Maandelijkse archieven: augustus 2019

Moonlighters in België

3,8% van de werkende bevolking in België heeft een tweede job

Het percentage werkenden met een tweede job in 2018 verschilt amper van dat van 2017. Zo blijkt uit de statistieken. Al is er een minimale verschuiving tussen het aantal mannen en aantal vrouwen dat jobs combineert, wat de percentages voor beiden op 3,8 brengt. Het percentage werkenden met een tweede job ligt het hoogst in de leeftijdscategorie 25 tot 49 jaar (4,3%), het laagst bij jongeren tot 25 jaar (2,5%), bij 50-plussers is dat 3,1%.

Recent verschenen de cijfers van wie in België een tweede job uitvoert. De cijfers baseren zich op de Enquête naar Arbeidskrachten (EAK) die uitgevoerd wordt in opdracht van de FOD Economie. In deze cijfers wordt er geen verder onderscheid gemaakt tussen mensen met twee of meer jobs.

bron: Statbel

Tweede job is vaker zelfstandige job

Het grootste deel van de tweede jobs wordt als zelfstandige uitgevoerd. Het percentage werkenden met een tweede job ligt hoger naar gelang het onderwijsniveau stijgt. 2,1% laaggeschoolden, 3,4% middengeschoolden en 4,6% hooggeschoolden. De top 3 van sectoren waarin het meest tweede jobs voorkomen zijn menselijke gezondheidszorg en maatschappelijk dienstverlening, onderwijs en de vrije beroepen en wetenschappelijke-  en technische activiteiten.

bron: Statbel

Geplaatst in Freelancer, Prospectie | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Moonlighters in België

Zo wapen je je tegen schijnzelfstandigheid (deel 2)

In het eerste deel las je welke aspecten belangrijk zijn om te voldoen aan het eerste criterium de wil van de partijen. Het tweede criterium, vrijheid van organisatie van arbeidstijd, is een volgende belangrijke pijler in een samenwerking tussen opdrachtgever en freelancer. Wat zegt het contract en hoe vertaalt zich dat in de realiteit? Een overzicht:

Criterium 2: Vrijheid van organisatie van de arbeidstijd

  1. Omschrijving van de opdracht

In het contract

De opdracht vormt de basis van de samenwerking tout court. Naast de inhoudelijke omschrijving bepaal je hier bovendien ook de eventuele termijn van de opdracht, het aantal dagen, weken, maanden of jaren dat de voorziene samenwerking zal duren. Je omschrijft hier de afspraken over de arbeidstijd zonder de planning van de freelancer te beperken.

In de praktijk

Opdrachtgevers kunnen freelancers geen vast uurrooster opleggen. Net zomin kunnen ze bepalen wanneer een freelancer al dan niet inhouse aanwezig dient te zijn of wanneer ze verlof moeten nemen. Wat valt wel af te spreken? Het aantal te presteren dagen per week, het aantal te presteren uren per dag. Maar hoe die ingepland worden, valt volledig onder de vrijheid van de planning van de freelancer.

De freelancer heeft dan wel de vrijheid om zijn of haar arbeidstijd te bepalen, toch is het mogelijk om hier werkbare afspraken over te maken zonder de uitholling van het werkgeversgezag.

 

  1. Verloop van de opdracht

In het contract

In deze clausule leg je de organisatorische afspraken vast. De freelancer heeft dan wel de vrijheid om zijn of haar arbeidstijd te bepalen, toch is het mogelijk om hier werkbare afspraken over te maken zonder uitholling van het werkgeversgezag.

In de praktijk

De opdrachtgever kan hier de deadlines vastleggen en bepalingen over wat er gebeurt in geval van onverwachte afwezigheden van de freelancer. Of hoe en wanneer afwezigheden gecommuniceerd worden. Daarnaast kan een freelancer in het contract laten opnemen wanneer hij beschikbaar is voor meetings bijvoorbeeld. Of andere afspraken die hem toelaten zijn tijd zo efficiënt of vrij mogelijk in te delen. Let goed op dat het over onderlinge afspraken gaat en niet over eenzijdige regels die de opdrachtgever oplegt. In geval van afwezigheden hoeft de freelancer geen enkele verantwoording af te leggen over de reden van zijn afwezigheid. De freelancer hoeft dit ook nooit te staven met enig bewijsstuk, zoals bijvoorbeeld een ziektebriefje.

 

  1. Praktische afspraken & vergoeding

In het contract

In de praktische afspraken staan bijvoorbeeld de kantooruren die algemeen gelden bij de opdrachtgever. Of op welke manier de uren geregistreerd worden. Is er een stand-by-systeem waarin de freelancer betrokken wordt? Is er soms sprake van extra uren, zaterdagwerk of andere flexibele formules? Ook toegangs-, veiligheids- of hygiëneregels vallen onder deze clausule.

In de praktijk

Vrijheid van arbeidstijd betekent dat de freelancers zelf kiest hoe hij zijn werk organiseert en op welke tijdstippen hij werkt. Het is wel perfect correct om afspraken te maken over het aantal uren, dagen, weken en de flexibiliteit die nodig is om een bepaald project tot een goed einde te brengen. Let erop dat er een apart systeem voor urenregistratie is voor freelancers. Meestal heeft de freelancer hiervoor zijn eigen tools of systeem. Urenregistratie in het tikkingsysteem van de vaste medewerkers bijvoorbeeld is sterk af te raden.

