"Exploring the future of work & the freelance economy"

Andreas Valkiers: “We zien platformen niet als een bedreiging, maar omkaderen ze ook met regelgeving.”

Ook op het kabinet van minister van Sociale Zaken Maggie De Block ziet men dat er veranderingen zijn op de arbeidsmarkt. Een regeling voor platformwerkers moet hen nu alvast op vlak van de sociale zekerheid duidelijkheid bieden. Op lange termijn streeft de minister naar niets minder dan een gelijkschakeling van de sociale statuten.

Noot van de redactie: Onderstaand interview werd opgenomen enkele dagen voor de val van de regering Michel op 18 december 2018. We houden er aan om dit interview toch te brengen omdat o.i. de denkpistes die er in worden geschetst relevant blijven.

“Wat ik vertel, is wel degelijk de visie van de minister”, zo bevestigt Andreas Valkiers. Hij is adviseur Sociale Zaken op het kabinet van minister Maggie De Block (Open VLD), meer specifiek voor alles wat te maken heeft met de verschillende statuten binnen de sociale zekerheid. “Dat gaat over de artiesten en de sporters, maar de afgelopen jaren zien we ook nieuwe vormen van werken ontstaan, met de vraag onder welk sociaal statuut die vallen. Sinds de opkomst van de platformen krijgen we zowel van de mensen die er werken, als van de platformen zelf de vraag ‘wat is het sociaal statuut van die mensen?’”

De vragen komen op het kabinet, maar of dat ook betekent dat die van toepassing zijn op een groot aantal mensen? “Dat wil ik nuanceren. We zien dit inderdaad opkomen, maar de omvang blijft voorlopig beperkt. Het is iets nieuws, en dus wordt er veel over geschreven, er wordt ook wat dramatisch over gedaan, alsof er een totale disruptie van de arbeidsmarkt zou bezig zijn, maar wij zien dat op dit moment niet gebeuren”, klinkt het nuchter.

Kader voor platformwerkers

Een en ander wil niet zeggen dat de overheid werkloos toekijkt. Andreas Valkiers legt uit dat ook voor de relatief kleine groep van platformwerkers een duidelijk kader nodig is opdat ze niet in een grijze zone zouden terechtkomen, maar ook om oneerlijke concurrentie tegen te gaan.  Bovendien kunnen dergelijke platformen ondernemerschap stimuleren, want ze laten mensen toe om een idee uit te testen. “We willen dat dus zeker niet verbieden. We zien die platformen niet als een bedreiging, maar omkaderen ze ook met regelgeving.”

“We wilden van in het begin en duidelijk regeling, en daarom hebben we de regeling uitgewerkt waarbij mensen tot 6.000€ kunnen verdienen via de erkende platformen. Zo kunnen ze een zelfstandige activiteit uitproberen. Mensen die een tof idee hebben, krijgen de kans om zonder formaliteiten die zelfstandige activiteit uit te proberen. Overschrijd je die grens van 6.000€ per jaar, dan ben je verplicht om het sociaal statuut van zelfstandige of zelfstandige in bijberoep aan te nemen.” Deze Belgische regeling, zo zegt Valkiers, krijgt overigens lof vanuit het buitenland.

Overigens is de grens van 6.000€ er alleen voor erkende platformen. Welke dat zijn, publiceert de overheid online (https://financien.belgium.be/nl/particulieren/belastingvoordelen/deeleconomie). Zij moeten voldoen aan bepaalde transparantievereisten, zoals het inkomen van de mensen die via het platform werken, meedelen aan de overheid. Wie niet via zo’n erkend platform werkt, moet vanaf de eerste euro het statuut van zelfstandige (al dan niet in bijberoep) hebben met de (para)fiscale gevolgen die daarbij horen.

Valkiers hamert op het verplichte karakter van het sociaal statuut voor wie meer dan 6.000€ per jaar verdient via een erkend platform, of voor al wie via andere platformen diensten levert. Terwijl in Nederland de ZZP’ers ervoor konden kiezen om geen bijdragen te betalen, en dus ook geen bescherming te genieten, is dat voor het kabinet van Maggie De Block geen optie. “Voor ons is het belangrijk dat als je werkt, je dat doet onder een sociaal statuut.”

Naar één sociale bescherming?

Op lange termijn is de ambitie veel groter dan een kader voor platformwerkers. “Onze visie is dat iedereen die werkt eenzelfde sociale bescherming zou moeten hebben”, zo verwoordt Andreas Valkiers het. Dus: werkloosheidsuitkeringen, pensioenen en ziekte- en invaliditeitsuitkeringen die niet afhangen van het statuut dat je hebt of had. De voordelen van zo’n echte eenmaking op socialezekerheidsrecht vlak zijn legio, vervolgt hij: de problematiek van de schijnzelfstandigheid verdwijnt omdat individuen en bedrijven niet meer zoeken naar de meest voordelige statuut, er is geen nood meer aan uitgebreide controles, iedereen strijdt met dezelfde wapens…

“Los daarvan vinden we het gewoon een principe dat iemand die werkt een sociale bescherming nodig heeft die de risico’s, die volgen uit het feit dat je werkt, afdekt. Op termijn zou er geen verschil meer mogen zijn tussen ambtenaren, werknemers en zelfstandigen. Die statuten zijn voorbijgestreefd. Mensen zullen niet langer meer in een statuut blijven zitten alleen maar omwille van de sociale rechten die ze hebben opgebouwd.” Overigens merkt Andreas Valkiers op dat hij het daarbij alleen heeft over sociale statuten: op arbeidsrechtelijk vlak zal er steeds een verschil blijven bestaan tussen wie onder gezag werkt en wie niet. Al vindt hij het net als de minister wel belangrijk dat werknemers meer vrijheid krijgen om in overleg met hun werkgever te kiezen waar en wanneer ze werken.

“We zitten vandaag nog ver af van het uiteindelijke doel om voor iedereen eenzelfde sociale zekerheid te voorzien. Wat deze legislatuur wél al is gebeurd, is het versterken van het sociale statuut van de zelfstandige en het richting werknemersstatuut te brengen. Maar onze ambitie om naar één statuut te gaan is er één op lange termijn: het is een horizon waar de minister naartoe wil werken.”

Freelance journalist. Doet van horen, zien en schrijven over o.a. HR en de arbeidsmarkt.

Bekijk alle berichten van Timothy Vermeir

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *