Maandelijkse archieven: februari 2023

Digitale transitie? Ja, maar wat doen we met de taboes en verworvenheden?

Het nieuwe rapport “The Future of Work: Strategieën voor de digitale transitie” van VBO, Agoria en Deloitte was de rode draad voor een event op de hoofdzetel van het VBO.  De hoofdboodschap blijft eigenlijk al jaren onveranderd: levenslang leren is een economische noodzaak want de automatiseringsgolf veroorzaakt een shift in de aard van het werk. We moeten daarom zoveel mogelijk mensen begeleiden naar nieuwe skills en competenties.

Toenemende vraag

De transitie naar duurzame digitalisering is volop aan de gang. Zo zal de vraag naar digitale en dataprofielen ook de komende jaren sterk groeien.  Ondertussen zal de vraag naar administratieve profielen behoorlijk afnemen en zal de automatisering bovendien een ingrijpende wijziging van hun jobinhoud veroorzaken. Enerzijds verdwijnen er functies en jobinhouden, anderzijds ontstaan er vele perspectieven op nieuwe jobs. Maar voor 63% van de profielen zal minstens een professioneel toepassingsniveau van digitale geletterdheid nodig zijn tegen 2030.

Voor 63% van de profielen zal minstens een professioneel toepassingsniveau van digitale geletterdheid nodig zijn tegen 2030.

De kost van het niet-omscholen

Dit  rapport schat het aantal verdwijnende jobs – de profielen die niet meer nodig zullen zijn in 2030 – op 127.000. Evenveel werknemers hebben dus een omscholing nodig om niet in de werkloosheid terecht te komen. Die evolutie dreigt een zware kost te vormen voor de overheid.

Een warme oproep aan alle werkenden om zich actief bij te scholen om relevant te blijven in hun job ligt dan voor de hand. Meer dan ooit is nu het moment om je carrière in eigen handen te nemen!

Op hun beurt beseffen ondernemingen dat ze een belangrijke vormingsverantwoordelijkheid hebben. Velen nemen die rol al op zich: deels uit noodzaak, aangezien het steeds moeilijker wordt om mensen met de juiste kwalificaties te vinden, deels omwille van de snelle  technologische evoluties. Vorming wordt gelukkig steeds vaker beschouwd als een investering en niet als een rigide verplichting. Want door proactief en doelgericht werknemers bij of om te scholen naar meer digitale skills worden grote maatschappelijke kosten vermeden.

Omslag nodig in leercultuur

Helaas tonen statistieken van Eurostat aan dat België nog een grote verbetermarge heeft op het vlak van leercultuur: procentueel volgen bij ons veel minder werknemers bijkomende opleidingen dan het Europese gemiddelde. Zo vernamen we ook dat slechts 17% van een welbepaalde representatieve groep bereid zou zijn de eigen carrière en de eigen tewerkstelbaarheid echt aan te pakken.

Het rapport concludeert dan ook dat een collectieve drieledige inspanning vereist is:

  1. De organisatie een modern vormingsbeleid met een flexibele, adaptieve aanpak.
  2. Werknemers moeten het heft (en hun loopbaan!) in eigen handen nemen en meer anticiperen op veranderingen via de daarmee gepaard gaande vormingskansen.
  3. Bedrijven moeten meer strategieën uitwerken om al hun werknemers bij- of om te scholen. Dit is sowieso nodig om concurrentieel te kunnen blijven.

Vorming en levenslang leren vormen een cruciale sleutel in een gedegen arbeidsmarkt- en competitiviteitsbeleid.

Een nieuwe baan: Data Steward

Het rapport eindigt met een casestudy van een veelbelovende nieuwe functie in zowat alle sectoren en bij uitstek in de financiële dienstensector.   Het gaat om ‘data stewards’, een vorm van kwaliteitsbewaking van de stroom aan data.  Een grootscheepse omscholing van administratieve medewerkers in die richting zou ook andere functies en competenties in diverse sectoren kunnen inspireren.

Wat nu?

In het nogal warrige slotdebat met politici en bedrijfsverantwoordelijken werden diverse proefballonnetjes losgelaten: van het universeel basisinkomen tot het wegwerken van de werkloosheidsval. Om nog te zwijgen van de politieke stokpaardjes en interprofessionele clichés.

Eens te meer bleek dat ons onderwijssysteem, ons fiscaal systeem, ons sociale zekerheidssysteem en ons rigide arbeidsrecht echt niet meer aangepast zijn aan de nieuwe economische realiteit en de snel veranderende wereld. Die mismatch tussen vraag en aanbod en het digitaliseringsverhaal zijn met andere woorden maar twee facetten van een zeer complex probleem.

Eens te meer bleek dat ons onderwijssysteem, ons fiscaal systeem, ons sociale zekerheidssysteem en ons rigide arbeidsrecht echt niet meer aangepast zijn aan de nieuwe economische realiteit en de snel veranderende wereld.

Onze eindconclusie

De waarschuwingen zijn dus pertinent, de tactische instructies duidelijk: we moeten inderdaad werk maken van een ontwikkelcultuur en iedereen in een opwaartse beweging brengen om maximaal te vermijden dat mensen in de werkloosheid terecht komen. Natuurlijk moeten we goed inschatten welke talenten en jobs relevant worden of het blijven.

Maar die voorgestelde voluntaristische tactische oplossingen reiken o.i. niet ver genoeg. Je kan na dit rapport en debat moeilijk gewagen van een gebruiksklare “strategie voor een digitale transitie naar een toekomst met werk”.

Moeten eerst niet veel onuitgesproken taboes en verworvenheden, die de ommekeer echt bemoeilijken, op de schop? Waar wachten de werkgevers, de vakbonden en de overheid op om  eindelijk enkele heilige huisjes te slopen en een hypermodern arbeidskader te scheppen? Dat zou pas van een noodzakelijk “strategisch inzicht” getuigen.

Foto: VBO 

Lees ook: 

Geplaatst in Arbeidsmarkt & politiek | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Digitale transitie? Ja, maar wat doen we met de taboes en verworvenheden?

Wijzigingen autofiscaliteit: impact voor jouw vennootschap

Fiscale aftrekbaarheid in vennootschapsbelasting

De kostenaftrek voor bedrijfswagens kent enkele belangrijke wijzigingen afhankelijk van de aanschafdatum. Hiervoor kijken we naar de datum van de bestelbon of ondertekeningdatum van het lease- of rentingcontract.

