Beleidsprobleem: geen enkele NACE-code definieert een freelancer
In de aanloop naar de Freelancer Summit van donderdag 22 oktober 2026 in Grimbergen gaan we langs bij Eric Van den Broele, de dataleverancier voor het jaarlijkse “Freelancer Focus-Rapport” van UNIZO. Meteen benadrukt hij dat we het precieze aantal freelancers in België niet kunnen achterhalen, zelfs niet via de vennootschapsvorm.
De freelancer bestaat niet in de Kruispuntbank
Hij stelt het probleem zo: “In samenspraak met en op aangeven van UNIZO selecteren we de criteria om zo dicht mogelijk het begrip ‘freelancer’ te kunnen benaderen en hen zo goed mogelijk uit de data te halen maar dat is geen zuivere wetenschap.”
De Kruispuntbank van Ondernemingen kent eenmanszaken, besloten vennootschappen, naamloze vennootschappen en verenigingen zonder winstoogmerk. Maar de freelancer bestaat officieel niet in die Kruispuntbank. “Geen enkele NACE-code definieert dat je freelancer bent en dat is meteen het fundamentele probleem,” zegt Van den Broele. “We werken met criteria als activiteitscodes en de aan- of afwezigheid van personeel. Maar of het allemaal freelancers zijn? Dat weten we nooit zeker.”
Let wel, het is geen kwestie van ontoereikende of slechte data. Het gaat om een fundamenteel gebrek aan een duidelijke definitie en codering. Zo blijven de honderdduizenden freelancende landgenoten statistisch onzichtbaar. En wie niet geteld kan worden, telt ook niet mee in beleid.
Als ik zeg dat er 100.000 starters zijn, dan weet ik wat ik zeg. Maar voor het aantal freelancers blijf ik liever erg terughoudend.
Van den Broele stapt even over naar een aanverwante problematiek: ook managementvennootschappen verdienen een apart verhaal. “Freelancers hebben ofwel een eenmanszaak zonder rechtspersoonlijkheid of een vennootschap om hun diensten aan te bieden. Maar de geviseerde ‘managementvennootschappen’ gaan vooral over het afzonderen van bepaalde inkomsten en bezittingen, doorgaans richting pensioenopbouw en belastingplanning.” Beiden kampen wel met een gelijkaardige definitieblokkade: je moet ze afleiden uit meerdere indirecte gegevens, niet uit één eenduidige code.
De NACE-code die je activiteit beschrijft bestaat niet
Voor de Startersatlas gebruikt GraydonCreditsafe een reeks voor de hand liggende NACE-codes als proxy om freelancers te identificeren. Over de betrouwbaarheid ervan plaatst Van den Broele meteen kanttekeningen.
Wat is een NACE-code?
NACE staat voor ‘Nomenclature statistique des Activités économiques dans la Communauté Européenne’. In België draagt de specifieke variant de naam NACEBEL. Bij de oprichting van een onderneming koppel je verplicht één of meerdere NACEBEL-codes aan je activiteit. Die code bepaalt onder andere je administratieve verplichtingen. Ze duidt ook aan voor welke steunmaatregelen je in aanmerking komt. Die op Europees niveau vastgelegde codes worden gemiddeld pas om de 15 à 20 jaar herzien.
NACE-codes vormen het skelet van elke economische statistiek. Maar dat skelet veroudert snel. “In mijn 35-jarige carrière heb ik slechts twee grote herzieningen meegemaakt: in 2008 en in 2025. Zelfs na aanpassingen hinken de codes achter op de realiteit van wat bedrijven werkelijk doen.”
“De keuze van de NACE-code ligt bij de persoon die een bedrijf opricht of zelfstandige wordt. Hij of zij wordt verondersteld wijs genoeg te zijn om de juiste code te kiezen. Maar dat klopt niet altijd. Bovendien veranderen veel ondernemers hun code nooit, zelfs als hun activiteit wel verandert. Je NACE-code achteraf laten wijzigen via officiële kanalen kost ook wel wat.”
Van den Broele geeft een concreet voorbeeld: “Je bent een ontwikkelaar van AI-dienstverlening maar de NACEBEL-omschrijvingen die jouw werk het dichtst benaderen hebben het over computerconsultancy, beheer van computerinfrastructuur of webhosting: dat zijn totaal andere dingen. NACE-codes zijn vaste genummerde omschrijvingen in een lange lijst waaruit je moet kiezen. Je kunt nooit exact bepalen wat jouw activiteit is.”
Het eindresultaat: allerlei kleine onjuistheden stapelen zich op tot een aanzienlijke structurele vertekening van het volledige statistisch beeld.
Een extra letter zou het probleem al grotendeels oplossen
Hoe zou Van den Broele dit willen zien veranderen? “Ik denk dat het eigenlijk niet zo ingewikkeld is, als er eerst en vooral één enkele duidelijke definitie zou bestaan van wat een freelancer wel en niet is. Daar begint alles mee.”
