Ework Group and WirelessCar have entered into a long-term partnership around Total Talent Management (TTM). The agreement establishes an integrated model for planning and managing both contingent and permanent talent based on the organisation’s overall workforce needs.
By combining Managed Service Provider (MSP) and Recruitment Process Outsourcing (RPO) services, Ework will support WirelessCar’s global talent strategy and future workforce needs.
“We are proud that WirelessCar has chosen Ework as a long-term partner on this journey. The agreement reflects a clear shift in the market, where talent supply is becoming an increasingly strategic issue and organisations are seeking integrated solutions to secure the right skills, in the right place, at the right time,” says Daniel Almgren, CEO of Ework Group.
Important milestone
The agreement represents an important milestone for Ework and highlights the growing importance of Total Talent Management as organisations seek greater flexibility, efficiency, and access to critical skills in a rapidly changing environment.
“As WirelessCar continues to grow globally, access to the right talent becomes increasingly important. Ework has demonstrated a strong understanding of our needs and has been a strategic partner in creating a more integrated and future-proof model for talent management,” says Anna Gunlycke, Head of People & Talent Growth at WirelessCar.
The agreement further strengthens Ework’s position within strategic talent solutions and confirms the growing demand for integrated approaches to future workforce and talent management.
EWork is ook in 2026 eventpartner van de Total Workforce Summit. Wil je er ook bij zijn op 26 november in Brussel? Kijk hier voor alle informatie en om je aan te melden. Gratis voor HR directies, TA Managers, Personeelsplanners en Inkopers van extern talent. Commerciële partijen nemen best contact met Marlies Thomasson via marlies.ext@nextconomy.be en vragen naar de voorwaarden.
Geplaatst inProfessioneel inhuren|TagsEwork, TTM, wirelesscar|Reacties uitgeschakeld voor Ework nu wereldwijde partner van WirelessCar’s talentstrategie en toekomstige behoeften aan personeel
Voor een grote opdrachtgever werkt Nele samen met twee tussenpartijen: het bureau dat haar de opdracht bezorgde en een IT-bedrijf dat de klant aanleverde. Een situatie die in het freelancelandschap wel vaker voorkomt. Vooral multinationals schakelen de hulp in van tussenbureaus om het juiste externe talent te vinden. En uiteraard hangt daar een prijskaartje aan vast. Maar toen Nele hoorde hoeveel dat is, schrok ze toch even.
Twee tussenpartijen
“Een paar jaar geleden zat ik een paar maanden werkloos thuis, toen een tussenpartij mij een contract van drie maanden aanbood bij een grote klant . Omdat die aangeleverd werd via een IT-bedrijf zat ik met twee tussenbureaus in plaats van één. Dat had een weerslag op mijn dagtarief, dat hierdoor 150 euro lager lag dan gewoonlijk. Maar ik kon niet op de bank blijven zitten, dus ging ik akkoord. Het was ook maar voor drie maanden”, steekt Nele van wal.
De eerste periode verliep prima. De klant was tevreden en verlengde haar contract met nog drie maanden. En dan nog eens. En nog eens. “Ik werk nu meer dan een jaar voor die klant en daarom vroeg ik opslag. ‘Onmogelijk’ reageerde het IT-bedrijf. Mijn tarief was sowieso al hoog, zei mijn tussenpartij”, vertelt Nele. Ze ging dus op onderzoek uit naar waar het geld allemaal stroomde en ontdekte zo dat haar tussenpartij en het IT-bedrijf samen 41% boven op haar tarief vragen aan de klant.
Opslag gegijzeld door contract
“Omdat mijn contract altijd verlengd wordt met drie maanden, beroepen mijn intermediair en het IT-bedrijf zich altijd op de originele afspraken. Hierdoor worden zowel ik als mijn klant gegijzeld door deze contracten”, vindt Nele. “Had ik destijds geweten dat ik uiteindelijk meer dan twee jaar voor dat tarief ging werken, dan had ik twee keer nagedacht.”
Nele mag niet rechtstreeks voor de eindklant gaan werken, want één van de voorwaarden is dat ze na een contractbreuk een jaar lang niet rechtstreeks voor het IT-bedrijf en hun klanten aan de slag kan.
De eindklant op zijn beurt mag de consultants die via het IT-bedrijf komen ook niet rechtstreeks een contract aanbieden. En omdat de intermediaire partij enkel contracten van drie maanden kan aanbieden, wegens het projectmatige karakter, is het voor hen te duur om een afkoopsom te betalen aan het IT-bedrijf om eronderuit te komen. “De opdrachtgever/eindklant zomaar in de steek laten en voor een andere organisatie freelancen, doe ik niet”, getuigt Nele. “Ik krijg tot nu toe alleen maar superlatieven over mijn werk. De reviews op mijn LinkedIn-profiel bewijzen dat. En zo wil ik ook mijn imago houden.”