Aanschaffing voor 1 juli 2023

De kosten van een bedrijfswagen zijn voor je vennootschap aftrekbaar volgens een zogenaamde gramformule. Deze houdt zowel rekening met de CO2-uitstoot van je wagen als het brandstoftype. Het aftrekbaar tarief wordt als volgt berekend: 120% – (0,5 x brandstofcoëfficiënt x CO2/km).

De brandstofcoëfficiënt verschilt naargelang het type wagen en bedraagt:

  • 1 voor dieselwagens;
  • 0,95 voor benzinewagens;
  • 0,90 voor auto’s op aardgas < 12 fiscale Pk.

De fiscale aftrekbaarheid wordt trouwens begrensd afhankelijk van de uitstoot van je firmawagen: met een ondergrens van 50% en een bovengrens van 100%. Uitzondering: wagens die meer dan 200 g CO2/km uitstoten, zijn maar voor 40% aftrekbaar.

Zuiver elektrische wagens zijn voor 100% aftrekbaar. Voor plug-in hybride wagens, die nog deels op brandstof rijden, gelden dan weer bijzondere regels.

Plug-in hybride personenwagen aangeschaft vanaf 1 januari 2023?

Schaf je een plug-in hybride wagen aan vanaf 1 januari 2023, dan zijn de fossiele brandstofkosten (diesel- en benzinekosten) voor maximaal 50% aftrekbaar. Deze beperking geldt niet voor de kosten van elektriciteit of LPG.

Een voorbeeld: Jan Baets is een bedrijfsleider, zijn vennootschap kocht in 2022 een nieuwe benzinewagen van 23.000 euro met een CO2-uitstoot van 100 gr/km. In 2022 kan ze deze kosten bewijzen:

  • Aankoop auto: 23.000 euro (afschrijving op 5 jaar: 4.600 per jaar)
  • Benzinekosten: 1.350 euro
  • Onderhoudskosten: 750 euro
  • Verzekeringen: 600 euro
  • Verkeersbelasting: 200 euro

Op basis van specifieke kenmerken van de auto en de gramformule bedraagt het aftrekpercentage:
120% – (0,5 x brandstofcoëfficiënt x CO2/km) = 120% – (0,5 x 0,95 x 100) = 72,50%.

Het aftrekbaar gedeelte van zijn autokosten wordt als volgt berekend:

Totaal autokosten Fiscaal aftrekbaar als werkelijke beroepskost
4.600 + 1.350 + 750 + 600 + 200 = 7.500 euro 7.500 x 72,50% = 5.437,50 euro

Verstrenging bij aanschaffing vanaf 1 juli 2023

De kostenaftrek voor personenwagens met een brandstofmotor aangeschaft vanaf 1 juli 2023, zal uitdoven. De voormelde regels blijven van toepassing t.e.m. aanslagjaar 2025, maar vanaf aanslagjaar 2026 verdwijnt de ondergrens en wordt de maximale aftrek afgebouwd:

  • in 2025: 0% tot max. 75%
  • in 2026: 0% tot max. 50%
  • in 2027: 0% tot max. 25%
  • in 2028: 0%

Voor personenwagens met een brandstofmotor aangeschaft vanaf 2026, geldt er een aftrekverbod.
Ook de kostenaftrek van zuiver elektrische personenwagens daalt vanaf 2027 naargelang het jaar van aanschaffing.

Pick-up aangeschaft vanaf 1 januari 2023?

Een pick-up aangeschaft vanaf 1 januari 2023 wordt voor de belasting in verkeerstelling en verkeersbelasting beschouwd als een personenwagen indien de wagen staat ingeschreven op naam van een particulier. Staat de pick-up ingeschreven op naam van een belastingplichtige met KBO-nummer, dan is dit wel een lichte vrachtwagen.

Btw-aftrek

De btw op de auto- en brandstofkosten bij een kosteloze terbeschikkingstelling zijn aftrekbaar op basis van het werkelijk beroepsmatig gebruik, met een maximum van 50%:

≥ 50% beroepsmatige kilometers 50% btw-aftrek
< 50% beroepsmatige kilometers btw-aftrek volgens beroepsgebruik

Er zijn drie methoden om bij gemengd gebruik het privégebruik en het beroepsgebruik te bepalen:

  • Methode 1 ‘rittenadministratie’ of ‘werkelijk professioneel gebruik’;
  • Methode 2 ‘semi-forfaitair’: het beroepsgebruik wordt berekend op basis van een specifieke formule die door de FOD Financiën werd uitgewerkt;
  • Methode 3 ‘forfaitair’: het beroepsgebruik wordt forfaitair vastgesteld op 35%.

Voordelen alle aard voor bedrijfswagens

Je vennootschap kan je een bedrijfswagen ter beschikking stellen. Als je hiermee ook privé-verplaatsingen (zuivere privé-verplaatsingen en woon-werkverplaatsingen) doet, wordt een voordeel alle aard aangerekend.

Dit voordeel wordt forfaitair bepaald op basis van onder meer de aankoopwaarde van de wagen in nieuwe staat en de CO2-uitstoot. Op dit voordeel word je privé belast, tenzij je dit voordeel geheel of gedeeltelijk terugbetaalt aan je vennootschap. Dan is er namelijk een eigen bijdrage die je voordeel weer vermindert of tot nul herleidt.

Je vennootschap moet ook altijd – vóór de aftrek van eventuele eigen bijdragen – een percentage belastingen op je voordeel alle aard betalen: 40% ervan als jouw vennootschap de privé brandstofkost volledig of gedeeltelijk draagt, 17% als je die kosten uit eigen zak betaalt.

Bij voordelen alle aard voor de bedrijfswagens is de btw aftrekbaar volgens het werkelijk gebruik bij een gratis terbeschikkingstelling, er is dus geen btw op voordelen alle aard van toepassing. Bij de terbeschikkingstelling van een wagen tegen vergoeding is de btw volledig aftrekbaar (dus 50% aftrekbaar) met een maatstaf van heffing gelijk aan de ‘normale waarde’. Indien het beroepsgebruik meer is dan 50%, dan moet je geen ‘normale waarde’ berekenen.

