Maandelijkse archieven: juli 2026

De race naar extern talent winnen: hoe een MSP het verschil maakt bij VMS-keuzes

Beheer van de externe talenten

Het aandeel ingehuurde talenten in de totale werkende populatie in organisaties groeit gestaag. Met dat gegeven als uitgangspunt wint een Vendor Management System (VMS) snel aan belang. Maar technologie alleen volstaat niet. Zonder een doordachte strategie en begeleiding dreigt een VMS eerder een complex IT-project te worden dan een hefboom voor groei. Hier komt een Managed Service Provider (MSP) in beeld. Brainbridge, een Belgische specialist in workforce solutions, positioneert zich als zo’n strategische partner. Het bedrijf ondersteunt organisaties bij het aantrekken, beheren en optimaliseren van extern talent, en begeleidt hen van strategie tot implementatie en operationele opvolging.

Martijn Van Dooren, Managing Partner bij Brainbridge

We spraken met Martijn Van Dooren, Managing Partner bij Brainbridge, over de meerwaarde van een MSP bij de selectie, implementatie en het beheer van een VMS.

Dit artikel verscheen eerder in het VMS Onderzoeksrapport, editie 2026/27 dat je gratis kan downloaden.

Martijn, wanneer is het voor een organisatie aangewezen om met een VMS te werken?

“Het is te kort door de bocht om alleen in termen van een VMS te denken. Een VMS is een belangrijk onderdeel van een bredere oplossing rond het strategisch aantrekken en beheren van extern talent.”

 “Vergelijk het met een autorace. Als je als organisatie wil meespelen in de ‘race naar talent’, dan heb je een performante wagen nodig. Het VMS is die wagen. Maar als je die race niet belangrijk vindt, kan je evengoed met de fiets rijden – bijvoorbeeld via Excel. De meerwaarde van een VMS situeert zich volgens mij op meerdere niveaus: efficiëntie, snelheid en kwaliteit in het aanwervingsproces, betere kostencontrole, meer transparantie in het beheer van externe medewerkers en een verhoogde compliance. Daarnaast maakt een VMS schaalbaarheid en internationalisering mogelijk.”

Waarom is het belangrijk om een VMS op lange termijn te bekijken?

“Een VMS kies je niet voor twee jaar. Het wordt een strategisch platform waarin al je historische data, integraties en verandertrajecten samenkomen. Overschakelen naar een ander systeem is bovendien complex, zeker wanneer het diep geïntegreerd is met andere systemen zoals hr, finance of procurement. Daarom hanteert Brainbridge een horizon van vier tot zes jaar.”

“Organisaties moeten zich afvragen welke talentstrategieën ze willen ondersteunen – denk aan Total Talent, direct sourcing of skills-based hiring. Ook internationale expansie, toekomstige integraties en AI-toepassingen spelen mee in die keuze.”

Een VMS kies je niet voor twee jaar.

Welke rol speelt een MSP bij de zoektocht naar het juiste VMS?

“Een MSP moet je zien als een team van ervaren race engineers. We hebben ervaring met verschillende platformen en weten wat werkt in welke context. We stellen vast dat een MSP nog te vaak te laat betrokken wordt. Soms is het VMS al gekozen voordat er een MSP aan boord komt. Dat is jammer, want net in de voorbereidende fase kunnen wij veel waarde toevoegen.”

“Die voorbereiding begint met fundamentele vragen: wat zijn de doelstellingen op het vlak van talentmanagement? Welke ROI verwacht je? Wat is de huidige situatie en waar wil jouw organisatie naartoe? We helpen die analyse te maken en vertalen die vervolgens naar een strategisch sourcingmodel. Pas daarna volgt de selectie van het VMS, op basis van functionaliteit, integraties, rapportering en total cost of ownership.”

Wie moet betrokken worden bij de keuze voor een VMS?

“Een VMS is geen puur hr- of inkoopproject, maar een enterpriseoplossing. Het raakt meerdere afdelingen. Minstens hr en procurement moeten betrokken zijn, maar ook hiring managers spelen een cruciale rol. Zij moeten er uiteindelijk mee werken, dus hun input is essentieel.”

“Daarnaast zien we bij Brainbridge vaak dat IT, security en architectuur te laat aan tafel komen. Dat leidt tot vertragingen en gemiste integratiekansen. Ook leveranciers mogen niet vergeten worden. Vraag hen gerust met welke systemen zij het liefst werken. Hun feedback kan verrassend waardevol zijn.”

Een VMS is geen puur hr- of inkoopproject, maar een enterpriseoplossing. Het raakt meerdere afdelingen.

Hoe bereken je de return on investment van een VMS?

“Alles begint bij een correcte inschatting van de total cost of ownership (TCO). Dat gaat veel verder dan de licentiekost. Denk bijvoorbeeld aan verschillende kostencomponenten zoals implementatie, integraties, operationele ondersteuning, change management en mogelijke herconfiguraties. Ook de rol van de MSP speelt daarin mee.”

“Aan de opbrengstenzijde zijn er zowel directe als indirecte voordelen. Zo zijn er besparingen op tarieven door leverancierscompetitie en benchmarking, maar ook procesoptimalisatie is een belangrijk voordeel. Daarnaast zijn er moeilijker meetbare, maar minstens even belangrijke effecten: betere compliance, minder risico’s en een snellere invulling van vacatures. De impact op talent – zoals retentie en kwaliteit – is vaak doorslaggevend.”

Hoe adviseert Brainbridge klanten bij de keuze van een VMS?

