Maandelijkse archieven: oktober 2026

Freelancer Focus 2026: freelancers goed voor €34,7 miljard omzetcapaciteit

Door de huidige politieke, economische en technologische situatie in de wereld groeit het belang van freelance ondernemers. Dat schrijven UNIZO-topmannen Bart Buysse en Pieter Geers in het Freelancer Focus-rapport 2026. Freelancers zorgen ervoor dat kennis sneller circuleert tussen ondernemingen, sectoren en ecosystemen. Ze brengen expertise in en creëren economische meerwaarde.

Aantal freelancers stijgt

UNIZO definieert een freelance ondernemer als een zelfstandige zonder personeel die met een opdrachtgever een contractuele business-to-businessrelatie aangaat om gespecialiseerde diensten te verlenen.

Volgens de federatie tellen Vlaanderen en Brussel samen 243.646 freelancers. Dat is een stijging met 2,5 procent tegenover vorig jaar.

Drie opvallende cijfers uit het Freelancer Focus-rapport

  1. Het freelance-ecosysteem vertegenwoordigt een gezamenlijke omzetcapaciteit van ongeveer 34,7 miljard euro per jaar. Uit het UNIZO-onderzoek blijkt dat freelance ondernemers gemiddeld 35 uur per week factureren, tegen een gemiddeld uurtarief van 88,5 euro. Rekening houdend met 46 actieve werkweken per jaar komt dit neer op een theoretische omzetcapaciteit van ongeveer 142.500 euro per ondernemer per jaar. Toegepast op de volledige populatie van freelancers komt de totale theoretische omzetcapaciteit uit op ongeveer 34,7 miljard euro.
  2. 35 procent zegt dat opdrachtgevers doorgaans niet tijdig en correct betalen. Ook de samenwerking kan volgens freelancers beter. Slechts 46 procent ervaart transparante en duidelijke afspraken, 37 procent spreekt van goede communicatie en feedback tijdens de opdracht, 34 procent vindt de contractvoorwaarden volledig correct en amper 24 procent ervaart voldoende aandacht voor de introductie en begeleiding bij de start van een opdracht.
  3. De financiële ademruimte van veel freelance ondernemers in hoofdberoep is beperkt: één op de drie kan hoogstens drie maanden zonder opdrachten. 8 procent geeft aan dat die periode niet langer dan één maand mag duren en 27 procent noemt één tot drie maanden. Nog eens 27 procent kan drie tot zes maanden overbruggen, 14 procent zes tot twaalf maanden en 20 procent langer dan twaalf maanden. 3 procent duidt ‘weet niet’ aan.

Naar een sterker freelance-ecosysteem

De cijfers uit het Freelancer Focus-rapport 2026 tonen dat freelancers steeds een belangrijkere rol spelen binnen organisaties en de globale economie. Tegelijk blijft deze groeiende groep al jarenlang met dezelfde uitdagingen kampen: onduidelijke afspraken, laattijdige betalingen en contractvoorwaarden die niet altijd correct zijn. Dat kan de financiële weerbaarheid van freelancers onder druk zetten. Organisaties hebben er dus alle belang bij om te investeren in duurzame samenwerkingen met freelancers. Wie daarin slaagt, haalt de toekomst in huis.

Over het onderzoek

Voor het Freelancer Focus-rapport 2026 bevroeg UNIZO tussen 6 mei en 15 juli 2026 in totaal 459 freelance ondernemers uit alle Vlaamse provincies en Brussel. Zowel UNIZO-leden als niet-leden namen deel.

Lees het volledige Freelancer Focus 2026

Lees ook :

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Freelancer Focus 2026: freelancers goed voor €34,7 miljard omzetcapaciteit

David Ducheyne (HRPro): “HR mag geen eiland zijn”

Naast zijn voorzitterschap van HRPro, de Belgische vereniging van HR-professionals, begeleidt Ducheyne als eigenaar van adviesbureau Otolith organisaties en leidinggevenden bij de uitvoering van hun strategie. Die praktijkervaring klinkt door in zijn antwoorden: hij vertelt over interimmanagers die wortel schieten, projectverpleegkundigen met een ‘firmawagen’ en freelancers die afhaken omdat een beslissing te lang uitblijft. Hij kijkt even scherp naar de contractlogica van aankoop als naar de mensenlogica van HR, en wil beide meer laten samenspelen.

Total talent, niet total workforce

Ducheyne spreekt eigenlijk liever over total talent management dan over total workforce management. “Waar talent vandaan komt, is niet zo belangrijk.” Organisaties moeten voortdurend verschillende bronnen van talent aanspreken. Steeds meer mensen stellen hun talent ter beschikking buiten de klassieke arbeidsovereenkomst. De economische context kan de krapte op de arbeidsmarkt wat verlichten, maar de demografische schaarste blijft. “We gaan er dus voor moeten zorgen dat de mensen met talent voor ons willen werken.”

HR regisseert, maar niet alleen

Lange tijd lag de verdeling vast: HR zorgde voor wie een arbeidsovereenkomst had, managers en aankoopdiensten voor de flexibele werkkrachten. “Ik heb dat altijd onzin gevonden”, benadrukt Ducheyne, “omdat die twee op de werkvloer toch gemengd worden. Ze moeten samenwerken, samen resultaten halen en allemaal voldoen aan de kwaliteitsnormen van de organisatie.”

De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit én de kwantiteit van de totale workforce hoort volgens hem bij HR, dat de eindregie in handen houdt. Dat betekent niet dat HR alles zelf uitvoert: een deel van de uitvoering kan HR delegeren. Het verwijt dat HR-betrokkenheid automatisch tot bureaucratie leidt, legt hij terug bij zijn eigen vakgenoten. “De opdracht ligt bij HR om ervoor te zorgen dat de flexibiliteit die de diversiteit aan talent biedt, ook volledig benut wordt.”

Die regierol vraagt een andere kijk op HR zelf. “HR mag geen eiland zijn.” Talent sourcing hoort niet uitsluitend bij HR: iedereen in de organisatie kan eraan bijdragen. HR schept de kaders, middelen en tools om dat vlot te laten verlopen, met digitalisering als belangrijke hefboom. Ducheyne ziet HR dan ook liever als proces dan als functie. Het levert diensten én stuurt bij door normen te definiëren, “uiteraard in samenspraak met de business en niet vanop een eiland”.

Toch draagt HR die regie niet alleen: “Het is niet mogelijk om te zeggen wie de enige verantwoordelijke is. Die is er niet.” Ducheyne pleit daarom voor Strategic Workforce Planning, al blijft hij kritisch: “soms een lege doos, waar je toch iets van kunt maken als je proactief wilt zijn”. HR, aankoop en leidinggevenden bekijken dan samen welk talent ze nodig hebben en waar ze het kunnen vinden.

Talent sourcing hoort niet uitsluitend bij HR: iedereen in de organisatie kan eraan bijdragen

Niemand komt binnen zonder screening

Hoe vermijd je dat de vraag wie eigenaar is van de totale workforce, uitdraait op een territoriumstrijd tussen HR en aankoop? Door de taken helder af te bakenen. Bij interimkantoren en subcontractors richt aankoop zich op de contractafspraken. HR bewaakt dat wie via die weg binnenkomt, aan dezelfde normen voldoet als elke andere medewerker.

Ducheyne vat het samen in twee spiegelende regels: “Er komt niemand binnen die niet voldoet aan de eisen van de organisatie: dat is HR. En er komt niemand zonder dat het contract met het bedrijf dat uitzendt of de mensen ter beschikking stelt in orde is.” Het resultaat noemt hij een win-win: “We moeten elkaar niet voor de voeten lopen; we moeten elkaar versterken.”

Er komt niemand binnen die niet voldoet aan de eisen van de organisatie: dat is HR

Dezelfde normen hanteren betekent preselectie, aandacht voor fit en kwaliteit, feedback en ingrijpen wanneer iemand niet presteert of niet past. Aankoop beoordeelt het contract bovendien niet alleen op prijs, maar ook op flexibiliteit en kwaliteit van de profielen.

Het risico illustreert hij met de interimmanager die een organisatie binnenhaalt bij gebrek aan interne capaciteit of kennis. Soms blijft die te lang: “Die schiet wortel. Als die dan ook niet gescreend is geweest, is het moeilijk om achteraf nog te zeggen: je voldoet niet.” Blindelings iemand als een soort huurling de organisatie in sturen, vindt hij dan ook riskant.


De solo-ondernemer: andere spelregels, dezelfde lat

Voor de individuele freelancer maakt Ducheyne een onderscheid. Een solo-ondernemer kan gewoon ‘solliciteren’. Aankoop en de juridische dienst moeten wel duidelijke afspraken maken over wat in een contract moet staan. Brengt de freelancer een eigen contract mee, dan volgt uiteraard een screening van dat contract.