Kilometervergoeding

Een andere optie is dat de vennootschap je vergoedt voor je professionele verplaatsingen gedaan met je eigen wagen. Deze laatste maak je eigenlijk voor rekening van je vennootschap en zijn dus ’kosten eigen aan de vennootschap’. Hierdoor is de ontvangen kilometervergoeding voor jou niet belastbaar. De terugbetaling is gebaseerd op het werkelijke bedrag of op forfaitaire basis. Uitgangspunt is het tarief toegekend aan het overheidspersoneel:

  • 1 juli 2021 t.e.m. 28 februari 2022: 0,3707 euro/km;
  • 1 maart 2022 t.e.m. 30 juni 2022: 0,402 euro/km;
  • 1 juli 2022 t.e.m. 30 september 2022: 0,4170 euro/km; en
  • 1 oktober 2022 t.e.m. 31 december 2022: 0,4201 euro/km.

Keren we terug naar ons voorbeeld. In 2022 doet bedrijfsleider Jan Baets 12.000 km zuivere beroepsverplaatsingen met zijn privéwagen voor zijn vennootschap. Je mag hiervoor een forfaitaire terugbetaling vragen als een ‘kost eigen aan de vennootschap’. Voorwaarde is wel dat de vergoeding niet meer bedraagt dan de voormelde kilometervergoedingen.

Opgelet!

Krijg je een vergoeding van jouw vennootschap voor privé- of woon-werk-verplaatsingen, dan is dat bedrag wel belastbaar.

Bron: Wijzigingen autofiscaliteit: impact voor jouw vennootschap

Lees ook :

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Wijzigingen autofiscaliteit: impact voor jouw vennootschap

Strategisch Personeelsbeheer – alleen maar voordelen

Het onderzoek

In de herfst van 2022 voerden MIT Sloan Management Review en Deloitte hun derde jaarlijkse wereldwijde onderzoek naar de toekomst van het personeelsbestand uit. Meer dan 3.700 managers en leiders uit de hele wereld gaven aan hoe hun organisaties het beheer van hun personeelsbestand aanpakken.

Het onderzoeksteam verdeelde deze respondenten in drie volwassenheidscategorieën op basis van hun antwoorden op vragen over hoe zij hun personeelsbestand definiëren, de mate waarin zij hun personeelsbestand op een holistische manier beheren en de mate waarin zij zich voorbereid voelen om een personeelsbestand te beheren dat bestaat uit een mix van interne en externe werkkrachten.

12% van de deelnemers beheert hun bestand werkenden op een holistische manier en voelt zich voorbereid om een personeelsbestand te beheren dat bestaat uit een mix van interne en externe werkkrachten.

De resulterende orkestratie-index voor het ecosysteem van het personeel bestaat uit intentionele orkestratoren (12% van alle respondenten), gedeeltelijke orkestratoren (74%) en niet-orkestratoren (14%).

Deze index biedt een model voor leiders in alle sectoren en regio’s om na te denken over de beste manier om werkkrachten te plannen, in dienst te nemen, te controleren en te houden om de productiviteit, de strategische afstemming en de tevredenheid van de werkkrachten te optimaliseren.

Strategisch Workforce Management levert over de hele lijn voordelen op

De onderzoekers stelden vast dat de 12% deelnemende organisaties die succesvol pionieren met een hr-beleid voor het volledige ecosysteem werkenden aantoonbaar beter scoren op 8 domeinen:

  1. Ze slagen er in hun bestand met werkkrachten beter af te stemmen op hun strategische doelstellingen als organisatie
  2. Ze hebben een optimale verdeling van het werk tussen eigen medewerkers en ingehuurd talent
  3. De instroom van talent voor kritische rollen verloopt vlotter
  4. Ingehuurd talent past beter bij de cultuur van de organisatie
  5. Het totale bestand met werkenden wordt multidisciplinair beheerd
  6. Prestaties van alle werkenden worden opgevolgd, niet alleen van zij die op de loonlijst staan
  7. Werkenden worden ingezet en beheerd om maximaal bij te dragen aan het succes van de organisatie
  8. Technologie ondersteunt het beheer en de optimalisatie van het ecosysteem met werkkrachten

Bron: MIT Sloan

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Strategisch Personeelsbeheer – alleen maar voordelen

Liquidatiereserve uitkeren: vanaf wanneer en hoe belast?

Kies je ervoor je prestaties te vergoeden via een bezoldiging of een gewoon dividend, dan word je hierop behoorlijk zwaar belast. De liquidatiereserve biedt een waardevol alternatief.

De winsten van je vennootschap kan je jaarlijks uitkeren, maar dat is fiscaal niet zo interessant. Beter is om die als ‘liquidatiereserve’ te boeken op je balans. De reserve die je in het boekjaar 2022 hebt aangelegd, mag je in 2028 voor het eerst uitkeren aan 5% belasting. Dat is een pak voordeliger dan de 30% belasting op een gewoon dividend. Anders dan de naam doet vermoeden, hoef je je vennootschap niet eerst op te doeken.

Liquidatiereserve: wat is het?

Net als bij een gewone reserve dient een liquidatiereserve als een soort van interne ‘spaarpot’ voor je kapitaal. Je kan de opgepotte gelden op elk moment aanwenden om dividenden uit te keren. Hierop word je tot tweemaal toe belast:

  • een eerste keer bij de aanleg van de liquidatiereserve: je betaalt de gewone vennootschapsbelasting + een bijzondere aanslag van 10%
  • een tweede keer bij de uitkering van de liquidatiereserve: je draagt 20% of 5% roerende voorheffing af, afhankelijk van het moment waarop je de reserve uitkeert.

Vanaf wanneer mag je de liquidatiereserve uitkeren?

De eerste winst die je als een liquidatiereserve op de balans kon boeken was die van het aanslagjaar 2015 (inkomstenjaar 2014). Heb je voor dat jaar een reserve aangelegd, dan kan je die na 5 jaar uitkeren tegen het gunsttarief van 5%. Sinds 1 januari 2020 dus als jouw boekjaar overeenstemt met het kalenderjaar.

De wachttermijn van 5 jaar start op de eerste dag die volgt op het boekjaar. De laatste dag van het boekjaar, de zogenaamde balansdatum, bepaalt dus de start van de wachttermijn. Keer je de liquidatiereserve vroeger uit, dan betaal je 20% belastingen in plaats van 5 %. Opgelet, de liquidatiereserves die uiterlijk in aanslagjaar 2017 zijn aangelegd en tijdens de wachttermijn van 5 jaar worden uitgekeerd, worden belast aan 17% roerende voorheffing.

