Maandelijkse archieven: oktober 2019

Kleine bedrijven en zelfstandigen zorgen wereldwijd voor de meeste jobs

Zelfstandigen, micro- en kleine ondernemingen spelen een veel belangrijkere rol in het scheppen van banen dan voorheen werd aangenomen, blijkt uit een nieuw onderzoek van de International Labour Organization (ILO).

Het rapport, getiteld ‘Small matters: Global evidence on the contribution to employment by the self-employed, micro-enterprises and SMEs ’, bevat gegevens uit 99 landen. Hieruit blijkt dat deze zogenaamde kleine economische eenheden samen 70 procent van de totale werkgelegenheid verschaffen. Dit maakt hen veruit de belangrijkste motor van werkgelegenheid.

De bevindingen hebben belangrijke implicaties voor het beleid en programma’s voor jobcreatie, opstartende bedrijven en productiviteit, en programma’s die de kwaliteit en de formalisering van banen beogen. Deze moeten volgens het rapport meer gericht zijn op zelfstandigen, micro- en kleine ondernemingen.

Informele sector

De informele sector is verantwoordelijk voor gemiddeld 62 procent van de totale werkgelegenheid in deze 99 landen, en wordt doorgaans gekenmerkt door minder goede werkomstandigheden (zoals een gebrek aan sociale bescherming, lagere lonen en zwakkere arbeidsverhoudingen). Het niveau van informaliteit varieert enorm, van meer dan 90 procent in Benin, Ivoorkust, Madagaskar en Mali, tot minder dan 5 procent in België, Luxemburg, Denemarken, Ierland, Oostenrijk, Zwitserland en Brunei.

In de landen met hoge inkomens zijn kleine economische eenheden goed voor 58 procent van de totale werkgelegenheid. Dit cijfer ligt aanzienlijk hoger in de lage en middeninkomenslanden. In de landen met het laagste inkomensniveau bieden kleine economische eenheden bijna 100 procent van de totale werkgelegenheid.

De inschattingen zijn gebaseerd op nationale enquêtes onder huishoudens en arbeidskrachten, waaronder zelfstandigen, die in alle regio’s behalve Noord-Amerika werden verzameld.

“Het is de eerste keer dat de bijdrage van kleine economische eenheden aan de totale werkgelegenheid is ingeschat en wordt vergeleken voor zo’n grote groep van landen, waaronder ook lage en middeninkomenslanden,” zei Dragan Radic, Hoofd van de Eenheid Kleine en Middelgrote Ondernemingen van de ILO.

Gunstig klimaat scheppen

Volgens de auteurs zou de ondersteuning van zelfstandigen, micro- en kleine ondernemingen een centraal onderdeel moeten zijn van de strategieën voor economische en sociale ontwikkeling. Ze benadrukken het belang van het scheppen van een gunstig klimaat voor dergelijke bedrijven, door ervoor te zorgen dat zij effectief vertegenwoordigd zijn en dat de vormen van sociale dialoog ook voor hen werken.

Andere aanbevelingen zijn onder meer: inzicht krijgen in de manier waarop de productiviteit van ondernemingen wordt bepaald door een breder ecosysteem, het vergemakkelijken van de toegang tot financiering en de markten, het bevorderen van het ondernemerschap van vrouwen, het stimuleren van de overgang naar de formele economie en milieubehoud.

Micro-ondernemingen worden gedefinieerd als ondernemingen met maximaal negen werknemers, terwijl kleine ondernemingen tot 49 werknemers hebben.

bron: ILO

Geplaatst in Financiën, Freelancer, Prospectie | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Kleine bedrijven en zelfstandigen zorgen wereldwijd voor de meeste jobs

Sofie Cabus: “Er wordt nog te weinig ingezet op zelfstandig leren”

Sofie Cabus, verbonden aan het HIVA, zit met haar onderzoek naar levenslang leren op het snijpunt van onderwijs en arbeidsmarkt. De afgelopen jaren werkte ze met steun van de Europese Commissie aan het horizon 2020-project ‘Enliven’ , waarin ze onder meer op zoek ging naar wat maakte dat de ene persoon wél, en de andere niet aan levenslang leren doet.