“De perfecte VMS bestaat niet. Er bestaat alleen een best fit voor een specifieke context. Binnen Brainbridge hanteren we vijf hoofdcriteria. Ten eerste is er de complexiteit van de organisatie: type profielen, geografische spreiding en schaal. Daarnaast speelt gebruiksvriendelijkheid een rol, net als de mate van configuratie. Ook integratiemogelijkheden en databeheer zijn cruciaal, zeker in een wereld waar data centraal staat. Voeg hierbij rapportering en de AI-roadmap van het platform die steeds belangrijker worden. Last but not least is er het kostenmodel en de ondersteuning: we gebruiken een beslissingsboom als denkkader, maar vermijden rigide schema’s. Elke organisatie is immers anders.”

Wat met bestaande technologie bij de klant?

“Een VMS staat nooit op zichzelf. De echte waarde zit in de integraties. Typische koppelingen zijn er met ATS-systemen, HR-platformen, finance en BI-tools. Ook sourcingkanalen en timesheet-systemen worden vaak geïntegreerd. De rolverdeling is daarbij duidelijk: de VMS-leverancier voorziet de technische bouwstenen, de klant bewaakt security en architectuur, en de MSP fungeert als functioneel architect en projectmanager. Wij zorgen ervoor dat alles samenkomt: datamodellen, dataflows, testscenario’s. Zo vermijden we dat het een puur technisch verhaal wordt.”

Contracteert de MSP of de klant het VMS?

“Beide modellen bestaan, elk met hun voor- en nadelen. Wanneer de MSP het platform beheert, kan er sneller gestart worden en is er één aanspreekpunt. Maar bij een wissel van MSP kan dat complexer worden. Wanneer de klant zelf contracteert, behoudt die meer controle over data en tooling. Dat maakt het eenvoudiger om van partner te veranderen, maar vraagt ook meer interne betrokkenheid.”

Wie configureert het systeem en wie beheert het nadien?

Brainbridge werkt met een gezamenlijk implementatieteam. “Wij nemen de functionele lead en ontwerpen processen, workflows en rapporten. Afhankelijk van de VMS-leverancier komt daar ook de technische configuratie bij kijken of staat de VMS-leverancier hiervoor zelf in, terwijl de klant instaat voor beslissingen en validatie. Na de implementatie blijft de MSP een belangrijke rol spelen. Wij voorzien vaak de eerstelijnhelpdesk en coördineren issues met de leverancier. Zo blijft er voor de klant één aanspreekpunt.”

Welke rol speelt AI in VMS-oplossingen?

“We zien vandaag al toepassingen zoals automatische jobomschrijvingen, skill-based matching en realtime tariefadvies. Ook AI-assistenten binnen de gebruikersinterface winnen terrein. Ze helpen hiring managers bij het aanmaken van aanvragen of het interpreteren van data.”

“De komende jaren verwacht ik nog meer integratie. AI zal alle talentdata – vast en extern – met elkaar verbinden. Dat maakt het mogelijk om strategische beslissingen te nemen over de inzet van talent. Daarnaast zie ik evoluties richting predictive analytics, dynamische prijszetting en conversational interfaces. Denk bijvoorbeeld aan managers die simpelweg vragen: ‘Welke opdrachten lopen binnenkort af en hoe kan ik kosten besparen?’”

“Toch zal de menselijke factor altijd een essentieel element blijven. Artificiële intelligentie versterkt de organisatie, maar vervangt ze niet. De kunst is om technologie in te zetten waar ze waarde toevoegt, en mensen te laten focussen op strategie en relaties.”

Samengevat

“Een VMS kan een krachtige motor zijn voor organisaties die hun extern talentbeheer willen professionaliseren. Maar zonder de juiste aanpak en begeleiding blijft het potentieel vaak onbenut. De rol van een MSP zoals Brainbridge gaat dan ook veel verder dan operationele ondersteuning. Als strategische partner helpen we bedrijven om de juiste keuzes te maken, processen te optimaliseren en technologie maximaal te benutten. Het gaat dus niet enkel om de racewagen, maar ook om het volledige team, de strategie en de manier waarop je de race rijdt.”

Lees ook

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor De race naar extern talent winnen: hoe een MSP het verschil maakt bij VMS-keuzes

“Succesvol remote werken is overcommuniceren”

Lotte Vanhalst

“Ik ben gewoon iemand die heel graag de wereld rondtrekt, nieuwe culturen ontdekt en kennismaakt met ander gedachtegoed”, steekt QA Analyst en digital nomad Lotte Vanhalst van wal. Zes jaar geleden boekte ze haar eerste workation en ze had meteen de smaak te pakken. Sindsdien verruilde ze het (soms) grauwe, regenachtige en grijze België voor Indonesië, Malesië, Thailand, Marokko …

Internationaal ondernemen

Twee jaar geleden verzorgde Lotte al een sessie op de Freelancer Summit over haar leven als digital nomad. Toen sprak ze over de praktische kant van remote werken. Dit jaar is ze weer van de partij en zoomt ze meer in op het internationaal ondernemerschap: hoe zorg je ervoor dat klanten je voldoende vertrouwen, ook al ben je niet fysiek aanwezig op kantoor, hoe hou je je werk en privé in balans … en uiteraard de vele pluspunten van het leven als digital nomad.

Overcommuniceren

“Duidelijk en veel communiceren is als digital nomad zeer belangrijk”, tipt Lotte. “Er is zo’n gezegde in de remote wereld dat als je zelf het gevoel hebt dat je aan het overcommuniceren bent, je je waarschijnlijk net genoeg laat horen.”

“Voor mij werkt dat wel. Ik ben sowieso iemand die zich constant laat horen. Ik durf drie keer dezelfde vraag te stellen, gewoon om zeker te zijn dat ik en mijn opdrachtgever op dezelfde golflengte zitten. Trouwens, mijn collega’s hoor ik ook de hele dag door. Een sturen of videobellen is voor ons de normaalste zaak van de wereld.”