 

  1. Werken met derden

In het contract

Optioneel is een clausule die de afspraken vastlegt over werken met derden. Laat de opdrachtgever de zelfstandige toe om met derden te werken? Is er een intermediaire partij betrokken, dan vind je hier tot waar de verantwoordelijkheden van de opdrachtgever gaan, die van de freelancer of die van de tussenpartij.

In de praktijk

Beslis je als freelancer om zelf bepaalde aspecten binnen een opdracht uit te besteden, dan is het belangrijk om je aan de voorwaarden van het contract te houden. In sommige gevallen laat een opdrachtgever uitbesteden niet toe, in andere gevallen dien je eerst toestemming te vragen. Wanneer deze clausule niet is opgenomen, dan staat het de freelancer vrij, al blijft de eindverantwoordelijkheid over de opdracht altijd bij de freelancer zelf liggen.

Conclusie:

Juridisch gezien kan een opdrachtgever niet bepalen wanneer een freelancer precies werkt. In de praktijk plant een freelancer zelfstandig in wanneer hij aan een opdracht werkt en houdt hiermee rekening met de praktische afspraken die bij een opdrachtgever gelden. Het hoofddoel van de freelancer is immers een kwalitatieve invulling te geven aan de samenwerking.

 

In deze reeks las je eerder al:

Komt nog aan bod:

  • Criterium 3: vrijheid van organisatie van het werk
  • Criterium 4: hiërarchische controle
Geplaatst in Freelancer, Opdrachtgever, Wetgeving inhuur, Wetgeving ondernemen | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Zo wapen je je tegen schijnzelfstandigheid (deel 2)

Voorbij de elevator pitch ligt het echte potentieel

Waarom? Wel, googel deze twee woorden gewoon eens. Dan krijg je maar liefst 29 miljoen zoekresultaten. Een mens zou van minder stress krijgen, niet? Zeker in de context van je aanwezigheid in netwerkland, waar netwerkactiviteiten, -borrels en -evenementen een voorstelling van jou als freelancer verwachten die blijft plakken. Het lijkt erop of eronder. Dat ene moment waarop je indruk kan maken met een geweldige entree. Over jezelf, je business of je team.

Mooi. Maar er zijn evenveel definities, technieken, cases en tips als er zoekresultaten in Google zijn. ‘Niet weten waar te beginnen’ eindigt zo voor veel ondernemers in ‘gewoon niet mee beginnen’.

Woorden én daden

Maar is een overtuigende elevator pitch het enige waar het bij netwerken om draait? Het belangrijkste element voor garantie op succes? Een geldige reden om je als freelancer te laten afschrikken om stappen te zetten in netwerkland? Ik ben ervan overtuigd van niet.

Je elevator pitch is volgens mij absoluut een mooie basis waarmee je steviger in je netwerkschoenen staat. Maar om echt vooruit te gaan en impact te creëren met je bedrijf, wordt deze elevator pitch weleens zwaar overschat. Het is een beginpunt. Geen eindpunt. Want het echte werk begint pas nadat je je elevator pitch hebt verteld.

En daar wringt vaak het schoentje. Elke freelancer kan misschien voor zijn business een mooi merkverhaal creêren, maar om het effectief waar te maken gaat hij het best enkele opmerkelijke stappen verder. Dus concentreer je niet alleen op woorden, maar vooral op daden. Een torenhoog cliché? Absoluut! Maar wel eentje waarmee je ver van de massa onderscheidt. J

Want ook al heb je misschien ooit het gevoel dat je vooral een mond vol tanden liet zien bij de voorstelling van je bedrijf, je kan er bij je netwerk achteraf toch nog voor zorgen dat de monden openvallen. En wel door een opmerkelijke indruk te maken met deze tips.

  • Volg eerst tip nummer 29 000 001 en leg bouwstenen

Een elevator pitch is nu eenmaal handig om sterker te staan in netwerkland. Een voorstelling die anderen echt bijblijft, vertrekt bijna altijd van een goed doordachte, strategische oefening over je merk. Ga dus kritisch op zoek naar het antwoord op de vragen:

  • Wat maakt mijn merk relevant?
  • Op welke noden geeft het een antwoord?
  • Welke meerwaarde biedt het?
  • Voor wie is die meerwaarde belangrijk?
  • Waarin maakt mijn merk echt het onderscheid?

Zodra de antwoorden op die vragen geformuleerd zijn, heb je handige bouwstenen voor je elevator pitch. Maar wil je er eentje die opgemerkt wordt? Zwier er dan alvast alle containerbegrippen uit, zoals ‘professionaliteit’, ‘kwaliteit’ en ‘gedrevenheid’. En lees vervolgens elk antwoord door de ogen van anderen die zich afvragen: what’s in it for me? Als de bouwstenen van je elevator pitch uit klantvoordelen in plaats van productkenmerken bestaan, ben je klaar om je gesprekspartner te boeien.