Size matters

Een belangrijke factor is de grootte van de onderneming, zo blijkt. Dat heeft te maken met twee elementen. “Ten eerste de financiële slagkracht van een bedrijf: hoe groter het bedrijf, hoe groter over het algemeen de financiële slagkracht”, zegt ze. “ZZP’ers en microbedrijven (ondernemingen met maximaal vijf werknemers) hebben het financieel moeilijker en zullen daarom minder inzetten op levenslang leren.” Daarnaast is er ook een heel praktische drempel: hoe kleiner de onderneming, hoe moeilijker het werk te organiseren valt als één iemand een opleiding aan het volgen is. In het extreme geval: wie doet het werk als de freelancer in de klas zit?

Dat werknemers in grote ondernemingen veel meer leren dan in micro-ondernemingen, blijkt ook uit een opvallende vaststelling uit het onderzoek van Sofie Cabus. “De financiële crisis en de dubbele dip van 2012-2013 was voor vele freelance ICT’ers een beweegreden om hun zelfstandige praktijk of micro-onderneming in te ruilen voor een vaste baan in een een grotere onderneming”, zo ontdekte ze. “Wel, we zien dat die mensen door die beweging van dat microbedrijf naar die grote bedrijven meer aan levenslang leren zijn gaan doen. Zo zie je dat de grootte van het bedrijf heel erg bepalend is of je aan levenslang leren kan doen.”

Leren als deel van het werk

Ook de sector waarin je actief bent, ook als freelancer, is van belang, vervolgt Sofie Cabus. “Neem nu de ICT-sector: daar is levenslang leren bijna een onderdeel van de baan. Als je bijvoorbeeld een website aan het ontwikkelen bent en een bepaald commando niet kent en dat dan opzoekt, dan ben je levenslang aan het leren”, illustreert ze. ICT’ers, en ook freelancers, hebben het vrij makkelijk om informeel te leren, als onderdeel van het werk.

“Maar kijken we dan naar de sector van de persoonlijke zorg en dienstverlening, dan stellen we vast dat daar veel minder van mensen verlangd wordt dat ze zich op lange termijn blijven om- en bijscholen, omdat de sector niet zo onderhevig is aan verandering. De doelstelling van levenslang leren is in die sector anders dan voor wie in de ICT werkt.”

Daarbij komt dat ook het opleidingsniveau een bepalende factor is: hoogopgeleiden doen vaker aan levenslang leren dan laagopgeleiden.

Goed onderwijs doet leren

Of je levenslang gaat leren, hangt ook in grote mate af van je schoolervaring. Zo bleek uit het onderzoek van Sofie Cabus dat pas later gaan specialiseren in het secundair onderwijs – concreet: de brede eerste graad – gunstig is voor levenslang leren. “Bovendien blijkt dat, en ik gebruik een echt Vlaams woord, goesting voor onderwijs de basisvoorwaarde is om later nog aan onderwijs en training te doen als volwassene. Die goesting voor onderwijs wordt in ons Vlaams systeem beknot wanneer men bijvoorbeeld moet zittenblijven of afstromen van ASO naar een lagere richting. Die zaken maken dat men later meer huiverachtig tegenover onderwijs staat.”

Maar onderwijs bepaalt ook mee of iemand zélf voldoende initiatief neemt in een arbeidsmarkt waar niet alleen freelancers ‘self propelling’ moeten zijn, maar ook werknemers meer en meer de boodschap krijgen dat ze ‘aan het stuur zitten’, dat ze ‘zelfleiderschap’ moeten tonen. Een tijd waarin iedereen geacht wordt intra- of entrepreneur te zijn. “Er wordt inderdaad op heden te weinig ingezet op dat zelfstandig leren, de onderzoekershouding. Maar ik denk echt dat de onderwijshervorming 2019 met de basisvormende eerste graad van het secundair onderwijs hoopgevend is. Ook duaal leren, waarin jongeren op redelijk jonge leeftijd al leren om school en werk te combineren.”

STEM-competenties

En als ze zelf aan de knoppen zou zitten om het onderwijs beter af te stemmen op de noden van de hedendaagse arbeidsmarkt? “Er zijn verschillende elementen waar je aan kan denken. Met de digitalisering en de Industrie 4.0 kan er meer op STEM-onderwijs ingezet worden. En dan denk ik vooral aan het gebrek aan meisjes in die richtingen”, zo zou haar voorstel klinken. “STEM-onderwijs zal ervoor zorgen dat die leerlingen onderzoekscompetenties vergaren en meer kans hebben op een job. Maar het kan ook zorgen voor een positievere onderwijservaring, wat hun goesting in levenslang leren vergroot. Ook later gaan specialiseren in het secundair onderwijs, en meer het idee om samen tot aan de meet te geraken, óók in het secundair, dat kunnen ook gunstige evoluties zijn voor ons onderwijs.”