Daarna kun je iets toevoegen aan de bestaande codes. Hij denkt niet aan een nieuwe aparte NACE-code. “Dan ga je meteen naar een situatie waarbij je helemaal niet meer weet wat de activiteit is. Je weet dan alleen dat er ‘freelance’ in zit. Ik zou veel liever een toevoeging gebruiken: gewoon een extra letter die het onderscheid maakt tussen freelancer en niet-freelancer.”
De freelancer bestaat niet. Althans niet in de statistieken.
Het eenmanszaak-raadsel: gedwongen of gekozen?
In het recente Jaarrapport 2025 van GraydonCreditsafe noteert Van den Broele een explosie van eenmanszaken: +23% ten opzichte van 2024, goed voor 81.534 nieuwe registraties. Hij duidt dit als een teken van lagere ambitie en focus op overleven. Maar hoe weet je zonder goede data wie of wat daar werkelijk achter zit?
“Het onderscheid maken tussen de gedwongen solist en de bewuste freelancer is aartsmoeilijk,” erkent hij. “Je kunt het alleen via secundaire bronnen achterhalen: via enquêtes of gesprekken met mensen zelf.”
De kern van het probleem schuilt erin dat eenmanszaken hun jaarrekeningen niet hoeven te publiceren. Vennootschappen wel. “Dat principe heeft een logica: wie beperkte aansprakelijkheid geniet, waarbij onder meer het RIZIV, de BTW administratie, de fiscus en de leveranciers bij een faling in de verliezen delen, biedt transparantie als tegenprestatie. Eenmanszaken dragen zelf alle risico’s en hoeven niets te publiceren. Zo weten we eigenlijk niet wie daar van leeft of hoe verantwoordelijk die persoon is.”
GraydonCreditsafe beschikt wel over indirecte kanalen. “We hebben via legale kanalen zicht op de manier waarop ondernemingen regelmatig hun facturen betalen. Als iemand structureel wanbetalingen heeft of linken vertoont met andere ondernemingen, zien we dat patroon terugkeren.”
De boekhouder bepaalt je rechtsvorm
De rechtsvormkeuze volgt niet enkel uit wetgeving. Van den Broele wijst op een ondergeschoven maar doorslaggevende factor: de invloed van boekhouder en het verwachtingspatroon van hun klanten.
“Voor vele kleine ondernemers is hun boekhouder als een soort god die alles weet en kent.” Velen verwachten vooral dat de boekhouder het als zijn hoofdopdracht beschouwt om de klant zo weinig mogelijk belastingen te doen betalen. Sommige boekhouders gaan gemakshalve in dat dominant verwachtingspatroon mee. “Maar dat is niet altijd de beste keuze voor het bedrijf. Als je een BV opricht en alles inricht op minimale belastingdruk, levert dat een nadeel op zodra je later een lening of financiering zoekt. Dan staat je balans er zwak voor, en sta je ineens met lege handen.”
Het gevolg: de rechtsvormkeuze van veel freelancers en solopreneurs weerspiegelt minder hun eigen groeistrategie dan het advies van iemand die misschien een andere doelstelling nastreeft.
Eén klant: de echte barrière
De dataonderzoeker identificeert tot slot nog het grootste structurele probleem voor freelancers in één enkel woord: concentratie. “Als je als freelancer maar één klant hebt, is dat zeer onverstandig. Want als die ene klant je laat vallen, val je meteen zonder inkomen.” Hij voegt er voorzichtig aan toe: “Ik kan dus niet weten hoeveel freelancers in die situatie zitten, maar ik heb een sterk vermoeden dat het een aanzienlijk en dus te groot aantal is.”
De basisregel voor elke freelancer zou dan ook moeten zijn: klanten diversifiëren. Maar hij heeft ook begrip voor freelancers die sequentieel van het ene project naar het andere gaan: “Dan werk je niet gelijktijdig voor meerdere klanten maar wel voor achtereenvolgende. Dat is wel een bewuste keuze, een levensstijl zelfs. Zo bouw je wel een klantenportefeuille op waar je kan op terugvallen.”
Zonder definitie blijft elk beleid blind
Van den Broele rondt af met een duidelijk standpunt: “Freelancers hebben een specifieke problematiek die de wetgever beter moet begrijpen en kunnen opvolgen. Die problematiek verschilt van die van kleine zelfstandigen en van managementvennootschappen. Ze hangt samen met het concentratierisico, de aard van de dienstverlening, de rol van boekhouders die mee beslissen, en het gebrek aan een definitie.” De oplossing hoeft voor hem niet revolutionair te zijn: een duidelijke definitie en een extra letter achter de NACE-code zouden al veel verhelpen. Benieuwd of de Freelancer Summit in het najaar daar verder op ingaat…
Lees ook :
