Maandelijkse archieven: november 2026

Van freelancerpool tot AI-agent op de loonlijst: vijf platforms die inhuren op z’n kop zetten

Een profiel opstellen, een opdracht uitzetten en wachten op kandidaten: zo verloopt professioneel inhuren nog vaak. Volgens Sepp Haans, platformstrateeg bij Freshheads, is die werkwijze aan vervanging toe. In het webinar Vijf platforms die professioneel inhuren veranderen laat hij zien hoe nieuwe aanbieders heel specifieke inhuurproblemen met technologie oplossen.

Forse groei platformwerkers

Het spel zelf blijft volgens Haans hetzelfde: goede mensen werven, binden en behouden. Maar de manier waarop verandert drastisch, en daarmee het hele ecosysteem rond de werkgever. Hoe snel dat gaat, laat platformwerk zien. In 2022 telde de Europese Unie bijna 29 miljoen platformwerkers, voor 2025 werden er 43 miljoen voorspeld. “Daar is het dik overheen gegaan”, zegt Haans. Inmiddels gaat het volgens hem om meer dan 60 miljoen mensen.

Samen met dagvoorzitter en ZiPconomy hoofdredacteur Jan-Willem Weijers laat Haans zien hoe vijf verschillende platforms hun oplossing bieden, ook door radicaal anders te kijken naar inhuren en talent. 

1. Fring: een flexibele schil die warm blijft

Het eerste knelpunt dat Haans benoemt, is dat organisaties steeds opnieuw beginnen. “We zijn het wiel eigenlijk constant opnieuw aan het uitvinden.” Er is iemand nodig, dus gaat er een opdracht naar HR, een MSP of een bemiddelaar. Bij freelancers komt daar een praktisch probleem bij: niemand weet wie wanneer beschikbaar is. “Ik heb iemand nodig, maar dan moet ik iedereen gaan bellen.”

Het Nederlandse platform Fring pakt precies dat aan. Organisaties bouwen er een pool op van freelancers met wie ze eerder hebben gewerkt en houden continu zicht op hun beschikbaarheid. Die freelancers kunnen op hun beurt hun eigen netwerk uitnodigen. Zo ontstaat een flexibele schil van bekenden en warm aangedragen professionals. Fring is daarmee zowel technologie voor poolbeheer als bemiddelingsplatform.

Waarom voeg je dat niet gewoon toe aan je eigen VMS (vendor management system), vraagt Weijers zich af. “Jouw eigen VMS beperkt je tot wie jij erin hebt zitten”, antwoordt Haans. Weijers zelf ziet in Nederland vooral veel ‘dode poelen’: talentpools die niemand onderhoudt. Direct sourcing, het rechtstreeks werven uit je eigen netwerk, “werkt alleen maar als het een warme community is”. Dat bleek ook uit de poll: de meeste kijkers mailen of bellen nog altijd rond, en slechts 17 procent zegt een systeem te hebben dat goed wordt bijgehouden.

2. Catalant: huur een resultaat, geen profiel

Het Amerikaanse Catalant draait de gebruikelijke vraag om. Waar opdrachtgevers meestal een functie of profiel uitzetten, stelt Catalant het beoogde resultaat centraal. “Je moet het resultaat wat je wil behalen centraal zetten”, vat Haans het uitgangspunt samen. Soms gaat dat tot op het niveau van een letterlijke KPI. Niet: we zoeken een externe recruiter. Maar: we willen tien vacatures ingevuld hebben.

Het platform heeft naar eigen zeggen 70.000 tot 80.000 consultants en experts aangesloten en bedient vooral Fortune 500-bedrijven. Half september lanceerde het volgens Haans een nieuwe dienst die nog een stap verder gaat: bij elke ingehuurde professional levert Catalant ook een AI-engineer, om sneller bij het gewenste resultaat te komen. Veelzeggend detail: 52 procent van alle aanvragen die het platform ontvangt, gaat over AI.

Haans is niet kritiekloos. Catalant vraagt een fee van 20 tot 30 procent. Voor werving en selectie is dat gangbaar, “maar voor een platform is dat vrij fors”, zegt hij. Een platform hoort eerder rond de 10 tot 12 procent te zitten. Voor het mkb is Catalant daarom weinig interessant. De les is wel breed toepasbaar: “Bepaal nou eerst het resultaat. Ga dan pas kijken naar de opdracht.”

3. Pangea: betalen per minuut in plaats van per maand

Pangea, opnieuw een Amerikaans platform, richt zich op fractional hiring: professionals inzetten voor precies dat deel van hun tijd dat een klus vraagt. Daarmee speelt het in op een probleem dat Haans in Nederland structureel ziet. “We zijn eigenlijk aan het overinhuren.” Organisaties vragen een professional voor maanden, terwijl het resultaat misschien in een paar weken of een paar uur per week te halen is.

Pangea werkt daarom met een pay per minute-model. Vooraf schat het platform met behulp van AI in hoeveel tijd een opdracht werkelijk kost. Profielen van professionals worden met AI opgebouwd en gecontroleerd en ook van de opdrachtgever wordt veel gevraagd om de opdracht scherp te krijgen. “Dit kan alleen maar werken als je supergoed matcht”, benadrukt Haans.

Weijers, net terug van de Contingent Workforce Strategies Summit in Dallas, herkent de beweging. Daar draaide alles om de verschuiving van workforce management naar workforce orchestration: “Weggaan van het denken in jobs, naar get the work done.” Dat vraagt volgens hem om een nieuwe rol, die van workforce architect. Haans ziet ook een kans voor bemiddelaars. “Een bemiddelaar levert nu nog mensen. En dat model zal nooit verdwijnen.” Maar de toegevoegde waarde verschuift naar het helpen van klanten om te bepalen wat ze werkelijk nodig hebben: de juiste capaciteit op het juiste moment.