  • Leer je pitch niet uit je hoofd

In tegenstelling tot wat ik vaak hoor, werkt een elevator pitch volgens mij het best als je hem niet vanbuiten leert. Want ik zag al heel wat mensen bij wie de hele pitch in duigen viel op het moment dat ze één woord vergaten in een vanbuiten geleerd verhaal.

Gebruik de bovenstaande bouwstenen eerder flexibel om in gesprek te gaan met de persoon die voor je staat en maak je verhaal relevant door het te vertalen naar zijn of haar situatie. De essentie van je verhaal blijft uiteraard steeds hetzelfde, maar benadruk specifieke elementen waardoor je verhaal nog meer zal aanspreken. Ik leg bijvoorbeeld in een netwerkgesprek met een startende ondernemer andere accenten dan wanneer ik mezelf voorstel aan een groeiende ondernemer.

Jezelf zonder stress voorstellen tijdens een netwerkcontact werkt dus het best als je het bekijkt als een dialoog en niet als een één tot twee minuten durende monoloog. Beitel dus wel de bouwstenen in je geheugen, maar niet de hele pitch. Want met je bouwstenen in het achterhoofd kan je op elk moment flexibel een verhaal vertellen. Zelfs als een dialoog niet mogelijk of wenselijk is en je tijdens een netwerkbijeenkomst wordt gevraagd om in een vaste tijdspanne je verhaal te vertellen.

  • Laat anderen je verhaal vertellen

Hoe meer je bij je pitch de noden van je toehoorders centraal zet en hoe minder het alleen maar gaat over jezelf, je product of je dienst, hoe gemakkelijker je contachten jouw verhaal kunnen én willen vastpakken om zelf door te vertellen aan hun netwerk. Veel netwerkcontacten doen dat zelfs bijzonder graag. Soms is het nu eenmaal gemakkelijker om over iemand anders te praten dan over zichzelf. J Heel handig, tenminste als jij hen duidelijke bouwstenen gaf.

Dus als je soms stress hebt om je voor te stellen aan nieuwe mensen tijdens een netwerkevent (en zelfs ook als je helemaal geen stress hebt daarvoor), laat dan je netwerkcontacten het werk voor jou doen. Vraag of ze jou willen voorstellen aan persoon X of Y. Het resultaat is vaak een schitterende voorstelling met de essentie van wat je doet en een flinke portie enthousiasme erbovenop. Want een enthousiast netwerkcontact zegt vaak zaken die je nooit over jezelf zou zeggen. Inleidingen zoals: “Ik ken niemand die zich zo kan inleven in …” of “Dit is de meest ervaren expert in …” zijn zeker geen uitzondering en kunnen heel wat business opleveren zonder dat je zelf al het werk hoeft te doen.

  • Stel de vraag: hoe kan ik jou helpen met mijn netwerk?

Hoe je als netwerker ook ‘buiten te lift’ impact genereert? Zorg dat je netwerk groter is dan je ego in plaats van je ego groter dan je netwerk. Of met andere woorden: je creëert niet de meeste opportuniteiten door jezelf constant in de picture te plaatsen, maar wel door de anderen in je netwerk centraal te zetten. Niet alleen tijdens het netwerken zelf, maar ook achteraf.

Tijdens een netwerkgesprek vind ik het vooral enorm belangrijk om na de kennismaking heel goed naar de ander te luisteren. Niet om te horen hoe ik hem onmiddellijk wat kan verkopen, maar vooral hoe ik de andere achteraf kan helpen met mijn netwerk. Een helpende mindset werkt op lange termijn volgens mij altijd veel beter dan een puur commerciële mindset.

Dus laat ook de stress rond de gedachte dat succesvol netwerken gelijkstaat met de verkoop die je daar scoort, gerust achterwege. Want netwerkers die netwerkland betreden met de idee dat ze vooral producten, diensten of afspraken willen verkopen, genereren vaak minder impact op lange termijn dan netwerkers die anderen willen helpen.

Vraag je je af hoe je dan tot resultaat komt? Lees dan even verder over de gunfactor. Stel in elk geval na de ontmoeting met een interessant netwerkcontact altijd de vraag: “Hoe kan ik jou helpen met mijn netwerk?”

Je gunfactor verMERKvuldigt je resultaat

Uiteraard helpt een elevator pitch je vertellen wat je doet. Maar door tijdens de dialoog met je netwerkcontact vooral goed te luisteren, kan je achteraf nog veel verder voor hem gaan.

Het gaat bij netwerken dus niet alleen over vertellen wat je doet, maar vooral over wat je voor een ander kan betekenen. Dus haak zeker niet te snel af bij een netwerkgesprek als er geen directe verkoop in het verschiet ligt. Het echte netwerken begint pas als de deuren van die lift zijn opengegaan.

Hou je ogen en oren open voor je netwerk om oplossingen te detecteren. De zoektocht naar een nieuw kantoorpand, een nieuw personeelslid of experts zijn enkele goede voorbeelden van situaties waarbij je je netwerk kan ondersteunen. Wees alert voor de opportuniteiten voor je netwerk. Dat maakt het achteraf gemakkelijk om later contact op te nemen en het contact warm te houden. Die insteek is veel waardevoller dan meteen na een netwerkmoment je contacten te benaderen met een platte verkoop als doelstelling.