Promotie mislopen?

“Ik heb al weleens gehoord dat je als digital nomad soms een promotie misloopt omdat je niet op kantoor aanwezig bent. Daarom is het zo belangrijk om regelmatig van je te laten horen en te tonen wat je allemaal in je mars hebt. Je hoeft helemaal niet fysiek aanwezig te zijn, bewijs je tijdens een overleg en via je resultaten.”

Tarief verlagen?

“Een andere misvatting is dat je als digital nomad je tarief moet verlagen. Enerzijds omdat je rekening moet houden met de wereldwijde concurrentie en anderzijds omdat je vaak woont in een goedkoper land dan België. Ik vind die gedachtegang fout. Het is niet omdat je elders woont, dat je minder waard bent dan je Belgische collega’s. Je woonplaats mag geen rol spelen bij de onderhandelingen over je prijs. Hoe en waar je verblijft, is jouw persoonlijke keuze. Trouwens, ook in ons land kan je op verschillende manieren leven.”

Contractuele afspraken

“Ook bij het opstellen van je contract is het cruciaal om duidelijk en transparant te zijn. Leg duidelijk vast dat je remote werkt. Sommige opdrachtgevers vrezen dat hun bedrijfsgegevens dan niet veilig zijn. Maak daarom ook duidelijk hoe jij je systemen en hun organisatiegegevens beveiligt.”

Whitepaper Digital Nomad

Hoe word je een digital nomad, wat moet er in je contract staan, hoe bepaal je je prijs … Lotte Vanhalst heeft voor NextConomy 28 artikels geschreven over alle facetten van het digitale nomadenleven. Die artikels wordne nu allemaal gebundeld in een whitepaper, samen met overzichtelijke checklists en een aantal interviews. Tijdens de Freelancer Summit kan je jouw exemplaar bemachtigen.

Over de Freelancer Summit

Benieuwd naar Lotte Vanhalsts verhaal? Tijdens de Freelancer Summit op 22 oktober 2026 in Grimbergen deelt ze haar ervaringen als digital nomad en geeft ze concrete tips over internationaal ondernemen, vertrouwen opbouwen en succesvol remote samenwerken. Daarnaast kan je kiezen uit tal van inspirerende keynotes, workshops en interactieve sessies rond ondernemerschap, digitalisering, AI, financiën en welzijn. Ontdek het volledige programma en bestel je ticket via www.freelancersummit.be.

Lees ook :

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor “Succesvol remote werken is overcommuniceren”

“De echte vraag is waar de productiviteitswinst van AI naartoe gaat”

Nicky Dries

Zelf gebruikt ze geen ChatGPT. Niet uit onwetendheid, want Nicky Dries volgt regelmatig trainingen onder andere over hoe je AI-agents programmeert, “omdat je als expert wel moet weten hoe het werkt.” 

“Het is voor mij bijna een principekwestie geworden,” stelt de hoogleraar Organisatiegedrag aan de KU Leuven. “AI wordt ons dag in dag uit door de strot geramd en dat creëert bij mij een tegenreactie.”

Met een glimlach voegt ze er meteen enkele pertinente vragen aan toe: “Hoe lang ga ik dat kunnen volhouden? Gaat de arbeidsmarkt me op den duur dwingen? Heb je eigenlijk nog het recht om geen AI te gebruiken?”

Omdat ik geen AI gebruik, is de kans dat mijn ideeën precies dezelfde zijn als die van iemand anders wat kleiner.

Dat is Dries ten voeten uit. Geen doemdenker, geen techno-optimist, maar naar eigen zeggen een “constructieve pessimist” die systematisch de aannames bevraagt die tegenwoordig wel vanzelfsprekend lijken. 

Ze leidt aan de KU Leuven het Future of Work Lab, een interdisciplinair onderzoeksteam van arbeidspsychologen, historici, economen en cultuurwetenschappers die samen onderzoeken hoe de samenleving de toekomst van werk verbeeldt en hoe die verbeelding de werkelijkheid al dan niet mee vorm geeft.

“U maakt daar wel een hoop aannames”

We stellen haar de vraag die velen bezighoudt: zal AI niet moeten meehelpen om onze sociale zekerheid te financieren, als de productiviteitswinst zo groot wordt? Ze antwoordt droog: “U maakt daar toch wel een hoop aannames.”

Aanname één: dat de productiviteit dankzij AI drastisch stijgt. “Het is te vroeg om dat met zekerheid te stellen, want dat is nog niet aangetoond. Voorlopig heeft AI de gemiddelde productiviteit amper verhoogd.” 

Aanname twee: dat meer technologie automatisch leidt tot meer efficiëntie. “We zien dat de digitalisering van bepaalde diensten toch niet zo gemakkelijk of snel is verlopen. In vochtige kelders liggen er nog steeds enorme stapels documenten  die dreigen verloren te gaan.”

Haar vaststelling: “Er zijn mensen die zeggen dat AI de productiviteit en de efficiëntie drastisch gaat verhogen. Maar dat zijn vaak net die mensen die deze AI verkopen.”

Macht, niet technologie

Waarom worden de duurste mensen in het bedrijf niet geautomatiseerd? Omdat zij de beslissingen nemen en dus ook kunnen beslissen wie geautomatiseerd gaat worden.

Hier raakt Dries de kern van haar onderzoek. De toekomst van werk draait niet zozeer om technologische mogelijkheden, maar vooral om machtsstructuren. Vroeger ging automatisering over arbeiders in fabrieken, nu over creatieve beroepen en kenniswerk. 