Dit overzicht maakt het duidelijk voor aanslagjaar 2023:

Balansdatum 20% roerende voorheffing 5% roerende voorheffing Ontbinding/vereffening van de vennootschap
31 december 2022 Toekenning dividend t.e.m. 31 december 2027 Toekenning dividend vanaf 1 januari 2028 0%, zelfs als je de vennootschap ontbindt tijdens de wachttermijn van 5 jaar
31 maart 2023 Toekenning dividend t.e.m. 31 maart 2028 Toekenning dividend vanaf 1 april 2028
30 juni 2023 Toekenning dividend t.e.m. 30 juni 2028 Toekenning dividend vanaf 1 juli 2028
30 september 2023 Toekenning dividend t.e.m. 30 september 2028 Toekenning dividend vanaf 1 oktober 2028

Stemt het boekjaar van je vennootschap overeen met het kalenderjaar, dan mag je de liquidatiereserve voor 2022 uitkeren vanaf 1 januari 2028. Eindigt het boekjaar op 30 juni 2023, dan mag je de reserve pas uitkeren vanaf 1 juli 2028.

Opgelet, indien je meerdere liquidatiereserves hebt aangelegd in jouw vennootschap, dan mag je niet kiezen welke liquidatiereserve je eerst uitkeert. De uitkering moet verplicht gebeuren volgens de FIFO-methode (first in, first out).

Dubbele uitkeringstest

Sinds 1 januari 2020 is de uitkering van het dividend onderworpen aan een dubbele uitkeringstest: de balanstest en de liquiditeitstest. Kort gezegd, je mag de liquidatiereserve enkel uitkeren als:

  • de uitkering van het dividend niet tot gevolg heeft dat het netto-actief daalt onder een minimumgrens (balanstest).
  • de vennootschap haar opeisbare schulden kan blijven betalen gedurende minstens 12 maanden volgend op de uitkering (liquiditeitstest).

Beide testen zijn verplicht voor o.a. de besloten vennootschap (bv) maar niet voor de commanditaire vennootschap (CommV) en de vennootschap onder firma (vof). Welke vennootschapsvorm het best bij je zaak past kon je hier al lezen. Onze adviseurs begeleiden je graag bij de uitvoering ervan en het opmaken van de verslagen.

Liquidatiereserves uitkeren aan 0%?

Dat kan! Zelfs tijdens de wachttermijn van 5 jaar. Dan moet je je vennootschap wel definitief stopzetten door die te ontbinden en te vereffenen.

Opgelet! Als je je vennootschap ontbindt louter om de liquidatiereserves uit te keren aan 0% en vervolgens richt je een nieuwe vennootschap op met exact dezelfde activiteit en dezelfde personen, dan wordt dit door de fiscus beschouwd als een fiscaal misbruik. Dat kan je dus maar beter vermijden.

Bron: Liquidatiereserve uitkeren: vanaf wanneer en hoe belast?

Lees ook :

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Liquidatiereserve uitkeren: vanaf wanneer en hoe belast?

ManpowerGroup BeLux (Group) op eenzame hoogte

Over Ecovadis

EcoVadis is de meest vertrouwde duurzaamheidsrating ter wereld voor bedrijven. Ze meet de maatschappelijke prestaties van meer dan 100.000 organisaties in 175 landen aan de hand van 21 criteria, onderverdeeld in 4 categorieën: Milieu, Arbeids/HR- en Mensenrechten, Ethiek en Duurzame inkoop. De evaluatiemethode – die gebaseerd is op internationale normen voor duurzame ontwikkeling, met name die van de UN Global Compact, het Global Reporting Initiative (GRI), ILO-conventies of ISO 26000 (CSR) – meet het gevoerde beleid, de ondernomen acties en de behaalde resultaten op elk van de 21 criteria.

Manpower BELUX toonaangevend

“Aangezien het bewustzijn over de klimaatnood en maatschappelijke kwesties de laatste jaren is toegenomen, zijn we erg trots en tevreden met deze nieuwe ‘Gold’-erkenning die we op het EcoVadis-ratingplatform hebben gekregen en die ons bij de toonaangevende bedrijven op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid plaatst”, legt Sébastien Delfosse, Managing Director van ManpowerGroup BeLux, uit.

“Wij hebben onze procedures voor duurzaamheidsbeheer (ESG) versterkt om te voldoen aan de zeer strenge criteria die EcoVadis meet, maar vooral om de ambities die wij ons hebben gesteld in ons plan ‘Working To Change the World’ beter te kunnen verwezenlijken, een plan dat enthousiast wordt ondersteund door al onze teams. Nieuwe generaties verwachten iets anders van werk – vooral zinvol werk dat bijdraagt aan de verbetering van de samenleving –, en bedrijven moeten daar duidelijk en consequent op inspelen om talent aan te trekken en te behouden.”

Meer weten? Lees hier

Lees ook :

Geplaatst in Arbeidsmarkt & politiek | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor ManpowerGroup BeLux (Group) op eenzame hoogte

Bouwen aan relevantie én succes dankzij D,E&I

“België heeft absoluut een focus op diversiteit en inclusie nodig”, vangt Michèle Mees aan. Waar ze initieel dacht dat Diversity, Equity & Inclusion (D, E&I) een snelle intrede in het bedrijfsleven zou maken, zag ze dat de kar moeilijk in beweging kwam. “In 2008 was het maatschappelijke klimaat er nog niet klaar voor”. Daarom werkte zij in die beginjaren vooral in opdracht van internationale bedrijven. Die moesten alvast niet meer overtuigd worden van het belang van inclusie voor hun bedrijfsresultaten.

Maar het tij keert: sinds twee jaar merkt ze in België een kentering op, iets dat ze absoluut toejuicht.  Bewegingen als MeToo, BlackLivesMatter, en duurzaamheidsinitiatieven die steeds meer terrein winnen, zetten een en ander in beweging.

Diversiteit is mensen tellen, inclusie is mensen laten meetellen. – Michèle Mees

Michèle Mees maakt een kanttekening bij haar enthousiasme: “D,E&I wordt nog te vaak té eng bekeken.  Als een verhaal van quota. Beter is om het accent te verleggen naar inclusie.  Want dan komt er veel los in een organisatie.  Iedereen is betrokken en voelt ‘dit gaat over mij’.”

