"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Hoe kijkt het VBO naar de stille (r)evolutie op de arbeidsmarkt?

Op 1 juli draagt Monica De Jonghe haar VBO-functie van directeur-generaal over aan Danny Van Assche. We leerden hem eerder goed kennen als CEO van UNIZO. Voor Marleen Deleu en NextConomy was dit een uitgelezen aanleiding voor een aangenaam dubbelinterview.

Niet alleen grote bedrijven

Als koepel van zo’n veertig sectorfederaties vertegenwoordigt het Verbond van Belgische Ondernemingen alle ondernemingen. Via zijn federaties bereikt het zowel de kleinste KMO en het familiale groeibedrijf als de beursgenoteerde groep en de grootste multinational. VBO heeft echter geen rechtstreekse leden. Daarin verschilt het fundamenteel van UNIZO, dat vooral zelfstandige ondernemers, allen eigenaars van de eigen onderneming, en recent ook freelancers verenigt. 

Danny Van Assche kan er over meepraten: “Bij mijn ronde langs de federaties lag overal de nadruk: ‘Vergeet onze KMO-leden niet’. België is het grootste KMO-land van West-Europa. Die realiteit kleurt ook onze rol.” De thema’s overlappen grotendeels met zijn vorige functie maar de invalshoek verschilt: “Bij UNIZO stond de zelfstandige Vlaamse ondernemer centraal. Hier gaat het om de federale beleidsmateries die alle ondernemingen aangaan, ongeacht wie de eigenaar is.”

Monica De Jonghe: 21 jaar sociaal overleg

Monica De Jonghe neemt na twee decennia afscheid als verantwoordelijke voor het sociaal-economisch overleg en het arbeidsmarktbeleid van het VBO. Ze doet dit met een gemengd gevoel en een onmiskenbare fierheid. De Groep van Tien leverde de voorbije jaren minder op dan gehoopt. Maar in de Nationale Arbeidsraad boekte ze wél resultaten. “Het sociaal overleg werkt,” zegt ze, “maar de perceptie dat het alleen om de Groep van Tien draait, is een misvatting.”  Ondertussen slaagde de Groep van Tien er bijvoorbeeld wel in om een alternatief voor de Centenindex aan de regering voor te stellen.

Haar loopbaan draagt één duidelijk stempel: ‘juridische expertise in functie van het beleid’. Ze sloot CAO’s af over tijdskrediet, privacy en camerabewaking, en voerde tegen de stroom in een hardnekkige strijd voor genderevenwicht in de verlofstelsels: “Mannen moeten ook worden aangespoord om tijdskrediet te gebruiken. Dat versterkt het carrièrepad van vrouwen.” Over werkgeversflexibiliteit laat ze weinig ruimte voor interpretatie. “Werknemersflexibiliteit is een individueel recht. Werkgeversflexibiliteit was jarenlang collectief overeengekomen met een vetorecht van de vakbonden op arbeidstijd. Dat vetorecht afgebouwd krijgen was een van de grote doelen van deze regeerperiode.” Zij blijft overigens nog enkele jaren actief als ‘special advisor’ van CEO Pieter Timmermans en kan zo nog enkele belangrijke dossiers blijven opvolgen. 

Sociaal overleg als democratisch engagement

Danny Van Assche omschrijft zijn nieuwe functie niet als een managementopdracht maar veeleer als een democratisch engagement: “Sociale partners zijn veel meer dan lobbyisten. Het sociaal overleg maakt deel uit van de democratische besluitvorming van dit land. Hoe meer wij overeenkomen, hoe meer wij die zaken ook zelf vorm kunnen geven.”

Zijn agenda voor de komende jaren combineert klassieke VBO-thema’s zoals arbeidsrecht, sociale zekerheid en loonoverleg met de grote maatschappelijke transities: AI op de werkvloer, internationale handelsrelaties in volle verschuiving en de groeiende roep om meer ‘corporate social responsibility’. “Boeiend genoeg om me er volledig in te smijten.”