Geplaatst in Freelancer, Vakmanschap | Tags , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Sofie Cabus: “Er wordt nog te weinig ingezet op zelfstandig leren”

NextConomy debat: 5 key-inzichten

NextConomy zwengelt graag het debat aan over de future of work. Over wat er beweegt op de arbeidsmarkt en welke plaats de freelance-economie hierin inneemt. Debatteren stond donderdag 3 oktober 2019 dan ook letterlijk op de agenda. Vraagt flexibele arbeid ook flexibele sociale bescherming waarbij iedereen individueel kiest? Of is hier ook collectieve zekerheid aangewezen? Zes experts gaven hun visie en kaartten knelpunten aan voor een volle zaal met 140 deelnemers. Een publiek van opdrachtgevers en freelancers, van academici, vakbonden en HR-influencers, van juristen en politici. Een debat georganiseerd door NextConomy, ZiPconomy en deBuren.

Aan het woord:

  • Stijn Broecke, Senior Economist, OESO
  • Minister Maggie De Block, Minister van Sociale Zaken (Federale regering, lopende zaken)
  • EU parlementslid  Agnes Jongerius (NL), Vice-Voorzitter Commissie Werkgelegenheid
  • Professor Paul Schoukens, KU Leuven, Social Security Law
  • Monica De Jonghe, Directeur-Generaal VBO
  • Roos Wouters (NL), Oprichter Werkvereniging
  • Hugo-Jan Ruts, Hoofdredacteur ZiPconomy
  • Marleen Deleu, Hoofdredacteur NextConomy
  • Timothy Vermeir, Moderator

Stellingen van de avond:

  1. Moet de EU leidend zijn in de regelgeving van de freelancemarkt? Of is een lokale benadering per lidstaat eerder aangewezen?
  2. Zijn freelancers moderne werkenden of micro-ondernemers? En welk sociaal statuut moet hieraan gekoppeld worden?

Het uitgebreide verslag volgt binnenkort, maar we geven je alvast een voorsmaakje.

5 key-inzichten die na afloop bleven hangen:

  1. Debat in Nederland loopt vast op polemiek over sociaal statuut

Vaak lijkt het alsof Nederland veel verder staat in het bewust omgaan met flexibele arbeid. Deze debatavond leert ons dat het thema er inderdaad hoog op de politieke agenda staat, zeker als het gaat om wat ze in Nederland de ‘zzp’ (zelfstandige zonder personeel) noemen. Het debat leidt in Nederland ook tot een steeds groter wordende polemiek, ook tussen de verschillende belangenbehartigers van zzp’ers. Bijvoorbeeld over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, die de vakbonden hebben afgedwongen maar die veel zzp’ers niet zien zitten.

  • Lees ook dit artikel  over het verschil in debat tussen Nederland en Vlaanderen, door Hugo-Jan Ruts
  1. De rijke zelfstandige versus de kwetsbare freelancer

“Het is een fabeltje dat alle zelfstandigen aan het einde van de rit rijke zelfstandigen zijn die zonder sociale bescherming verder kunnen. Integendeel een belangrijke groep kwetsbare freelancers vraagt bijzondere aandacht”, zegt Maggie De Block.

Ook Stijn Broecke kaart de problematiek van kwetsbare freelancers aan: “Vaak zijn het werkenden waarvoor zelfstandig werk geen vrije keuze is en waarbij de zelfstandige afhankelijk is van een of enkele opdrachtgevers.” Het is de bezorgdheid van bijna alle partijen. De integriteit van opdrachtgevers wordt aan de kaak gesteld met schijnzelfstandigheid als belangrijk thema.