Een helpende mindset is de meest duurzame manier om op lange termijn het meeste uit je netwerk te halen. Alleen niet de snelste manier. Zo krijg je misschien een zetje van een contact ,voor wie jouw merk niet rechtstreeks relevant is, die jouw naam doorgeeft aan iemand anders. Gewoon omdat ze het jou gunnen.

Conclusie?

Ja, je hebt een elevator pitch nodig. Maar nee, het is geen doel op zich. Netwerken is meer dan handjes schudden in combinatie met een mooi verhaal vertellen. Want na die elevator pitch begint het pas.

Het echte potentieel om het te maken en dan vooral ook om het waar te maken ligt ver buiten de grenzen van een perfecte elevator pitch. Dus gooi die stress overboord. En focus je niet alleen op wat je in netwerkland vertelt, maar vooral op wat je er achteraf mee doet.

Geplaatst in Freelancer, Prospectie | Tags , | 1 Reactie

Fairwork zet 5 standaarden uit voor ‘gigwork’

Met Karolien Lenaerts, onderzoeksleider bij HIVA- KU Leuven, bespreken we een opvallend onderzoeksproject: de Fairwork Foundation van het Oxford Internet Institute.

Karolien kent initiatiefnemer Professor Mark Graham goed: “Hij is een voorloper in het onderzoek naar de rol van digitalisering en van internet in de globale arbeidsmarkt. Zijn innovatief onderzoek steunt op informatie van de platformwerkers en platformen zelf. Ik waardeer ook zijn globale focus. We weten nog weinig over platformwerk in Europa en de VS. En er is bitter weinig aandacht voor de miljoenen platformwerkers in de landen op weg naar ontwikkeling”, zegt Lenaerts.

Creëren platformen in landen in ontwikkeling niet slechts de perceptie van economische voortuitgang?

Fairwork krijgt financiële steun en academische medewerking van stakeholders uit verschillende landen. Om het welzijn en de kwaliteit van het werk van (zelfstandige) platformwerkers te verbeteren wil het, een beetje zoals Fairtrade, zoveel mogelijk onlineplatformen certificeren. Als er een manier bestaat om concurrerende platformen kwalitatief met elkaar te vergelijken, dan hebben platformwerkers, klanten of managers argumenten in handen om de minder deugdelijke platformen onder druk te zetten. Zo vraagt Karolien Lenaerts zich luidop af of sommige platformen mensen effectief ondersteunen om economisch actief te zijn of hen eerder terug aan hun huis kluisteren. “Creëren platformen in landen in ontwikkeling zo niet slechts de perceptie van economische voortuitgang?“ Ook uitbuiting is de sector niet vreemd. “Iemand biedt op het platform op de aangeboden taken en besteedt ze dan met persoonlijke winst uit aan anderen die er nog veel minder voor verdienen.”

Fairwork-criteria

Na enkele workshops bij de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) heeft Fairwork principes voor fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in de internationale gigeconomie ontwikkeld. De Fairwork Foundation zal de deelnemende platformen evalueren en een score van maximum 10 punten toekennen. Na zijn eerste evaluaties in (Zuid-)Afrika en Azië zal Fairwork de komende maanden ook de Duitse en Britse platformen onder de loep nemen. Interessant, want zo krijgen we een eerste zicht op de werkomstandigheden waar Europese gigworkers en freelancers mee betrokken zijn.

We vatten deze 5 pertinente Fairwork-criteria, elk 0, 1 of 2 punten waard, hier samen:

  1. Fair loon: Werkers krijgen, ongeacht hun arbeidsclassificatie, een fatsoenlijk minimuminkomen in hun eigen rechtsgebied, rekening houdend met de werkgerelateerde kosten. Karolien Lenaerts: “Persoonlijk vind ik dit aspect cruciaal. Voor studenten die werken als ‘food delivery drivers’ is de vergoeding vaak de reden waarom ze ermee stoppen. We kennen ook gevallen van Uber-chauffeurs die geld leenden om een betere auto te kunnen kopen, maar daarna van het platform geschrapt werden en dus bleven zitten met hun dure auto én de lening.”
  1. Faire arbeidsvoorwaarden: De platformen nemen proactieve maatregelen om de gezondheid en veiligheid van werkers te bewaken en hen tegen taakspecifieke arbeidsrisico’s te beschermen. “Op dit punt zijn de Europese vakbonden al heel actief.”
  1. Faire contracten: De platformen hanteren transparante, beknopte en toegankelijke arbeidsvoorwaarden volgens het plaatselijke recht, waarbij ook hun aansprakelijkheid erkend wordt. Al bestaat hier in het algemeen veel onduidelijkheid over. “Zolang je in België onder de belastingvrije grens van 6.000 euro per jaar blijft, verdien je te weinig om de activiteiten te erkennen als een economische activiteit. Platformwerkers kennen vaak hun eigen status niet of zijn onzeker over hun contract. Soms staan er fouten in die je moeilijk kan rechtzetten.”
  1. Fair beheer: De platformen hanteren een goed gedocumenteerde en gecommuniceerde administratieve procedure voor het contractbeheer, voorzien van een billijke conflictbehandeling en dito contractbeëindiging. “Dit is problematisch bij platformen met een zetel en helpdesk in het buitenland wat soms grote vertragingen oplevert als je hulp nodig hebt.”
  1. Faire vertegenwoordiging: Werkers hebben het recht zich in collectieve organen te organiseren en de platformen zijn bereid om met de vertegenwoordigers samen te werken of te onderhandelen.