Contract uitpluizen
“Ik heb heel lang voor de uitzendsector gewerkt. Daar is de regel dat als een bedrijf een aantal maanden een uitzendkracht in dienst heeft, hij die mag overnemen aan payrolltarief of hij kan die in dienst nemen. Ik dacht dat voor freelancers een gelijkaardige regelgeving bestond. Dat als een freelancer een paar maanden een project uitvoert voor een klant, het tarief van de tussenpartijen daalt omdat hun rol na verloop van tijd afneemt. Maar dat is dus niet zo.”
“Wat ik uit dit verhaal geleerd heb? Dat ik mijn contract altijd tot op de letter moet uitpluizen. In de toekomst laat ik een clausule opnemen dat bij een verlenging opnieuw over de prijs onderhandeld kan worden. Ik heb mijn les geleerd”, concludeert Nele.
In de toekomst laat ik een clausule opnemen dat bij een verlenging opnieuw over de prijs onderhandeld kan worden.
Reactie van Federgon:
Een marge zonder meerwaarde is een kost, een sterke partner is een investering
Het verhaal van Nele toont aan hoe belangrijk het is dat freelancers hun contracten goed begrijpen en duidelijke afspraken maken over tarieven, verlengingen en niet-concurrentieclausules. Maar het is ook belangrijk om niet alle tussenpartijen over dezelfde kam te scheren. Een professionele projectsourcingpartner is veel meer dan een doorgeefluik van talent: ze investeren in matching, contractbeheer, risicobeheer en opvolging, en openen vaak deuren naar grote organisaties die voor individuele freelancers moeilijker toegankelijk zijn.
Een professionele projectsourcingpartner is veel meer dan een doorgeefluik van talent.
Voor freelancers geldt daarom een eenvoudige aanbeveling: teken niet zomaar eender welk contract. Informeer je over de partner waarmee je samenwerkt, maak heldere afspraken over verloning en onderhandel over evaluatie- en herzieningsmomenten. Bedrijven die het Federgon-kwaliteitslabel behalen, nemen bovendien bijkomende engagementen op over begeleiding, opleiding en loopbaanondersteuning.
De vraag zou dan ook niet alleen moeten zijn hoeveel marge een partner aanrekent, maar vooral welke meerwaarde daar concreet tegenover staat.
SME Connect als pleitbezorger van KMO’s bij Europa
SME Connect, opgericht in 2017, is een van de grootste netwerken die zich inzetten voor het midden- en kleinbedrijf in Europa. SME Connect fungeert zowel als netwerk als communicatieplatform voor KMO’s en hun ondersteuners. Het staat open voor brancheorganisaties, denktanks en universiteiten die zich inzetten voor KMO-vriendelijk beleid door projecten en initiatieven in heel Europa. Hun leden vertegenwoordigen gezamenlijk meer dan 750.000 freelancers, eenmanszaken en KMO-bedrijven.
Ondanks het vroege uur (7.30u) trok de recente ontbijtsessie van SME Connect in het Europees Parlement in Brussel veel volk. Op tafel verse croissants en koffie, in de zaal een bonte mengeling van allerlei nationaliteiten en een lid van het Europees Parlement. Aangevuld met enkele onderzoekers en zelfstandige professionals werd door de sprekers uitgebreid ingegaan op het centrale thema ‘One-Person Companies and the Self-Employed in Europe: Working Together, Calling for Recognition’.
Solo-ondernemers, eenmansorganisaties, zelfstandige professionals, … what’s in a name?
Met de statistieken over KMO’s is het in de meeste landen in Europa wat triest gesteld, inclusief België. StatBel, de RSZ en zelfs Eurostat hanteren andere definities van KMO: bij StatBel begint men de meting bij organisaties met 1 werknemer; bij Eurostat bij 5 werknemers. Hierdoor beschikken ze niet alleen niet over cijfers over organisaties zonder personeel maar is vergelijken onmogelijk. Ook kan men de omvang en de economische impact van eenmansbedrijven niet duiden. Deze micro-ondernemingen vormen nochtans een hoeksteen van onze economie. NextConomy pleit al jaren voor een aparte telling van de freelancers in ons land, maar het ontbreken van correcte data is dus ook voor de nog ruimere groep solo-ondernemers, waar de freelancers deel van uitmaken, van toepassing.
We hebben nood aan objectieve en vergelijkbare data om de bijdrage van eenmansorganisaties aan de economie te meten.
Dit werd door diverse sprekers benadrukt: “deze groep ondernemingen is nu volledig onzichtbaar en een meer systematische benadering is dringend nodig. Ze zijn vaak een opstap voor grotere organisaties, die werknemers aannemen en zo nog meer bijdragen aan de economie en de sociale zekerheid in Europa.”
De gevolgen laten zich raden: wet- en regelgevingen spelen zelden of nooit in op de specifieke noden van deze groep. Integendeel. Veel van de administratieve overlast die solo-ondernemers ondervinden wordt veroorzaakt door maatregelen die voor grote organisaties zijn bedacht. Als voorbeeld werden de GDPR-regels aangehaald die ook kleine ondernemingen raken. “De indirecte effecten van wetten en regels op eenmansorganisaties zou meer in overweging moeten worden genomen bij het opstellen ervan. In 2025 werden 65 wettelijke initiatieven genomen door Europa die het ondernemerschap alleen maar meer complex maken.”