4. Gigged.AI: eerst kijken wat je al in huis hebt

“Ik vind deze het interessantste van heel het webinar”, zegt Haans over Gigged.AI. Het platform wil de reflex voor zijn dat een manager bij elk gat om een nieuwe functie vraagt. Het brengt geautomatiseerd de skills van alle medewerkers in kaart, op basis van cv’s, LinkedIn-profielen, toetsen of de onboarding. Start je een project, dan zoekt het systeem eerst binnen de eigen organisatie wie de benodigde vaardigheden heeft.

Het opvallende: Gigged.AI neemt ook digitale capaciteit mee. AI-agents krijgen een plek in dezelfde skills-inventaris als mensen. Pas als blijkt dat bepaalde kennis echt ontbreekt, huur je via het platform extern in. 

Haans geeft een voorbeeld van Freshheads-klant Actief Werkt!, dat zijn rapportages anders wil inrichten. Iemand die data kan lezen is al in huis en een AI-model kan datapunten omzetten naar een dashboard. Wat ontbreekt, is een developer die die datapunten bouwt. Vroeger werd daarvoor al snel een BI-specialist fulltime ingehuurd. 

Weijers zet er een kritische kanttekening bij. Als CHRO zou hij niet zomaar alle HR-data uit handen geven: “Dat ga ik dus overlaten aan een AI-systeem buiten mijn organisatie?” Haans erkent dat dataveiligheid aandacht vraagt en wijst erop dat het platform met grote Europese partijen werkt. Een lokale inrichting zou een oplossing kunnen zijn. Tegelijk ziet Weijers potentie voor behoud en opleiding van medewerkers: beter benutten wat je al in huis hebt.

Wie bepaalt eigenlijk of werk naar AI gaat of naar een extra professional? Bij bijna de helft van de kijkers is dat nog door niemand belegd. Op de tweede plaats: de manager met een hulpvraag. “Als je het aan de manager overlaat, krijg je een wildgroei aan tooling”, waarschuwt Haans. HR en IT moeten de kaders stellen en faciliteren. Bij momenten waarop menselijk contact waarde heeft, zoals bij werving, is zijn advies helder: “Daar moet je wat mij betreft altijd een human in the loop hebben.”

5. Agent Talent: een AI-agent op de loonlijst

Het laatste platform gaat nog een stap verder. Agent Talent, volgens Haans mede ontwikkeld door projectmanagementtool Monday, is een bemiddelingsplatform zoals YoungOnes, maar dan voor AI-agents. Opdrachtgevers kunnen er bladeren door honderden agents met elk een eigen takenpakket. “Dus eigenlijk direct sourcing voor AI-agents?”, vraagt Meijers. “Ja, exact dat”, bevestigt Haans. Het platform zorgt ook voor de integratie en houdt controle op de agent.

Opvallend is de vertaling naar een vertrouwde arbeidsrelatie. Agents hebben namen en krijgen een soort salaris. Paul benadert commerciële leads, Claire neemt administratief HR-werk over. Over een paar jaar zoek je op zo’n platform misschien niet naar een mens, maar naar een agent die je voor een aantal uren of maanden inzet.

Is dat een bedreiging? Voor kenniswerkers misschien wel, voor blue collar-werk speelt het nauwelijks. Haans wijst op de krapte, die in Nederland nog steeds de grootste van Europa is. “Ik zie niet dat we het anders kunnen gaan invullen.” Hij verwacht uiteindelijk een combinatie van mens en AI. Voor bemiddelaars ligt er volgens Haans een adviesrol: klanten helpen bepalen wat voor hen de beste route is.

Rode draad: begin bij het werk, niet bij de vacature

Wat de vijf platforms verbindt, is een andere startvraag. Niet: welk profiel hebben we nodig? Maar: welk werk moet gedaan worden en welke combinatie van eigen mensen, freelancers en AI levert dat het beste op? Dat vraagt volgens Haans om scherp zicht op de eigen flexibele schil, op skills in huis en op de digitale capaciteit die er al is. En om goede integratie. Losse tools die niet samenwerken, lossen weinig op. De centrale vraag is: “Welke tooling ga ik nou wel en niet inzetten?”

Als toegift wees Haans nog op Rent a Human, een Amerikaans platform dat de rollen omdraait. Daar huurt AI mensen in voor de stukjes die het zelf niet kan, zoals het testen van een laptop of het ophalen van een pakket. De slogan: “The future of work still needs people.”

Tips om aan de slag te gaan

Voor organisaties die zelf inhuren, begint het volgens Haans bij de vraag achter de capaciteitsvraag. Een manager die om iemand vraagt, wil in de kern dat het werk gedaan wordt. Bepaal dus eerst welk resultaat nodig is en hoeveel tijd dat werkelijk kost, voordat er een profiel de deur uit gaat. “Het is eigenlijk simpel, maar we doen het toch nog vaak onvoldoende.”

Zijn tweede advies: breng in kaart wat je al hebt. Denk aan de freelancers met wie je eerder werkte, de skills van eigen medewerkers en de AI-toepassingen die al beschikbaar zijn. Pas als daar een gat zit, is externe inhuur aan de orde. Zo voorkom je dat je meer uren inkoopt dan het werk vraagt.

Rond AI pleit Haans voor een bewuste keuze vooraf, in plaats van per aanvraag te beslissen. Organisaties moeten samen ‘een digitale strategie neerzetten’: welk werk is administratief genoeg om aan een agent over te laten, en waar heeft menselijk contact juist waarde? HR en IT stellen daarbij de kaders, zodat de business niet zelf met losse tools aan de slag gaat.