Transparantie

Karolien Lenaerts besluit: “Dit breed gedragen initiatief van Fairwork verhoogt de transparantie over de echte kernaspecten van het platformwerk. Bovendien biedt het de platformen een instrument tot zelfregulering. Dit onderzoek is ook breed toepasbaar over alle landen en sectoren heen. Uiteindelijk geeft Fairwork de platformwerkers een stem, een keuzemogelijkheid en de kans ervaringen te delen. Hopelijk slaagt Mark Graham er in platformen en beleidsmakers te overtuigen om mee te werken!”

Lees hier het eerste deel – Welk beleid reguleert de platformeconomie? –  van het interview met Karolien Lenaerts.

Geplaatst in Freelancer, Opdrachtgever, Wetgeving inhuur | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Fairwork zet 5 standaarden uit voor ‘gigwork’

Markt uitzendarbeid daalt, markt interim management stijgt

In ons buurland Frankrijk is de interim management markt gegroeid met meer dan 20%. Met onze stijging van 12,8%  doen we het in vergelijking dus niet slecht. Maar daar plaatst Boudewijn Dupont toch enkele kanttekeningen bij.

Marktomzet interimmanagement

Boudewijn Dupont: “Het klopt dat we tevreden mogen zijn met de groei op de markt. Zeker als je kijkt naar de economische groei. Die was miniem. En als je inzoomt op de markt van de uitzendarbeid, zie je zelfs een daling.”

“In Belgie zijn er 23 interim management spelers lid van de federatie van de HR-dienstverleners Federgon. Samen hadden ze in 2018 een marktomzet van 150 miljoen euro. Frankrijk doet drie keer zo veel. In dat opzicht doen we het even goed, want het land is groter dan dat van ons. Maar toch kende Frankrijk een grotere toename dan België. En in Duitsland praat men zelfs over een marktwaarde van 2,2 miljard euro en een vergelijkbarestijging.”

Groei bij operationele of hogere profielen?

“Als je dieper ingaat op de cijfers, dan zie je nog een duidelijk verschil. In Frankrijk verschijn je pas in die statistieken als je een omzet hebt van 800 euro of meer per dag. Dat zijn de zogezegde hogere profielen. Bij ons zijn ook de operationele profielen die 500 euro per dag factureren in die cijfers opgenomen.”

“Momenteel hebben we binnen Federgon nog geen zicht over waar nu precies die groei zit. Bij de operationele of de hogere profielen? Daar willen we in de nabije toekomst klaarheid in scheppen. Maar in Frankrijk wordt met een groei van 20% de markt bepaald door die laatste groep.”

Geplaatst in Goed opdrachtgeverschap, Opdrachtgever | Tags , , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Markt uitzendarbeid daalt, markt interim management stijgt

De economische crisis: weg vast, welkom flex

Kurt Schreurs

Talentschaarste, IT-diamants, talent exporteren, Artificial Intelligence, Tinder voor recruitment, … Hoe ziet Kurt Schreurs de arbeidsmarkt evolueren en welke rol spelen consultants en freelancers hierin? Vandaag deel 1: De economische crisis: weg vast, welkom flex.

Gevolgen economische crisis

“Multinationals zagen zich door de economische crisis in 2007 genoodzaakt om hun personeel te ontslaan, waardoor duizenden mensen hun job verloren. Maar het werk moest toch nog gedaan worden. Veel bedrijven hebben toen beslist om wel nog talent in te huren, maar nu op flexibele basis. ”

Inhuur freelancers is logische keuze

“Het is  logischer om iemand tijdelijk in te huren, zeker voor specifieke technologische skills. Freelance werk biedt voordelen voor beide partijen: de freelancer en de opdrachtgever.”

“Een freelancer inhuren is voor een bedrijf goedkoper dan iemand vast in dienst te nemen, minder risicovol, je hebt gemakkelijker toegang tot talent en je werkt per opdracht. Freelancers betalen op hun beurt minder belastingen, ze kunnen kosten inbrengen en vaak zelf hun planning regelen.”

Freelancers hanteren hoge prijs

“Er is een structureel tekort aan gekwalificeerd personeel en er zijn meer mensen die de stap wagen als zelfstandige. Dat heeft tot gevolg dat freelancers hun prijs hoog kunnen houden en dat ze zeker zijn van langlopende opdrachten van 1 à 1,5 jaar. Waardoor hun expertise weer toeneemt. Waardoor ze hun prijs nog kunnen verhogen.”

“Jammer genoeg beseffen veel grote bedrijven dat niet en willen die net de prijzen drukken. Maar voor talent betaal je.”

Transparante prijs

Onze marge schommelt rond de 20 percent wat markt gemiddelde is. Wij garanderen betaling van de freelancer onafhankelijk van onze betalingstermijnen met onze klanten.  Wij vinden het belangrijk en fair dat freelancers correct en op tijd betaald worden.