  1. Individuele sociale bescherming versus collectieve bescherming

Wil je sociale bescherming op maat organiseren, dan zijn heldere, afgemeten definities een voorwaarde. En daar knelt het schoentje. De definities van de verschillende soorten werkenden bepalen is een huzarenwerk. “Zo zijn we alvast vertrokken voor een lange weg aan debatten in Nederland. Hoe eenduidige definities op EU-niveau tot stand moeten komen, is nog maar de vraag”, zegt Agnes Jongerius, hoewel ze als EU-parlementslid stellig aangeeft dat de EU een leidende rol zal spelen in deze materie. “Gooi alles op een hoop of laat statuten convergent naar elkaar toe groeien en organiseer sociale bescherming volgens het ‘capuccinomodel’”, is het voorstel van Maggie De Block. Agnes Jongerius vindt inspiratie in de nogal ‘sociale’ benadering van de liberale minister.

  1. Arbeidsrelatie is ondergeschikt aan noden van werkenden

“De keuze maken voor één bepaald statuut aan het begin van je loopbaan en hier je hele carrière op verder bouwen is niet meer realistisch. ‘Moderne werkenden’ kiezen onafhankelijk op basis van de situatie of levensfase waarin ze zitten. Mensen kiezen niet zozeer voor een statuut wel voor een manier van werken. Deze manier van ‘omdenken’ moet de basis vormen voor verdere beleidsbeslissingen”, vindt Roos Wouters.

  1. Freelance-economie omvat meer dan slechts twee veelbesproken platformen

Al snel doorkruisen de Deliveroos en Ubers van deze wereld de debatten. Vooral wanneer het over de kwetsbare statuten gaat. “De freelance-economie wordt vaak in één adem genoemd met de platformeconomie. Letten we niet op, dan wordt de discussie verengd tot de juridische context van deze twee platformen”, merkt Monica Dejonghe op. Bovendien heeft het een negatieve connotatie op andere platformen en tussenpartijen in de sector. Daar moeten we alert voor zijn. Tegelijkertijd is de houding van deze platformen hét argument om de problematiek van opdrachtgevers aan te kaarten die vaak freelancers of zelfstandigen in een onzekere positie duwen. “Rotwerkgevers” noemt Roos Wouters ze.

Geplaatst in Goed opdrachtgeverschap, Opdrachtgever | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor NextConomy debat: 5 key-inzichten

UNIZO: 6% meer freelancers in Vlaanderen en Brussel. Driekwart is (zeer)tevreden, kwart wil personeel aanwerven.

Freelancen zit de afgelopen jaren volop in de lift en om voor deze ondernemersgroep bijzonder aandacht te vragen, organiseert UNIZO dit jaar voor het eerst de “Dag van de Freelancer“, op 10 oktober, in samenwerking met Jellow en Nextconomy.

  • Zo waren er in september 2019 167.655 freelancers actief in Vlaanderen en Brussel.
  • Dat is 6,3 % meer dan in dezelfde periode in 2018.
  • Voor Vlaanderen gaat het om een stijging van  30% in vier jaar tijd: van 103.767 freelancers in 2015 naar 135.710 in 2019.
  • 88% werkt in hoofdberoep, 12% in bijberoep.
  • 72% is een man, 28% een vrouw.
  • 65 % werkt via een vennootschap, 35% als eenmanszaak.

Dat blijkt uit het nieuwste Freelancer Focus-rapport van UNIZO, in samenwerking met Graydon Belgium nv. Freelancers vinden we in alle takken van de economie. Ze kunnen actief zijn als consultant, grafisch vormgever, vertaler, copywriter, fotograaf, informaticus, gezondheidscoach… Ze kunnen actief zijn in verschillende bedrijven, sectoren of plaatsen.

Eén ding staat voor UNIZO in elk geval vast: freelancers zijn zelfstandigen in hart en nieren, in weerwil van de discussies die sommigen daarover willen openen.

Aantal freelancers in Vlaanderen, per sector

Bewust gekozen zelfstandigenstatuut

Freelancers kiezen doelbewust voor het zelfstandigenstatuut. Voordelen zoals de persoonlijke vrijheid en autonoom kunnen werken, het zelf kiezen van opdrachten en het bepalen van de eigen agenda vormen daarbij doorslaggevende argumenten. Dat freelancers echte zelfstandigen zijn, blijkt ook uit de UNIZO-enquête.

