Wie telt de Europese freelancer? En in welke statistieken?
SME Connect pleit in Europa voor meer zichtbaarheid van eenpersoonsondernemingen en zelfstandigen. Alleen, Europa telt die groep al, zij het in verschillende statistieken. Tijd voor een globaal overzicht en enkele aanbevelingen.
België telt meer dan een miljoen btw-plichtige ondernemingen en ruim anderhalf miljoen ondernemersfuncties. Eurostat publiceert jaarlijks cijfers over miljoenen Europese ondernemingen en zelfstandigen. En toch blijft één groep moeilijk scherp af te bakenen: de mensen die zonder personeel een economische activiteit uitbouwen. Freelancers, zelfstandigen en eenpersoonsbedrijven zitten in verschillende statistische vakjes. Dat maakt hen niet onzichtbaar, wel moeilijk herkenbaar als één beleidsdoelgroep.
Precies daarover loopt momenteel een Europese discussie binnen SME Connect, een Europees platform en netwerk voor kmo’s en hun ondersteuners. De werkgroep ‘Entrepreneurship, Self-Employment and One-Person Companies’ wil deze ondernemers beter in beeld brengen. Na de ontbijtsessie van de werkgroep in het Europees Parlement hielden we een follow-upgesprek met María Sánchez Rodríguez, co-voorzitter van die werkgroep en Horst Heitz van het SME Connect secretariaat. Dit bracht ons er toe om een poging te ondernemen om deze problematiek eens vanuit een meer Europese bril te benaderen.
Freelancer’ is (nog) geen statistische categorie
Wie over solo-ondernemers praat, gebruikt al snel acht begrippen door elkaar. “Zelfstandige”, “freelancer”, “eenpersoonsvennootschap” en “onderneming zonder werknemers” lijken in het dagelijkse taalgebruik op elkaar, maar verwijzen statistisch en juridisch naar verschillende entiteiten. Ze overlappen, maar ze tellen niet hetzelfde. Sommige tellen personen, andere tellen ondernemingen, rechtsvormen of arbeidsrelaties. Een zelfde persoon kan zelfstandige, bestuurder, aandeelhouder en freelancer zijn, achter een BV zitten en een onderneming zonder werknemers vertegenwoordigen. Zelfs “zelfstandige” heeft Europees geen eenvormige inhoud: het EU-recht omschrijft een zelfstandige als iemand die een winstgevende activiteit voor eigen rekening uitoefent onder de voorwaarden van het nationale recht, en de Commissie stelde al in 2010 vast dat de lidstaten het begrip verschillend begrijpen en definiëren. Hier een poging tot overzicht:
“Eén persoon, verschillende statistische identiteiten”
Het probleem wordt echt zichtbaar zodra we de verschillende brillen naast elkaar leggen:
- de arbeidsmarktbril: wie werkt als zelfstandige?
- de ondernemersbril: wie heeft een ondernemersfunctie?
- de bedrijfsbril: hoeveel ondernemingen zijn er?
- de rechtsvormbril: via welke juridische entiteit wordt de activiteit uitgeoefend?
Neem de Belgische consultant die via zijn BV werkt. In de statistiek kan hij zichtbaar zijn als zelfstandige, als ondernemersfunctie én als onderneming zonder werknemers. Geen van die registraties is fout. Maar geen ervan vertelt op zichzelf het volledige verhaal. De statistische eenheid is niet noodzakelijk dezelfde als de economische persoon achter de activiteit.
‘België: één economie, verschillende populaties
België illustreert het haarscherp. Statbel telt voor 2024 1.643.752 actieve ondernemersfuncties (oprichter, directeur of manager) bekleed door zelfstandigen die geen ‘helper’ zijn. Daarnaast telt Statbel 1.187.819 btw-plichtige ondernemingen, waarvan 997.481 zonder werknemers. Op 31 december 2024 telde België 1.299.825 zelfstandigen (waarvan 801.544 in hoofdberoep) volgens de RSVZ.
Ziehier enkele verschillende manieren om naar dezelfde economie te kijken. Eén economische werkelijkheid, verschillende statistische populaties. Wie de Belgische freelancers wil tellen, moet dus eerst beslissen wat hij eigenlijk telt: een zelfstandig persoon, een ondernemersfunctie, een onderneming, een rechtsvorm of een onderneming zonder werknemers.
Wie de solo-ondernemer wil meten, moet eerst kiezen welke statistische eenheid hij bedoelt.
Europa telt wel degelijk
Het zou fout zijn te beweren dat Europa deze groepen niet ziet. Eurostat werkt met geharmoniseerde categorieën, onder meer zelfstandigen met en zonder werknemers in de arbeidskrachtenenquête. Ook de bedrijfsstatistiek is gedetailleerd: in 2023 waren er meer dan 33 miljoen ondernemingen in de EU, en van de nieuw opgerichte ondernemingen bestond 83,4% uitsluitend uit zelfstandigen. Volgens Sánchez Rodríguez, die zich op Eurostat baseert, hadden 21,4 miljoen van de 33,2 miljoen actieve ondernemingen in 2023 geen werknemers, zowat 64,5%. Eurostat
Haar diagnose is dan ook genuanceerder dan “Europa ziet de solo niet”. Deze ondernemers worden wel geteld, zegt ze, maar in fragmenten. Afhankelijk van de lidstaat en de dataset duikt dezelfde persoon op als onderneming zonder werknemers, eenmanszaak, freelancer, zelfstandige of als deel van de bredere categorie micro-ondernemingen. De kloof is volgens haar operationeel: er is geen samenhangend kader om wie alleen onderneemt over heel Europa te identificeren en te vergelijken.