Ze verwijst naar ‘Bullshit Jobs: A Theory’ van antropoloog en activist David Graeber (Simon & Schuster, 2018) om te illustreren hoe maatschappelijke waarde en verloning al decennialang uit elkaar lopen. Zorgberoepen, elektriciens en vuilnismannen zijn essentieel voor een samenleving, maar laag gewaardeerd en onderbetaald. Middenmanagement en consulting verdienen meer, terwijl Graeber daar een retorische vraag bij stelt: “Is de wereld echt slechter af als die jobs er niet zijn?”

Dries knoopt daar haar eigen these aan vast: juist die hoogbetaalde functies komen als laatste in aanmerking voor automatisering, omdat de mensen die ze bekleden ook degenen zijn die beslissen wat er wel en niet geautomatiseerd wordt. “Ik denk dat het een lobbyverhaal wordt, een machtsverhaal, net zoals sommige andere zaken op de arbeidsmarkt.”

Het verkooppraatje dat werknemers vergeet

Wat je me eigenlijk probeert te verkopen, is dat ik dubbel zoveel moet doen binnen dezelfde uren en voor hetzelfde geld.

Hier spreekt Dries zich duidelijk uit: “Het verkooppraatje van AI bestaat grotendeels uit drie woorden: productiviteit, efficiëntie en kosteneffectiviteit.”  Maar meer, sneller en goedkoper werken, dat dient vooral de werkgevers, de werknemers hebben daar op zich weinig baat bij. 

“Als je mij zegt dat ik dankzij AI dubbel zo snel kan werken, mag ik dan om twee uur naar huis? Of vier dagen per week werken met volledig loonbehoud? Dan zeggen bedrijven: ah nee, we zitten in crisis, de productiviteit moet omhoog. Wacht even, wat je me dus eigenlijk probeert te verkopen, is dat ik dubbel zoveel moet doen binnen dezelfde uren voor hetzelfde geld. Maar waar zit dan de winstdeling, qua tijd of qua loon?”

Ze pleit voor een herverdelingsmechanisme, maar erkent het politieke obstakel meteen. Vakbonden die pleiten voor een kortere werkweek vinden vandaag maar weinig draagvlak. Haar advies aan wie dat wil doorbreken: verlaat het moreel appel en maak de business case. “Het zal altijd via de business case moeten. Ethiek wordt nog steeds gezien als ‘nice to have’ wanneer het geen crisis is.”

Die business case ligt mogelijk voor het oprapen. Belgische werkgevers kampen met bijna 585.000 langdurig zieken, goed voor ruim 7 procent van de beroepsbevolking. De uitkeringen daarvoor kosten de sociale zekerheid inmiddels meer dan 11 miljard euro per jaar, het dubbele van tien jaar geleden. Burn-out alleen al verdubbelde op zes jaar tijd. 

Als AI-gedreven tijdwinst naar een kortere werkweek zou gaan in plaats van naar meer output, daalt de werkdruk structureel. Wat levert dat een gemiddeld Belgisch bedrijf op als je de kost van ziekteverzuim meerekent? Die berekening maakt vooralsnog niemand, niet in de boardroom, niet aan de onderhandelingstafel en niet in de regeerakkoorden waar AI volledig afwezig bleef.

Het Citrini-scenario: wanneer een gedachte-experiment de beurs doet crashen

Dries verwijst in het gesprek ook naar een rapport dat op Wall Street voor flink wat opschudding zorgde. Citrini Research, een gerespecteerd macro-economisch analysebureau, bracht in februari 2026 een memo uit. “The 2028 Global Intelligence Crisis”, geschreven als een fictieve memo vanuit de toekomst, schetste een scenario waarbij AI-gedreven automatisering de Amerikaanse werkloosheid naar 10,2 procent duwt en de S&P 500 met 38 procent doet crashen. Het rapport was puur speculatief van opzet, maar de tech-aandelen daalden in de dagen erna merkbaar op de beurs.

Het concept dat economen het meest bijbleef was het ‘ghost GDP’, het spook-bbp. AI drijft de bedrijfsproductiviteit op papier omhoog, maar de banen van de bestedende middenklasse verdwijnen. En machines kopen geen huizen, boeken geen vakanties, eten geen hamburgers. Vrij vertaald uit het rapport: “We hadden dit sneller kunnen uitrekenen als we onszelf gewoon de vraag hadden gesteld: hoeveel geld geven machines uit aan discretionaire consumptie? Het antwoord: nul.”

Economen noemen de tijdlijn van Citrini een extreem scenario, want een totale crash in amper twee jaar strookt niet met hoe traag organisaties en wetgeving bewegen, en het model laat overheidsingrijpen buiten beschouwing. Maar als gedachte-experiment dwingt het tot de vraag die Dries centraal stelt: als de vruchten van AI alleen bij bedrijfswinsten en een kleine elite terechtkomen, wie houdt dan de consumenteneconomie draaiende?


Kloosters en ruimteschepen

Op de vraag welke concrete verandering Dries zou afdwingen als ze zelf de macht had, antwoordt ze verrassend concreet, met een voorstel dat ze zowel voor het onderwijs als voor het bedrijfsleven toepasbaar acht.

Organisatiepsycholoog Frederik Anseel vertaalde een essay uit 2025 van de historicus Niall Ferguson ‘The Cloister and the Starship’ naar de Belgische context in een column in De Tijd van 5 november 2025. Dries verwoordt het zelf als volgt: 

Het idee: scheid twee werelden radicaal in tijd en plaats.

Het klooster. Bepaalde lokalen, momenten en taken zonder internet, zonder devices. Alle technologie wordt opgeborgen in kluisjes. Pen, papier, aandacht opbouwen, boeken lezen. Ferguson stelt zeven uur per dag analoog werken als richtlijn: lezen, discussiëren, schrijven met de hand, redeneren vanaf een leeg blad.

