Minister Simonet erkent ‘onzichtbare freelancer’ maar harde deadlines blijven uit
NextConomy ging in gesprek met Eléonore Simonet, minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s en haar Nederlandstalige woordvoerder Ortwin De Vliegher. We wilden toetsen of de 840.000 solo-zelfstandigen in België – waarvan naar schatting 300.000 ‘statistisch onzichtbare’ freelancers – wel degelijk mee zijn bedoeld in haar recente KMO-plan. Volgens onze eigen selectie zijn 56 van de 89 genummerde maatregelen relevant voor freelancers, maar freelancers worden niet één keer woordelijk vermeld in het plan.
“Ze zijn absoluut niet vergeten, de freelancers. Ze maken deel uit van de 1,2 miljoen zelfstandigen en zitten mee in de aandacht van deze regering.” Zo opende minister Eléonore Simonet (MR, Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s) ons gesprek over haar KMO-plan 2025.
Dat is een ambitieuze inventaris van allerlei voorstellen, primair gericht op klassiek ondernemerschap (start-ups, scale-ups, traditionele KMO’s). Het zet sterk in op doelen als administratieve en fiscale vereenvoudiging, een verhoogde competitiviteit, een betere toegang tot financiering, tweede-kansondersnemerschap. De inleiding van het plan eindigt met een stelling die iedereen kan onderschrijven: “Economische uitmuntendheid vloeit voort uit het werk, de innovatie en de vastberadenheid van onze ondernemers. De rol van de overheid bestaat erin de optimale omstandigheden te creëren opdat dit werk zijn vruchten afwerpt en deze innovatie haar markt vindt.”
Politiek momentum
Het KMO-plan kwam er niet toevallig. Het regeerakkoord van de Arizona-coalitie schreef het expliciet voor. De minister benadrukt meermaals het “momentum” van deze legislatuur: voor het eerst in jaren hebben minister van Werk (David Clarinval) en minister van KMO’s (Simonet) dezelfde partijkleur. “In de vorige legislatuur waren de contacten tussen PS-minister Dermagne (werk) en MR-minister Clarinval (middenstand) niet zo vloeiend,” zegt ze diplomatisch.
Dat momentum vertaalt zich in concrete samenwerking. Zo werd in juni 2025 al een protocol afgesloten met de horecasector om onrechtmatige bedingen in contracten tussen brouwers en caféhouders aan te pakken, iets wat “onder de vorige legislatuur niet lukte omdat de federaties er niet uitkwamen.”
“Ik wil geen belles paroles, ik wil een ‘plan’ dat uitgevoerd wordt. Ondernemers moeten het voelen.” Eléonore Simonet
Het KMO-plan werd unaniem goedgekeurd op 23 december 2025 in de Ministerraad na maandenlang interkabinettenwerk. Dat is Simonets sterkste argument. Maar het momentum kent ook zijn schaduwkant: complexiteit. Het plan doet een beroep op bevoegdheden van maar liefst dertien verschillende ministers. Om de uitvoering te coördineren is er een “double governance” opgezet: op administratief niveau met DG KMO-beleid (FOD Economie) en op politiek niveau met een coördinator binnen haar kabinet.
De voortgang van de 89 maatregelen wordt wekelijks opgevolgd met een stoplichtensysteem: groen, geel, rood. “Als ik rood zie, is dat een signaal dat extra actie noodzakelijk is,” zegt Simonet. “Ik wil geen belles paroles, ik wil een ‘plan’ dat er staat en uitgevoerd wordt. Ondernemers moeten het voelen.”
NextConomy zet freelancers op de agenda
Voorafgaand aan het interview bezorgde NextConomy een eigen visienota “De vergeten 300.000” aan haar kabinet. De boodschap: er is een groeiende groep solo-zelfstandigen die noch in KMO-statistieken, noch in arbeidsmarktdata zichtbaar is. Zonder definitie, zonder kwantitatieve opvolging, zonder gerichte beleidsmaatregelen.