  • Amper 2% ambieert uiteindelijk een job als werknemer.
  • 60% hoopt in de komende vijf jaar actief blijven als freelancer.
  • 4% wil in die periode doorgroeien van bij- naar hoofdberoeper.
  • Nog eens 24% stelt een onderneming met personeel in het vooruitzicht.

Deze vaststelling staat in schril contrast met de stelling van sommigen, dat freelancers voornamelijk schijnzelfstandigen zijn die gedwongen worden om als zelfstandige te werken. UNIZO verzet zich tegen die redenering, die in de praktijk niet blijkt te kloppen. Tegelijk verzet UNIZO zich tegen een soort ‘tussenstatuut’, dat regelrecht in zou gaan tegen de manifeste wil van de freelancers om als zelfstandigen te werken.

Die bewuste keuze om als zelfstandige te werken, verhindert de freelancers echter niet om zich zorgen te maken over hun sociaal statuut (39% van de ondervraagden geeft dit aan als voornaamste kopzorg). Net zoals álle zelfstandigen overigens. UNIZO ondersteunt de vraag van de freelancers dan ook om het sociaal statuut van de zelfstandigen verder te harmoniseren richting de sociale bescherming die werknemers en werklozen genieten. Prioriteiten daarbij zijn een verdere verbetering van de pensioenberekening van de zelfstandigen, het uitbouwen van een betere bescherming tegen economische moeilijkheden en werkloosheid en het toekennen van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die gebaseerd zijn op het vroegere inkomen (in plaats van het huidige forfaitaire bedrag).

65% is tevreden tot zeer tevreden over inkomen

Over hun huidige inkomen zijn de meeste freelancers overigens vrij tevreden.

  • Zo geeft 64% aan goed tot zeer goed te verdienen en zich geen zorgen te maken.
  • 28 % verdient net genoeg om rond te komen.
  • 8 % geeft aan te weinig te verdienen en verwacht in de toekomst financiële problemen. (Vorig jaar was dat nog 11 % en het jaar daarvoor 14 %).

Dit geeft toch al meteen een veel positiever en genuanceerder beeld dan het – duidelijk misplaatste – cliché van de ploeterende freelancer, die tegen wil in het statuut belandde en elke maand moet vechten om te overleven. Al loopt het freelancersleven uiteraard niet altijd over rozen. Zo maakt menig freelancer zich, bijvoorbeeld wel eens zorgen over voldoende opdrachten voor de toekomst (43%), De overdaad aan administratieve en financiële lasten, opgelegd door de overheid, is bij 26% een doorn in het oog.

Algemene tevredenheid over opdrachten en opdrachtgevers is 74%

Door de band genomen zijn de freelancers, met een gemiddelde score van 74%, behoorlijk tevreden over de kwaliteit van hun opdrachten en opdrachtgevers. Gemiddeld minder tevreden zijn ze evenwel over de aanwezigheid van onevenwichtige contractclausules en over de betaalhygiëne van bepaalde klanten. UNIZO voert al geruime tijd strijd op beide fronten en boekte hier ook al vooruitgang. Zo werd in maart dit jaar het wetsvoorstel goedgekeurd om misbruik van machtsverhoudingen tussen bedrijven aan te pakken. En één maand later werd het wetsvoorstel goedgekeurd dat de betalingstermijnen inkort tot maximum 90 dagen (inclusief verificatieperiode) bij transacties tussen grote bedrijven en KMO’s. Voor UNIZO een belangrijke stap vooruit, al moet de limiet voor UNIZO op 60 dagen, alles inbegrepen, komen te liggen.

Waarom doen opdrachtgevers beroep op freelancers?

Voor het tweede jaar op rij werden ook opdrachtgevers bevraagd over het waarom van hun samenwerking met freelancers.

“Pieken opvangen in het gewone werk (62%), de “ondernemersmentaliteit en flexibiliteit van de freelancer” (50%) en “behoefte aan gespecialiseerde kennis” (48%) waren daarbij de Top 3-antwoorden.

De tevredenheid over de samenwerking met freelancers blijkt overigens hoog. Zo zou 83 % andere ondernemers met grote tot volle overtuiging aanraden om met freelancers te werken.


U kan het integrale Freelancer Focus-rapport hier downloaden…

Geplaatst in Freelancer, Prospectie | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor UNIZO: 6% meer freelancers in Vlaanderen en Brussel. Driekwart is (zeer)tevreden, kwart wil personeel aanwerven.