De organisatie mag de procedure eenvoudiger maken. De business kan de vraag naar talent stellen, digitale platformen kunnen de wisselwerking ondersteunen. Eén voorwaarde blijft overeind: wie binnenkomt, doorloopt een screening zoals elke andere medewerker. Ook bij een kort verblijf. “À la limite: zelfs als iemand maar één dag zou blijven, moet er toch een klein gestructureerd gesprek plaatsvinden.”

Zelfs als iemand maar één dag zou blijven, moet er toch een klein gestructureerd gesprek plaatsvinden


Ken en voed de wolk rond je organisatie

De meeste HR-systemen, -processen en KPI’s draaien nog grotendeels rond de vaste werknemer, stelt Ducheyne vast. Begrijpelijk, gezien de vluchtige relatie met sommige freelancers. “Maar het is een fout om dat niet te doen.” Elk bedrijf hoort ook een relatie op te bouwen met goede externe werkkrachten en hen te betrekken bij de community van de organisatie.

Het Concertgebouw in Brugge biedt volgens hem een mooi voorbeeld: een vaste kern, uitzendkrachten, regelmatig terugkerende freelancers en vrijwilligers die samen het aanbod waarmaken. Om met die drie categorieën een relatie uit te bouwen, moet je weten wie iemand is, ook zonder arbeidscontract. “Als iemand terugkomt, destijds gescreend was en goed gepresteerd heeft, dan is die ‘gecleared’ en mag die meteen opnieuw binnenkomen.”

Lees ook: RAI wint de Total Talent Management Award 2026

Zoals je leveranciers beoordeelt en opvolgt, moet je ook de leveranciers van talent opvolgen: zowel de organisaties als de individuele mensen. Ducheyne beseft dat schijnzelfstandigheid op de loer ligt en dat toezicht houden moeilijk blijft. Dat mag je volgens hem niet beletten om ook extern talent te beoordelen. Technologiebedrijven brengen hun total workforce al zo in kaart. “Als je dat niet doet, bouw je ook niets op.” Zijn beeldende conclusie: “Er bevindt zich een wolk van talent rond de organisatie en die wolk moet ook gevoed en opgevolgd worden.”

Dat geldt ook voor ontwikkeling. In iemand die maar één dag blijft, investeer je minder. Wie regelmatig terugkeert, verdient wel opleiding en aandacht voor cohesie en motivatie. Mensen die langer of vaker vanuit een ander statuut voor dezelfde organisatie werken, identificeren zich soms sterker met de klant dan met het bureau dat hen ter beschikking stelt. Dat vraagt een wendbaar HR: “HR moet flexibel zijn, HR moet customizen, HR moet rekening houden met persoonlijke behoeften en HR moet rekening houden met fluctuerende businessbehoeften. Anders gaat dat niet lukken.”

Wie regelmatig terugkeert, verdient wel opleiding en aandacht voor cohesie en motivatie

Je freelancer wacht niet

Een diverse workforce brengt spanningen mee. In de zorg kunnen projectverpleegkundigen met een ‘firmawagen’ afgunst wekken bij interne collega’s. Externen kunnen ook het loonbeleid onder druk zetten. “Je moet het allemaal managen.”

Spanningen ontstaan niet alleen op de werkvloer. Ducheyne wijst bedrijven ook op hun eigen rol in het tekort. Sommige mensen met schaars talent of specifieke kennis willen zich niet laten aanwerven. “Zij zetten hun schaarste om in een hogere verloning die het bedrijf niet wil betalen als het gaat om een interne medewerker.” Bedrijven dragen dus soms zelf mee de verantwoordelijkheid wanneer ze dat talent niet via een reguliere arbeidsovereenkomst vinden.

Klimaat en cultuur wegen eveneens zwaar. Vaste medewerkers moeten begrijpen dat schaars extern talent ook hun belang dient: het helpt de klantenopdrachten waarmaken. Ten slotte telt snelheid. “Als je processen te traag zijn, is je freelancer weg.” Goede mensen hebben keuze, en dat geldt evengoed voor vaste krachten. Ducheyne pleit er daarom voor om internen en externen, eens ze binnenkomen, relatief gelijkaardig te behandelen.

Als je processen te traag zijn, is je freelancer weg

Kijk breed

Daarmee keert Ducheyne terug naar zijn vertrekpunt. “De toekomst van HR moet er één zijn waarbij alle bronnen van talent worden geïncorporeerd.” Wie daar niet in meegaat, blijft volgens hem “een traditionele eilandbewoner” zonder impact. Zijn oproep aan de deelnemers van de Total Workforce Summit klinkt dan ook kort en krachtig: “Kijk breed. Dat is dé boodschap.”


Het HR-profiel in een notendop

Houding
• geen eiland, wel regisseur van de totale workforce
• partner van aankoop

Vaardigheden
• normen bewaken zonder bureaucratie
• snel beslissen
• spanningen kunnen managen

Opdrachten
• elke instromer screenen
• terugkerend talent in kaart brengen en ontwikkelen
• samen met aankoop en leidinggevenden de talentnood plannen


Praktisch: Total Workforce Summit

Wanneer: donderdag 26 november 2026
Waar: VBO, Brussel
Voor wie: HR- en aankoopleiders
Meer informatie: Stuur een mail naar marlies.ext@nextconomy.be of bekijk hier de informatie over de Total Workforce Summit 2026. 


Lees ook: 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor David Ducheyne (HRPro): “HR mag geen eiland zijn”

Jouw bankrekening liegt niet: waarom cashflow belangrijker is dan je omzet

Ook ervaren freelancers komen soms onverwacht in cashflowproblemen terecht. Een laattijdige betaling, een grote belastingafrekening of het wegvallen van een belangrijke opdrachtgever kan voldoende zijn. Daarom blijft cashflowbeheer belangrijk, ongeacht hoelang je al zelfstandig bent.

Niels Van Rijsselberghe

We vroegen Niels Van Rijsselberghe, customer relationship specialist bij SBB Accountants & Adviseurs, enkele praktische tips om financiële ademruimte te creëren en behouden.

Winst is geen cash

“De eerste drie à vier opstartjaren vind ik de belangrijkste periode om bewust met cashflowbeheer bezig te zijn”, zegt Niels Van Rijsselberghe. “Als freelancer kun je immers winstgevend zijn en toch tijdelijk in de problemen komen. Denk aan een grote investering, de inrichting van een kantoor of andere opstartkosten, terwijl inkomsten pas later binnenkomen.

Ook wanneer een belangrijke opdracht onverwacht wegvalt, kunnen vaste kosten blijven doorlopen. Wie al langer actief is als freelancer, heeft doorgaans meer mogelijkheden om een buffer op te bouwen. Blijft de cashflow structureel onder druk staan, dan is het wel zinvol om samen met je accountant naar jouw verdienmodel, prijszetting en kostenstructuur te kijken.”

Een belangrijke eerste stap is daarom vooruitkijken. “Maak niet alleen een overzicht van inkomsten en uitgaven uit het verleden, maar bekijk ook wat de komende maanden op jouw rekening zal gebeuren. Een eenvoudige cashflowplanning – en daarvoor bestaan tal van handige softwaretools – maakt zichtbaar wanneer belastingen, sociale bijdragen, investeringen en andere grote uitgaven eraan komen.”

Factureer snel en volg op

“Je mag geen bank spelen voor je opdrachtgevers”, benadrukt Van Rijsselberghe. “Toch zien we nog te vaak dat freelancers hun prestaties niet meteen factureren. Daardoor financieren ze hun klanten onnodig voor.”

“Maak van facturatie daarom een vaste routine, bij voorkeur via facturatiesoftware. Registreer alle prestaties en stuur de factuur zo snel mogelijk uit. Ook kleine opdrachten en bijkomende prestaties tellen mee. Elk uur is kostbaar, en elke expertiseoverdracht mag gehonoreerd worden.”

“Daarna begint de opvolging. Houd openstaande facturen actief in de gaten en werk met automatische herinneringen waar mogelijk. We raden aan om een duidelijk opvolgsysteem te gebruiken en facturen niet pas na de vervaldag te bekijken.”

Maak van facturatie een vaste routine, bij voorkeur via facturatiesoftware. Registreer alle prestaties en stuur de factuur zo snel mogelijk uit.

Bouw een financiële buffer op

Hoe groot moet die buffer zijn? “Dat hangt af van jouw kostenstructuur en inkomstenzekerheid”, geeft Van Rijsselberghe aan. “Wie weinig vaste kosten heeft, heeft minder nodig dan een ondernemer met personeel, een bedrijfsruimte of zware investeringen. Je moet vooral weten hoe lang je zonder opdracht kunt overleven.”