Het ruimteschip. In andere lokalen, op andere momenten, zijn de meest geavanceerde taalmodellen en tools voorhanden, maar met begeleiding van mensen die getraind zijn om aan te leren: dit is hoe je AI kritisch en verantwoord gebruikt.

Anseel voegt een empirische waarschuwing toe die Dries’ redenering versterkt: studenten die met AI ideeën genereren, produceren ideeën die sterker op elkaar lijken dan bij puur menselijk werk. “De precisie en snelheid van denken stijgen, maar de variatie slinkt.” Convergentie in plaats van originaliteit; precies het omgekeerde van wat de kenniseconomie nodig heeft.

“Zelf zie ik sterk de waarde van het behoud van de kloosters,” geeft Dries toe. “Maar ‘alleen kloosters’ zal niet gebeuren. Dan is dit toch een mooi compromis.” Toch kent ze meerdere mensen aan binnenlandse en buitenlandse universiteiten die enkel nog in ruimteschepen geloven. Dries riposteert: “Maar waarom eigenlijk? Wat is er zo mis met traagheid, nadenken, diepgang en papier?”


Kinderen als proefkonijnen

Kinderen zijn de echte proefkonijntjes in een sociaal experiment.

Op onderwijsvlak spreekt Dries zich erg persoonlijk uit. Ze vreest een nieuwe klassenscheiding, niet op basis van inkomen, maar van leesvaardigheid en aandachtspanne. “Je kunt geen digitale geletterdheid hebben als je geen geletterdheid hebt.” Kinderen die thuis minder ouderlijke begeleiding krijgen, raken structureel achterop, niet omdat ze minder intelligent zijn, maar omdat ze minder geoefend raakten in het eenvoudige, onderschatte vermogen om lang stil te zitten met een tekst.

Haar vergelijking is raak: “Veel kindjes hebben gewoon heroïne in hun handjes die hun hersenen beïnvloedt.” En dan de hypocrisie van Silicon Valley: de kinderen van de techmiljardairs gaan naar privéscholen zonder internet, zonder smartphones, met stapels boeken. 

Ze benoemt zelf de tegenstrijdigheid in haar redenering. Bij het verdwijnen van juniorjobs zegt ze: “nog niet hard bewezen.” Bij schermtijd bij kinderen vertrouwt ze op wat bevriende leerkrachten dagelijks zien. “Ik spreek mezelf hier tegen.” Maar: “Ik zie niet in hoe het goéd kan zijn dat een peuter de hele dag naar korte filmpjes kijkt. Dat kan toch niet neutraal zijn voor de aandacht, emotieregulering en cognitie?”

Voor freelancers: originaliteit als laatste verdedigingslinie

Op de vraag wat AI betekent voor de marktpositie van zelfstandigen, schetst Dries een driedelig prijssysteem dat zich mogelijk aan het vormen is. Als goedkoopste segment, aan de bodem van de markt, ziet ze volledig AI-gegenereerd werk. Het middelste segment zou dan “human in the loop” zijn, waarbij een mens de fouten en hallucinaties van AI er uit haalt. Het duurste segment wordt volgens haar “made by human”, als een nieuw soort ambachtelijk kwaliteitslabel. Ze vergelijkt het met “guaranteed AI-free” in de gamingindustrie, overigens een miljardenmarkt die mensen ten onrechte als hobbyistisch wegzetten.

Ze waarschuwt zelf voor de valkuil van dat scenario: “Het nadeel aan die framing is dat je mensenwerk positioneert als niche en luxe, niet als de norm.” Maar het principe blijft overeind: mensenwerk als het werk met de hoogste marktwaarde. 

Nog een concreet en direct bruikbaar voorbeeld: Dries verwijst naar onderzoek dat aantoont hoe AI-systemen bij automatische screening systematisch de voorkeur geven aan AI-gegenereerde cv’s. “Daar kom je met je mensenwerk gewoon niet doorheen.” De cirkelredenering die daaruit volgt, omschrijft ze zo: “Als jij er geen tijd in steekt om mijn cv zelf te lezen, steek ik er geen tijd in om het zelf te schrijven.” Haar suggestie om als werkgever het verschil te maken: vermeld expliciet in vacatures dat noch bedrijf noch kandidaat AI gebruikt voor de eerste selectie. Dit signaal werkt nu al onderscheidend op krappe arbeidsmarkten.  

Europa: een race zonder bestemming

We hebben het over de snelheid, maar niet over de bestemming.

De Europese “wapenwedloop”-framing met de VS en China vindt bij Dries weinig genade. “Men zegt dat we in Europa achterlopen, maar waar racen Amerika en China met hun AI naartoe? Ik ga even een kat een kat noemen: een hoogtechnologische surveillancestaat met extreme ongelijkheid.”

Als Europa zegt dat dat niet de bestemming is, volgt een fundamentele conclusie: “Dan is het geen race, want dan zitten wij op een fundamenteel ander pad.” Dat pad wil ze wel zien, maar ze erkent dat het politiek onwaarschijnlijk blijft zolang de korte termijn domineert. “Net als klimaatverandering haalt de toekomst van werk nauwelijks de politieke agenda. Want de verkiezingscyclus bedraagt maar vier jaar.”

Het Vlaamse en Belgische beleidslandschap stemt haar niet optimistisch. Een nationaal of regionaal netwerk rond AI en werk bestaat nauwelijks: “iedereen doet nu onderzoek over AI, maar het blijft voorlopig erg gefragmenteerd.” De recente oproep van een politicus voor een AI-taskforce genereerde weinig respons. In de regeerakkoorden bleef het thema volledig afwezig.

