“De echte vraag is waar de productiviteitswinst van AI naartoe gaat”
Professor Organisatiegedrag Nicky Dries over toekomstficties met of zonder AI, verborgen machtsstructuren en waarom technologieoptimisme vooral een verkooppraatje is voor werkgevers.

Zelf gebruikt ze geen ChatGPT. Niet uit onwetendheid, want Nicky Dries volgt regelmatig trainingen onder andere over hoe je AI-agents programmeert, “omdat je als expert wel moet weten hoe het werkt.”
“Het is voor mij bijna een principekwestie geworden,” stelt de hoogleraar Organisatiegedrag aan de KU Leuven. “AI wordt ons dag in dag uit door de strot geramd en dat creëert bij mij een tegenreactie.”
Met een glimlach voegt ze er meteen enkele pertinente vragen aan toe: “Hoe lang ga ik dat kunnen volhouden? Gaat de arbeidsmarkt me op den duur dwingen? Heb je eigenlijk nog het recht om geen AI te gebruiken?”
Omdat ik geen AI gebruik, is de kans dat mijn ideeën precies dezelfde zijn als die van iemand anders wat kleiner.
Dat is Dries ten voeten uit. Geen doemdenker, geen techno-optimist, maar naar eigen zeggen een “constructieve pessimist” die systematisch de aannames bevraagt die tegenwoordig wel vanzelfsprekend lijken.
Ze leidt aan de KU Leuven het Future of Work Lab, een interdisciplinair onderzoeksteam van arbeidspsychologen, historici, economen en cultuurwetenschappers die samen onderzoeken hoe de samenleving de toekomst van werk verbeeldt en hoe die verbeelding de werkelijkheid al dan niet mee vorm geeft.
“U maakt daar wel een hoop aannames”
We stellen haar de vraag die velen bezighoudt: zal AI niet moeten meehelpen om onze sociale zekerheid te financieren, als de productiviteitswinst zo groot wordt? Ze antwoordt droog: “U maakt daar toch wel een hoop aannames.”
Aanname één: dat de productiviteit dankzij AI drastisch stijgt. “Het is te vroeg om dat met zekerheid te stellen, want dat is nog niet aangetoond. Voorlopig heeft AI de gemiddelde productiviteit amper verhoogd.”
Aanname twee: dat meer technologie automatisch leidt tot meer efficiëntie. “We zien dat de digitalisering van bepaalde diensten toch niet zo gemakkelijk of snel is verlopen. In vochtige kelders liggen er nog steeds enorme stapels documenten die dreigen verloren te gaan.”
Haar vaststelling: “Er zijn mensen die zeggen dat AI de productiviteit en de efficiëntie drastisch gaat verhogen. Maar dat zijn vaak net die mensen die deze AI verkopen.”
Macht, niet technologie
Waarom worden de duurste mensen in het bedrijf niet geautomatiseerd? Omdat zij de beslissingen nemen en dus ook kunnen beslissen wie geautomatiseerd gaat worden.
Hier raakt Dries de kern van haar onderzoek. De toekomst van werk draait niet zozeer om technologische mogelijkheden, maar vooral om machtsstructuren. Vroeger ging automatisering over arbeiders in fabrieken, nu over creatieve beroepen en kenniswerk.
Ze verwijst naar ‘Bullshit Jobs: A Theory’ van antropoloog en activist David Graeber (Simon & Schuster, 2018) om te illustreren hoe maatschappelijke waarde en verloning al decennialang uit elkaar lopen. Zorgberoepen, elektriciens en vuilnismannen zijn essentieel voor een samenleving, maar laag gewaardeerd en onderbetaald. Middenmanagement en consulting verdienen meer, terwijl Graeber daar een retorische vraag bij stelt: “Is de wereld echt slechter af als die jobs er niet zijn?”
Dries knoopt daar haar eigen these aan vast: juist die hoogbetaalde functies komen als laatste in aanmerking voor automatisering, omdat de mensen die ze bekleden ook degenen zijn die beslissen wat er wel en niet geautomatiseerd wordt. “Ik denk dat het een lobbyverhaal wordt, een machtsverhaal, net zoals sommige andere zaken op de arbeidsmarkt.”