“Een praktische aanpak is om verschillende scenario’s te berekenen: wat als één grote klant wegvalt, de omzet tijdelijk halveert of een onverwachte investering zich aandient? Binnen SBB gebruiken we hiervoor Bizzcontrol, waarmee we de beschikbare cashbuffer en de overlevingsperiode per cliënt inschatten.”

Vergeet belastingen en sociale bijdragen niet

Een klassieke valkuil bij starters is dat ze hun beschikbare cash overschatten. Niels Van Rijsselberghe legt uit: “Bij zelfstandigen worden sociale bijdragen en belastingen berekend op basis van het inkomen na beroepskosten, terwijl de betalingen pas later volgen. Een deel van de inkomsten die vandaag beschikbaar lijken, is dus eigenlijk al bestemd voor de fiscus of sociale zekerheid. Een goede begeleiding door een accountant is hier zeer belangrijk. SBB werkt hiervoor met een handige bruto-nettocalculator, waarmee je beter inschat welk bedrag werkelijk beschikbaar is.”

Spreid je risico

Tot slot is cashflowbeheer ook een kwestie van inkomsten spreiden. “Leg niet al je eieren in één mand”, besluit de SBB-expert. “Een mix van grote en kleinere opdrachtgevers verkleint de impact wanneer een klant wegvalt. Nog sterker is een spreiding over verschillende sectoren, zodat een terugval in één markt niet meteen je volledige omzet raakt.”

Overtollige cash bespreken met jouw accountant

En nog een laatste praktijktip: “Als je overtollige bedrijfscash hebt, kun je samen met jouw accountant bekijken welke investeringen of andere fiscaal correcte mogelijkheden interessant zijn. Zo wordt cash geen slapend saldo, maar een strategische reserve die jouw onderneming sterker maakt.”

Leg niet al je eieren in één mand. Een mix van grote en kleinere opdrachtgevers verkleint de impact wanneer een klant wegvalt.

Lees ook

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Jouw bankrekening liegt niet: waarom cashflow belangrijker is dan je omzet

Andreas Meinert (Ework Group): “Dit overkomt je organisatie, je team. En ook JOU.

Hij noemt zichzelf graag een ‘popcornbrein’. “Ideeën ploppen bij mij uit het niets op. Dat betekent niet dat ze altijd juist zijn. Maar als ik jou ook laat poppen, maken we samen een popcornbal. Zo ontstaat innovatie.”

Ework Group, de Zweedse specialist in extern talent en hoofdsponsor van de summit, geeft hem uitdrukkelijk de ruimte om trends te verkennen en nieuwe technologie uit te proberen. Vorig najaar legde hij zichzelf een regel op: elke week minstens één nieuwe AI-toepassing testen. “Het merendeel was gewoon voor de fun”, geeft hij toe. “Maar ermee spelen betekent niet dat ik er alles over weet.”

Wat hem drijft? “Ik zie liever dat we AI gebruiken om te groeien dan om mensen te ontslaan omdat we efficiënter willen zijn.” Hij wil vooral voorkomen dat Europese bedrijven achterop geraken. 


Wie is Andreas Meinert?

  • Market Insight and Strategy Lead bij Ework Group 
  • Zijn wortels liggen in sales. Hij verkocht MSP- en VMS-oplossingen,  grote programma’s voor het beheer van extern talent,  en gebruikte sinds 2017 trends om te begrijpen wat klanten nodig hadden.
  • Sinds februari 2025 wijdt hij zich voltijds aan marktinzicht. Hij volgt drie domeinen: de samenleving, de business en het werk zelf.
  • Recente publicaties: het trendboek Trends Towards 2030 (2025) en de white paper Designing Readiness (2026). 

Vijf jaren die alles veranderden

Wie wil begrijpen waarom organisaties vandaag anders met talent moeten omgaan, hoeft volgens Meinert geen tien jaar terug te kijken. “Ga terug naar november 2019, net voor COVID. Sindsdien is alles veranderd: hoe, waar, wanneer en waarom we werken.”

In Zweden, vertelt hij, verwachtte men dat de digitalisering van het werk twee à drie jaar zou duren. Het duurde amper twee maanden. Daarna volgden de pensioneringsgolf, de instroom van Generatie Z, geopolitieke schokken en de doorbraak van generatieve AI. Meinert vat dit treffend samen in drie verschuivingen die elke organisatie raken:

  • The Great Reskill. Iedereen moet nieuwe vaardigheden leren om relevant te blijven. Dat leidt tot technostress en tot FOBO, fear of becoming obsolete: de angst om overbodig te worden.
  • The Great Redesign. Wie AI inzet, hoeft niet meer op dezelfde manier te werken. Rollen en processen vragen om een nieuw ontwerp.
  • The Great Flattening. Grote bedrijven schrapten het voorbije jaar hele lagen middenmanagement. “Sommigen zeiden dat het door AI kwam. Eerlijk gezegd ging het er eerder om geld vrij te maken om AI te kunnen kopen.”

In zijn white paper Designing Readiness vroeg Meinert klanten hoe klaar ze zich voelen voor die trends. Zijn conclusie: “Ze zijn het niet.” En zijn diagnose: “De meeste organisaties onderschatten hoeveel verandermanagement dit vergt.”

AI vervangt taken, geen jobs

Met Skillshift Lens bouwde Meinert een online platform dat inzichten uit meer dan vijftig onderzoeksrapporten en databronnen bundelt. Voor 12 sectoren en 100 functies toont het hoe AI het werk verandert. Het uitgangspunt klinkt eenvoudig: een functie bestaat uit een bundel taken. AI neemt taken over, maar geen volledige functies.

Het voorbeeld van een softwareontwikkelaar maakt dat tastbaar. Volgens zijn analyse kan tot 74 procent van diens taken geautomatiseerd worden. “De ontwikkelaars die ik spreek, gebruiken hun toetsenbord nauwelijks nog. Ze praten met hun AI-agents, die de code schrijven en zelfs nakijken.” De functie verdwijnt niet, maar de inhoud verandert ingrijpend.

Daarom verschuift de vraag van “welke functie heb ik nodig?” naar “welke vaardigheid heb ik nodig?”. En dat opent deuren. “AI kijkt niet naar je leeftijd, maar naar je vaardigheden.” Sommige klanten zetten pas afgestudeerden in op seniorposities, net omdat zij de nieuwe technologie het best beheersen. Tegelijk waarschuwt hij: “Als we geen junioren meer opleiden, hebben we straks geen senioren.”

Voor HR-leiders vraagt die verschuiving om andere instrumenten. Werving, loopbaanbegeleiding en opleiding vertrekken voortaan van vaardigheden in plaats van functietitels. Zijn visie sluit hier nauw aan bij die van Saskia Van Uffelen, die eveneens op de Summit spreekt. Wie zelf wil nagaan hoe AI de eigen functie of sector verandert, vindt op Skillshift Lens alvast en eerste antwoord.

Als we geen junioren meer opleiden, hebben we straks geen senioren.

De leider zonder tijd om te leiden

Het grootste knelpunt ligt volgens Meinert niet bij de medewerkers, maar bij hun leidinggevenden. Hij schetst een doordeweekse dinsdag van een manager: een tsunami aan mails, vergaderingen zonder beslissing, en ‘s avonds cijfers uit vijf systemen overtypen in Excel. “Dat is geen slecht leiderschap. Dat is een leider die geen tijd heeft om te leiden. Van leiders wordt verwacht dat ze de transformatie trekken, maar niemand geeft hen daar de ruimte voor.”

Zijn tip: stop met goedkeuren, achter zaken aanlopen en rapporten samenstellen, want daar kan AI vandaag al bij helpen. Word een orkestrator van mensen én technologie, en bouw teams op basis van vaardigheden in plaats van functietitels. “Een leider stuurt vandaag misschien al digitale medewerkers aan. Hoe leid je een AI? En wat als je eigen manager straks een AI is?”

Dat is geen slecht leiderschap. Dat is een leider die geen tijd heeft om te leiden.

Blijf niet hangen in stap één

Volgens Meinert gaat het vaak mis bij de manier waarop organisaties AI invoeren. “Iedereen heeft vandaag wel een vorm van AI. Maar vaak heeft de organisatie die gewoon uitgedeeld en hoopt ze dat er iets goeds uit voortkomt.” Wie Copilot krijgt zonder doel, laat wat samenvattingen en mails schrijven. Echte bedrijfswaarde levert dat niet op.