Ze gaat verder: “Diversiteit is mensen tellen, inclusie is mensen laten meetellen. Een focus op inclusie brengt diversiteit met zich mee.”


Steeds meer organisaties professionaliseren het inhuren van hun externe talenten. NextConomy brengt daarom een reeks met interviews rond het centrale thema “Women in Contingent Workforce Management’. Met deze gesprekken willen we inspireren en inzichten delen met iedereen die van ver of dichtbij betrokken is met het inhuren van externen in organisaties. In het bijzonder willen we andere vrouwen laten zien dat er boeiende loopbanen zijn in een domein dat nog relatief nieuw en onbekend is, maar dat wel toekomstgericht en van toenemend strategisch belang voor organisaties is.


Het talentenecosysteem

“Wil je als bedrijf een inclusief klimaat creëren,  maak dan geen onderscheid tussen intern en extern talent.  Talent is talent.”, geeft Michèle Mees aan.  Iedereen die iets doet in – en rond jouw organisatie is talent. “Weet hoe jouw ecosysteem van talenten is opgebouwd en sta stil bij het waarom je aan D,E&I wil werken.”, roept ze organisaties op.

Als je een inclusief klimaat wil creëren als bedrijf, dan maak je geen onderscheid tussen intern en extern talent.  Talent is talent. – Michèle Mees

Tijdelijk talent en de ‘sense of belonging’

Tijdelijk talent komt met verschillende habitats in aanraking en kan zo een organisatie inspireren door inzichten en ervaringen te delen.  Wil je dat bereiken, dan moet de organisatie  het tijdelijk talent een ‘sense of belonging’ laten voelen.

Michèle Mees geeft aan dat tijdelijk talent moet weten dat het daar thuishoor, mag zijn wie men is, gerespecteerd wordt én gewaardeerd als eigen uniek individu.

Financial performance als resultaat van een inclusief klimaat.

“De honger naar D,E&I is groot”, geeft ze aan. “Veel bedrijven starten pas en hebben grote verwachtingen.  Bovendien  is  dit nog te vaak een zaak  van HR. Inzetten op een inclusieve cultuur kan leiden tot betere financiële resultaten”, stelt Michèle Mees.  “Het is daarom belangrijk D,E&I in de hele organisatie te laten doordringen om snelheid te kunnen maken richting een diverse en inclusieve cultuur.”

Inclusion Now werkt concreet samen met klanten aan vier assen voor een inclusief klimaat.

  1. Talent
    Het gaat hier over het kunnen aantrekken en behouden van talent. Een recente studie van GoodHabitz in België leert dat 67% van de mensen die op zoek gaan naar een job het belangrijk vinden te werken voor een bedrijf dat waarde hecht aan D, E&I.  Ook blijkt uit deze studie dat heel wat bedrijven nog beter kunnen doen op het gebied van D, E&I.

Al te vaak wordt Michéle Mees ook geconfronteerd met een plug & play-mentaliteit: men zoekt een specifiek profiel, meestal sterk gelijkend op het talent dat men al heeft,  maar voorziet niet in een groeipad.  “Benut het potentieel van alle talenten en investeer meer in de ontwikkeling van alle talent”, raadt ze organisaties aan.

  1. Team performance

Michèle Mees pleit voor een diversiteit van denken bij het laten samenwerken van mensen en het nemen van beslissingen.  Het horen van elke stem bevordert de kwaliteit van beslissingen én vermindert de mogelijke risico’s omdat de beslissingen vanuit verschillende gezichtspunten worden genomen.

Een diversiteit van denken bevordert de kwaliteit van beslissingen. – Michèle Mees

  1. Innovatie

“Een open klimaat waar nieuwe prikkels, verschillende perspectieven en levenservaringen binnenkomen en verschillende stemmen klinken, brengt een botsing van ideeën met zich mee.”, aldus Michèle Mees.  Dit laat toe dat de status quo bevraagd kan worden, hetgeen het creëren van een innovatief klimaat ondersteunt.

  1. Reputatie

Jobzoekers knappen af op D,E&I-statements die puur op economische motieven gebaseerd zijn.  Een organisatie die aan ‘window dressing’ doet, wordt afgestraft vandaag.  “Wees eerlijk en duidelijk over waarom je als bedrijf D, E&I belangrijk vindt, en welke weg je hierin nog af te leggen hebt. “

Drie fasen in de beweging richting een inclusieve bedrijfscultuur

De eerste fase is een fase van compliance.  Hierbij richt het bedrijf zich op het voldoen aan wetgeving of voorschriften vanuit een hoofdkantoor.  In deze fase gaan de zaken niet echt vooruit. “In deze fase gaat het vooral om mensen tellen, en soms ook om schuiven met aantallen in excel tabellen om te voldoen aan de regelgeving. Zo gaat het niet vooruit.”, benadrukt Michèle Mees.

De tweede fase is de reactieve fase waarin een organisatie geconfronteerd wordt met problemen, bijvoorbeeld een tekort aan bepaalde profielen, en deze probeert op te lossen.  Het bewustzijn groeit.

De derde, strategische fase, is de volwassen fase.  De organisatie investeert in groei en leiderschap.  Iedereen binnen het ecosysteem heeft een rol te spelen.  In deze fase komt ook de verankering van D, E&I in het bedrijfs-DNA.

Bouwen aan succes nu én in de toekomst

“Wil je als organisatie relevant zijn in de toekomst dan moet je een representatie zijn van de maatschappij waarbinnen je opereert”, besluit Michèle Mees haar pleidooi voor een divers en inclusief organisatieklimaat.


OVER MICHÈLE MEES

Michèle Mees is co-founder van Inclusion Now. Zij is ook TEDx spreker, internationaal ambassadeur voor inclusie en auteur van “De Gebalanceerde Leider”.

Al meer dan 14 jaar ondersteunt Michèle CEO’s en managers bij het creëren van meer diversiteit en het bouwen aan een inclusieve bedrijfscultuur.

“Mijn passie hiervoor komt voort uit een sterke overtuiging dat een inclusieve bedrijfscultuur resulteert in meer betrokken medewerkers, sterkere klantenrelaties, meer innovatie, betere samenwerking en een meer duurzame economie ten dienste van mensen en onze planeet.”

Inclusion Now is een consultingbedrijf, gespecialiseerd in het bouwen van inclusieve organisaties.