Kies vervolgens de tooling uit op hoe die in het proces past. Platforms en tools die los van elkaar draaien, leveren vooral nieuwe problemen op. Integratie is volgens Haans het onderwerp waar Freshheads uit de markt de meeste vragen over krijgt. 

Voor bemiddelaars, MSP’s en brokers heeft hij een aparte boodschap. Mensen leveren blijft belangrijk, maar is niet meer genoeg. “Je moet een stapje meer gaan zetten.” 

Dat betekent klanten helpen bepalen wat ze echt nodig hebben, en hen adviseren over AI en nieuwe vormen van inhuur. “Uiteindelijk vraagt een werkgever ook om kennis.” Wie die rol nu oppakt, schuift op van leverancier naar adviseur.

Wie hiermee aan de slag wil, kan klein beginnen: intern het gesprek starten over wat er achter een inhuurvraag zit. En deze vijf platforms eens bekijken. 


Kijk het hele webinar, met nog meer uitleg en tips, terug op het YouTube-kanaal van ZiPconomy. 

Lees ook :

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Van freelancerpool tot AI-agent op de loonlijst: vijf platforms die inhuren op z’n kop zetten

UNIZO en NextConomy: “Beoordeel ondernemers niet op hun loonlijst”

Opinie door UNIZO en NextConomy

In de begrotingsoefening wordt overwogen om vennootschappen zonder personeel geheel of gedeeltelijk uit te sluiten van VVPR-bis. Met die regeling kunnen kleine vennootschappen onder voorwaarden dividenden uitkeren tegen een verlaagde roerende voorheffing: de belasting op die uitkering. De overheid zoekt extra inkomsten en wil tegengaan dat mensen hun activiteit vooral om fiscale redenen in een vennootschap onderbrengen. Maar is het ontbreken van werknemers daarvoor een geschikt criterium? Voor freelance ondernemers raakt dat aan de kern van hun zaak. 

UNIZO definieert een freelance ondernemer als een zelfstandige zonder personeel die gespecialiseerde diensten verleent in het kader van een contractuele business-to-businessrelatie met een opdrachtgever. Van de deelnemers aan het recent gepubliceerde Freelancer Focus Rapport 2026 werkt 74 procent via een vennootschap. De jaarlijkse studie raamt het aantal freelance ondernemers in Vlaanderen en Brussel op ruim 243.000, waarmee zij volgens de beschikbare regionale tellingen een grotere groep vormen dan de personen die er in de bouw werken. Die vergelijking is wel indicatief: de bronjaren en telmethoden verschillen. 

Een rechtsvorm is geen bewijs van misbruik

Achter het debat zit de bezorgdheid dat vennootschappen worden gebruikt om minder belasting op arbeidsinkomsten te betalen. Maar fiscale fraude, managementvennootschappen en schijnzelfstandigheid zijn niet hetzelfde. ‘Managementvennootschap’ is geen afzonderlijke, wettelijk omschreven vennootschapsvorm. De ondernemingen achter die naam bestaan wel, maar de naam alleen bewijst geen fiscale fraude. Kijk dus naar wat een onderneming doet, niet naar het etiket dat ze krijgt. 

Bij schijnzelfstandigheid gaat het om de manier waarop iemand werkt. Is die persoon op papier zelfstandig, maar werkt die in werkelijkheid onder het gezag van een werkgever? De wet beoordeelt dat aan de hand van vier algemene criteria: de wil van de partijen, de vrijheid om de werktijd te organiseren, de vrijheid om het werk te organiseren en de mogelijkheid tot hiërarchische controle. De dagelijkse praktijk moet passen bij het gekozen statuut. Eén opdrachtgever hebben wordt soms als verdacht voorgesteld, maar bewijst op zichzelf geen schijnzelfstandigheid. Daarvoor moet de samenwerking worden onderzocht, niet de loonlijst.

Een fiscaal voordeel zonder gegarandeerd rendement

De fiscale regels zijn al strenger geworden. Toch geven ze een solo-zelfstandige geen zekerheid over het rendement. VVPR-bis vereist onder meer dat de beloofde geldinbreng volledig is gestort. Voor het gunsttarief geldt ook een wachttermijn. Sinds 1 juli 2026 bedraagt de uiteindelijke roerende voorheffing 18 procent in plaats van 15 procent. Die belasting komt boven op de vennootschapsbelasting die al op de winst is betaald.

Ook voor het verlaagde vennootschapstarief gelden voorwaarden. Dat tarief bedraagt 20 procent op de eerste 100.000 euro belastbare winst. Vanaf aanslagjaar 2027 moet de vennootschap daarvoor in beginsel minstens één bedrijfsleider 51.000 euro bezoldiging toekennen. Voor starters en bij lagere winsten gelden uitzonderingen. De wettelijk bedoelde forfaitaire voordelen – voordelen waarvan de belastbare waarde volgens vaste regels wordt berekend – mogen maximaal 20 procent van de totale bedrijfsleidersbezoldigingen bedragen. Deze regels bepalen het recht op het verlaagde vennootschapstarief. Ze zijn geen algemene loonplicht en ook geen voorwaarden voor VVPR-bis.

Een lager belastingtarief garandeert echter nog geen winst of dividend. De ondernemer investeert eigen middelen en blijft het risico dragen. Een bijkomende uitsluiting op basis van personeel vraagt daarom een duidelijke onderbouwing. De bredere beleidsvraag is hoe we freelance ondernemerschap versterken, in plaats van het ontbreken van werknemers als een tekortkoming te behandelen.

De bredere beleidsvraag is hoe we freelance ondernemerschap versterken, in plaats van het ontbreken van werknemers als een tekortkoming te behandelen.