In de volgende twee delen vertelt Kurt Schreurs over hoe zijn organisatie de juiste mensen aan boord houdt en hoe ze een Tinder voor recruitment ontwikkelen.

Voor meer informatie over SThree, klik hier.

Geplaatst in Freelancer, Opdrachtgever, Prospectie, Werven | Tags , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De economische crisis: weg vast, welkom flex

Welk beleid reguleert de platformeconomie?

“Noem het aub geen ‘deeleconomie’ meer!”

Geen eenduidige definitie

“Er bestaat voorlopig nog geen eenduidige definitie van platformeconomie. Wij bestuderen vooral platformwerk in het commerciële circuit dat geïntermedieerd wordt door een online platform waar tijdelijke opdrachten van allerlei klanten worden aangeboden. Dit is wereldwijd een heterogeen en complex fenomeen. Typisch is de driehoeksrelatie die ontstaat tussen de werker, het platform en de klant.” Ze voegt er snel aan toe “Maar noem het aub geen ‘deeleconomie’ meer.” De Eurofound studie waar Karolien aan meeschreef gaat daar dieper op in en kwam al aan bod op Nextconomy. Dankzij gefocuste gespreksgroepen met verschillende platformwerkers kon ze toen hun echte inhoudelijke bekommernissen capteren.

Verschillende types platformwerk

Een heldere voorstelling van platformwerk is volgens Lenaerts het schema van de Duitse professor Florian A. Schmidt. Het staat prominent op pagina 6 van een lezenswaardige Europese paper over platformeconomie. “Het cruciale onderscheid is online (plaats-onafhankelijke, op internet gebaseerde, opdrachten) versus offline (klussen op een specifieke locatie). Vervolgens gaat het om taken die ofwel uitbesteed worden aan een hele groep of aan geselecteerde specialisten. Zo beland je bij een wijde range: van een ‘Upwork’ voor de hooggeschoolde freelancer tot een ‘App Jobber’ waar gelijk welke laaggeschoolde deze (vaak) slecht betaalde microtaken kan aannemen.” “Zowel de Belgische overheid als de verschillende politieke partijen en onze sociale partners tonen alleszins genoeg interesse in het fenomeen. Getuige de wet over het bijklussen en de vele besprekingen tussen de sociale partners in de Nationale arbeidsraad. In Europa zijn we zelfs bij de voorlopers van de fiscale behandeling van platformwerk.”

Beleidspunten

Maar het kan nog beter. Als Karolien Lenaerts het voor het zeggen had, dan maakte ze van volgende bekommernissen belangrijke speerpunten:

  • Sociale zekerheid 

De ‘klusjeswet’ verdient een evaluatie want de implicaties op sociale zekerheid zijn inderdaad allesbehalve helder. “Kijk bijvoorbeeld naar de onduidelijkheden bij Deliveroo. Ondanks de officiële erkenning van dit platform stelt de fiscus dat de deeleconomie niet op deze activiteiten van toepassing is!”

  • Meer regulering en onderzoek nodig 

De nood aan informatie en wederzijdse transparantie tussen overheid en de markt is groot. Hoe voer je een beleid als je geen zicht hebt op de sector? Hoeveel en welke platformwerkers zijn er bijvoorbeeld in België? Een officiële erkenning van alle platformen zou de norm moeten worden zodat de overheid de platformen kan bevragen. De huidige lijst van FOD Financiën is onvolledig en wordt onvoldoende bijgehouden. Sommige ontbreken om onduidelijke redenen. Zo vind je wel Uber Eats terug, maar Uber niet.

  • Laagdrempelig aanspreekpunt

De platformwerkers hebben een officiële ombudsdienst of informatie-helpdesk nodig. Vooral voor jonge, onervaren of laaggeschoolde platformwerkers is de onduidelijkheid over statuut, rechten en risico’s groot. Nu vertegenwoordigen vooral de vakbonden de veiligheid en gezondheid van platformwerkers, ook al vallen ze niet onder de officiële noemer ‘werknemer’. Voor de Commissie Arbeidsrelaties van de FOD sociale zaken ligt hier een grote rol weggelegd. Alleen ingewijden van de vakbond weten bijvoorbeeld dat je daar als koerier info kan krijgen over je statuut. De drempel om de stap naar deze commissie te zetten is te groot voor een individuele platformwerker.

  • Meer data

“Mijn smeekbede als onderzoekster is: meer data”. Het is vandaag onmogelijk te zeggen hoeveel platformen er bestaan en wat de bijdrage is tot het bnp of de impact op de arbeidsmarkt. Zo probeert Eurostat min of meer representatieve enquêtes te organiseren.

Een derde statuut is niet aan de orde

Karolien besluit: “Weet je dat het statuut van werknemer of zelfstandige – waar zoveel om te doen is – op zich niets te maken heeft met platformwerk? Toch komt die kwestie constant door het discours fietsen. Terwijl het debat vooral moet gaan over redelijke en faire werkomstandigheden. Een derde statuut is in geen geval nodig: buitenlandse voorbeelden tonen ons dat dit meer onduidelijkheden dan oplossingen creëert. Wel is er een grondige remake en modernisering van onze arbeidswetgeving nodig.”

