.

Het gala was een viering van wat HR al heeft bereikt. Het volgende hoofdstuk bepaalt of HR zal leiden wat nu komt, of er zelf door hertekend wordt.

Lees ook

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De stille tsunami: waarom jouw HR-strategie nog niet klaar is voor wat er al gaande is

Hays Talent Talks 2026: Een dag die de toekomst van talentbeheer scherper stelde dan ooit

Op 26 februari 2026 bracht Hays in Hotel Van der Valk Mechelen een select gezelschap van HR-beslissers, bestuurders en talentstrategen samen voor de allereerste editie van Hays Talent Talks. Het doel was helder: een dag creëren waarop inzichten, dialoog en toekomstperspectief samenkomen, en waar leiders zich kunnen wapenen voor wat onmiskenbaar een nieuw tijdperk van werk wordt.

Van geopolitieke verschuivingen tot AI-acceleratie, van paradoxen op de arbeidsmarkt tot de vraag hoe we talent opnieuw centraal zetten: Talent Talks 2026 was geen conferentie, maar een wake-up call. De wereld verandert sneller dan organisaties kunnen volgen en toch is dit hét moment om vooruit te schakelen.

Wat de sprekers écht hebben gezegd (en waarom het ertoe doet)

Hamid Hajjab – Insights Session: de K-economie

Hamid, Enterprise Solutions director bij Hays, schetste hoe we vandaag in een uitgesproken K-economie leven: sommige sectoren groeien sneller dan ooit, terwijl andere structureel onder druk staan. Dat zorgt voor een arbeidsmarkt waarin kansen en beperkingen naast elkaar bestaan, en waar organisaties alleen vooruitkomen als ze heel goed begrijpen in welke realiteit ze zelf opereren.

 Bedrijven moeten weten in welke realiteit ze spelen: groei, stabiliteit of krimp. Als je daar niet bewust mee omgaat, gaat het per definitie fout.

Volgens Hamid begint alles bij bewustzijn. Dat inzicht bepaalt welke talentstrategie werkt, maar ook welke valkuilen je moet herkennen. Want in een K-economie zijn paradoxen overal aanwezig: werknemers verwachten autonomie, terwijl bedrijven vooral wendbaarheid nodig hebben; starters willen binnenkomen, terwijl bedrijven hen niet aannemen; en AI belooft efficiëntie, maar vergroot tegelijk de druk en onzekerheid.

Jo Caudron – Keynote: F//ck The System

Jo bracht als externe strateeg een gloednieuwe keynote, gebaseerd op zijn recente boek: “F//ck The System en andere slechte ideeën voor de toekomst”. Hij fileerde de vaak gehoorde stelling dat Europa uitgeblust is: technologisch irrelevant, vastgeroest in regelgeving en afhankelijk van de VS. Volgens Jo is dat beeldmisleidend.

Jo zoomde in op de geopolitieke realiteit waarmee Europa vandaag geconfronteerd wordt. Volgens hem wordt de impact van geopolitieke verschuivingen: van Trumps beleid tot de wereldwijde herpositionering van economische macht, nog altijd zwaar onderschat. Terwijl we wel urgentie voelen rond AI, blijft diezelfde alertheid uit in andere domeinen die minstens even bepalend zijn voor onze toekomst.

Europa is niet zwak. Europa staat op een kruispunt. En wie de komende tien jaar durft kiezen, zal mee bepalen hoe de wereld er in 2040 uitziet.

Hij benadrukte dat Europa volwassen moet worden: minder afhankelijk, meer zelfredzaam en beter in staat om verder te kijken dan de waan van de dag. Dat vraagt kritisch denkvermogen, het volgen van internationale gebeurtenissen én het durven interpreteren van hun langetermijngevolgen. Wie daar dieper in wil duiken, vindt in zijn nieuwste boek een helder kompas. Maar zijn boodschap bleef dezelfde: dit gaat niet vanzelf voorbij, het vraagt bewuste actie van bedrijven én individuen.

Panelgesprek: Talentstrategieën voor 2026

Het panelgesprek met Hamid Hajjab, Paul Verschueren en Céline Zintz, onder leiding van Jo Caudron, bracht drie complementaire perspectieven samen op één centrale vraag: wat kunnen bedrijven vandaag doen om hun positie te versterken?

Céline, Manager HR Business Partner bij Verisure, was daarin bijzonder helder: organisaties moeten opnieuw het heft in eigen handen nemen en bewust vormgeven aan hun workforce. Dat betekent nagaan welk talent ze al in huis hebben, welke skills ze in de toekomst nodig zullen hebben en vooral: durven luisteren naar wat kandidaten én medewerkers nodig hebben. Volgens haar ligt precies daar de grootste kloof vandaag. Investeren in het behouden van je beste mensen vraagt meer dan hen in een rol duwen die past bij jouw noden. Het vraagt dat je actief bouwt aan een sterke ervaring, zodat talent kan blijven groeien en zich kan aanpassen.

Paul vulde dat aan met een scherpere waarschuwing: er heerst nog altijd te weinig urgentiebesef, op verschillende niveaus in onze samenleving én in bedrijven. Nieuwe technologieën ontwikkelen exponentieel snel, terwijl organisaties vaak slechts lineair meestijgen en zelfs dan wordt het moeilijk om bij te blijven. Wie de realiteit van die versnelling niet onder ogen ziet, loopt achterstand op nog vóór hij het doorheeft. Het panel kwam zo tot één duidelijk inzicht: wie vooruit wil, moet bewust zijn van wat er verandert, durven anticiperen en vandaag al kiezen voor actie.

Paul Verschueren – Technologie en een Europees momentum

Volgens Paul, Regional Director Flanders bij Federgon, bevinden we ons vandaag op een kantelpunt waar organisaties die niet bewust op zoek gaan naar een nieuwe top, zakken vroeg of laat weg in het dal. Maar dat hoeft absoluut geen slecht vooruitzicht te zijn. Integendeel, wie de urgentie van deze evolutie inziet, krijgt net de kans om sterker vooruit te gaan. Door technologie en AI te zien als hulpmiddelen die mensen versterken, door medewerkers te helpen die tools écht te adopteren en door als Europa opnieuw positie te durven claimen, kunnen we die nieuwe top actief vormgeven. Er beweegt onder de radar al veel dat ons momentum geeft, en volgens Paul ligt precies daar het positieve verhaal: wie nu bewust kiest, blijft niet alleen relevant, maar kan mee bepalen waar Europa, en zijn eigen organisatie, morgen staat. 

Wat mensen hebben gemist als ze er niet bij waren?

Voor wie niet aanwezig kon zijn, miste een dag waarin de paradoxen van onze arbeidsmarkt ongewoon scherp werden benoemd, en urgentie gekweekt werd voor onze toekomst. Maar hier vooral aangezet worden tot actie, niet paniek.

Hamid vatte het mooi samen:

De wereld van morgen ziet er anders uit. Niet misschien. Per definitie. En als je niet bewust kiest hoe je daarop reageert, kies je eigenlijk ook… maar dan fout.

Conclusie: Talent Talks 2026 was niet alleen een event, maar een startpunt

Wat deze dag duidelijk maakte, is dat organisaties:

  • technologie moeten omarmen met de mens als middelpunt
  • geopolitieke en technologische veranderingen ernstig moeten nemen
  • leiderschap moeten herdenken
  • talent strategisch moeten inzetten én koesteren

Lees ook :

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Hays Talent Talks 2026: Een dag die de toekomst van talentbeheer scherper stelde dan ooit