Bart Buysse, Gedelegeerd Bestuurder bij UNIZO

Groei past niet altijd op een loonlijst

Het aantal werknemers zegt niet alles over ondernemerschap of economische activiteit. Bedrijven werken samen met mensen via verschillende contractvormen. Ook freelance ondernemers schakelen andere zelfstandigen en gespecialiseerde partners in, net zoals grotere organisaties dat doen. Geen eigen personeel hebben betekent dus niet dat iemand alleen werkt of geen waarde creëert. Digitale hulpmiddelen en AI kunnen bovendien helpen om meer diensten te leveren en de omzet te verhogen zonder meteen iemand aan te werven.

Freelance ondernemerschap verdient een herkenbare plaats in het economische beleid. Zij maken volwaardig deel uit van de bredere groep solo-zelfstandigen, maar hebben eigen kenmerken en noden. Ook NextConomy vroeg in juli 2026 om dat onderscheid zichtbaar te maken in het KMO-beleid. De visienota ‘De eenpersoons-KMO als het ontbrekende hoofdstuk van het KMO-plan 2025’ wijst daarvoor op het geplande instrument dat automatisch de grootte van ondernemingen moet bepalen. Dat moet ook zelfstandigen zonder personeel correct meetellen. Betere cijfers zijn geen doel op zich: ze vormen de basis voor beleid dat deze ondernemersvorm begrijpt en gericht ondersteunt.

Versterken betekent niet dat iedere freelance ondernemer werkgever moet worden. De eerste aanwerving brengt loonkosten, administratie en extra risico mee en verdient absoluut gerichte aandacht en begeleiding. Maar ook zonder personeel blijven ondernemen is een volwaardige keuze. Groei kan evengoed betekenen dat een ondernemer expertise verdiept, betere samenwerkingen opbouwt of met digitale hulpmiddelen meer waarde levert. Een beleid dat ondernemerschap stimuleert, moet ruimte laten voor die verschillende groeipaden.

Ook zonder personeel blijven ondernemen is een volwaardige keuze. Groei kan evengoed betekenen dat een ondernemer expertise verdiept, betere samenwerkingen opbouwt of met digitale hulpmiddelen meer waarde levert. Een beleid dat ondernemerschap stimuleert, moet ruimte laten voor die verschillende groeipaden.

Economische waarde is geen financiële zekerheid

Freelance ondernemers zijn van betekenis voor de economie. Acht op de tien door UNIZO bevraagde freelance ondernemers zijn langgeschoold. Met hun expertise helpen ze andere bedrijven vooruit en vervullen ze vaak belangrijke rollen bij opdrachtgevers. Het UNIZO Freelancer Focus Rapport 2026 raamt de theoretische omzetcapaciteit van de volledige freelancepopulatie in Vlaanderen en Brussel op ongeveer 34,7 miljard euro per jaar. Dat is geen gemeten omzet of toegevoegde waarde, maar een aanwijzing voor de omvang van deze groep.

Die economische betekenis biedt niet automatisch financiële zekerheid. Van de bevraagde freelance ondernemers in hoofdberoep kan 35 procent hoogstens drie maanden zonder opdrachten overbruggen voordat financiële problemen ontstaan. Ook vindt 35 procent van alle bevraagden dat betalingen doorgaans niet tijdig en correct verlopen. Deze enquêtecijfers gaan niet uitsluitend over ondernemers met een vennootschap. Ze tonen wel dat economische activiteit en financiële zekerheid niet vanzelf samengaan.

Fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers mogen worden besproken. Geen enkel voordeel staat buiten discussie. Maar vergelijk dan het volledige plaatje: de belastingdruk, beroepskosten, het risico op wegvallende opdrachten en de sociale bescherming. Bij dividenden telt ook de vennootschapsbelasting op de winst mee. Een fiscale hervorming vraagt een onderbouwing, geen verdachtmaking van zelfstandig ondernemerschap.

“Mijn inzet is helder: freelance ondernemerschap zichtbaar maken en versterken als volwaardige ondernemersvorm. Wie expertise levert, investeert en risico draagt, verdient passende regels, meer zekerheid en ruimte om zijn zaak duurzaam uit te bouwen, met of zonder personeel.”

Pieter Geers, verantwoordelijke freelancewerking bij UNIZO

Erken en versterk freelance ondernemerschap

UNIZO en NextConomy pleiten daarom voor een beleid dat freelance ondernemerschap niet alleen fiscaal beoordeelt, maar ook economisch erkent en versterkt. Maak deze ondernemers zichtbaar in de cijfers en houd rekening met hun specifieke noden bij fiscale regels, sociale bescherming en samenwerking met opdrachtgevers. Beoordeel schijnzelfstandigheid op de feitelijke arbeidsrelatie en onderbouw fiscale ingrepen afzonderlijk. Sluit bonafide freelance ondernemers niet van VVPR-bis uit alleen omdat zij geen werknemers hebben. Bied rechtszekerheid en een zorgvuldig overgangskader, zodat zij kunnen blijven investeren en plannen. Daar ligt de inzet van onze belangenverdediging: de voorwaarden verbeteren waaronder freelance ondernemers duurzaam kunnen ondernemen. Wie hun expertise waardeert, moet ook het ondernemerschap erachter erkennen. Geen personeel hebben, maakt iemand nog geen schijnondernemer.