Waarom interim-management in de lift zit

“Federgon verdedigt de belangen van 45 leden waarvan de 23 grootste providers binnen interim-management in België. Dat laat ons toe om een realistisch beeld van de markt te schetsen. De cijfers vertegenwoordigen een marktwaarde van zo’n 150 miljoen euro op jaarbasis. Daarbij komt dat ook heel wat interim-managers opdrachten uitvoeren zonder de tussenkomst van een tussenpartij. Hiervan bestaan geen exacte cijfers, maar we durven stellen dat de verdeling mét en zonder tussenpartij ongeveer gelijk is. We houden er dus rekening mee dat de sector dubbel zo groot is als de cijfers die we binnen Federgon voor handen hebben”, aldus Boudewijn Dupont, voorzitter van de commissie interim-management bij Federgon. grafiek – bron/ Federgon jaarverslag 2018

Verandering en interim-management gaan hand in hand 

Een verklaring voor die sterke groeicijfers van de sector zit volgens Dupont in de grote veranderingen waar bedrijven steeds sneller moeten op inspelen. 35% van de opdrachten zijn change– of transformatieprojecten. Technologieën veranderen, de maatschappelijke context verandert en dat leidt tot disruptie op heel wat markten. Bedrijven zijn genoodzaakt om sneller en wendbaarder op deze veranderingen in te spelen en dit is vaak voor grote bedrijven niet evident. “Door expertise van buitenaf in te huren halen ze wendbaarheid in huis. Interim-managers bouwen op expertise en ervaring en weten met sterke peopleskills een cultuur van verandering te implementeren. Niet onbelangrijk, zonder rekening te houden met de interne agenda binnen een bedrijf.”

Wie kiest voor een carrière als interim-manager?

In de motivatie om de stap te zetten naar zelfstandige als interim-manager onderscheidt Dupont – kort door de bocht genomen – twee verschillende groepen.

Dupont: “Zowat elke interim-manager is zijn loopbaan gestart op de payroll bij een bedrijf. Heeft stap per stap een carrière opgebouwd, expertise verworven en heeft een netwerk uitgebouwd tot op een bepaald niveau.“

“Tot iemand op een kruispunt in zijn leven komt waarin hij of zij de balans opmaakt. Sommigen kiezen dan bewust voor autonomie en opteren ervoor hun expertise aan te bieden zonder betrokken te zijn in de interne politiek van een bedrijf. Zij kiezen heel bewust voor een zelfstandig statuut en halen veel voldoening uit de samenwerking met verschillende bedrijven en wat ze kunnen realiseren.”

“Voor een andere groep is de keuze om interim-manager te worden eerder een gedwongen keuze. Vaak komen managementprofielen door een herstructurering op een cruciaal punt in hun leven en staan ze voor grote uitdagingen. Via outplacementprogramma’s maken zij soms voor de eerste keer kennis met de markt van interim-management omdat de kansen op de klassieke arbeidsmarkt kleiner zijn geworden. Soms knelt het op vlak van leeftijd of salaris. Via hun netwerk of outplacementprogramma’s wordt hen aangeraden om de piste van interim-management te overwegen. We zien dat de stap voor veel mensen een grote drempel is en een serieuze mentale klik vergt. Toch zien we ook bij deze groep interim-managers dat zij zeer veel voldoening halen uit hun overstap. De grote meerderheid van deze mensen zegt na de eerste opdracht al ‘nooit meer terug te willen naar de klassieke arbeidsmarkt.’ We spreken hier vaak over ‘superprofielen’ waar veel bedrijven nood aan hebben, maar waarvoor bedrijven blijkbaar geen plaats op de payroll hebben. Om wat voor reden dan ook.”

Uiteraard heeft elke interim-manager zijn eigen verhaal, eigen agenda en perspectief en hoeft niet elk traject binnen een van deze categorieën te vallen.

Geplaatst in Freelancer, Prospectie | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Waarom interim-management in de lift zit

Van free tot gold: 3W lanceert de 3W Executive Club

“Onze interim managers sneller naar een nieuwe opportuniteit begeleiden, dat is hét uitgangspunt van de membership club”, zegt Boudewijn Dupont, ceo van het interim managementbureau 3W. “De interim managers kunnen kiezen uit drie opties: 3W Community(free),3W Corporate (silver) en 3W Executive(gold).”Welke producten en diensten zitten er in elk pakket? Een overzicht.