Hoe het zit met eerlijkere arbeidsvoorwaarden voor de platformwerkers, leest u in een volgende bijdrage.

Geplaatst in Freelancer, Wetgeving ondernemen | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Welk beleid reguleert de platformeconomie?

Dag van de Freelancer – 10 oktober 2019

Op donderdag 10 oktober 2019 slaan JellowNextConomy en UNIZO de handen in elkaar tijdens de eerste Dag van de Freelancer.

Hoe ziet het freelance ondernemen in Vlaanderen er vandaag en morgen uit? Waar liggen freelancers van wakker? Hoe ze komen aan hun klanten? Wat zijn de resultaten van het Freelancer Focus Rapport? En welke leuke trends komen er in de toekomst nog aan? Dát ontdek je tijdens onze Dag van de Freelancer!

Maar dat is nog niet alles. Want met de hulp van onze sprekers word jij binnenkort een betere opdrachtgever of een betere freelancer. Onder meer Ellen Pensaert (Legal & HR senior counsel, Furbo Legal), Marleen Deleu (Director Trends & Insights, NextConomy) en Danny Van Assche (gedelegeerd-bestuurder UNIZO) geven jou dé tips & tricks die je nodig hebt om als freelancer en opdrachtgever optimaal samen te werken.

Voor wie bedoeld? Voor freelancers, maar ook voor hun opdrachtgevers! Dus ook HR managers, Inkopers, bedrijfsleiders of andere ‘stakeholders’ die betrokken zijn met de wereld van het freelancen.

Presentatie door Ilse De Vis

Het voorlopige programma vind je hier. Schrijf nu in met Early Bird korting en noteer met stip in jouw agenda!

Praktisch

Donderdag 10 oktober 2019

13:00 – 19:00 u

Locatie: De Melkerij

3A Brusselsesteenweg

1980 Zemst

Geplaatst in Freelancer, Vakmanschap | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Dag van de Freelancer – 10 oktober 2019

Artificial Intelligence als superslimme adviestool

Persoonlijk ben ik overtuigd van de kansen die AI biedt en van de waarde die AI kan toevoegen in het proces van selecteren en inhuren van mensen. We kunnen dankzij de inzet van artificial intelligence mensen spotten die anders niet gespot zouden worden. We kunnen meer uit ons eigen personeel halen door ze op andere posities in te zetten. We kunnen bias weghalen. We kunnen onze vraag aanpassen, zodat we meer sollicitaties krijgen. En ga zo maar door. Om tot een juist gebruik te komen moeten we wel goed begrijpen wat het toepassen van AI feitelijk betekent. Om maar met bovenstaande opmerking over de opmars van robots te beginnen: AI is niet bedoeld om de menselijke factor te gaan vervangen. We moeten er niet naar streven dat AI onze problemen gaat oplossen, we moeten ernaar streven dat AI ons gaat helpen door grote hoeveelheden informatie te zeven en verwerken en zo de ruggengraat gaat vormen voor een proces van continu verbetering. Zie het als een hele slimme adviestool, die ons in staat stelt om veel adequater te bepalen wie de juiste kandidaat voor een specifieke functie is en hoe we aan die kandidaat kunnen komen.

Verbanden leggen

Als we die constatering – dat AI de boel niet van ons overneemt, maar ons vooral ondersteunt – helder hebben, kunnen we de volgende stap zetten: Wat is inhoudelijk de toegevoegde waarde? Ik had hierover laatst een interessante discussie met een relatie die zei: ‘Ik gebruik Power BI en ga daarmee informatie rubriceren. Vervolgens kijk ik welke dingen veel voorkomen en neem ik die mee in mijn beslissingen.’ Mijn antwoord was dat zo’n benadering niets met het inzetten van AI te maken heeft. Wat deze relatie doet is in feite correleren op twee assen, bijvoorbeeld de factoren tijd en het soort aanvraag. Maar AI onderzoekt niet twee factoren, maar maakt analyses in ons geval op basis van 50 verschillende zaken die allemaal gerelateerd kunnen zijn. Als ik die 50 verschillende factoren als input van mijn analyse gebruik, dan kan ik op basis van artificial intelligence verbanden leggen die voor een mens nooit te vinden zijn.

Trends ontdekken

De kracht ligt hem dus in de wijze waarop we een veelheid aan data kunnen gebruiken voor een goede analyse. Het is uiteraard heel belangrijk om de juiste data te gebruiken. Hiertoe moeten we vooral ook de ‘Wat’-vraag stellen: Wat is mijn doel achter de inzet van AI? Wat wil ik te weten komen? Door vervolgens goed naar de input te kijken en die te meten kun je mooie stappen zetten met je output. Denk bij de input over uiteenlopende gegevens van de kandidaat: de skills die een kandidaat heeft, zijn of haar hobby’s, persoonlijkheidskenmerken, et cetera.  En denk bij de output aan de opdracht: hoe goed is de opdracht uitgevoerd, is er vertraging opgetreden, was er een klik tussen kandidaat en opdracht? Door ieder kenmerk als een van die genoemde 50 factoren op te nemen kunnen we gaan analyseren en kijken welke trends we ontdekken. Op basis van die trends kunnen we conclusies gaan trekken die we gebruiken bij de aanscherpen van ons gehele wervingsproces. Zie het maar als een keten van input naar output die we steeds weer op basis van inzichten die we krijgen door de inzet AI kunnen verbeteren. Zo kunnen we veel adequater gaan voorspellen, bijvoorbeeld dat de skills en ervaringen van een specifieke kandidaat indiceren dat er een kans van 75 procent is dat je hem of haar zou willen verlengen.