Die nota deed iets. Simonet erkent het probleem: “Er circuleren verschillende definities en cijfers over freelancers. Ik blijf zeggen: meten is weten”. Wellicht voor het eerst erkent een federale minister expliciet het probleem van de “onzichtbare freelancer” in Belgische beleidsdata. Minister Simonet belooft onze vraag naar een eenduidige definitie en meer monitoring “mee te nemen naar de onderhandelingen over het KMO-plan 2026”.
Maar ze pleit tegelijk voor realisme: “We zijn afhankelijk van veel externen, er is ook een IT-impact. Als iets niet realiseerbaar is, komt het niet in het plan. Als we op voorhand weten dat het een ‘rode maatregel’ wordt, dan doen we niet.” Een KMO-plan is geen wishlist maar een uitvoeringsagenda. Alleen wat erin staat heeft politieke backing én dus haalbaarheid. Wat er niet in staat, is (nog) niet ‘groen’ genoeg.
Onrechtmatige B2B-bedingen (M39): Oplossing voor wurgcontracten nog ver weg
Vooraf selecteerde NextConomy uit het KMO-plan de maatregelen met de grootste impact voor freelancers. Topprioriteit: maatregel 39 over onrechtmatige B2B-bedingen. De problematiek is reëel en dringend, illustreert Marleen Deleu: “Ik word regelmatig gebeld door freelancers die zeggen: ‘ik wil heel graag voor dat bedrijf werken, maar ik krijg er een wurgcontract voorgelegd. Ik moet tekenen dat ik tot twee miljoen euro aansprakelijk ben.’ Hallo!? En dit als individu, waarbij onvoldoende duidelijk omschreven is in welke situaties men daar een beroep kan doen.” Vergelijkbare klachten gaan over excessieve boetes bij annulering, betalingstermijnen tot 90 dagen, eenzijdige tariefwijzigingen, of IP-overdracht zonder vergoeding.
Het gevolg: freelancers tekenen niet, bedrijven vinden geen expertise, niemand wint er bij. De minister knikt begripvol: “Soms heeft het te maken met een slechte juridische dienst bij de opdrachtgever.”
Maar de evidente oplossing – een blacklist van verboden bedingen zoals die in B2C-relaties bestaat – is momenteel niet aan de orde. Minister Simonet laat verstaan dat ze daar stappen wil zetten maar “alle details zullen natuurlijk met de bevoegde ministers moeten afgestemd worden”.
Ze verduidelijkt verder: “We ontvangen uit meerdere hoeken diverse voorstellen. Maar of die allemaal werkelijkheid worden, hangt ook af van de impact. Ingrijpen in handelsrelaties is verregaand. Dat moet je omzichtig doen.” Eerst moeten instanties als de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de Hoge Raad voor Zelfstandigen en KMO’s, of andere advocaten en magistraten nog hun advies geven, zoals ook afgesproken is binnen de regering.
Optimalisering cashflow door maandelijkse berekening van de sociale bijdragen (M55)
“Het Algemeen Beheerscomité (ABC), het overlegorgaan van de sociale partners stelde die maandelijkse berekening zelf voor in hun nota van 2024,” zegt Simonet. Dat is goed nieuws: het ABC duwt mee. Voor freelancers met volatiele projectinkomsten kan dit een financiële adempauze betekenen.
Tweede-kansondernemerschap na faillissement of stopzetting (M14-17)
Bij dit pakket – delisting uit zoekmachines, nieuw KBO-nummer, hervorming NBB-gegevens – spreekt Simonet met merkbare overtuiging. “We moeten komaf maken met het stigma van het faillissement. Ik verwijs graag naar Nelson Mandela die zei: ‘ik verlies nooit, ik win of ik leer’. Die visie moeten we echt ook in België realiseren.”
“Hier loopt momenteel bilateraal overleg met het kabinet van de minister van Justitie.” zegt Simonet “Het feit dat er overleg is, wil zeggen dat het beweegt. Anders heb je geen overleg. Ze hebben inderdaad zeer veel katten te geselen op het kabinet Justitie, maar het engagement is er.” Ook Febelfin en de banken zijn betrokken om te voorkomen dat een gefailleerde ondernemer levenslang op een zwarte lijst blijft.