Haar sabbatical in Azië en Australië vorig jaar bracht een scherp buitenperspectief. Hoe mensen buiten Europa naar het continent kijken: “wijn, kaas, kastelen en een leuke vakantiebestemming.” Economisch lacht men ons bijna uit. Niet uit vijandigheid, maar uit onverschilligheid, wat op termijn mogelijk gevaarlijker is.

Constructieve pessimist met een aftelling

Ze sluit het gesprek af met een voorspelling, van iemand die zelf niet in voorspellingen gelooft. “Ik heb het gevoel dat we over twee, drie jaar gaan zeggen: oei, dit zijn toch een hoop onwenselijke neveneffecten. En dan komt er een tegenbeweging.” 

Het is een typisch Dries-moment. De constructieve pessimist die haar kritische houding omzet in geduldig activisme. De toekomst verandert niet door te voorspellen hoe ze eruitziet, maar door te beslissen welke toekomst we willen. Die beslissing ligt niet bij de technologie. Ze ligt bij iedereen die dit leest.

De vraag die Dries stelt aan politici, werkgevers en sociale partners, en die NextConomy stelt aan haar lezers, is even eenvoudig als urgent: als AI straks echt doet wat de verkopers beloven, wie beslist dan wat we met die gewonnen tijd doen? En wie zorgt ervoor dat die vraag niet alleen op de boardroom-agenda staat?

Als AI straks echt doet wat de verkopers beloven, wie beslist dan wat we met die gewonnen tijd doen?

Dat gesprek begint niet in Brussel, niet in Silicon Valley en niet in Davos. Het begint hier, in elke onderneming, in elk sociaal overleg, bij elke vacature en elk cv dat vandaag de deur uitgaat.

Lees ook 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor “De echte vraag is waar de productiviteitswinst van AI naartoe gaat”

Ework nu wereldwijde partner van WirelessCar’s talentstrategie en toekomstige behoeften aan personeel

Longterm partnership around TTM

Ework Group and WirelessCar have entered into a long-term partnership around Total Talent Management (TTM). The agreement establishes an integrated model for planning and managing both contingent and permanent talent based on the organisation’s overall workforce needs.

By combining Managed Service Provider (MSP) and Recruitment Process Outsourcing (RPO) services, Ework will support WirelessCar’s global talent strategy and future workforce needs.

“We are proud that WirelessCar has chosen Ework as a long-term partner on this journey. The agreement reflects a clear shift in the market, where talent supply is becoming an increasingly strategic issue and organisations are seeking integrated solutions to secure the right skills, in the right place, at the right time,” says Daniel Almgren, CEO of Ework Group.

Important milestone

The agreement represents an important milestone for Ework and highlights the growing importance of Total Talent Management as organisations seek greater flexibility, efficiency, and access to critical skills in a rapidly changing environment.

“As WirelessCar continues to grow globally, access to the right talent becomes increasingly important. Ework has demonstrated a strong understanding of our needs and has been a strategic partner in creating a more integrated and future-proof model for talent management,” says Anna Gunlycke, Head of People & Talent Growth at WirelessCar.

The agreement further strengthens Ework’s position within strategic talent solutions and confirms the growing demand for integrated approaches to future workforce and talent management.

Bron: Ework


Bekijk ook hier het interview dat NextConomy met Anna Gunlycke van WirelessCar had naar aanleiding van de Total Workforce Summit 2025.

EWork is ook in 2026 eventpartner van de Total Workforce Summit. Wil je er ook bij zijn op 26 november in Brussel? Kijk hier voor alle informatie en om je aan te melden. Gratis voor HR directies, TA Managers, Personeelsplanners en Inkopers van extern talent. Commerciële partijen nemen best contact met Marlies Thomasson via marlies.ext@nextconomy.be en vragen naar de voorwaarden.

Lees ook

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Ework nu wereldwijde partner van WirelessCar’s talentstrategie en toekomstige behoeften aan personeel

Freelancer, teken niet zomaar eender welk contract!

Voor een grote opdrachtgever werkt Nele samen met twee tussenpartijen: het bureau dat haar de opdracht bezorgde en een IT-bedrijf dat de klant aanleverde. Een situatie die in het freelancelandschap wel vaker voorkomt. Vooral multinationals schakelen de hulp in van tussenbureaus om het juiste externe talent te vinden. En uiteraard hangt daar een prijskaartje aan vast. Maar toen Nele hoorde hoeveel dat is, schrok ze toch even. 

Twee tussenpartijen

“Een paar jaar geleden zat ik een paar maanden werkloos thuis, toen een tussenpartij mij een contract van drie maanden aanbood bij een grote klant . Omdat die aangeleverd werd via een IT-bedrijf zat ik met twee tussenbureaus in plaats van één. Dat had een weerslag op mijn dagtarief, dat hierdoor 150 euro lager lag dan gewoonlijk. Maar ik kon niet op de bank blijven zitten, dus ging ik akkoord. Het was ook maar voor drie maanden”, steekt Nele van wal.

De eerste periode verliep prima. De klant was tevreden en verlengde haar contract met nog drie maanden. En dan nog eens. En nog eens. “Ik werk nu meer dan een jaar voor die klant en daarom vroeg ik opslag. ‘Onmogelijk’ reageerde het IT-bedrijf.  Mijn tarief was sowieso al hoog, zei mijn tussenpartij”, vertelt Nele. Ze ging dus op onderzoek uit naar waar het geld allemaal stroomde en ontdekte zo dat haar tussenpartij en het IT-bedrijf samen 41%  boven op haar tarief vragen aan de klant.