De indirecte effecten van wetten en regels op eenmansorganisaties zou meer in overweging moeten worden genomen bij het opstellen ervan.
Correct tellen is niet hetzelfde als begrijpen
Een van de sprekers stelde dat er meer nodig is dan alleen zichtbaarheid in statistieken creëren. Beleidsmakers moeten ook de specifieke situatie van solo-ondernemers begrijpen en de bijhorende uitdagingen die ze ervaren. Deze ene persoon draagt diverse petten en houdt alle bordjes in zijn/haar eentje omhoog: ze is de onderneming, de zaakvoerder, de boekhouder, de commerciële vertegenwoordiger, de marketing manager enz. in een.
Eenmansorganisaties leven ook met voortdurende onzekerheden. De bredere realiteit van deze ondernemers bestaat uit het zoeken naar oplossingen voor vragen zoals ‘Hoe zit het met mijn cash flow, zal mijn klant op tijd betalen? Hoe krijg ik grip op de berg administratie? Hoe zorg ik voor voldoende klanten om mijn inkomen te verzekeren?, …
De vragen die politici dringend moeten stellen zijn daardoor nog ruimer: wat weten we wel al over eenmansorganisaties? Wat weten we nog niet? Maar ook: wat zouden we nog moeten weten?
De vragen die politici dringend moeten stellen zijn daardoor nog ruimer: wat weten we wel al over eenmansorganisaties? Wat weten we nog niet? Maar ook: wat zouden we nog moeten weten?
Een grote meerderheid van de OPC’ of ‘one-person-companies’ kiest bewust voor deze vorm van ondernemen. Ze willen geen personeel en vinden voldoening in het doen van wat ze het best kunnen en het liefst doen.
“Veel werkenden denken nog steeds dat werken in loonverband leidt tot meer zekerheid, maar dat is een verkeerd standpunt. Kijk maar naar de recente golf met ontslagen.” Ook politici zitten met veel vooroordelen. “Al te veel politici denken dat we gedwongen worden om te ondernemen”, zei een andere spreker, “ze zien ondernemerschap als een probleem.”
“Een onderneming in je eentje draaiende houden betekent alle rollen opnemen, maar ook alle risico’s alleen dragen. De echte uitdaging is om van je passie en expertise een duurzaam bedrijf te maken”, aldus Jenna Van Houten, een zelfstandig IT-professional. “Het is meer dan alleen een idee hebben, je bent altijd alleen en je bent altijd aan het werk. Ik kan mij geen duur juridisch advies veroorloven waardoor ik risico loop uit onwetendheid. Toch draag ik bij aan de economie: ik creëer waarde en bied flexibiliteit aan grote organisaties die mij inhuren voor mijn expertise.”
Marta Wcisto, EMP aan het woord
Marta Wcisto
Een van de gastsprekers tijdens de ontbijtsessie was Europees Parlementslid Marta Wcisto. Vóór haar EP-mandaat was ze actief in nationaal en lokaal bestuur in Polen, met ervaring als parlementslid (Sejm), gemeenteraadslid en als ondernemer. Die combinatie van politiek en ondernemerservaring geeft haar inzicht in de praktische knelpunten waarmee kleine ondernemingen geconfronteerd worden. Tijdens haar tussenkomst erkende ze dat al te vaak over de hoofden van kleine organisaties heen wordt beslist zonder enige raadpleging. Ook gaf ze aan dat het beslisproces in Europa dringend moet worden ingekort: de wereld en de economie veranderen sneller dan Europa beslissingen neemt waardoor het beleid al achterhaald en verouderd is. “Europa blijft te veel ter plaatse trappelen. Als we niet sneller worden, worden we overspoeld door andere regio’s. De kleine eenmansondernemingen zijn van cruciaal belang, stelt ze: zij houden de economie draaiende. Daarom moet de rapportering er dringend komen en moeten we als EU de bureaucratie inperken.”
Conclusie
De kleinste vorm van onderneming die er bestaat, de one-person-company (OPC), biedt ongelofelijk veel voordelen voor de economie en de maatschappij als geheel. Denk aan de mogelijkheid om op te starten om het ondernemerschap of een idee ‘eens uit te proberen’ in een veilige context. Of aan de mogelijkheden die OPC’s bieden aan niet-native speakers om toch te werken, een inkomen te verdienen en zich te integreren?
Hoogtijd dus dat politici in individuele landen en op Europees niveau waardering en steun bieden aan die miljoenen ondernemers die het risico nemen om een organisatie op te starten. Niet om fiscaal te optimaliseren of omdat ze niet aan een ‘echte’ baan geraakten, maar wel omdat ze in een idee en in zichzelf geloofden.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.