300.000 freelancers, nul officiële statistieken

Maar Marleen Deleu wil ook de onderzoeksbevindingen van NextConomy aankaarten. België telt vandaag naar schatting 300.000 freelancers: zelfstandigen zonder personeel die hun kennis en vaardigheden verhuren aan organisaties, op tijdelijke of projectbasis. In Vlaanderen alleen groeide hun aantal met meer dan 70% tussen 2015 en 2021. Ze concentreren zich in IT, consultancy en creatieve diensten. Steeds meer mensen werken als freelancer in kritische rollen in uiteenlopende organisaties. Toch verschijnen ze nergens als een aparte groep in de officiële statistieken.

Op de directe vraag of VBO het aanvaardbaar vindt dat een groep van die grote omvang statistisch onzichtbaar blijft, kiest Danny Van Assche voor eerlijkheid boven diplomatie. “Je stelt het nogal polemisch. Onaanvaardbaar? Nee. Nuttig om meer inzicht te krijgen? Ja, uiteraard. Maar dan stoot je onmiddellijk op het fundamentele definitieprobleem. Wat is een freelancer precies? UNIZO hanteert één omschrijving, Eurostat een andere en de profielen lopen in de praktijk zo ver uiteen dat elke etikettering wringt.”

Krapte én mentaliteitsshift

De groei van het aantal freelancers kent twee verklaringen, die naast elkaar lopen. Door de krapte op de arbeidsmarkt zoeken bedrijven die geen nieuwe mensen meer vinden naar alternatieve modellen. Zeker voor KMO’s geldt: het aantrekken van tijdelijke expertise is soms de enige realistische optie. De tweede reden gaat dieper. “Er is een duidelijke mentaliteitswijziging aan de gang,” zegt Danny Van Assche. “Vroeger was de vaste benoeming in het onderwijs de grote droom. Nu willen jongeren de wereld zien, via ondernemerschap iets in eigen handen nemen.” Daarboven op komen de mensen met een senior loopbaan die bewust de stap naar freelance zetten: iemand heeft heel zijn carrière voor één bedrijf gewerkt maar wil zijn expertise nu voor zichzelf inzetten.”

Het aanbod groeit dus, en de vraag ook. Freelancers zijn voor Danny Van Assche de ‘altijd wat vergeten groep’ geweest maar daarom niet minder onmisbaar. “Een freelancer is een volbloed zelfstandige die bewust kiest voor die werkwijze.” Hij vertelt hoe hij freelancers geregeld een vast contract aanbood. Het antwoord luidde steevast: ‘neen, dank je’. Danny Van Assche wil hiermee ook komaf maken met het hardnekkig vooroordeel dat freelancers precaire jobs zouden hebben. Het tegendeel is waar.

Anderzijds wijst Monica De Jonghe op een ander fenomeen: “Vaste werknemers zitten in een goed beschermde burcht met almaar hogere muren. Mensen die er niet in geraken zoeken dus alternatieven.” Dat scherpe beeld kan ook mee verklaren waarom freelancing structureel groeit. 

Geen visie, geen eigenaarschap

Dat freelancers talrijker worden, is één zaak. Dat organisaties hen strategisch moeten beheren, is een ander paar mouwen. Wie aan een willekeurige leidinggevende vraagt hoeveel externen er voor zijn organisatie werken, krijgt zelden een volledig antwoord. In de praktijk ziet NextConomy dat het vanaf 50 medewerkers al erg diffuus wordt. Denk aan leidinggevenden op de werkvloer met ergens een boekje met telefoonnummers. Ze schakelen mensen in zonder contract, zonder tariefonderhandeling. GDPR, IP-rechten, welzijn op het werk: de risico’s stapelen zich ongemerkt op voor wie ze niet actief beheert.

Op de vraag of VBO hier (sensibiliserings)acties op onderneemt, ook richting managementopleidingen, antwoordt Danny Van Assche eerlijk: “Wij gaan aan professoren toch niet voorschrijven hoe ze moeten lesgeven? Maar als de realiteit van de gemengde workforce niet doorsijpelt in hun curricula, zijn ze niet goed bezig. Het VBO wil de uitwisseling met academici wel stimuleren en verwacht van opleidingen dat ze de realiteit op de vloer beter weerspiegelen.” 