Het bedrijf co-creëert oplossingen samen met klanten, gaande van analyses, over het uitwerken van de D, E&I strategie tot en met het uitrollen van globale opleidingen en train-the-trainer programma’s.

In België werkt Inclusion Now samen met sectororganisaties zoals Agoria en Febelfin, en met bedrijven in zeer uiteenlopende sectoren.


Lees ook:

Geplaatst in Women in Contingent Workforce Management | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Bouwen aan relevantie én succes dankzij D,E&I

Hoeveel vennootschapsbijdrage betaal je in 2023?

Sociale bijdragen versus jaarlijkse vennootschapsbijdrage

Als zelfstandige met een vennootschap betaal je elk kwartaal sociale bijdragen, al kan je die ook ten laste leggen van je vennootschap. Met die bijdragen bouw je als zelfstandige in hoofdberoep sociale rechten op: een pensioen, de terugbetaling van ziektekosten en een vergoeding bij ziekte of een faillissement.

Ook je vennootschap telt een bijdrage neer. Dat bedrag is eigenlijk een solidariteitsbijdrage waarmee de overheid allerlei initiatieven voor álle zelfstandigen financiert. Enkele voorbeelden: het optrekken van de kinderbijslag en hogere minimumpensioenen.

Voor wie is de jaarlijkse vennootschapsbijdrage verplicht?

Elke Belgische vennootschap met rechtspersoonlijkheid die onderworpen is aan de Belgische vennootschapsbelasting moet de jaarlijkse bijdrage ophoesten. En ook buitenlandse bedrijven die gevestigd zijn in ons land en onderworpen zijn aan de belasting van de niet-verblijfhouders betalen elk jaar een bedrag. In de praktijk is zowat elke vennootschap in België onderworpen aan de jaarlijkse vennootschapsbijdrage.

Zodra je aan die beschrijving voldoet, moet je je onderneming aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en de jaarlijkse bijdrage betalen, telkens voor 1 december. Die uiterste betaaldatum staat vast voor alle bestaande vennootschappen en nieuwe vennootschappen opgericht vóór 1 oktober. Maar wat als jij jouw vennootschap opricht na 30 september? In dat geval betaal jij je vennootschapsbijdrage voor de eerste maal uiterlijk de laatste dag van de derde maand die volgt op de oprichting van je vennootschap. Is de startdatum bijvoorbeeld 1 oktober, dan is de deadline voor de vennootschapsbijdrage uiterlijk 31 januari.

Een belangrijke nuance: als mandataris of werkend vennoot van een vennootschap ben je mee verantwoordelijk voor de betaling van de bijdrage. Als de vennootschap het bedrag niet betaalt, kan je sociaal verzekeringsfonds je hiervoor persoonlijk aanspreken.

Hoeveel bedraagt de vennootschapsbijdrage?

Dat wordt bepaald aan de hand van de jaarrekening van het voorlaatste afgesloten boekjaar. Voor het bijdragejaar 2023 is dit dus het boekjaar 2021. Dat houdt geen extra werk in: je sociaal verzekeringsfonds baseert zich op de jaarrekening die je neerlegt bij de Nationale Bank van België (NBB).

  • Lag je balanstotaal in 2021 lager dan 825.750,09 euro dan betaal je in 2023 een vennootschapsbijdrage van 384,44 euro.
  • Bedraagt het balanstotaal 750,09 euro of meer, dan rekent je sociaal verzekeringsfonds 960,26 euro aan.

Als recent gestarte vennootschap heb je uiteraard nog geen jaarrekening van het voorlaatste boekjaar. Daarom betaal je de eerste 2 jaar de lage bijdrage van 384,44 euro.

Tip

Betaal de bijdrage altijd op tijd. Want per maand vertraging verhoogt de overheid jouw vennootschapsbijdrage met 1%.

Vrijstelling? Enkel in beperkte gevallen

Op elke regel bestaat er een uitzondering. Zo kan een startende vennootschap onder strikte voorwaarden voor de eerste drie jaren een vrijstelling krijgen, net als ‘slapende’ vennootschappen.

1.    Vrijstelling als startende vennootschap

Gedurende de eerste drie jaar vanaf de oprichting is jouw startende vennootschap geen bijdrage verschuldigd:

  • wanneer jouw vennootschap een personenvennootschap is (bv. een BV of een CV)
  • die ingeschreven staat in de KBO
  • en indien jij zelf, de andere zaakvoerders én de meerderheid van de werkende vennoten die geen zaakvoerder zijn maximaal drie jaar zelfstandige waren in de tien jaar voorafgaand aan de oprichting van jouw vennootschap.

2.    Vrijstelling als slapende vennootschap

Jouw vennootschap is “slapend” als zij geen burgerlijke noch handelsactiviteiten uitoefent. Wanneer de belastingdienst bevestigt dat jouw vennootschap gedurende een bepaald kalenderjaar geen enkele activiteit voerde, kan je voor dat kalenderjaar een vrijstelling bekomen. Let wel, dergelijk attest kan je ten vroegste na dat  jaar ontvangen.

Ook vennootschappen die failliet worden verklaard, een gerechtelijke reorganisatie ondergaan of een vereffening doorstaan, kunnen voor dat jaar worden ontheven van de betaling van de vennootschapsbijdrage.

Je boekhouder vertelt of je al dan niet in aanmerking komt voor een vrijstelling.

Bron: Hoeveel vennootschapsbijdrage betaal je in 2023?

Lees ook :

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Hoeveel vennootschapsbijdrage betaal je in 2023?

Hoe AI sollicitanten helpt jou te misleiden

Chris Neddermeijer, oprichter en eigenaar van Nétive VMS, is al jaren enthousiast over wat kunstmatige intelligentie kan betekenen voor je inhuurproces. Als systeembouwer heeft het bedrijf AI dan ook ingebouwd in zijn systeem, als handige inhuuradviseur. Want op basis van data kan kunstmatige intelligentie bijvoorbeeld precies vertellen hoe je je vacature kunt aanpassen om meer kandidaten aan te trekken, of adviseren welke vaardigheden een interne kandidaat kan ontwikkelen om geschikt te zijn voor een moeilijk vervulbare vacature.