Bronnen en duiding: 

  1. UNIZO, Freelancer Focus Rapport 2026, p. 16–17, 21, 23–24 en 33. Het exacte geraamde aantal freelance ondernemers in Vlaanderen en Brussel bedraagt 243.647. Aantallen zijn ramingen; enquêtegegevens betreffen 459 deelnemers of de vermelde subgroep. De omzetcapaciteit is een theoretische extrapolatie. 
  2. Juridische criteria: FOD Werkgelegenheid, ‘Arbeidsrelatiewet – aard van de arbeidsrelatie’ en ‘Aard van de arbeidsrelatie: criteria’. De VVPR-bis-piste wordt beschreven als overwogen maatregel, niet als bevestigd definitief besluit. 
  3. NextConomy, visienota ‘De eenpersoons-KMO als het ontbrekende hoofdstuk van het KMO-plan 2025’, juli 2026, p. 8–11. De nota onderbouwt de eerdere koppeling met het KMO-plan, de bredere kijk op groei en de aandacht voor de eerste aanwerving; ze is geen bron voor de actuele VVPR-bis-piste. 
  4. Bouwunie vermeldt 166.757 rechtstreekse jobs in Vlaanderen, inclusief zelfstandigen. Het activiteitenrapport 2020–2025 van Embuild.Brussels vermeldt voor 2024 36.256 personen die werken of werk zoeken in de bouw. De som is circa 203.000; dit is geen geharmoniseerde telling van unieke werkenden voor hetzelfde jaar.

Lees ook :

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags | Reacties uitgeschakeld voor UNIZO en NextConomy: “Beoordeel ondernemers niet op hun loonlijst”

Freelancer Summit 2026: freelancers bouwen samen aan de toekomst van hun onderneming

Op 22 oktober 2026 was Hi! site in Grimbergen het decor voor de Freelancer Summit 2026. Onder begeleiding van host en moderator Sandy Snoeck kregen zo’n tweehonderd freelance ondernemers uit Vlaanderen en Brussel een gevarieerd programma voorgeschoteld. Keynotes, interactieve workshops, freetalks en netwerkmomenten wisselden elkaar af. Een van de belangrijkste blikvangers was de voorstelling van het nieuwe Freelancer Focus Rapport 2026 van UNIZO.

De cijfers die Pieters Geers en Frank Socquet van UNIZO presenteerden, maakten meteen duidelijk hoe belangrijk freelancen geworden is op de Belgische arbeidsmarkt. In Vlaanderen en Brussel zijn vandaag 243.646 freelancers actief. Dat is een kwart meer dan vijf jaar geleden. Samen vertegenwoordigen ze naar schatting 35 miljard euro jaarlijkse omzet, goed voor ongeveer 7 procent van het gezamenlijke bruto binnenlands product van Vlaanderen en Brussel.

Ook het profiel van de freelancer is opvallend divers. De verhouding tussen mannen en vrouwen is ongeveer fiftyfifty en acht op de tien freelancers zijn hooggeschoold. Ze werken vanuit een eenmanszaak of vennootschap, op afstand, bij klanten of in een hybride context.

Waarom kiezen mensen voor dit statuut? Volgens het onderzoek doet vier op de vijf freelancers dat vooral omdat de opdrachten bij hen passen. Ze willen hun expertise maximaal inzetten, nieuwe uitdagingen aangaan en zelf richting geven aan hun loopbaan.

Pieter Geers en Frank Socquet benadrukten dat freelancen geen hype meer is, maar een structurele evolutie. UNIZO lanceert daarom ook een duidelijke definitie van de freelance ondernemer: een zelfstandige zonder personeel die gespecialiseerde diensten levert in een zakelijke relatie met een opdrachtgever.

Sociale bescherming en administratieve vereenvoudiging

Naast de groeicijfers bracht het rapport ook enkele belangrijke aandachtspunten aan het licht. 

De grootste kopzorgen van freelance ondernemers situeren zich rond drie thema’s: inkomen en sociale bescherming, de relatie met hun zakelijke opdrachtgevers en de toenemende regeldruk.

Vooral het sociale vangnet blijft een belangrijk aandachtspunt. Er zijn de voorbije jaren al mooie stappen gezet, onder meer met de uitbouw van het sociaal statuut, de pensioenopbouw en de uitbreiding van de moederschapsrust voor zelfstandigen van veertien naar zeventien weken. Toch blijft er werk aan de winkel, bijvoorbeeld op het vlak van arbeidsongeschiktheid en de mogelijkheid om als zelfstandige flexi-jobs uit te oefenen.

UNIZO wil met het Freelancer Focus Rapport de zichtbaarheid van freelance ondernemers bij opdrachtgevers en beleidsmakers vergroten. Ook via studiediensten en lobbywerk wil de organisatie de belangen van deze groeiende groep blijven verdedigen.

De grootste kopzorgen van freelance ondernemers situeren zich rond drie thema’s: inkomen en sociale bescherming, de relatie met hun zakelijke opdrachtgevers en de toenemende regeldruk.

Van AI-assistent naar digitaal bedrijfsbrein

Hoe kunnen freelancers hun ondernemerschap versterken? Tijdens de verschillende parallelsessies kwamen uiteenlopende antwoorden aan bod.

Nathalie Tielemans (AI Sidekick) liet zien hoe AI freelance ondernemers kan helpen om efficiënter te werken. Als freelancer draag je immers verschillende petjes tegelijk: expert, marketeer, projectplanner en boekhouder. AI kan een deel van die taken verlichten, maar volgens Nathalie Tielemans ligt de echte meerwaarde verder dan het gebruik van losse prompts. Slimme workflows, AI-agents en een digitaal bedrijfsbrein kunnen helpen om processen beter op elkaar af te stemmen en meer ruimte te creëren voor klanten en strategisch werk.

Marie Vandekerckhove (Mahow) plaatste dan weer co-creatie centraal. Solo ondernemen hoeft volgens haar niet te betekenen dat je alles alleen doet. Door samen te werken in collectieven kun je als freelancer jouw individuele expertise combineren met die van anderen. Zo ontstaan nieuwe mogelijkheden, een rijkere dienstverlening en meer impact.