Recruitment-trajecten transparant maken

Een van de mooiste effecten van het inzetten van AI is wat mij betreft dat we recruitment-trajecten totaal transparant maken en dat we de bias weghalen. We selecteren niet meer op basis van namen en gezichten en komen door zo’n ‘unbiassed’ proces regelmatig tot verrassende conclusies, waarbij we mensen een kans geven die voorheen die kans niet gehad zouden hebben. Daarmee zetten we niet alleen belangrijke stappen in het streven naar een inclusieve arbeidsmarkt, maar vergroten we bovendien de kans dat we die ene topkandidaat voor die specifieke functie vinden.

Geplaatst in Inhuurvolwassenheid, Opdrachtgever | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Artificial Intelligence als superslimme adviestool

Van tien Europese landen kiest meerderheid nog steeds voor tweedeling ‘werknemer versus zelfstandige’

Veranderende businessmodellen

“Innovatieve ideeën, zoals Ride-Sharing apps, wijken volledig af van de manier van (samen)werken die we tot nu toe kenden. Het succes van die ondernemingen toont duidelijk aan dat er een vraag is naar vernieuwing, maar nieuwe businessmodellen vragen ook om een specifiek legislatief kader. Of het nu gaat om een chauffeur van Uber, een koerier van Deliveroo of een handige harry van Listminut, flexibliteit en autonomie zijn de essentie van elk businessmodel. Voor de werker, maar ook voor de consument. Die snelle, klantgerichte, digitale aanpak blijkt een succesformule te zijn, maar er zijn wel wat risico’s aan verbonden. Eén van de meest kritische punten is het statuut van werkers in de gig economie, zo blijkt. Zijn het zelfstandigen of toch eerder werknemers? Het rapport laat het licht schijnen op tien landen om te bekijken hoe hier lokaal mee wordt omgegaan”, licht Jessica De Bels, Managing Associate bij PwC Legal, toe.

Het zijn de stakeholders in de gig economie die schreeuwen om een duidelijke wetgeving die inspeelt op de evoluerende businessmodellen.

Europa dringt aan op reflectie

In haar European Agenda for the Collaborative Economy van 2016 dringt de Europese Commissie er bij de lidstaten op aan na te gaan of hun nationale wetgeving adequaat is en te reflecteren of de huidige tweedeling, werknemers versus zelfstandigen, nog relevant is. “We hebben de verschillende nationale wetgevingen en lokale initiatieven onderzocht en vergeleken om beter te begrijpen hoe de diensten in de gig economie vandaag de dag worden gekwalificeerd en benaderd in een aantal prominente Europese lidstaten. Het zijn de stakeholders in de gig economie die schreeuwen om een duidelijke wetgeving die inspeelt op de evoluerende businessmodellen. Willen we dat bedrijven blijven investeren in onze lokale economie, dan moeten wij hetzelfde doen”, zegt Jessica De Bels.

Klassieke tweedeling blijft de norm

“De meerderheid van de landen kiest nog steeds voor klassieke tweedeling. Ofwel ben je werknemer, ofwel zelfstandige. Het grootste verschil tussen beide statuten wordt bepaald door de mate waarin het platform gezag kan uitoefenen op de werker. Opvallend is dat in drie landen (Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk) ook een derde statuut bestaat, dat een vorm van sociale bescherming combineert met een grotere flexibiliteit. Geen enkel bestaand statuut komt echter tegemoet aan de noden van de gig economie. Bewijs hiervan is dat in de meerderheid van de landen waar we de situatie onderzochten rechtszaken lopen die het statuut van werkers in de gig economie in vraag stellen “, aldus De Bels.

België heeft de kans om een voortrekkersrol te spelen die de gig economie én hun medewerkers volop laat ontwikkelen.

Voortrekkersrol ligt voor het grijpen

“Door de stuwende veranderingen die de gig economie met zich meebrengt, stellen we een shift vast in de noden op de arbeidsmarkt. Deze veranderingen vormen een enorme uitdaging voor het adaptatievermogen van het Belgisch wetgevend kader. Het is echter aan de overheid om responsief op te treden en behendig om te gaan met alle uitdagingen die de gig economie met zich meebrengt. België heeft de kans om een voortrekkersrol te spelen die de gig economie én hun medewerkers volop laat ontwikkelen. Het zou jammer zijn deze niet te grijpen. We moeten dan ook het arbeidsrechtelijk kader volledig durven herdenken om een evenwicht te vinden tussen sociale bescherming en de noden van de huidige economie. Rechtszekerheid, transparantie en flexibiliteit, moeten de bouwstenen vormen van een nieuw arbeidsrecht”, zo concludeert De Bels.

Lees het rapport hier na The Gig Economy Employment Status Report

Geplaatst in Freelancer, Wetgeving inhuur | Tags | 4s Reacties