Daarom stelt hij vier stappen voor. “Die vierde stap is de moeilijkste. Ik worstel er zelf ook nog mee”, geeft hij grif toe. “Veel bedrijven stoppen na stap één en zeggen: nu zijn we een AI-bedrijf. Maar wat gebeurt er als je concurrenten al naar stap vier bewegen?”

Zelf aan de slag in vier stappen

  1. Geef mensen een AI-tool, maar met een plan. “Verwacht geen magie door alleen een tool uit te delen.”
  2. Bekijk je taken. Welke kun je automatiseren en wat wordt daarna je werk?
  3. Bouw workflows tussen mens en AI. Wat doe ik, wat doet de AI? “Het oordeel blijft bij mij.”
  4. Herontwerp heel het proces. Begin met een blanco blad in plaats van AI in je oude werkwijze te schuiven.

Zijn startadvies klinkt opvallend nuchter. “Begin niet bij de technologie, maar bij het businessprobleem dat je wilt oplossen. Er verschijnt bijna elke week een nieuw model. Je hoeft niet alles te volgen. Je moet weten wat waarde creëert voor jouw organisatie.” Hij hanteert daarbij deze vuistregel: bij een AI-transformatie draait ongeveer 10 procent om de tool, 20 procent om data en algoritmes, en maar liefst 70 procent om organisatieverandering.

Verkoop je resultaat, niet je uren

Extern talent verdwijnt niet, benadrukt Meinert. Het wint net aan belang. “Organisaties hebben een vaardigheid nodig, geen contractvorm. Soms is dat een werknemer, soms een freelancer, soms een project, soms interne mobiliteit en soms een bot.” Daarmee groeit extern talent uit tot een strategisch vraagstuk, en dus ook tot een thema voor de raad van bestuur.

Voor freelancers verandert het speelveld wel. Krappere budgetten zetten experts vaker in concurrentie met elkaar, en klanten vragen steeds vaker projecten met een afgesproken resultaat. In de sector spreekt men van een statement of work (SOW). “Verkoop niet langer je uren, maar je resultaat.”

Hij heeft ook een verrassend concrete tip voor freelancers die aan een nieuwe opdracht beginnen: vraag welke AI je mag gebruiken en welke tokenlimieten gelden. “Misschien rekenen freelancers straks in euro’s én in tokens.” Voor inkopers betekent dat een nieuwe contractlogica: niet langer uren afrekenen, maar resultaten, en misschien ook rekenkracht.

Misschien rekenen freelancers straks in euro’s én in tokens.

AI rekent, de mens oordeelt

Hoe slim AI ook wordt, het menselijke oordeel blijft doorslaggevend. Meinert ziet een verschuiving van human in the loop naar human on the loop. Je keurt niet langer elke taak afzonderlijk goed. Je keurt vooraf het proces goed dat AI-agents daarna zelfstandig uitvoeren. Daarmee schuift de vraag naar menselijk toezicht, waar ook de Europese AI Act op aandringt, richting directie en raad van bestuur.

Die nieuwe rol vergt waakzaamheid, zo toont zijn voorbeeld. “AI geeft niet om jou of mij. Het ziet een getal in een databank. Wij weten misschien waarom iemand zes maanden niet productief was: een ongeval, iets persoonlijks. De AI ziet alleen: Geen productie. Bedankt voor je diensten.”

AI geeft niet om jou of mij. Het ziet een getal in een databank.

Op 26 november: een keynote die ook naar jou kijkt

Meinerts toespraak tijdens de NextConomy Total Workforce Summit kreeg de titel ‘From Today’s Work to Tomorrow’s Roles’. Hij spreekt over werkherontwerp en verschuivende vaardigheden, met één boodschap die hij zelf in hoofdletters schrijft: dit overkomt je organisatie, je team en ook JOU. “Leiders denken vaak dat dit alleen hun medewerkers raakt. Maar ik wil een gevoel van urgentie creëren.” Daarbij belooft hij concrete handvatten om er meteen mee aan de slag te gaan.

Meinert brengt geen doemverhaal. Hij gelooft dat AI organisaties kan laten groeien, op voorwaarde dat leiders zelf het voorbeeld geven en het werk durven herdenken. Zijn eigen presentatie maakt hij daarom zelf, met technologie als hulpmiddel en niet als vervanger. Op een recente conferentie zag hij alle slides erg op elkaar leken, omdat iedereen hetzelfde AI-model gebruikte. “Misschien gaan we naar een human premium: wat er anders uitziet, is ook echt anders.” lacht hij.

Of zoals hij zijn boodschap voor 26 november mooi samenvat: “De hamvraag is niet óf werk verandert, maar of jij er klaar voor bent wanneer het gebeurt.”

Lees ook: 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Andreas Meinert (Ework Group): “Dit overkomt je organisatie, je team. En ook JOU.

Hoe bescherm je jezelf als freelancer tegen een failliete opdrachtgever?

Als gewone schuldeiser sta je achteraan

Wanneer een opdrachtgever failliet gaat, ben je als freelancer in de regel een gewone schuldeiser. Dat geldt zowel voor een eenmanszaak als voor een vennootschap. Dennis Devroey: “Werknemers genieten een grotere wettelijke bescherming dankzij hun wettelijk voorrecht. Voor freelancers ligt dat anders. De rangschikking van schuldeisers is bovendien complex. Eerst komen onder meer de boedelschulden – beheerskosten van het faillissement zoals de erelonen van de curator – en schuldeisers met algemene en bijzondere zekerheidsrechten, zoals bijvoorbeeld banken met een hypotheek. Ook werknemers, de fiscale administratie en verhuurders genieten een voorrecht. Andere schuldeisers zonder voorrechten, waaronder freelancers, komen pas aan bod nadat de bevoorrechte schuldeisers werden uitbetaald.”

“In de praktijk blijft er daardoor bij een faillissement vaak weinig over om openstaande vorderingen te betalen. Houd er bovendien rekening mee dat in meer dan de helft van de faillissementen het actief zelfs niet volstaat om de boedelschulden te voldoen. In die gevallen moet de Staat tussenkomen om de kosten en het ereloon van de curator te dragen.”

Een bijkomend wettelijk voorrecht voor freelancers zou volgens Devroey het probleem dus niet automatisch oplossen. Een voorrecht creëert immers geen extra activa in de failliete boedel. “Het is niet omdat een nieuw voorrecht voor freelancers zou worden gecreëerd, dat de boedel groter wordt. Het is een beleidsmatige keuze wie voorrang kan genieten bij faillissement.”

Screen je opdrachtgevers vooraf

Daarom is preventie volgens hem cruciaal. “Voor je de samenwerking met een opdrachtgever opstart, kun je al nagaan hoe financieel gezond hij is. Een eerste screening – al dan niet in samenwerking met jouw accountant – kan bijvoorbeeld bestaan uit het analyseren van de jaarrekening en financiële ratio’s, het controleren van de ondernemingshistoriek en het alert zijn voor signalen van betalingsproblemen. Zo krijg je een beter beeld van het risico voordat je tijd of geld in een samenwerking investeert. Preventief werken is veel efficiënter dan achteraf proberen om financiële of juridisch-fiscale problemen recht te zetten.”

Speel vooral niet voor bank

Ook de manier waarop je factureert, maakt een verschil. “Hoe langer een factuur openstaat, des te groter het bedrag dat je bij een eventueel faillissement dreigt te verliezen”, aldus de SBB-expert. “Daarom raad ik aan om het krediet dat je aan een opdrachtgever verstrekt, zoveel mogelijk te beperken. Vraag waar mogelijk een voorschot, factureer minstens maandelijks of zelfs tweewekelijks en spreek korte, werkbare betalingstermijnen af. Hoewel de economische wetgeving betalingstermijnen in b2b-relaties – waarbij je als schuldeiser een kmo bent – beperkt tot maximaal zestig dagen, kun je als freelancer onderhandelen over een kortere termijn, bijvoorbeeld dertig of zelfs veertien dagen.”

“Blijft een factuur onbetaald? Wacht dan niet af. Volg eerst telefonisch op en stuur indien nodig een formele ingebrekestelling. Afhankelijk van de situatie kunnen verdere invorderingsmaatregelen nodig zijn. Bouw daarbij vanaf het begin een goed dossier op. Pak dit zeker proactief en formeel aan. Wees zo assertief mogelijk en speel zeker niet voor bank van jouw opdrachtgever!”

Bouw vanaf het begin een goed dossier op. Wees zo assertief mogelijk en speel zeker niet voor bank van jouw opdrachtgever!