Financiële planning en ondernemerschap met een toekomstvisie

Ook financiële weerbaarheid kreeg de nodige aandacht. In zijn sessie ‘Je geld verdient beter, geef het een plan dat werkt’ maakte Bart Chiau (UGent) duidelijk waarom financiële planning voor freelancers geen vrijblijvende oefening is.

Als freelance ondernemer ben je tegelijk werkgever, werknemer en financieel planner. Wisselende inkomsten en het ontbreken van een automatisch pensioen maken het belangrijk om tijdig de juiste keuzes te maken. Bart Chiau ging onder meer in op risicobeheer, vermogensopbouw, strategisch beleggen en successieplanning. Met een doordacht financieel plan krijg je meer grip op je cashflow en bouw je bescherming in tegen onverwachte gebeurtenissen.

Tijdens de freetalks kwamen daarnaast heel praktische aspecten van het freelanceleven aan bod. Digital nomad Lotte Vanhalst deelde inzichten over locatie-onafhankelijk ondernemen, met aandacht voor contracten, prijszetting, klantenwerving en communicatie. Anne Vandorpe (Insights Benelux) liet deelnemers via LEGO® Serious Play® op een speelse manier nadenken over hun eigen onderneming, terwijl Sandy Snoeck het belang van storytelling onder de aandacht bracht. Want wie zijn expertise overtuigend wil verkopen, vertelt beter ook een verhaal dat mensen raakt en aanzet tot actie.

In Vlaanderen en Brussel zijn vandaag 243.646 freelancers actief. Dat is een kwart meer dan vijf jaar geleden. Samen vertegenwoordigen ze naar schatting 35 miljard euro jaarlijkse omzet.

Menselijkheid blijft het verschil maken

Een terugkerend thema tijdens de summit was de verhouding tussen technologie en menselijke expertise. Hoe onderscheid je jezelf als freelancer in een wereld waarin AI steeds meer taken kan overnemen?

Marianne Cap (Inboorling) benadrukte in haar sessie over menselijkheid in een wereld van AI het belang van authentieke connecties. Klanten kiezen niet uitsluitend op basis van prijs of beschikbare kennis. Ook vertrouwen, communicatie en de manier waarop je jouw expertise vertaalt naar hun specifieke situatie spelen een belangrijke rol.

Daarnaast stond cybersecurity op het programma. Ethisch hacker Alvin Coessens (Fox & Fish Cyberdefense) maakte duidelijk hoe cybercriminelen steeds slimmer gebruikmaken van gelekte gegevens en digitale zwakke plekken (zoals onder meer onzorgvuldig gekozen wachtwoorden). Met praktische inzichten en live demo’s toonde hij hoe freelancers hun digitale veiligheid kunnen versterken.

Kathleen Louckx (TryAngle) sloot aan bij een andere belangrijke uitdaging van het freelancebestaan: mentale veerkracht. De vrijheid en autonomie die freelancers zo aantrekkelijk vinden, brengen immers ook onzekerheid, digitale prikkels en uitdagingen op het vlak van werk-privébalans met zich mee. Bewust omgaan met energie, focus en herstel is dan ook essentieel om duurzaam te blijven ondernemen.

En de Freelancer van het Jaar 2026 is…

Naast kennisdeling en inspiratie was er tijdens de Freelancer Summit ook ruimte voor erkenning. De verkiezing van Freelancer van het Jaar 2026 zette inspirerende ondernemers en hun verhalen in de kijker. De titel ging naar de Antwerpse showdesigner Steven Martin. Of zoals hij het zelf verwoordt:

Ik verkoop geen uren. Ik ontwerp een moment dat blijft. Mijn rol is om een visie zo helder te maken dat de juiste specialisten ze samen kunnen realiseren. Een freelancer bereikt niets helemaal alleen. De kracht zit in het vermogen om voor iedere opdracht het beste talent samen te brengen.

Deze boeiende dag werd afgesloten met een opiniërend debat over de arbeidsmarkt, personeelsbeleid en freelance ondernemen, gevolgd door een receptie en netwerkmoment.

Benieuwd naar sfeerbeelden van de Freelancer Summit 2026?

Bekijk de foto’s van Nicolas Herbots via deze fotogalerij (© Nicolas Herbots).

Wil je het volledige Freelancer Focus Rapport 2026 lezen?

Download hier het Freelancer Focus Rapport 2026 van UNIZO

Bekijk hier de aftermovie van de Freelancer Summit 2026:

Lees ook

Geplaatst in Ondernemen & freelancen | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Freelancer Summit 2026: freelancers bouwen samen aan de toekomst van hun onderneming

‘Boost Your Business’: MSP’s en staffingleveranciers zoeken naar meer strategisch partnerschap

Van transacties naar strategische oplossingen

Deze MeetUp-sessie in het Mechelse Van der Valk Hotel startte met speeddates tussen staffingbedrijven en 13 MSP dienstverleners en VMS-systemen. Daarna volgden interactieve rondetafelgesprekken, begeleid door de MSP- en VMS-partners, over uiteenlopende actuele thema’s. Onder meer de rol van AI bij kandidaatmatching, de meerwaarde van data, talentkwaliteit, samenwerking binnen MSP-programma’s en de evolutie naar een geïntegreerde workforce-strategie kwamen aan bod.

Eén centrale vraag liep als een rode draad door de verschillende gesprekken: hoe kunnen de betrokken partijen hun samenwerking naar een hoger niveau tillen? Niet langer uitsluitend focussen op het invullen van vacatures tegen de juiste prijs, maar samen oplossingen ontwikkelen die opdrachtgevers en leveranciers op lange termijn vooruithelpen.