De keerzijde van AI

Maar kunstmatige intelligentie heeft ook een keerzijde. “De laatste innovaties in kunstmatige intelligentie maken me bezorgd”, stelt Neddermeijer. Hij doelt hiermee op het feit dat iedereen zich online anders voor kan doen dan hij of zij is, en zich zelfs voor kan doen als een heel ander persoon. In een tijd waarin vanuit huis werken een veel geaccepteerde werkvorm is, kan dit tot ongewenste situaties leiden.

Neddermeijer illustreert dit aan de hand van een voorbeeld. “Stel dat ik kwaad wil als freelancer en elders op een ‘niet meer inhuren lijst’ terecht ben gekomen. Maar ik wil toch weer voor bijvoorbeeld de overheid werken. Met slechts een bezoekje aan een enkele website kan je een portretfoto genereren met kunstmatige intelligentie”, vertelt Neddermeijer. Je krijgt zo gemakkelijk een echt-uitziende foto van een niet-bestaand persoon, die je kunt gebruiken voor je nep LinkedIn-profiel.

AI om je CV te genereren

Voor de inhoud van je LinkedIn-profiel kun je ook AI inzetten, aldus Neddermeijer.

‘Ik gebruik ChatGPT om een CV te genereren, waarbij ik de volgende vraag stel aan ChatGPT:

“Genereer een CV met 5 werkervaringen, 3 opleidingen, zodat ik een goede kans maak om uitgenodigd te worden voor de vacature projectmanager bij de overheid.”

De uitvoer is een geloofwaardig cv, op basis waarvan je grote kans maakt om uitgenodigd te worden voor een online videosollicitatie. Je zou denken dat dat het moment is waardoor je door de mand valt, maar ook dan kan AI je helpen, zegt Neddermeijer.

Bedriegen tijdens een videogesprek

Je kunt zeggen dat je camera het ineens niet deed tijdens het gesprek, of je gebruikt een deepfake app om jouw hoofd realtime te vervangen door het hoofd van de persoon op je profielfoto, legt Neddermeijer uit. En ook je stem kun je aanpassen. “Nadat ik de stem-AI van Microsoft de stem van mijn buurvrouw heb laten horen, ben ik helemaal klaar en praat ik met de stem van de buurvrouw. Fake beeld, fake stem….”

Niet alles is meer wat het lijkt

Volgens Neddermeijer zullen er de komende tijd op z’n minst interessante vraagstukken ontstaan op het gebied van compliance. “Want hoe ga je dit voorkomen? Wanneer kan je zoiets geloven? Ik verwacht eerlijk gezegd ook dat een tegenbeweging zal ontstaan waarmee automatisch “fakes” zullen worden gesignaleerd. Maar ook bestaande businessmodellen, waarbij face-to-face verificatie verplicht wordt. Het loont om nu alvast te beseffen dat niet alles meer is wat het lijkt. Zeker in deze tijden van schaarste op de arbeidsmarkt, zijn we kwetsbaarder en sneller geneigd om die goede kandidaat op de elektronische indruk te geloven. Blijf dus op je hoede.”

Lees ook:

Artificial Intelligence: meer efficiënte en inclusieve matching van kandidaten

Steeds betere ‘Skill-Based Hiring’ dankzij Artificial Intelligence

Artificial Intelligence als superslimme adviestool

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Hoe AI sollicitanten helpt jou te misleiden

De klantenlisting of btw-listing: jaarlijks indienen vóór 31 maart

1. Btw-listing, wat is het?

De btw- of klantenlisting is een lijst die je als bw-plichtige ondernemer jaarlijks bij de FOD Financiën moeten indienen. Op die lijst vermeld je alle Belgische btw-plichtige klanten voor wie je in het jaar voordien prestaties geleverd hebt.

2. Wat staat erin?

In een klantenlisting hoef je enkel klanten met een Belgisch btw-nummer op te nemen, en geen:

  • klanten met een buitenlands btw-nummer,
  • particulieren en vrije beroepers die enkel van btw vrijgestelde handelingen verrichten,
  • klanten aan wie je minder dan 250 euro (excl. btw) gefactureerd hebt (zelfs al hebben ze een Belgisch btw-nummer).

Ook handelingen die vrijgesteld zijn van btw (lidgelden van vzw’s, medische prestaties, de verhuur van onroerende goederen …) moet je niet in de lijst opnemen.

Opgelet, heb je buitenlandse klanten die ook een Belgisch btw-nummer hebben, dan moet je je prestaties op dit Belgisch btw-nummer wel aangeven.

3. Een speciaal geval: de nihil-listing

Heeft geen een van je klanten een Belgisch btw-nummer? Factureerde je aan al je klanten minder dan 250 euro? Of leverde je een jaar lang niets van prestaties? Ook dán is een klantenlisting verplicht, maar je mag hem wel leeg laten. We spreken dan van een ‘nihil-listing’.

Drie belangrijke kanttekeningen:

  • Val je onder de gewone btw-regeling, dan zal je boekhouder de nihil-listing aangeven in je laatste periodieke btw-aangifte van het jaar (de aangifte van december of het vierde kwartaal).
  • Val je onder de forfaitaire landbouwregeling, dan dien je nooit een gewone btw-aangifte in. In dat geval is je boekhouder wél verplicht om een lege klantenlisting naar de FOD Financiën op te sturen.
  • Geniet je van de btw-vrijstellingsregeling, ook wel de kleine ondernemingsregeling genoemd? Dan mag je de nihil-listing volledig negeren. Je hoeft helemaal niets in te dienen.

4. Wat na een stopzetting?

Zet je je activiteiten als btw-plichtige stop, dan moet je binnen de drie maanden na verlies van je btw-plicht een laatste klantenlisting indienen. Je krijgt hiervoor normaal gezien wel een brief van je btw-controle. Let op: je bent btw-plichtig totdat je btw-nummer officieel uit de KBO geschrapt is.

5. Hoe indienen?

In de praktijk heb je de keuze: ofwel doe je dit zelf, ofwel vult je boekhouder de listing in. In het eerste geval is dat al een stukje gebruiksvriendelijker dan vroeger: via de Intervat-toepassing van de FOD Financiën.

6. Vermijd boetes

De jaarlijkse deadline van de klantenlisting is 30 maart. Gebeurt dit niet, dan riskeer je een boete van 25 tot 3.000 euro. De boete wordt trapsgewijs opgelegd, afhankelijk van het aantal afnemers dat ontbreekt en de periode dat je te laat bent. Wanneer je je listing vergeet in te dienen, kost dit 3.000 euro, zelfs al gaat het om een nihil-listing.