Let op de domino-effecten

Een goede opvolging van betalingen beschermt niet alleen tegen individuele wanbetalers. Late betalingen kunnen immers een kettingreactie veroorzaken. Dennis Devroey: “Veel ondernemingen komen niet in de problemen door een gebrek aan solvabiliteit, maar door liquiditeitsproblemen. Wanneer facturen te laat worden betaald, kan jouw eigen vennootschap of eenmanszaak op haar beurt de eigen leveranciers niet meer betalen. Voor een freelancer is het daarom belangrijk om voldoende grip te houden op de eigen cashflow. Openstaande facturen mogen niet ongemerkt blijven oplopen.”

Denk na bij de opmaak van jouw algemene voorwaarden

Ook algemene voorwaarden kunnen een belangrijke bescherming bieden. “Zorg dat ze tegenstelbaar aan de contractspartij zijn en neem voldoende beschermingsmechanismen op, zoals verwijlintresten en een forfaitaire schadevergoeding. Daarnaast is het verstandig om vooraf vast te leggen wat er gebeurt wanneer betalingen uitblijven. Een opschortingsrecht kan bijvoorbeeld voorkomen dat je prestaties moet blijven leveren terwijl jouw facturen niet betaald worden.”

“Ook een duidelijke beëindigings- of ontbindingsregeling bij een faillissement verdient aandacht”, bevestigt Devroey. “Een faillissement beëindigt een lopende overeenkomst immers niet automatisch. Zonder goede contractuele afspraken kun je als freelancer daardoor blijven doorwerken en tegelijk steeds meer onbetaalde prestaties opbouwen.”

Veel ondernemingen komen niet in de problemen door een gebrek aan solvabiliteit, maar door liquiditeitsproblemen.

Wacht niet tot het faillissement

Een beroep op rechtsbijstand kan nuttig zijn, maar volgens Devroey komt die oplossing vaak pas in beeld wanneer het probleem zich al voordoet. “De kern blijft daarom preventie: ken jouw contractspartijen, beperk openstaande bedragen, volg betalingen strak op en zorg voor juridisch sterke afspraken.”

“Performante facturatiesoftware kan daarbij helpen. Dankzij digitale facturatie en onder meer Peppol kun je facturen sneller versturen en opvolgen, terwijl de administratieve belasting beperkt blijft. Zo wordt debiteurenbeheer een vast onderdeel van jouw bedrijfsvoering in plaats van iets wat je pas oppakt wanneer een opdrachtgever al in financiële moeilijkheden zit.”

Meer info

Twijfel je aan de financiële gezondheid van een klant of wil je jouw algemene voorwaarden juridisch sterker maken? De experts van SBB helpen je graag om risico’s tijdig in kaart te brengen en jouw onderneming beter te beschermen tegen betalingsproblemen. Juridisch advies bij SBB: vertrouw op ons glashelder advies | SBB

Lees ook

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Hoe bescherm je jezelf als freelancer tegen een failliete opdrachtgever?

Wie telt de Europese freelancer? En in welke statistieken?

België telt meer dan een miljoen btw-plichtige ondernemingen en ruim anderhalf miljoen ondernemersfuncties. Eurostat publiceert jaarlijks cijfers over miljoenen Europese ondernemingen en zelfstandigen. En toch blijft één groep moeilijk scherp af te bakenen: de mensen die zonder personeel een economische activiteit uitbouwen. Freelancers, zelfstandigen en eenpersoonsbedrijven zitten in verschillende statistische vakjes. Dat maakt hen niet onzichtbaar, wel moeilijk herkenbaar als één beleidsdoelgroep.

Precies daarover loopt momenteel een Europese discussie binnen SME Connect, een Europees platform en netwerk voor kmo’s en hun ondersteuners. De werkgroep ‘Entrepreneurship, Self-Employment and One-Person Companies’ wil deze ondernemers beter in beeld brengen. Na de ontbijtsessie van de werkgroep in het Europees Parlement hielden we een follow-upgesprek met María Sánchez Rodríguez, co-voorzitter van die werkgroep en Horst Heitz van het SME Connect secretariaat. Dit bracht ons er toe om een poging te ondernemen om deze problematiek eens vanuit een meer Europese bril te benaderen. 

Freelancer’ is (nog) geen statistische categorie

Wie over solo-ondernemers praat, gebruikt al snel acht begrippen door elkaar. “Zelfstandige”, “freelancer”, “eenpersoonsvennootschap” en “onderneming zonder werknemers” lijken in het dagelijkse taalgebruik op elkaar, maar verwijzen statistisch en juridisch naar verschillende entiteiten. Ze overlappen, maar ze tellen niet hetzelfde. Sommige tellen personen, andere tellen ondernemingen, rechtsvormen of arbeidsrelaties. Een zelfde persoon kan zelfstandige, bestuurder, aandeelhouder en freelancer zijn, achter een BV zitten en een onderneming zonder werknemers vertegenwoordigen. Zelfs “zelfstandige” heeft Europees geen eenvormige inhoud: het EU-recht omschrijft een zelfstandige als iemand die een winstgevende activiteit voor eigen rekening uitoefent onder de voorwaarden van het nationale recht, en de Commissie stelde al in 2010 vast dat de lidstaten het begrip verschillend begrijpen en definiëren. Hier een poging tot overzicht: 

“Eén persoon, verschillende statistische identiteiten”

Het probleem wordt echt zichtbaar zodra we de verschillende brillen naast elkaar leggen:

  • de arbeidsmarktbril: wie werkt als zelfstandige?
  • de ondernemersbril: wie heeft een ondernemersfunctie?
  • de bedrijfsbril: hoeveel ondernemingen zijn er?
  • de rechtsvormbril: via welke juridische entiteit wordt de activiteit uitgeoefend?

Neem de Belgische consultant die via zijn BV werkt. In de statistiek kan hij zichtbaar zijn als zelfstandige, als ondernemersfunctie én als onderneming zonder werknemers. Geen van die registraties is fout. Maar geen ervan vertelt op zichzelf het volledige verhaal. De statistische eenheid is niet noodzakelijk dezelfde als de economische persoon achter de activiteit.

‘België: één economie, verschillende populaties

België illustreert het haarscherp. Statbel telt voor 2024 1.643.752 actieve ondernemersfuncties (oprichter, directeur of manager) bekleed door zelfstandigen die geen ‘helper’ zijn. Daarnaast telt Statbel 1.187.819 btw-plichtige ondernemingen, waarvan 997.481 zonder werknemers. Op 31 december 2024 telde België 1.299.825 zelfstandigen (waarvan  801.544 in hoofdberoep) volgens de RSVZ. 

Ziehier enkele verschillende manieren om naar dezelfde economie te kijken. Eén economische werkelijkheid, verschillende statistische populaties. Wie de Belgische freelancers wil tellen, moet dus eerst beslissen wat hij eigenlijk telt: een zelfstandig persoon, een ondernemersfunctie, een onderneming, een rechtsvorm of een onderneming zonder werknemers.

Wie de solo-ondernemer wil meten, moet eerst kiezen welke statistische eenheid hij bedoelt.

Europa telt wel degelijk

Het zou fout zijn te beweren dat Europa deze groepen niet ziet. Eurostat werkt met geharmoniseerde categorieën, onder meer zelfstandigen met en zonder werknemers in de arbeidskrachtenenquête. Ook de bedrijfsstatistiek is gedetailleerd: in 2023 waren er meer dan 33 miljoen ondernemingen in de EU, en van de nieuw opgerichte ondernemingen bestond 83,4% uitsluitend uit zelfstandigen. Volgens Sánchez Rodríguez, die zich op Eurostat baseert, hadden 21,4 miljoen van de 33,2 miljoen actieve ondernemingen in 2023 geen werknemers, zowat 64,5%. Eurostat

Haar diagnose is dan ook genuanceerder dan “Europa ziet de solo niet”. Deze ondernemers worden wel geteld, zegt ze, maar in fragmenten. Afhankelijk van de lidstaat en de dataset duikt dezelfde persoon op als onderneming zonder werknemers, eenmanszaak, freelancer, zelfstandige of als deel van de bredere categorie micro-ondernemingen. De kloof is volgens haar operationeel: er is geen samenhangend kader om wie alleen onderneemt over heel Europa te identificeren en te vergelijken.

Die diagnose verdient wel een kader. SME Connect noemt zichzelf uitdrukkelijk een netwerk en platform, geen belangenvertegenwoordiger. Het eist geen nieuwe data, maar wel betere verbindingen tussen de data die al bestaan.

Geen nieuwe rechtsvorm, wel een gemeenschappelijke taal

SME Connect pleit dus niet voor een Europees freelancerstatuut. De nationale rechtsvorm blijft het uitgangspunt, en aan het sociaal, fiscaal of vennootschapsrecht van de lidstaten wil de werkgroep niet raken. Wat Sánchez Rodríguez voorstelt, is een Europees referentiekader: een gedeelde set kenmerken waartegen elk land zijn eigen categorieën kan afzetten.