Die insteek sloot aan bij het centrale thema van deze vijfde editie: de samenwerking voorbij de klassieke focus op kosten en snelheid brengen. Want hoewel een efficiënte invulling van vacatures belangrijk blijft, verwachten opdrachtgevers steeds meer ondersteuning bij bredere personeelsuitdagingen.

Arbeidsmarkt vraagt andere aanpak

 Keynotespreker Viktorija Proskurovska, Labour Market Intelligence Manager bij de World Employment Confederation (WEC), plaatste die uitdaging in een bredere arbeidsmarktcontext. Hoewel de wereldwijde vraag naar arbeidskrachten afkoelt, blijven structurele talenttekorten bestaan. Minder vacatures betekenen dus niet automatisch dat het eenvoudiger wordt om geschikte kandidaten te vinden. Vooral in sectoren zoals gezondheidszorg, technologie en gereglementeerde beroepen blijft de schaarste groot.

Hoewel de wereldwijde vraag naar arbeidskrachten afkoelt, blijven structurele talenttekorten bestaan. Minder vacatures betekenen dus niet automatisch dat het eenvoudiger wordt om geschikte kandidaten te vinden.

Ook geografisch zijn er aanzienlijke verschillen. Begin 2026 bedroeg de vacaturegraad in Nederland ongeveer 4 procent, tegenover 3,4 procent in België. Tegelijk groeit de Europese economie trager dan verschillende andere regio’s in de wereld.

De mismatch tussen beschikbare vaardigheden en gevraagde competenties, beperkte geografische mobiliteit en de vergrijzing zetten de arbeidsmarkt onder druk. Ook technologische ontwikkelingen en artificiële intelligentie veranderen de inhoud van functies sneller dan werknemers hun vaardigheden kunnen aanpassen.

Opvallend is dat communicatie wereldwijd de meest gevraagde vaardigheid blijft in online vacatureberichten. Volgens Viktorija Proskurovska bewijst dit het belang van menselijke competenties, ook in een arbeidsmarkt waarin AI steeds meer taken overneemt.

Voor staffingbedrijven en MSP-organisaties betekent dit dat hun rol moet veranderen. Bedrijven en organisaties zoeken niet alleen oplossingen voor openstaande vacatures, maar worstelen ook met onzekerheid, kostenbeheersing, complexiteit en toekomstige competentiebehoeften. Ze willen bovendien een beter overzicht van hun volledige personeelsbestand, van vaste medewerkers tot freelancers, uitzendkrachten en projectmedewerkers.

De rol van staffingbedrijven en MSP-organisaties moet veranderen. Bedrijven en organisaties zoeken niet alleen oplossingen voor openstaande vacatures, maar worstelen ook met onzekerheid, kostenbeheersing, complexiteit en toekomstige competentiebehoeften. De grootste groeikansen liggen daarom niet noodzakelijk in meer volume, maar in expertise en specialisatie.

Volgens de WEC-experte liggen de grootste groeikansen daarom niet noodzakelijk in meer volume, maar in expertise en specialisatie. Volgens haar kunnen staffingbedrijven zich onderscheiden door schaarse profielen te vinden, arbeidsmarktinformatie te vertalen naar concrete adviezen en talent te begeleiden naar nieuwe functies. Ook de doorstroom naar vaste tewerkstelling verdient aandacht: wereldwijd stroomt 23 procent van de uitzendkrachten uiteindelijk door naar een vaste functie. MSP’s en leveranciers kunnen die evolutie ondersteunen door talentontwikkeling en herplaatsing sterker centraal te stellen.

Viktorija Proskurovska daagde de sector uit om zichzelf drie vragen te stellen:

  • Welke mismatch op de arbeidsmarkt helpen we oplossen?
  • Waarvoor zouden klanten betalen als we geen werkuren meer verkopen?
  • En meten MSP/VMS-programma’s effectief toegevoegde waarde, of kijken ze hoofdzakelijk naar tarieven?

Meer partnerschap, minder eenrichtingsverkeer

 Tijdens het afsluitend panelgesprek met Charlot Van Ussel (CEO Select Projects en voorzitter van de Federgon Commission Project Sourcing), Olivier Buysschaert (CEO SThree Belgium), Vicky Wuyts (Head of Partnerships bij AVENTI Global) en Luc Engels (CEO Solvus) legde Marleen Deleu hen verschillende stellingen en vragen voor.

Alle panelleden verwierpen de stelling dat MSP- en VMS-partners louter poortwachters zijn die geen meerwaarde creëren voor leveranciers. Over de concrete meerwaarde van data en inzichten uit VMS-systemen liepen de meningen meer uiteen. Voor sommige panelleden liggen daar belangrijke groeikansen, terwijl anderen benadrukten dat de sector die mogelijkheden nog onvoldoende benut.

Luc Engels omschreef de rol van een MSP als die van een makelaar die opdrachtgevers en leveranciers ontzorgt. Dat moet leiden tot een samenwerking waarbij alle betrokken partijen en hun medewerkers zich goed voelen. Charlot Van Ussel wees daarnaast op het belang van een evolutie van een louter transactionele relatie naar een echt partnerschap.

Vicky Wuyts ging nog een stap verder en stelde voor om de term Vendor Management System te vervangen door bijvoorbeeld Workforce Collaboration Platform. Die benaming zou beter uitdrukken dat het niet alleen om het beheren van leveranciers gaat, maar om samenwerking tussen alle partijen.

Dat ideaalbeeld botst volgens de panelleden echter nog geregeld met de dagelijkse praktijk. Charlot Van Ussel merkte op dat dezelfde VMS-oplossing bij verschillende klanten telkens anders wordt geïmplementeerd. Daardoor moeten leveranciers zich voortdurend aanpassen aan uiteenlopende processen. “Vandaag moet enkel de leverancier zich aanpassen”, klonk het kritisch.