Het verkooppraatje dat werknemers vergeet
Wat je me eigenlijk probeert te verkopen, is dat ik dubbel zoveel moet doen binnen dezelfde uren en voor hetzelfde geld.
Hier spreekt Dries zich duidelijk uit: “Het verkooppraatje van AI bestaat grotendeels uit drie woorden: productiviteit, efficiëntie en kosteneffectiviteit.” Maar meer, sneller en goedkoper werken, dat dient vooral de werkgevers, de werknemers hebben daar op zich weinig baat bij.
“Als je mij zegt dat ik dankzij AI dubbel zo snel kan werken, mag ik dan om twee uur naar huis? Of vier dagen per week werken met volledig loonbehoud? Dan zeggen bedrijven: ah nee, we zitten in crisis, de productiviteit moet omhoog. Wacht even, wat je me dus eigenlijk probeert te verkopen, is dat ik dubbel zoveel moet doen binnen dezelfde uren voor hetzelfde geld. Maar waar zit dan de winstdeling, qua tijd of qua loon?”
Ze pleit voor een herverdelingsmechanisme, maar erkent het politieke obstakel meteen. Vakbonden die pleiten voor een kortere werkweek vinden vandaag maar weinig draagvlak. Haar advies aan wie dat wil doorbreken: verlaat het moreel appel en maak de business case. “Het zal altijd via de business case moeten. Ethiek wordt nog steeds gezien als ‘nice to have’ wanneer het geen crisis is.”
Die business case ligt mogelijk voor het oprapen. Belgische werkgevers kampen met bijna 585.000 langdurig zieken, goed voor ruim 7 procent van de beroepsbevolking. De uitkeringen daarvoor kosten de sociale zekerheid inmiddels meer dan 11 miljard euro per jaar, het dubbele van tien jaar geleden. Burn-out alleen al verdubbelde op zes jaar tijd.
Als AI-gedreven tijdwinst naar een kortere werkweek zou gaan in plaats van naar meer output, daalt de werkdruk structureel. Wat levert dat een gemiddeld Belgisch bedrijf op als je de kost van ziekteverzuim meerekent? Die berekening maakt vooralsnog niemand, niet in de boardroom, niet aan de onderhandelingstafel en niet in de regeerakkoorden waar AI volledig afwezig bleef.
Het Citrini-scenario: wanneer een gedachte-experiment de beurs doet crashen
Dries verwijst in het gesprek ook naar een rapport dat op Wall Street voor flink wat opschudding zorgde. Citrini Research, een gerespecteerd macro-economisch analysebureau, bracht in februari 2026 een memo uit. “The 2028 Global Intelligence Crisis”, geschreven als een fictieve memo vanuit de toekomst, schetste een scenario waarbij AI-gedreven automatisering de Amerikaanse werkloosheid naar 10,2 procent duwt en de S&P 500 met 38 procent doet crashen. Het rapport was puur speculatief van opzet, maar de tech-aandelen daalden in de dagen erna merkbaar op de beurs.
Het concept dat economen het meest bijbleef was het ‘ghost GDP’, het spook-bbp. AI drijft de bedrijfsproductiviteit op papier omhoog, maar de banen van de bestedende middenklasse verdwijnen. En machines kopen geen huizen, boeken geen vakanties, eten geen hamburgers. Vrij vertaald uit het rapport: “We hadden dit sneller kunnen uitrekenen als we onszelf gewoon de vraag hadden gesteld: hoeveel geld geven machines uit aan discretionaire consumptie? Het antwoord: nul.”
Economen noemen de tijdlijn van Citrini een extreem scenario, want een totale crash in amper twee jaar strookt niet met hoe traag organisaties en wetgeving bewegen, en het model laat overheidsingrijpen buiten beschouwing. Maar als gedachte-experiment dwingt het tot de vraag die Dries centraal stelt: als de vruchten van AI alleen bij bedrijfswinsten en een kleine elite terechtkomen, wie houdt dan de consumenteneconomie draaiende?