Opslag gegijzeld door contract

“Omdat mijn contract altijd verlengd wordt met drie maanden, beroepen mijn intermediair en het  IT-bedrijf zich altijd op de originele afspraken. Hierdoor worden zowel ik als mijn klant gegijzeld door deze contracten”, vindt Nele. “Had ik destijds geweten dat ik uiteindelijk meer dan twee jaar voor dat tarief ging werken, dan had ik twee keer nagedacht.”

Nele mag niet rechtstreeks voor de eindklant gaan werken, want één van de voorwaarden is dat ze na een contractbreuk een jaar lang niet rechtstreeks voor het IT-bedrijf en hun klanten  aan de slag kan. 

De eindklant op zijn beurt mag de consultants die via het IT-bedrijf komen ook niet rechtstreeks een contract aanbieden. En omdat de intermediaire partij enkel contracten van drie maanden kan aanbieden, wegens het projectmatige karakter, is het voor hen te duur om een afkoopsom te betalen aan het IT-bedrijf om eronderuit te komen.

“De opdrachtgever/eindklant zomaar in de steek laten en voor een andere organisatie freelancen, doe ik niet”, getuigt Nele. “Ik krijg tot nu toe alleen maar superlatieven over mijn werk. De reviews op mijn LinkedIn-profiel bewijzen dat. En zo wil ik ook mijn imago houden.”

Contract uitpluizen

“Ik heb heel lang voor de uitzendsector gewerkt. Daar is de regel dat als een bedrijf een aantal maanden een uitzendkracht in dienst heeft, hij die mag overnemen aan payrolltarief of hij kan die in dienst nemen. Ik dacht dat voor freelancers een gelijkaardige regelgeving bestond. Dat als een freelancer een paar maanden een project uitvoert voor een klant, het tarief van de tussenpartijen daalt omdat hun rol na verloop van tijd afneemt. Maar dat is dus niet zo.”

“Wat ik uit dit verhaal geleerd heb? Dat ik mijn contract altijd tot op de letter moet uitpluizen. In de toekomst laat ik een clausule opnemen dat bij een verlenging opnieuw over de prijs onderhandeld kan worden. Ik heb mijn les geleerd”, concludeert Nele. 

In de toekomst laat ik een clausule opnemen dat bij een verlenging opnieuw over de prijs onderhandeld kan worden.

Reactie van Federgon: 

Een marge zonder meerwaarde is een kost, een sterke partner is een investering

Het verhaal van Nele toont aan hoe belangrijk het is dat freelancers hun contracten goed begrijpen en duidelijke afspraken maken over tarieven, verlengingen en niet-concurrentieclausules. Maar het is ook belangrijk om niet alle tussenpartijen over dezelfde kam te scheren. Een professionele projectsourcingpartner is veel meer dan een doorgeefluik van talent: ze investeren in matching, contractbeheer, risicobeheer en opvolging, en openen vaak deuren naar grote organisaties die voor individuele freelancers moeilijker toegankelijk zijn.

Een professionele projectsourcingpartner is veel meer dan een doorgeefluik van talent.

Voor freelancers geldt daarom een eenvoudige aanbeveling: teken niet zomaar eender welk contract. Informeer je over de partner waarmee je samenwerkt, maak heldere afspraken over verloning en onderhandel over evaluatie- en herzieningsmomenten. Bedrijven die het Federgon-kwaliteitslabel behalen, nemen bovendien bijkomende engagementen op over begeleiding, opleiding en loopbaanondersteuning.

De vraag zou dan ook niet alleen moeten zijn hoeveel marge een partner aanrekent, maar vooral welke meerwaarde daar concreet tegenover staat.

Lees ook :

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Freelancer, teken niet zomaar eender welk contract!

De economische impact van eenmansondernemingen is niet in beeld

SME Connect als pleitbezorger van KMO’s bij Europa

SME Connect, opgericht in 2017, is een van de grootste netwerken die zich inzetten voor het midden- en kleinbedrijf in Europa. SME Connect fungeert zowel als netwerk als communicatieplatform voor KMO’s en hun ondersteuners. Het staat open voor brancheorganisaties, denktanks en universiteiten die zich inzetten voor KMO-vriendelijk beleid door projecten en initiatieven in heel Europa. Hun leden vertegenwoordigen gezamenlijk meer dan 750.000 freelancers, eenmanszaken en KMO-bedrijven.

Ondanks het vroege uur (7.30u) trok de recente ontbijtsessie van SME Connect  in het Europees Parlement in Brussel veel volk. Op tafel verse croissants en koffie, in de zaal een bonte mengeling van allerlei nationaliteiten en een lid van het Europees Parlement.  Aangevuld met  enkele onderzoekers en zelfstandige professionals werd door de sprekers uitgebreid ingegaan op het centrale thema One-Person Companies and the Self-Employed in Europe: Working Together, Calling for Recognition’.

Solo-ondernemers, eenmansorganisaties, zelfstandige professionals, … what’s in a name?

Met de statistieken over KMO’s is het in de meeste landen in Europa wat triest gesteld, inclusief België. StatBel, de RSZ en zelfs Eurostat hanteren andere definities van KMO: bij StatBel begint men de meting bij organisaties met 1 werknemer; bij Eurostat bij 5 werknemers. Hierdoor beschikken ze niet alleen niet over cijfers over organisaties zonder personeel maar is vergelijken onmogelijk. Ook kan men de  omvang en de economische impact van eenmansbedrijven niet duiden. Deze micro-ondernemingen vormen nochtans een hoeksteen van onze economie. NextConomy pleit al jaren voor een aparte telling van de freelancers in ons land, maar het ontbreken van correcte data is dus ook voor de nog ruimere groep solo-ondernemers, waar de freelancers deel van uitmaken, van toepassing.

We hebben nood aan objectieve en vergelijkbare data om de bijdrage van eenmansorganisaties aan de economie te meten. 