Hun inzet is dus niet om van de freelancer een nieuwe Europese rechtsfiguur te maken. De vraag is of Europa de bestaande nationale vakjes zo kan beschrijven dat beleidsmakers weten over wie ze het hebben. Harmoniseren van begrippen, niet van regels.

Van idee naar agenda

Van Europese wetgeving is er voorlopig geen sprake. Wel tekent zich bij SME Connect een interessante agenda af:

Een Europees Manifest voor Eenpersoonsondernemingen en Zelfstandigen. Status: in voorbereiding. Het wordt het eerste substantiële gemeenschappelijke document van de werkgroep, maar het is geen bindend standpunt van het hele SME Connect-netwerk.

De “OPC and Self-Employment Easy Check”.  Status: concept, als onderdeel van het manifest. Het is geen zelftest voor ondernemers, wel een korte beleidstoets die in bestaande procedures zoals effectbeoordelingen, de kmo-test, financieringsprogramma’s en aanbestedingsrichtlijnen moet nagaan of en hoe een Europese maatregel werkt voor iemand die alleen werkt.

Oostenrijk: wat een eigen definitie oplevert

in ons gesprek verwees Sánchez Rodríguez zelf naar Oostenrijk. De Wirtschaftskammer (WKÖ) volgt al jaren een aparte categorie op: het Ein-Personen-Unternehmen (EPU). De definitie is scherp afgebakend: ondernemingen uit de “gewerbliche Wirtschaft” zonder personeel in loondienst, ook zonder marginaal tewerkgestelden, marktgericht, duurzaam actief en zonder medeondernemers, in de praktijk vooral eenmanszaken en GmbH’s. 

Het resultaat: eind 2025 telde Oostenrijk 376.112 EPU’s, 3,9% meer dan een jaar eerder. Dat is meer dan 62% van alle actieve WKÖ-lidmaatschappen in de ‘gewerbliche Wirtschaft’.

Oostenrijk bewijst dus dat een land zelf kan kiezen voor één operationele definitie, die consequent toepassen en er apart over rapporteren. Vergelijken met Eurostat kan niet één op één. Maar het toont wat zo’n eigen bril oplevert: je ziet een vaste, goed gedefenieerde groep die jaar na jaar gevolgd, gemeten en bediend kan worden. Ook vanuit het beleid.

Waarom het ertoe doet

De discussie gaat uiteindelijk niet over statistiek alleen. Wie een groep niet als afzonderlijke beleidsrealiteit kan onderscheiden, kan ook moeilijk nagaan welke regels, administratieve verplichtingen, financieringsprogramma’s of steunmaatregelen op die groep wegen. Een aanbesteding met zware documentatievereisten, een programma met prefinanciering, grensoverschrijdend werken met btw-registraties en socialezekerheidscoördinatie: voor een onderneming met een administratieve afdeling is dat hinderlijk, voor wie alleen werkt vaak een onoverkomelijke drempel.

Hier komt België opnieuw in beeld. Maatregel 72 van het KMO-plan van minister Simonet belooft een instrument dat de bedrijfsgrootte automatisch berekent uit bestaande overheidsdata. Dat is nog iets anders dan freelancers tellen. Maar volgens Sánchez Rodríguez is zo’n instrument, als het verschuift van meten-om-te-vereenvoudigen naar meten-om-te-zien, precies het soort nationaal bewijsstuk dat ooit naar Europa kan doorstromen. Op één voorwaarde: dat het de zichtbaarheid verhoogt zonder nieuwe rapporteringslast voor de ondernemer.

Dezelfde groep bedoelen

Voor de Belgische freelancer verandert er morgen weinig. Maar de Europese discussie bevestigt ons fundamenteler probleem: wie niet als herkenbare economische groep in de data voorkomt, valt gemakkelijker uit de boot wanneer er beleid wordt gemaakt.

De vraag is dus niet of Europa een freelancerstatuut nodig heeft. Wel of het beter kan zien wie vandaag al als zelfstandige, ondernemer of onderneming zonder personeel actief is. De eerste stap naar erkenning is dan verrassend eenvoudig: er voor zorgen dat iedereen over dezelfde groep praat wanneer hij dezelfde groep bedoelt…

Lees ook 

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Wie telt de Europese freelancer? En in welke statistieken?

Duurzaamheidsrapport of niet: ESG raakt ook freelancers

Verwacht gerust meer, dat is de nieuwe baseline van accountancy- en advieskantoor SBB. “Dankzij Peppol en de daarbij horende automatisering hebben onze dossierbeheerders meer tijd om mee te denken met onze klanten”, steekt Niels Van Rijsselberghe, consultant accountancy en fiscaliteit en customer relationship specialist, van wal. “Eén van de manieren waarop we dat waarmaken, is door ondernemers vandaag al te helpen duurzaam en toekomstgericht te groeien. ESG (staat voor milieubewust, sociaal en goed bestuurlijk ondernemen) past daarin, maar gaat voor ons verder dan rapportering alleen. Duurzaam ondernemerschap creëert vertrouwen en geloofwaardigheid.”

Niels: “Grote ondernemingen en beursgenoteerde bedrijven zijn verplicht om een duurzaamheidsverslag te maken. Freelancers vallen niet onder de verplichte Europese duurzaamheidsrapportering (CSRD). Toch sijpelt ESG steeds verder door in onze economie. Grotere ondernemingen beoordelen niet alleen hun eigen prestaties, maar kijken ook naar hun leveranciers, partners en onderaannemers. En daar behoren freelancers vaak toe.”

“Binnen SBB hechten we ook veel belang aan een duurzame waardeketen. Daarom ontwikkelden we in 2026 een gedragscode voor onze leveranciers, met algemene verwachtingen rond verantwoord, integer en duurzamer ondernemen. Zo zie je concreet hoe ESG steeds vaker onderdeel wordt van de relatie tussen opdrachtgever en leverancier. Dit maakt deel uit van onze eigen vrijwillige duurzaamheidsinspanningen.”

Meer dan een rapport

Niels: “ESG gaat bovendien niet alleen over klimaat en CO₂. Vaak ligt de grootste impact voor freelancers elders: duidelijke contracten, correcte facturatie, bescherming van klantgegevens, cyberveiligheid, verzekeringen en transparante bedrijfsvoering. Opdrachtgevers willen weten dat je niet alleen inhoudelijk sterk bent, maar ook professioneel georganiseerd. Governance wint dus aan belang.”

“En ook de sociale dimensie telt mee: investeer je in opleiding, welzijn en kennisdeling? Kan je uitleggen hoe verantwoord je onderneemt? Dat soort zaken creëert vertrouwen bij opdrachtgevers.”

Proactief nadenken en communiceren over ESG thema’s, geeft je bij grote bedrijven een streepje voor

Duurzaamheidsverslag

“Voor freelancers draait duurzaam en toekomstgericht ondernemen vaak niet om rapportering, maar om een sterke basis. SBB begeleidt zelfstandigen onder meer bij contracten, algemene voorwaarden, aansprakelijkheidsvraagstukken, GDPR, fiscaliteit, bedrijfsstructuur en risicobeheer. Zo bouw je stap voor stap aan een onderneming die professioneel en betrouwbaar overkomt bij opdrachtgevers.”

“Proactief nadenken en communiceren over ESG thema’s, geeft je bij grote bedrijven een streepje voor. Grote bedrijven die een duurzaamheidsstrategie hebben, betrekken iedereen bij dit verhaal. En daar horen ook externen bij. Als jij dan al hebt nagedacht over jouw impact en een plan van aanpak kunt voorleggen,  dan sta jij sterker in het gesprek met deze grote klant. Hierdoor stijgt de kans dat ze met jou willen samenwerken.”

“Opdrachtgevers verwachten steeds vaker dat freelancers hun zaken professioneel op orde hebben. Denk aan correcte contracten, heldere afspraken rond intellectuele eigendom, bescherming van persoonsgegevens, cyberveiligheid en een goede aansprakelijkheidsverzekering.”

De verduurzaming van bedrijven creëert ook nieuwe opdrachten voor freelancers

Nieuwe kansen en opdrachten

“De verduurzaming van bedrijven creëert ook nieuwe opdrachten voor freelancers. Bedrijven hebben niet altijd de expertise in huis om een duurzaamheidsrapport op te stellen en kunnen de hulp inroepen van externe data-analisten, communicatieprofessionals, projectmanagers en experten in energie, mobiliteit, circulaire economie …”

“Zij kunnen dan bijvoorbeeld ingeschakeld worden om gegevens te verzamelen en te structureren over energieverbruik, uitstoot, afvalstromen … Ze kunnen helpen om duurzaamheidsdoelstellingen te formuleren, actieplannen op te stellen of de voortgang op te volgen. Ook het uitschrijven van een duurzaamheidsbeleid, het voorbereiden van rapporten en het opvolgen van vragenlijsten van klanten en partners kan uitbesteed worden.”