Kloosters en ruimteschepen
Op de vraag welke concrete verandering Dries zou afdwingen als ze zelf de macht had, antwoordt ze verrassend concreet, met een voorstel dat ze zowel voor het onderwijs als voor het bedrijfsleven toepasbaar acht.
Organisatiepsycholoog Frederik Anseel vertaalde een essay uit 2025 van de historicus Niall Ferguson ‘The Cloister and the Starship’ naar de Belgische context in een column in De Tijd van 5 november 2025. Dries verwoordt het zelf als volgt:
Het idee: scheid twee werelden radicaal in tijd en plaats.
Het klooster. Bepaalde lokalen, momenten en taken zonder internet, zonder devices. Alle technologie wordt opgeborgen in kluisjes. Pen, papier, aandacht opbouwen, boeken lezen. Ferguson stelt zeven uur per dag analoog werken als richtlijn: lezen, discussiëren, schrijven met de hand, redeneren vanaf een leeg blad.
Het ruimteschip. In andere lokalen, op andere momenten, zijn de meest geavanceerde taalmodellen en tools voorhanden, maar met begeleiding van mensen die getraind zijn om aan te leren: dit is hoe je AI kritisch en verantwoord gebruikt.
Anseel voegt een empirische waarschuwing toe die Dries’ redenering versterkt: studenten die met AI ideeën genereren, produceren ideeën die sterker op elkaar lijken dan bij puur menselijk werk. “De precisie en snelheid van denken stijgen, maar de variatie slinkt.” Convergentie in plaats van originaliteit; precies het omgekeerde van wat de kenniseconomie nodig heeft.
“Zelf zie ik sterk de waarde van het behoud van de kloosters,” geeft Dries toe. “Maar ‘alleen kloosters’ zal niet gebeuren. Dan is dit toch een mooi compromis.” Toch kent ze meerdere mensen aan binnenlandse en buitenlandse universiteiten die enkel nog in ruimteschepen geloven. Dries riposteert: “Maar waarom eigenlijk? Wat is er zo mis met traagheid, nadenken, diepgang en papier?”
Kinderen als proefkonijnen
Kinderen zijn de echte proefkonijntjes in een sociaal experiment.
Op onderwijsvlak spreekt Dries zich erg persoonlijk uit. Ze vreest een nieuwe klassenscheiding, niet op basis van inkomen, maar van leesvaardigheid en aandachtspanne. “Je kunt geen digitale geletterdheid hebben als je geen geletterdheid hebt.” Kinderen die thuis minder ouderlijke begeleiding krijgen, raken structureel achterop, niet omdat ze minder intelligent zijn, maar omdat ze minder geoefend raakten in het eenvoudige, onderschatte vermogen om lang stil te zitten met een tekst.
Haar vergelijking is raak: “Veel kindjes hebben gewoon heroïne in hun handjes die hun hersenen beïnvloedt.” En dan de hypocrisie van Silicon Valley: de kinderen van de techmiljardairs gaan naar privéscholen zonder internet, zonder smartphones, met stapels boeken.
Ze benoemt zelf de tegenstrijdigheid in haar redenering. Bij het verdwijnen van juniorjobs zegt ze: “nog niet hard bewezen.” Bij schermtijd bij kinderen vertrouwt ze op wat bevriende leerkrachten dagelijks zien. “Ik spreek mezelf hier tegen.” Maar: “Ik zie niet in hoe het goéd kan zijn dat een peuter de hele dag naar korte filmpjes kijkt. Dat kan toch niet neutraal zijn voor de aandacht, emotieregulering en cognitie?”
Voor freelancers: originaliteit als laatste verdedigingslinie
Op de vraag wat AI betekent voor de marktpositie van zelfstandigen, schetst Dries een driedelig prijssysteem dat zich mogelijk aan het vormen is. Als goedkoopste segment, aan de bodem van de markt, ziet ze volledig AI-gegenereerd werk. Het middelste segment zou dan “human in the loop” zijn, waarbij een mens de fouten en hallucinaties van AI er uit haalt. Het duurste segment wordt volgens haar “made by human”, als een nieuw soort ambachtelijk kwaliteitslabel. Ze vergelijkt het met “guaranteed AI-free” in de gamingindustrie, overigens een miljardenmarkt die mensen ten onrechte als hobbyistisch wegzetten.