Dit werd door diverse sprekers benadrukt: “deze groep ondernemingen is nu volledig onzichtbaar en een meer systematische benadering is dringend nodig. Ze zijn vaak een opstap voor grotere organisaties, die werknemers aannemen en zo nog meer bijdragen aan de economie en de sociale zekerheid in Europa.”

De gevolgen laten zich raden: wet- en regelgevingen spelen zelden of nooit in op de specifieke noden van deze groep. Integendeel. Veel van de administratieve overlast die solo-ondernemers ondervinden wordt veroorzaakt door maatregelen die voor grote organisaties zijn bedacht. Als voorbeeld werden de GDPR-regels aangehaald die ook kleine ondernemingen raken. “De indirecte effecten van wetten en regels op eenmansorganisaties zou meer in overweging moeten worden genomen bij het opstellen ervan. In 2025 werden 65 wettelijke initiatieven genomen door Europa die het ondernemerschap alleen maar meer complex maken.”

De indirecte effecten van wetten en regels op eenmansorganisaties zou meer in overweging moeten worden genomen bij het opstellen ervan.

Correct tellen is niet hetzelfde als begrijpen

Een van de sprekers stelde dat er meer nodig is dan alleen zichtbaarheid in statistieken creëren. Beleidsmakers moeten ook de specifieke situatie van solo-ondernemers begrijpen en de bijhorende uitdagingen die ze ervaren. Deze ene persoon draagt diverse petten en houdt alle bordjes in zijn/haar eentje omhoog: ze is de onderneming, de zaakvoerder, de boekhouder, de commerciële vertegenwoordiger, de marketing manager enz. in een.  

Eenmansorganisaties leven ook met voortdurende onzekerheden. De bredere realiteit van deze ondernemers bestaat uit het zoeken naar oplossingen voor vragen zoals ‘Hoe zit het met mijn cash flow, zal mijn klant op tijd betalen? Hoe krijg ik grip op de berg administratie? Hoe zorg ik voor voldoende klanten om mijn inkomen te verzekeren?, …

De vragen die politici dringend moeten stellen zijn daardoor nog ruimer: wat weten we  wel al over eenmansorganisaties? Wat weten we nog niet? Maar ook: wat zouden we nog moeten weten?

De vragen die politici dringend moeten stellen zijn daardoor nog ruimer: wat weten we  wel al over eenmansorganisaties? Wat weten we nog niet? Maar ook: wat zouden we nog moeten weten?

Een grote meerderheid van de OPC’ of ‘one-person-companies’ kiest bewust voor deze vorm van ondernemen. Ze willen geen personeel en vinden voldoening in het doen van wat ze het best kunnen en het liefst doen. 

“Veel werkenden denken nog steeds dat werken in loonverband leidt tot meer zekerheid, maar dat is een verkeerd standpunt. Kijk maar naar de recente golf met ontslagen.” Ook politici zitten met veel vooroordelen. “Al te veel politici denken dat we gedwongen worden om te ondernemen”, zei een andere spreker, “ze zien ondernemerschap als een probleem.” 

“Een onderneming in je eentje draaiende houden betekent alle rollen opnemen, maar ook alle risico’s alleen dragen. De echte uitdaging is om van je passie en expertise een duurzaam bedrijf te maken”, aldus Jenna Van Houten, een zelfstandig IT-professional. “Het is meer dan alleen een idee hebben, je bent altijd alleen en je bent altijd aan het werk. Ik kan mij geen duur juridisch advies veroorloven waardoor ik risico loop uit onwetendheid. Toch draag ik bij aan de economie: ik creëer waarde en bied flexibiliteit aan grote organisaties die mij inhuren voor mijn expertise.”

Marta Wcisto, EMP aan het woord

Marta Wcisto

Een van de gastsprekers tijdens de ontbijtsessie was Europees Parlementslid Marta Wcisto. Vóór haar EP-mandaat was ze actief in nationaal en lokaal bestuur in Polen, met ervaring als parlementslid (Sejm), gemeenteraadslid en als ondernemer. Die combinatie van politiek en ondernemerservaring geeft haar inzicht in de praktische knelpunten waarmee kleine ondernemingen geconfronteerd worden. Tijdens haar tussenkomst erkende ze dat al te vaak over de hoofden van kleine organisaties heen wordt beslist zonder enige raadpleging. Ook gaf ze aan dat het beslisproces in Europa dringend moet worden ingekort: de wereld en de economie veranderen sneller dan Europa beslissingen neemt waardoor het beleid al achterhaald en verouderd is.

“Europa blijft te veel ter plaatse trappelen. Als we niet sneller worden, worden we overspoeld door andere regio’s. De kleine eenmansondernemingen zijn van cruciaal belang, stelt ze: zij houden de economie draaiende. Daarom moet de rapportering er dringend komen en moeten we als EU de bureaucratie inperken.”

Conclusie

De kleinste vorm van onderneming die er bestaat, de one-person-company (OPC), biedt ongelofelijk veel voordelen voor de economie en de maatschappij als geheel. Denk aan de mogelijkheid om op te starten om het ondernemerschap of een idee ‘eens uit te proberen’ in een veilige context. Of aan de mogelijkheden die OPC’s bieden aan niet-native speakers om toch te werken, een inkomen te verdienen en zich te integreren?

Hoogtijd dus dat politici in individuele landen en op Europees niveau waardering en steun bieden aan die miljoenen ondernemers die het risico nemen om een organisatie op te starten. Niet om fiscaal te optimaliseren of omdat ze niet aan een ‘echte’ baan geraakten, maar wel omdat ze in een idee en in zichzelf geloofden.

Lees ook

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor De economische impact van eenmansondernemingen is niet in beeld