Duurzaamheid als conversatieopener

“Bedrijven die een duurzaamheidsverslag hebben, pakken daar vaak mee uit op hun website en hun socialmediakanalen. Gebruik dit als conversatieopener. Zeker als je zelf al een plan van aanpak hebt met betrekking tot duurzaamheid. Stuur hen dat zeker op. Het bewijst dat jullie beiden bezig zijn met vergroening. Daarmee onderscheid je je mogelijk van kandidaten die nog niet spreken over duurzaam ondernemen.”

5 ESG-acties om vandaag mee te starten

Niels sluit af met vijf concrete acties waarmee elke freelancer vandaag al aan de slag kan:

  1. Zorg voor sterke privacy- en cybersecuritymaatregelen
  2. Volg jaarlijks relevante opleidingen
  3. Controleer je contracten en aansprakelijkheidsdekking
  4. Denk na over duurzame mobiliteit en energiegebruik
  5. Beschrijf in één pagina hoe je verantwoord onderneemt

Over de Freelancer Summit

De Freelancer Summit is dé jaarlijkse afspraak voor freelancers die vooruit willen blijven lopen op de nieuwste trends en waardevolle zakelijke inzichten. Met inspirerende keynotes, hands-on break-outsessies, uitgebreide netwerkmogelijkheden, een beschikbare co-working pop-up voor dringende zaken en stands van toonaangevende organisaties, biedt dit evenement alles wat je als freelancer nodig hebt om je onderneming te versterken. Dit jaarlijkse evenement wordt georganiseerd door Unizo en NextConomy, en vindt dit jaar plaats in Grimbergen op 22 oktober 2026. Boek nu jouw ticket voor een leerrijke dag vol inzichten en contacten!

Lees ook :

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Duurzaamheidsrapport of niet: ESG raakt ook freelancers

Nieuw platform opent deuren naar bestuursmandaten voor freelancers

Van netwerk naar zichtbaar profiel

Wie vandaag een bestuurder zoekt, doet dat vaak via het eigen netwerk of via een executive search consultant. Voor freelancers betekent dat: zichtbaarheid hangt sterk af van wie je kent. Boardconnect wil die drempel verlagen. Freelancers en andere professionals kunnen er een profiel aanmaken met hun ervaring, domeinkennis en expertise. Bedrijven doorzoeken vervolgens de database of gebruiken de matching service, die kandidaten een score op 100 geeft op basis van de gewenste criteria.

Belangrijk voor freelancers: hun contactgegevens blijven beschermd. Een bedrijf dat interesse heeft, stuurt een melding via het platform; de freelancer beslist zelf of en wanneer hij of zij contact opneemt. “Ik wil degelijk bestuur democratiseren”, zegt oprichter Philip Peeters. “Momenteel hebben de kleinere bedrijven en ziekenhuizen vaak niet het netwerk of de middelen om gekwalificeerde bestuurders te vinden.”

Meer dan een zijlijn

De rol van bestuurders is de voorbije jaren sterk geëvolueerd: van formele toezichthouder naar actieve strategische partner met aandacht voor risicobeheer, opvolging en langetermijnwaarde. Tegelijk groeit de vraag naar actieve professionals die een mandaat combineren met hun eigen beroepspraktijk. In de BEL 20 combineert inmiddels 78 procent van de nieuwe bestuurders het mandaat met een actieve professionele functie, tegenover 57 procent in Europa.

Voor freelancers opent dat perspectief. Een bestuursmandaat kan niet alleen een extra inkomstenstroom betekenen, maar ook een manier om diepere strategische ervaring op te bouwen, het eigen netwerk te verbreden en de positie als trusted advisor te versterken. Boardconnect positioneert zich daarbij als aanvulling op bestaande wervingskanalen, niet als vervanging: voor organisaties die extra begeleiding willen, werkt het platform samen met executive search consultants zoals Stella P. en Mercuri Urval.

Een bestuursmandaat kan niet alleen een extra inkomstenstroom betekenen, maar ook een manier om diepere strategische ervaring op te bouwen, het eigen netwerk te verbreden en de positie als trusted advisor te versterken.

Kansen voor de freelance professional

De lancering sluit aan bij een bredere trend: professionals bouwen hun carrière steeds vaker op uit een mix van opdrachten, adviesrollen en mandaten. Voor freelancers met ervaring in strategie, finance, HR, digitalisering of risicobeheer kan een bestuursfunctie een logische volgende stap zijn. Boardconnect maakt die stap zichtbaar en toegankelijker, zonder afhankelijk te zijn van een beperkt persoonlijk netwerk.

“Als eigenaar van De Bestuurder kreeg ik regelmatig vragen uit mijn eigen netwerk”, aldus Peeters. “Dat zette me aan het denken en bracht me op het idee voor Boardconnect.” Voor freelancers die openstaan voor een bestuursmandaat, is het platform in elk geval een nieuw aanknopingspunt om gevonden te worden door organisaties die hun governance willen versterken.

Lees ook

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Nieuw platform opent deuren naar bestuursmandaten voor freelancers

Eerst de mensen, dan de business. Akkodis sluit aan bij NextConomy

Duidelijkheid voorop

Groei begint bij de mensen die je al in huis hebt en niet bij het binnenhalen van nieuwe business. Deze overtuiging loopt als een draad door het hele gesprek. Voor de freelancer is zijn boodschap even helder. Een externe expert behandelt hij als een B2B-partner, en liefst als een ambassadeur, en in een markt die opschuift naar statement of work zit de winst in de details van het contract.

Veeleisend, maar begripvol

Flandroit stuurt bij Akkodis Belgium de takken consulting en solutions aan en wordt het aanspreekpunt voor het kersverse partnerschap met NextConomy. Zijn bedrijf werkt in een markt met een structureel tekort aan technisch talent en net daar ligt volgens hem de sleutel. Niet in het binnenhalen van nieuwe business, maar in de manier waarop je je eigen mensen en je externe experts behandelt. “Ik ben veeleisend voor de professional, maar begripvol voor de persoon”. Die ene zin vat meteen ook samen hoe Quentin Flandroit naar leiderschap kijkt.

Tien dagen die zijn loopbaan kantelden

In juli 2021 had de intussen 41-jarige Flandroit twee werkaanbiedingen op tafel, een van Modis en een van AKKA Technologies. Hij koos voor Modis en precies tien dagen na zijn handtekening kondigde Modis aan dat het AKKA overnam en voor de naam Akkodis zou kiezen. Eerst werd hij er hoofd van de engineeringafdeling om in januari 2024 door te groeien naar een operationele rol als rechterhand van de CEO. 

Duizend mensen, duizend ambities

Hij formuleert de bedrijfsambitie zonder omwegen: “Wij willen het beste en meest aantrekkelijke consultingbedrijf zijn, en dat bereiken we enkel door elk van onze mensen te ondersteunen.” Bij Akkodis Belgium werken ongeveer duizend mensen, allemaal met andere ambities. “Sommigen zoeken stabiliteit en een langlopend project, anderen willen net van industrie naar industrie springen.” Flandroit wil die ambities kennen en er een antwoord op geven, met de juiste opdrachten en een eerlijke feedback. Als de vaardigheden voor een volgende stap ontbreken wil hij mee een plan maken om die te ontwikkelen.

Het doel klinkt eenvoudig. Tevreden medewerkers praten positief over Akkodis en dat trekt op zijn beurt andere experts aan die digitale, wetenschappelijke en engineeringprojecten zoeken. Te veel bedrijven focussen volgens hem enkel op business development en vergeten het people development. Vandaar zijn stelregel: eerst de mensen, dan de ontwikkeling.

Wat hem meest zorgen baart sluit daar naadloos op aan: de druk om resultaten op korte termijn te leveren binnen een visie op lange termijn. Echt succes laat zich volgens hem pas over een langere periode meten. Zijn bewijs daarvan: het personeelsverloop daalde de voorbije jaren van 25 à 27 procent naar 16,5 procent.

Zelf haalt hij zijn energie uit diversiteit, en dit in alle betekenissen van het woord. De ene dag een klant in energie, de volgende een naam uit life sciences, daarna defensie met NATO-projecten of een contact met Thales.