Ze waarschuwt zelf voor de valkuil van dat scenario: “Het nadeel aan die framing is dat je mensenwerk positioneert als niche en luxe, niet als de norm.” Maar het principe blijft overeind: mensenwerk als het werk met de hoogste marktwaarde.
Nog een concreet en direct bruikbaar voorbeeld: Dries verwijst naar onderzoek dat aantoont hoe AI-systemen bij automatische screening systematisch de voorkeur geven aan AI-gegenereerde cv’s. “Daar kom je met je mensenwerk gewoon niet doorheen.” De cirkelredenering die daaruit volgt, omschrijft ze zo: “Als jij er geen tijd in steekt om mijn cv zelf te lezen, steek ik er geen tijd in om het zelf te schrijven.” Haar suggestie om als werkgever het verschil te maken: vermeld expliciet in vacatures dat noch bedrijf noch kandidaat AI gebruikt voor de eerste selectie. Dit signaal werkt nu al onderscheidend op krappe arbeidsmarkten.
Europa: een race zonder bestemming
We hebben het over de snelheid, maar niet over de bestemming.
De Europese “wapenwedloop”-framing met de VS en China vindt bij Dries weinig genade. “Men zegt dat we in Europa achterlopen, maar waar racen Amerika en China met hun AI naartoe? Ik ga even een kat een kat noemen: een hoogtechnologische surveillancestaat met extreme ongelijkheid.”
Als Europa zegt dat dat niet de bestemming is, volgt een fundamentele conclusie: “Dan is het geen race, want dan zitten wij op een fundamenteel ander pad.” Dat pad wil ze wel zien, maar ze erkent dat het politiek onwaarschijnlijk blijft zolang de korte termijn domineert. “Net als klimaatverandering haalt de toekomst van werk nauwelijks de politieke agenda. Want de verkiezingscyclus bedraagt maar vier jaar.”
Het Vlaamse en Belgische beleidslandschap stemt haar niet optimistisch. Een nationaal of regionaal netwerk rond AI en werk bestaat nauwelijks: “iedereen doet nu onderzoek over AI, maar het blijft voorlopig erg gefragmenteerd.” De recente oproep van een politicus voor een AI-taskforce genereerde weinig respons. In de regeerakkoorden bleef het thema volledig afwezig.
Haar sabbatical in Azië en Australië vorig jaar bracht een scherp buitenperspectief. Hoe mensen buiten Europa naar het continent kijken: “wijn, kaas, kastelen en een leuke vakantiebestemming.” Economisch lacht men ons bijna uit. Niet uit vijandigheid, maar uit onverschilligheid, wat op termijn mogelijk gevaarlijker is.
Constructieve pessimist met een aftelling
Ze sluit het gesprek af met een voorspelling, van iemand die zelf niet in voorspellingen gelooft. “Ik heb het gevoel dat we over twee, drie jaar gaan zeggen: oei, dit zijn toch een hoop onwenselijke neveneffecten. En dan komt er een tegenbeweging.”
Het is een typisch Dries-moment. De constructieve pessimist die haar kritische houding omzet in geduldig activisme. De toekomst verandert niet door te voorspellen hoe ze eruitziet, maar door te beslissen welke toekomst we willen. Die beslissing ligt niet bij de technologie. Ze ligt bij iedereen die dit leest.
De vraag die Dries stelt aan politici, werkgevers en sociale partners, en die NextConomy stelt aan haar lezers, is even eenvoudig als urgent: als AI straks echt doet wat de verkopers beloven, wie beslist dan wat we met die gewonnen tijd doen? En wie zorgt ervoor dat die vraag niet alleen op de boardroom-agenda staat?
Als AI straks echt doet wat de verkopers beloven, wie beslist dan wat we met die gewonnen tijd doen?
Dat gesprek begint niet in Brussel, niet in Silicon Valley en niet in Davos. Het begint hier, in elke onderneming, in elk sociaal overleg, bij elke vacature en elk cv dat vandaag de deur uitgaat.
Lees ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.