Bron: De klantenlisting of btw-listing: jaarlijks indienen vóór 31 maart

Lees ook :

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor De klantenlisting of btw-listing: jaarlijks indienen vóór 31 maart

Het digitale tijdperk: productiviteitscircus of opportuniteit? (WEC 2023)

‘Working in a digital age’. Laten we deze open deur intrappen om de toon te zetten voor de World Employement Conference 2023 in Brussel. We hoeven het jaarlijkse co-creatie-evenement, dat meer dan 200 opinieleiders van de arbeidsmarkt bijeenbrengt, niet meer voor te stellen. Op 29 maart zal het centrale thema gaan over hoe we dit digitale tijdperk kunnen orkestreren tegenover markten die sneller lijken te bewegen dan de muziek.

Digitaal: alle vakjes aangevinkt?

Op het podium vinden we Laetitia Vitaud (the one and only). Maar waar brengt ze ons heen tijdens haar conferentie? “Ondanks het verzet tegen platforms en techbedrijven zijn we getuige van een normalisering van digitale hulpmiddelen. We praten er zelfs niet meer over, het is vanzelfsprekend geworden. Hybride werk is gemeengoed geworden. Maar standaardisatie gaat gepaard met een zekere mate van maturiteit. En we moeten toegeven dat we de obstakels voor deze standaardisatie beginnen te analyseren.

We moeten onze relatie met digitale technologie verfijnen zonder deze op te geven.

Een zaak van duurzame landbouw

Als specialist in de toekomst van werk wijst Laetita Vitaud op deze eerste uitdaging: het digitale tijdperk is synoniem met (slechte) geestelijke gezondheid, digitale vermoeidheid en een waarschijnlijk onredelijk gebruik van digitale hulpmiddelen. “Ik vergelijk de volgende stappen in deze standaardisatie graag met de methoden van duurzame landbouw. Met andere woorden, het resultaat optimaliseren door rekening te houden met de beste beschikbare elementen in plaats van een anti-allespositie in te nemen. Kortom, onze relatie met digitale technologie verfijnen zonder deze op te geven.

Terug naar het ‘putting out system’ ?

Laten we even stilstaan bij dit normaliseringsverschijnsel dat de zoektocht naar een evenwicht tussen levenswijzen hard treft. Laetita Vitaud neemt ons mee naar onze huiselijke sfeer, die vaak de primaire werkruimte is geworden. Deze centraliteit voert ons terug naar de periode vóór de industriële revolutie: het “putting out system”, een soort delokalisering waarbij de productie thuis plaatsvond. “Daar gaan we weer naartoe, want we leven steeds minder in het tempo van de industrie.

We leven nu in een tijdperk van diensten, vooral zorgverlening en informatieverwerking. Het werk moet dus opnieuw worden doordacht en georganiseerd in verhouding tot de huiselijke sfeer.” Een voorbeeld hiervan zijn de verzekeraars die nadenken over de criteria voor een goede polis ter bescherming van een werknemer die zowel thuis als op de werkvloer werkt. Of de uitdaging om de ergonomische werkplek thuis in te richten…

Zolang we de bestede tijd obsessief in de gaten houden, missen we het punt op het vlak van productiviteit.

De digitale acte de présence

Laten we het ook hebben over ons model van tijd. Volgens onze expert blijven we zelfs in het digitale tijdperk slaven van de tijd als we digitaal aanwezig willen blijven. “Sommige mensen spelen in een groot toneelstuk waar het doel is om aanwezig te zijn, zonder noodzakelijkerwijs productief te zijn. Nee, in ons economisch dienstenmodel wordt aanwezigheid op een bepaalde plaats absurd. De nieuwe maatstaf is relatie in plaats van tijd. Zolang we obsessief de bestede tijd bijhouden, missen we het punt van productiviteit.

Een ge(de)connecteerde arbeidsmarkt ?

Een terugblik op de editie 2022 van de WEC, waarin het thema ‘Connecting Worker and Employer Expectations’ centraal stond. Zijn er dingen veranderd volgens Laetitia Vitaud? “Wat 2022 kenmerkte was de angst voor een nog groter tekort. Dit vergroot logischerwijs de macht van de werknemer. Maar in werkelijkheid vrees ik dat dit niet te verifiëren is. De inflatie stijgt veel sneller dan de lonen, terwijl de vraag groter is dan het aanbod. Er is een tegenstrijdigheid, nietwaar?”. De deskundige wijst op een blokkade bij de aanwerving van talent, een markt die niet soepel is en bedrijven die te terughoudend zijn op het vlak van aanwerving.

Spoiler alert: trends voor 2023…

Nou, droom niet, we gaan u niet alles vertellen over de toespraak van Laetita Vitaud. Maar iets zegt ons dat zij het zal hebben over deze (contraproductieve) neiging om steeds over talenten te praten naar wat zij (in het verleden) hebben gedaan en niet naar wat zij zouden kunnen doen. “Wat als innovatie op de werkplek in het digitale tijdperk afkomstig zou zijn van senioren?”

(Voordat u zich inschrijft voor deze editie 2023 van de World Employement Conference, willen wij u waarschuwen dat Laetitia zo graag mensen bevraagt dat haar conferentie waarschijnlijk zal uitmonden in een gepassioneerd en uitzinnig debat. U weze gewaarschuwd.)


Facts & Figures

  • 1 datum: 29 maart 2023 in Brussel
  • 5 continenten: De World Employement Conference verwelkomt deelnemers uit Europa, de VS, Azië, Australië en Afrika.
  • + 30 sprekers: De WEC nodigt sprekers uit die deskundig zijn op hun respectieve gebieden en markten. U ontdekt de pitch van beleidsmakers, bedrijfsleiders, industriëlen en de academische wereld.
  • 200+ opinieleiders: De WEC trekt opinieleiders uit de arbeidswereld aan. De jaarlijkse bijeenkomst van een heuse gemeenschap van professionals met een gemeenschappelijk doel: ideeën uitwisselen en nieuwe contacten leggen.

Wilt u deel uitmaken van de World Employement Conference 2023?

Meld u nu aan en laten we samen de toekomst van werk (en de arbeidsmarkt) creëren.

Geplaatst in Arbeidsmarkt & politiek | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Het digitale tijdperk: productiviteitscircus of opportuniteit? (WEC 2023)