Ook Olivier Buysschaert vindt dat de belangen van leveranciers soms te weinig worden verdedigd bij eindklanten. Hij suggereerde dat MSP’s via een bevraging bij hun leveranciers meer inzicht kunnen krijgen in de knelpunten en die informatie kunnen gebruiken om de samenwerking te verbeteren.

Waarom vervangen we de term Vendor Management System niet door Workforce Collaboration Platform, met focus op samenwerking en co-creatie?

Co-creatie en gebruiksvriendelijke technologie

 Ook de betrokkenheid van leveranciers bij de ontwikkeling en implementatie van nieuwe diensten en tools kwam ter sprake. Vicky Wuyts gaf aan dat VMS-partners bij het uitwerken van oplossingen voor opdrachtgevers de grotere leveranciers van talent rond de tafel willen brengen. Zo kunnen processen worden ontwikkeld die voor alle betrokken partijen werkbaar zijn. Het gaat daarbij om echte co-creatie, waarbij ook de klanten worden geïnformeerd over de gemaakte keuzes.

Toch verloopt dat niet overal even vlot. Naast de uiteenlopende implementaties vormt ook de gebruiksvriendelijkheid van VMS-tools een uitdaging. Leveranciers moeten geregeld met verschillende systemen werken, terwijl een centrale aansturing en integratie met hun eigen werkomgeving niet altijd vanzelfsprekend zijn.

Olivier Buysschaert erkende dat probleem. Hij verwees naar forse investeringen die zijn organisatie in 2025 deed om processen beter op elkaar af te stemmen en AI-tools te integreren. Volgens Charlot Van Ussel bevestigt dit precies waarom MSP’s en leveranciers meer met elkaar in gesprek moeten gaan. Door de operationele knelpunten samen aan te pakken, kunnen beide partijen hun samenwerking versterken.

Data en transparantie als hefboom

 Een ander belangrijk discussiepunt was het gebruik van data om de prestaties van leveranciers te verbeteren. Volgens Vicky Wuyts worden gegevens uit VMS-systemen niet automatisch gedeeld, maar kunnen leveranciers via de beschikbare rapporteringsmogelijkheden wel zelf inzichten verzamelen. Denk aan het aantal voorgestelde kandidaten, plaatsingen, afwijzingen en stopgezette opdrachten. Die informatie kan helpen om samen met een MSP verbeterpunten te identificeren.

Luc Engels pleitte voor maximale transparantie en een betere stroomlijning van gegevens. Analytics kunnen zowel leveranciers als opdrachtgevers helpen om prestaties beter te beoordelen en processen bij te sturen.

Charlot Van Ussel plaatste daarbij een belangrijke kanttekening: meten we wel de juiste zaken? Rapporteringen moeten accuraat zijn, voldoen aan de compliancevereisten en vooral de werkelijke waardecreatie in het veld zichtbaar maken. Ook Vicky Wuyts wees op het belang van experience data: feedback van leveranciers over bijvoorbeeld de kwaliteit van vacaturepublicaties en de snelheid waarmee opdrachten online komen. Volgens haar moeten MSP’s en opdrachtgevers ook durven om zichzelf door leveranciers te laten beoordelen.

De panelleden waren het erover eens dat goede afspraken over rapportering essentieel zijn. Staffingbedrijven en eindklanten moeten vooraf bepalen welke informatie ze nodig hebben en hoe ze die zullen gebruiken. Alleen zo kunnen data uitgroeien tot een instrument om de samenwerking structureel te verbeteren.

Staffingbedrijven en eindklanten moeten vooraf bepalen welke informatie ze nodig hebben en hoe ze die zullen gebruiken. Alleen zo kunnen data uitgroeien tot een instrument om de samenwerking structureel te verbeteren.

Samen bouwen aan de volgende stap

 Deze vijfde editie van de MSP/VMS & Staffing Suppliers Meetup maakte duidelijk dat de samenwerking tussen MSP’s, VMS-partners en staffingleveranciers nog ruimte biedt voor professionalisering. Meer betrokkenheid bij de ontwikkeling van oplossingen, transparante data-uitwisseling en aandacht voor de belangen van alle partijen zijn belangrijke voorwaarden.


Dit is hoe een Melissa De Coninck, CEO van Nova Engineering het op LinkedIn verwoordde in een post over de NextConomy Meetup:

“MSP’s, VMS-partijen en staffingpartners. We hebben elkaar nodig. Niet omdat onze belangen altijd gelijklopen, maar omdat onze resultaten met elkaar verbonden zijn. Elk met hun eigen rol, verantwoordelijkheden en commerciële belangen, maar uiteindelijk allemaal betrokken bij dezelfde uitdaging: de juiste talenten verbinden aan de behoeften van de eindklant.
En net daar ligt zowel de uitdaging als de opportuniteit.”

Na het panelgesprek volgde een tweede ronde speeddates, waarna de deelnemers bij een hapje en drankje tijdens de netwerkreceptie een boeiende en interactieve studienamiddag afsloten.


Meer weten over MSP en VMS?

Download gratis de recente onderzoeksrapporten van NextConomy en ZiPconomy over MSP Dienstverleners in België en Nederland en over aanbieders van VMS-systemen in beide landen.  Je vindt daar ook alle andere onderzoeksrapporten en gidsen voor opdrachtgevers en individuen op zoek naar informatie in de kantelende wereld van (flexibel) werk.

Lees ook

 

 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor ‘Boost Your Business’: MSP’s en staffingleveranciers zoeken naar meer strategisch partnerschap