“Een mama is een mama, een baby is een baby. Waarom was er een discriminatie?” Eléonore Simonet
Vrouwelijk ondernemerschap (M19-28)
Bij haar persoonlijke speerpunt somt Simonet probleemloos concrete cijfers op. Nu zijn er 35,9% vrouwelijke zelfstandigen, we moeten richting 40% tegen einde legislatuur. Met banksector Febelfin werkt ze aan een V-code naar Nederlands model om de eventuele genderkloof in kredietverlening zichtbaar te maken. Banken rapporteren er anoniem over de verdeling van de bankkredieten qua geslacht. Ortwin De Vliegher, haar woordvoerder en zelf voormalig bankier, benadrukt: “Elk dossier moet altijd op zijn merites beoordeeld worden, los van het geslacht. Maar door met die V-code te meten gaan we wel de eventuele problemen en trends kunnen zien.”
Het moederschapsverlof stijgt van 12 naar 15 weken voor zelfstandigen , een gelijkstelling met werknemers. Een mama is een mama, een baby is een baby. Waarom was er een discriminatie?” vraagt Simonet retorisch. Ook komt er gradueel ouderschapsverlof vanaf 2028. Het wetsontwerp is in voorbereiding.
Toegang tot overheidsopdrachten (M73-77)
Hier is de ambitie groot: tegen het einde van de legislatuur moet 80% KMO-deelname en 60% van de winnende bedrijven KMO’s zijn. Concrete maatregelen: recht op (administratieve) fouten (geen afwijzing meer voor een vergeten handtekening), typeclausules voor KMO-vriendelijke lastenboeken en de kwalitatieve criteria zwaarder laten wegen dan de prijs. Een meldpunt voor oneerlijke praktijken? “Te vroeg om daar uitspraken over te doen,” aldus het kabinet.
AI als dreiging voor freelancers
Marleen Deleu waarschuwt tussendoor voor een nieuwe uitdaging: “Freelancers zijn een soort kanarie in de koolmijn wat de AI-impact aangaat. Er zijn steeds minder opdrachten, zeker voor generieke profielen.” Minister Simonet erkent: “De wereld van het werk gaat veranderen,” maar wijst er ook op dat we de AI-trein niet mogen missen. Daarom staan er in het KMO-plan ook maatregel rond ‘AI sandboxes’ (M5: experimenteerruimtes voor KMO’s) en CyberScan voor cyberveiligheid. Concrete maatregelen om de AI-impact op ondermeer freelancers op te vangen zijn nog niet aan de orde: we zijn nog maar aan het begin van de ‘revolutie’.
“Het feit dat er overleg is wil zeggen dat het beweegt. Anders heb je geen overleg.”
Afronding
Het gesprek met minister Simonet levert een gemengd beeld op. Aan de ene kant zien we een oprechte en geïnteresseerde gedrevenheid, hier en daar concrete vooruitgang op deeldossiers en bovendien een open houding richting freelancers en hun vertegenwoordigers. Aan de andere kant: complexe uitdagingen, een transversale aanpak waar veel ministers maatregelen moeten nemen binnen hun respectievelijke bevoegdheden en heel wat maatregelen die nog een ‘evaluatie’ of een ‘advies’ moeten krijgen. En ons fundamenteel probleem blijft voorlopig onopgelost: de freelancers blijven statistisch onzichtbaar, waardoor gericht beleid moeilijk blijft. Maar misschien biedt KMO-Plan 2026 soelaas.
Minister Eléonore Simonet heeft er aandachtig nota van genomen dat het snel groeiende freelancing meer structurele aandacht van het politiek beleid verdient. Meer nog, eind oktober wanneer de minister haar beleidsverklaring in de commissie Economie en Sociale Zaken aflegt, zijn we welkom voor een opvolgingsgesprek op haar kabinet.
“Meer kansen en minder obstakels voor onze freelancers, ondernemers en KMO’s,” vat Simonet haar beleidsintenties passend samen. Die belofte nemen we graag mee.
Lees ook