3W App

“De 3W App die we net hebben gelanceerd bestaat uit twee luiken. Enerzijds kunnen de interim managers hun profiel updaten en opdrachten zoeken. Anderzijds genieten ze tal van kortingen bij diverse leveranciers.”

Revisie cv en referentierapport

“We analyseren de cv van de gold members en geven tips om de inhoud nog scherper te stellen, zodat ze een streepje voor hebben bij rekrutering. Daarnaast leveren we hen ook een referentierapport aan. De interim managers bezorgen ons 5 à 7 referenties. Wij contacteren die dan, nemen een aanbeveling af en stellen een mooi rapport op. Met dat rapport kunnen ze dan ook naar andere providers of bedrijven stappen.”

Assessmentrapport

“In hetassessmentrapport brengen we de talenten van de interim manager in kaart.”

CEO lunches

“3W organiseert vaak ceo lunches. Normaal nodigen we daarop geen interim managers uit, maar vanaf nu zijn de gold members ook welkom.”

Events

“Elk jaar organiseren we vier events en twee 3W Academys. Voor gold members zijn die gratis. Silver en free members betalen.”

Herostrategie

“Normaal krijgen we eerst een verzoek van een klant, waarna we interessante profielen selecteren. Met de Herostrategie draaien we die werkwijze om. We stellen dan een aantrekkelijk anoniem profiel op, waarbij we capaciteiten en persoonlijkheid van een kandidaat toelichten. Met dat profiel benaderen we proactief potentiële bedrijven.”

Kennis delen

“Door de membership club krijgen interim managers nog meer de kans om elkaar te ontmoeten en te helpen. Wanneer ze met een bepaald vraagstuk kampen dat niet dadelijk past binnen hun expertise, kunnen ze via de membership club anderen benaderen om kennis te delen.”

Klant centraal

“Ik wil wel benadrukken dat de interim manager automatisch terechtkomt in de 3W Community (free) en dat hij niet verplicht is om een betalende account te nemen.”

“We blijven ook objectief bij de selectie van kandidaten voor klanten. We zetten altijd de noden van de klant centraal: de competenties die ze zoeken, de soft skills, de bedrijfsgeest, … Of de interim manager nu wel of geen betalende account heeft, dat maakt geen enkel verschil bij de prescreening en het opstellen van een shortlist.”

Meer info vindt u hier.


Boudewijn Dupont is een van de experten die zijn kennis deelt op de webinardag, dinsdag 8 oktober.

 

 


 

Geplaatst in Goed opdrachtgeverschap, Opdrachtgever | Tags , , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Van free tot gold: 3W lanceert de 3W Executive Club

Stijn Broecke (OESO): “Bijkomende bescherming nodig”

De veranderingen op de arbeidsmarkt zorgen ervoor dat de relatie tussen werkers en ondernemingen aan het veranderen is. Bij de OESO zijn ze alert voor de mogelijk negatieve gevolgen voor individuen. Zo merkt de organisatie op dat nieuwe vormen van werk niet altijd passen binnen het regelgevend kader, waardoor er mazen in het net ontstaan, maar ook dat er toenemend bewijs is dat de machtsrelatie tussen de twee uit balans geraakt, met werkenden die aan het kortste eind trekken.

Grijze zone

Een eerste belangrijke probleem op het terrein is schijnzelfstandigheid: ondernemingen die hun relatie met werkenden bewust verkeerd classificeren om bijdragen te ontwijken en risico’s af te wimpelen. De OESO zegt klaar en duidelijk dat overheden dat moeten bestrijden, onder andere door de regels te verduidelijken en aan te passen zodat ze makkelijker toepasbaar zijn in de nieuwe realiteit, maar ook door op te treden op het terrein.

Maar, zegt Stijn Broecke, er ontstaat ook een uitdaging als het gaat om zelfstandigen die in een grijze zone zitten. “Het gaat over mensen die misschien wel echte zelfstandigen zijn, maar minstens een paar karakteristieken gemeen hebben met werknemers”, verduidelijkt hij.