Geen tussenweg in de statuten

Wat met de vraag naar een beter sociaal statuut voor freelancers? En zal een betere bescherming de factuurprijs voor de opdrachtgevers dan niet opdrijven? Hier kiest Danny Van Assche voor een principieel standpunt. Het zelfstandigenstatuut, het werknemersstatuut en het ambtenarenstatuut hebben elk hun eigen logica, geschiedenis en interne solidariteit. “Laat ons die zuiver houden. Geen tussenstatuten of een vierde statuut.” De richting die hij bepleit, wijkt zelfs af van de gangbare redenering: niet het zelfstandigenstatuut meer naar het werknemersstatuut brengen, maar omgekeerd. De recente beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd noemt hij een eerste stap in die richting. “Voor één keer heeft het werknemersstatuut een beweging naar het zelfstandigenstatuut gemaakt,” lacht hij.


Schijnzelfstandigheid: de duurste misvatting

De verleiding is begrijpelijk: een werknemer vervangen door een zelfstandige om kosten te besparen. Danny Van Assche raadt het categorisch af. “Van zodra je weet: ik doe dit om kosten te besparen en er verandert eigenlijk niks, dan is dat altijd een slechte zaak.”

Zijn waarschuwing klinkt helder: “Als werkgever ben je altijd de pineut als je met schijnzelfstandigen werkt. Zolang de relatie goed gaat, is alles OK. Maar van zodra er een haar in de boter zit, trekt de zogenaamde zelfstandige altijd aan het langste eind op de arbeidsrechtbank.”

Monica De Jonghe, die als advocaat en lekenrechter veel dossiers van schijnzelfstandigheid meemaakte, vult aan: “Als je mensen op je organigram zet, zegt wanneer ze verlof mogen nemen en aanwezig laat zijn op het personeelsfeest geef je een hele reeks argumenten aan de RSZ en de rechtbanken. Ontkennen wordt dan een onmogelijke strijd.”

Sancties bij misclassificatie lopen op tot 576.000 euro per dossier. De les naar werkgevers is duidelijk: werk met freelancers om de juiste redenen: expertise die je niet in huis hebt, snelheid of tijdelijkheid. Maar nooit als budgettaire shortcut.


En nu?

Of het VBO het thema van freelancers en de gemengde workforce actief op de agenda zet, blijft voorlopig een open vraag. Danny Van Assche spreekt liever van een “nuttige blinde vlek” dan van een onoverkomelijk probleem. Maar hij erkent: “Het zou interessant zijn om meer inzicht te krijgen.” En dat inzicht begint bij een definitie die iedereen deelt, bij data die iedereen gelooft, en bij organisaties die weten wie er voor hen werkt…

Monica De Jonghe onderstreepte meermaals haar overtuiging dat het sociaal overleg, ondanks alle vertragingen en frustraties, nog altijd het beste instrument is om de arbeidsmarkt mee te sturen. Danny Van Assche neemt die overtuiging over en voegt er zijn eigen agenda aan toe. Freelancers zijn voorlopig niet de kern van die agenda, maar wel een belangrijke opportuniteit om de arbeidsmarkt flexibeler te maken. 

Maar die arbeidsmarkt wacht intussen niet op de statistieken die hen eindelijk zichtbaar moeten maken…

Philip Verhaeghe
Philip Verhaeghe is een onafhankelijk governance adviseur en een freelance redacteur over ondernemerschap en bestuur voor vakbladen, bedrijven en organisaties. Onderzoekt zowel de nieuwste trends als de klassieke uitdagingen die het verschil kunnen maken in de bestuurskamer of het directiecomité. Is als freelance redacteur ook actief voor onder meer Bestuurder”, “Guberna” en “Etion”. Werkte als algemeen secretaris voor VKW, het Instituut voor Bestuurders, Corgo en RNCI. Bekijk alle berichten van #Philip Verhaeghe