Die diagnose verdient wel een kader. SME Connect noemt zichzelf uitdrukkelijk een netwerk en platform, geen belangenvertegenwoordiger. Het eist geen nieuwe data, maar wel betere verbindingen tussen de data die al bestaan.
Geen nieuwe rechtsvorm, wel een gemeenschappelijke taal
SME Connect pleit dus niet voor een Europees freelancerstatuut. De nationale rechtsvorm blijft het uitgangspunt, en aan het sociaal, fiscaal of vennootschapsrecht van de lidstaten wil de werkgroep niet raken. Wat Sánchez Rodríguez voorstelt, is een Europees referentiekader: een gedeelde set kenmerken waartegen elk land zijn eigen categorieën kan afzetten.
Hun inzet is dus niet om van de freelancer een nieuwe Europese rechtsfiguur te maken. De vraag is of Europa de bestaande nationale vakjes zo kan beschrijven dat beleidsmakers weten over wie ze het hebben. Harmoniseren van begrippen, niet van regels.
Van idee naar agenda
Van Europese wetgeving is er voorlopig geen sprake. Wel tekent zich bij SME Connect een interessante agenda af:
Een Europees Manifest voor Eenpersoonsondernemingen en Zelfstandigen. Status: in voorbereiding. Het wordt het eerste substantiële gemeenschappelijke document van de werkgroep, maar het is geen bindend standpunt van het hele SME Connect-netwerk.
De “OPC and Self-Employment Easy Check”. Status: concept, als onderdeel van het manifest. Het is geen zelftest voor ondernemers, wel een korte beleidstoets die in bestaande procedures zoals effectbeoordelingen, de kmo-test, financieringsprogramma’s en aanbestedingsrichtlijnen moet nagaan of en hoe een Europese maatregel werkt voor iemand die alleen werkt.
Oostenrijk: wat een eigen definitie oplevert
in ons gesprek verwees Sánchez Rodríguez zelf naar Oostenrijk. De Wirtschaftskammer (WKÖ) volgt al jaren een aparte categorie op: het Ein-Personen-Unternehmen (EPU). De definitie is scherp afgebakend: ondernemingen uit de “gewerbliche Wirtschaft” zonder personeel in loondienst, ook zonder marginaal tewerkgestelden, marktgericht, duurzaam actief en zonder medeondernemers, in de praktijk vooral eenmanszaken en GmbH’s.
Het resultaat: eind 2025 telde Oostenrijk 376.112 EPU’s, 3,9% meer dan een jaar eerder. Dat is meer dan 62% van alle actieve WKÖ-lidmaatschappen in de ‘gewerbliche Wirtschaft’.
Oostenrijk bewijst dus dat een land zelf kan kiezen voor één operationele definitie, die consequent toepassen en er apart over rapporteren. Vergelijken met Eurostat kan niet één op één. Maar het toont wat zo’n eigen bril oplevert: je ziet een vaste, goed gedefenieerde groep die jaar na jaar gevolgd, gemeten en bediend kan worden. Ook vanuit het beleid.
Waarom het ertoe doet
De discussie gaat uiteindelijk niet over statistiek alleen. Wie een groep niet als afzonderlijke beleidsrealiteit kan onderscheiden, kan ook moeilijk nagaan welke regels, administratieve verplichtingen, financieringsprogramma’s of steunmaatregelen op die groep wegen. Een aanbesteding met zware documentatievereisten, een programma met prefinanciering, grensoverschrijdend werken met btw-registraties en socialezekerheidscoördinatie: voor een onderneming met een administratieve afdeling is dat hinderlijk, voor wie alleen werkt vaak een onoverkomelijke drempel.
Hier komt België opnieuw in beeld. Maatregel 72 van het KMO-plan van minister Simonet belooft een instrument dat de bedrijfsgrootte automatisch berekent uit bestaande overheidsdata. Dat is nog iets anders dan freelancers tellen. Maar volgens Sánchez Rodríguez is zo’n instrument, als het verschuift van meten-om-te-vereenvoudigen naar meten-om-te-zien, precies het soort nationaal bewijsstuk dat ooit naar Europa kan doorstromen. Op één voorwaarde: dat het de zichtbaarheid verhoogt zonder nieuwe rapporteringslast voor de ondernemer.
Dezelfde groep bedoelen
Voor de Belgische freelancer verandert er morgen weinig. Maar de Europese discussie bevestigt ons fundamenteler probleem: wie niet als herkenbare economische groep in de data voorkomt, valt gemakkelijker uit de boot wanneer er beleid wordt gemaakt.
De vraag is dus niet of Europa een freelancerstatuut nodig heeft. Wel of het beter kan zien wie vandaag al als zelfstandige, ondernemer of onderneming zonder personeel actief is. De eerste stap naar erkenning is dan verrassend eenvoudig: er voor zorgen dat iedereen over dezelfde groep praat wanneer hij dezelfde groep bedoelt…
Lees ook


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.