“Er moet vanuit het beleid toch iets gebeuren om die mensen een betere bescherming te bieden op de arbeidsmarkt”, vindt Stijn Broecke. “Dat wil niet zeggen álle zelfstandigen, maar de kwetsbare groep. Om een voorbeeld te geven: er zijn heel wat zelfstandigen die afhangen van één klant voor het merendeel van hun inkomen. Die zijn kwetsbaar, want als hun inkomen van de ene op de andere dag verdwijnt, hebben ze niets meer.”

Geen nieuw statuut

En zo komt de discussie over de verschillende statuten op tafel, en de vraag of er een apart statuut moet zijn voor ‘economisch afhankelijke zelfstandigen’. Stijn Broecke denkt niet dat er zo’n ‘tussenstatuut’ moet komen, want, zo zegt hij: “Het bestaat al. Die mensen bestaan al. Er zijn mensen die gewoon moeilijk te classificeren zijn: die hebben altijd bestaan, en die zullen altijd bestaan. Het probleem is dat zij in de meeste landen vaak geen recht hebben op sociale en andere beschermingen in de arbeidsmarkt. Dat is volgens ons een probleem, want veel van die mensen zijn kwetsbaar.”

Een aparte groep definiëren, is moeilijk. Immers, ofwel neem je een ruime, vage definitie, maar dan is er al snel een overlap met andere groepen, en gaan mensen en organisaties weer grijpen naar wat voor hen het meest voordelig is. Werk je met strikte voorwaarden, dan vallen er opnieuw mensen uit de boot.

Bijkomende bescherming

In plaats van een statuut te creëren, pleit de expert ervoor om een betere bescherming te bieden. “In Engeland en Spanje krijgen die mensen heel veel rechten, in andere landen is dat veel minder. In Portugal heeft dat bijvoorbeeld alleen te maken met werkloosheidsuitkeringen, in Zweden en Duitsland gaat het erover dat ze collectieve arbeidsovereenkomsten mogen sluiten”, illustreert hij enkele mogelijkheden.

Behalve rechten en bescherming voor alle (economisch afhankelijke) zelfstandigen, is er een andere mogelijkheid om specifiek voor een bepaalde sector afspraken te maken. Ook dat gebeurde al in bepaalde landen, zoals Nederland en Frankrijk.

Monopsonie

De problematiek van kwetsbare zelfstandigen is ook soms gelinkt aan het probleem van monopsonie, een situatie waarbij er maar één koper is, of erg weinig kopers zijn. In dit geval: de situatie waarbij de zelfstandigen weinig of geen mogelijkheden hebben om hun diensten aan een andere klant aan te bieden.

“Men beseft meer en meer dat arbeidsmarkten zeer geconcentreerd zijn, wat wil zeggen dat arbeiders, werknemers, en ook zelfstandigen vaak weinig of geen andere opties hebben dan de werkgever die ze nu hebben. Het gevolg daarvan is dat ze ook heel weinig bargaining power hebben, dat hun onderhandelingspositie erg slecht is, en ze dus vaak ook minder betaald worden en in slechtere arbeidscondities moeten werken.”

Samen voorwaarden stellen

Een situatie van monopsonie is voor Stijn Broecke een bijkomende reden om bescherming te bieden aan sommige zelfstandigen, bijvoorbeeld voor die sectoren waar het probleem extra prangend is. “Dat is in het verleden ook al gebeurd met journalisten, of mensen die in die sector werken. In sommige landen zijn er al impliciet of expliciet overeenkomsten over hoeveel die mensen zouden moeten betaald worden.”

Wat op zijn beurt weer discussies op gang brengt, want is er geen mededingingsrecht, is het niet verboden om prijsafspraken te maken? “De OESO-positie daarover is dat die mensen kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt, die zijn zelfstandig, maar niet helemaal, of ze zitten in een situatie van monopsonie, dus eigenlijk zouden die wel recht moeten hebben om samen hun voorwaarden te stellen over hoeveel ze betaald zouden moeten worden. Anders zitten ze in een situatie van onderbetaling, een soort uitbuiting.”

Dergelijke markten zijn ook niet efficiënt, voegt hij tot slot nog toe. “En dus zou de overheid, zoals ze dat doet wanneer er een monopolie is, ook in het geval van monopsonie tussenbeide moeten komen.”

Geplaatst in Freelancer, Wetgeving ondernemen | Tags , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Stijn Broecke (OESO): “Bijkomende bescherming nodig”