Waar Adecco stopt en Akkodis begint

Waar plaatst hij Akkodis binnen de groep? Complementair aan Adecco, luidt het antwoord meteen. Akkodis denkt mee over de innovatie- en R&D-strategie van klanten en helpt hen producten ontwikkelen, terwijl Adecco vooral inzet op flexibele capaciteit. Liever dan over hogere waarde spreekt hij over innovatie. “Soms kennen we onze klanten beter dan ze zichzelf kennen”, zegt hij. Zijn mensen zitten bij grote klanten vaak verspreid over afdelingen en zo zien ze verbanden die de klant zelf mist.

In dat verhaal past de stap naar NextConomy. Flandroit zag er de kans om deel uit te maken van een cluster en een ecosysteem van bedrijven met dezelfde uitdagingen, zeker aan de MSP- en VMS-kant. De positieve dynamiek en de mogelijkheid om partners en MSP-providers rechtstreeks aan te spreken, trokken hem het meest aan.

Passie voel je, moed vergt werk

Akkodis communiceert deze vijf bedrijfswaarden: passion, collaboration, inclusion, courage en customers at the heart. ‘Passion’ voel je volgens hem het sterkst. “Onze mensen werken met heel verschillende klanten. Iemand op een project kunnen zetten dat mooi aansluit bij zijn ambitie, geeft veel voldoening.” ‘Courage’ daarentegen vraagt vandaag meer werk dan ooit. Sommige sectoren staan onder zware druk, en dan blijf je maar beter veerkrachtig en trouw aan je visie.

Aan al wie overweegt om voor Akkodis te werken, geeft hij een duidelijke boodschap: “We zijn een skills- en people-gericht bedrijf, wereldwijd actief, en bieden mobiliteit in je loopbaan.” Volgens hem heeft Akkodis het grootste klantenportfolio van België qua engineering. “Vandaag werk je via Akkodis voor een topspeler uit de automobielsector, morgen voor een toonaangevend life sciences-bedrijf.” Hun Academy noemt hij een tailor-made en ad-hoc oplossing, een opleidingsinitiatief opgezet samen met klanten die een specifieke schaarse skill nodig hebben. Die aanpak noemt hij uniek in zijn soort.

Externe talenten als partner, niet als factuur

We stappen over naar het thema dat NextConomy nauw aan het hart ligt: hoe kijkt Akkodis naar talent dat niet op de payroll staat? “Freelancers zijn een B2B-afspraak, een B2B-samenwerking”, stelt hij meteen op een positieve toon. “Als we de juiste skills niet in huis vinden dan werken we samen met de bedrijven die freelancers vertegenwoordigen.” Hij wil zelfs verder gaan dan enkel de factuur betalen. “De echte vraag is hoe je elkaar helpt om business te ontwikkelen en hoe freelancers een adviseur en een ambassadeur van ons bedrijf kunnen zijn.”

Tegelijk trekt hij een juridische grens: door het risico op herkwalificatie kan hij freelancers niet gelijk behandelen als de eigen werknemers. Dus loopt er een aparte samenwerkingsstroom.

Van dagen kopen naar resultaten kopen

Steeds meer opdrachtgevers kopen liever een resultaat dan dagen capaciteit. Die verschuiving naar statement of work ziet Flandroit het sterkst in life sciences, waar de scope vaak beperkter is. Dat lukt volgens hem enkel met sterke ambassadeurs bij de klant. “Nog te vaak duwt de aankoopafdeling het model door zonder dat de hiring managers mee zijn.” Daarnaast vergt het heldere governance en scherpe specificaties en net daar zit de complexiteit. “je moet de logica achter SoW goed begrijpen.” Wie voor statement of work kiest, wil betalen voor wat geleverd wordt en het risico delen. En dat, benadrukt Flandroit, “comes with a price“.

Voor de freelancer die hierin stapt, heeft hij een concreet advies. “The devil is in the details: Zorg voor een sterk contract dat beide partijen begrijpen en ook echt naleven, want gate reviews die enkel op papier staan, creëren miscommunicatie. Ken je looptijd, je tijdsbesteding, je betalingstermijnen, je SLA’s en je eventuele boetes of bonussen. Wie dat goed regelt, profiteert mee, want ‘je krijgt wat je geeft, en omgekeerd’.”

Één project, drie contractvormen: kan dat?

Tot slot de toekomstvraag. Komt er ooit een project waarop vaste consultants, freelancers en SoW-teams vlot door elkaar kunnen lopen? “ik denk dat dit een beetje wishful thinking is”, antwoordt hij eerlijk. Mogelijk kan het wel, maar dan op twee voorwaarden: “De rollen en verantwoordelijkheden moeten haarscherp vastliggen, met een duidelijke RACI, en de voorwaarden voor iedereen moeten eerlijk en gelijk zijn want mensen praten met elkaar.”

Groei begint niet bij de volgende opdracht, maar bij de mens die ze uitvoert, op de payroll of als freelancer. Flandroit vertaalt die overtuiging naar concrete keuzes. Hij investeert in loopbanen, behandelt externe experts als partners en pleit bij statement of work voor glasheldere afspraken. Voor de NextConomy-lezer klinkt daarin een uitnodiging door. Wie zich als freelancer opstelt als adviseur en ambassadeur, en het contract even ernstig neemt als de opdracht zelf, vindt in een speler als Akkodis geen afnemer van capaciteit, maar een partner die meedenkt.

Lees hier meer over Akkodis.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Eerst de mensen, dan de business. Akkodis sluit aan bij NextConomy

Federgon: “Vlaamse begroting mist arbeidsmarktbeleid om welvaart van morgen veilig te stellen”

Cijfers liegen niet

De cijfers leggen de vinger op de wond. In het tweede kwartaal van 2026 bedraagt de Vlaamse werkzaamheidsgraad 77,3%, ruim onder de ambitie van 80%. De vooruitgang stagneert: in het eerste kwartaal van 2026 was die nog 77,2%. Tegelijk wordt er sinds het begin van de legislatuur stevig gesnoeid in de middelen voor activering en competentieversterking. Bijkomende besparingen binnen Werk en Economie dreigen de beleidsruimte om de Vlaamse arbeidsmarkt structureel te versterken nog verder te verkleinen. De uitdagingen zijn nochtans groot: werkzoekenden begeleiden naar nieuwe kansen, langdurig arbeidsongeschikten ondersteunen bij hun terugkeer, en veel sterker inzetten op bij- en omscholing. Digitalisering, artificiële intelligentie, de klimaattransitie en de vergrijzing maken die nood alleen maar groter.

Competenties zijn het nieuwe goud

Vooral op het vlak van competenties ziet Federgon een groeiende tegenstrijdigheid. Van het aangekondigde opleidingsoffensief blijft steeds minder overeind, terwijl de nood aan bij- en omscholing alleen maar toeneemt. Instrumenten die werkgevers en werknemers helpen om competenties te versterken en mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt kansen te geven, verdwijnen. Dat raakt rechtstreeks het economische groeivermogen van Vlaanderen: talent bepaalt hoeveel bedrijven kunnen groeien, hoeveel mensen duurzaam aan de slag kunnen en hoeveel welvaart Vlaanderen morgen kan creëren. Ook de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid benadrukt dat werkgelegenheidsbeleid, permanente opleiding en ondersteuning van beroepsmobiliteit moeten worden aangepast om de arbeidsmarkt veerkrachtig te houden.

Conclusie

Federgon deelt de overtuiging van de Vlaamse Regering dat talent de belangrijkste grondstof is voor welvaart en economische groei, maar die vaststelling moet ook tot beleidskeuzes leiden. Een werkzaamheidsgraad van 80% wordt niet vanzelf bereikt. Vlaanderen heeft een ambitieus en samenhangend werkgelegenheids- en loopbaanbeleid nodig dat mensen activeert, competenties versterkt, mobiliteit stimuleert en duurzame loopbanen mogelijk maakt. Een financieel evenwicht op korte termijn mag niet ten koste gaan van het economische en maatschappelijke evenwicht op lange termijn. Wie vandaag investeert in werk en talent, investeert in de begroting van morgen.

“Een begroting in evenwicht is noodzakelijk, maar ze mag geen doel op zich worden. Wie structureel gezonde overheidsfinanciën wil, moet investeren in de mensen die onze welvaart creëren. Vandaag hebben we meer dan ooit nood aan een beleid dat mensen activeert, competenties versterkt en loopbanen toekomstbestendig maakt. Besparen op die hefbomen betekent besparen op onze toekomstige groei. Talent is onze belangrijkste grondstof. Dan moeten we het ook als dusdanig behandelen.” — Paul Verschueren, directeur Vlaanderen bij Federgon

Bron: Federgon

Lees ook :

 

Geplaatst in Arbeidsmarkt & politiek | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Federgon: “Vlaamse begroting mist arbeidsmarktbeleid om welvaart van morgen veilig te stellen”