EU verkent toegang tot sociale bescherming voor werknemers én zelfstandigen

De arbeidsmarkt en de arbeidsvormen in de EU zijn snel aan het veranderen. Nieuwe vormen van atypisch en niet-standaard werk (bv. platformwerkers, oproepkrachten) zijn in opkomst en/of groeien voortdurend. Tegelijkertijd zijn veel lidstaten getuige van een toename van het aantal zelfstandigen. Toch is de arbeid gerelateerde sociale bescherming van oudsher ontworpen rond de standaardarbeidsrelatie, d.w.z. voltijd- en langetermijncontracten op basis van een ondergeschikte relatie tussen een werknemer en een werkgever.

Het probleem

Als gevolg hiervan zijn in veel lidstaten lacunes in de sociale bescherming voor deze groepen vastgesteld, met name wat betreft de toegang tot ziekte- en werkloosheidsuitkeringen, de bescherming tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten, en zwangerschapsuitkeringen. De inkomensniveaus worden steeds vaker gebruikt om te bepalen of een activiteit als “werk” kan worden beschouwd; aangezien zelfstandigen echter vaak slechts een laag inkomen hebben, met name aan het begin van hun activiteit, bereiken zij niet de vereiste inkomensdrempel. Dit leidt tot lacunes in de dekking, en zelfs als er dekking wordt verleend, ontvangen zelfstandigen vaak een zeer laag uitkeringsniveau als gevolg van het feit dat ze slechts lage premies betalen.

In 2018 werkte in de EU in totaal 61 % van de beroepsbevolking nog steeds in een standaard arbeidsverhouding (SER); maar reeds 39 % werkte in een van de categorieën van niet-standaardarbeid of zelfstandige arbeid (Eurostat, Arbeidskrachtenenquête 2018). Ongeveer 14% van de in totaal 222 miljoen werkenden in de EU waren zelfstandigen; 8% waren voltijdse tijdelijke werknemers; 4% waren deeltijdse tijdelijke werknemers; en 13% waren deeltijdse vaste werknemers. (bron en bron)

Leren en inspireren

De sociale beschermingsstelsels in de hele EU werden de voorgaande jaren in meer of mindere mate aangepast aan de specifieke werksituaties van zelfstandigen en niet-standaardwerknemers. Hervormingen zijn dus in gang gezet.

In vier workshops tussen oktober 2019 en september 2020 werden op initiatief van de Europese Commissie voorbeelden en ervaringen van de uitbreiding van de sociale bescherming besproken rond het centrale thema “Toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen”. Deze workshops waren bedoeld om de lidstaten te ondersteunen en bij te dragen aan de uitvoering van de beginselen die zijn vastgelegd in de aanbeveling van de Raad betreffende de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen.

Professor Paul Schoukens (KU Leuven & Tilburg University) gaf als themadeskundige het startschot van de reeks workshops door een overzicht van de lacunes in de formele dekking op Europees niveau te schetsen, en de voor- en nadelen van verschillende denkpistes te schetsen.

Deskundigen en nationale sociale partners uit alle EU-lidstaten wisselden kennis, ervaringen en inzichten uit rond vragen zoals bijvoorbeeld: Hoe kan de formele dekking worden uitgebreid tot niet-standaardwerknemers en zelfstandigen? Wat zijn de belangrijkste opties (in termen van ontwerp)? Wat zijn de voor- en nadelen van een vrijwillige aanpak tegenover een verplichte aanpak van de formele dekking? Hoe kunnen lacunes in de formele dekking worden verholpen in specifieke sectoren (bv. arbeidsongevallen, ziekte/werkloosheidsuitkeringen)? Dit was ook een gelegenheid om te discussiëren en ervaringen uit te wisselen over de wijze waarop een adequaat beschermingsniveau voor alle werknemers en zelfstandigen kan worden gefinancierd.

Voorlopige Conclusie

De COVID-19-crisis heeft er op krachtige wijze aan herinnerd hoe belangrijk universele toegang tot sociale bescherming eigenlijk is. Veel mensen met een laag inkomen zitten zonder adequate sociale bescherming. Al vóór de crisis zijn sommige lidstaten begonnen met het opnemen van mensen met een laag inkomen in de sociale beschermingsstelsels, bijvoorbeeld door te overwegen om ook korte termijncontracten te sluiten om drempels te bereiken, door ook werknemers van platformen in de sociale bescherming op te nemen of door premiebetalers die voor lange tijd in het stelsel hebben betaald, te belonen.

Het waarborgen van een fatsoenlijke sociale bescherming is van cruciaal belang voor de sociale samenhang en de preventie van armoede, maar andere welzijnsstelsels, zoals de universele gezondheidszorg, moeten in het algemene beeld worden opgenomen, aangezien zij bijdragen aan een algemeen toereikende sociale bescherming. Sommige innovatieve ad-hoc maatregelen die tijdens de crisis zijn genomen, kunnen op de langere termijn een bijdrage leveren aan een adequate sociale bescherming, hoewel zij wellicht moeten worden verfijnd en verbeterd. De crisis kan als katalysator hebben gewerkt om het idee te accepteren dat werkloosheidsuitkeringen, ouderschapsverlof of ziektekostenverzekering ook voor niet-standaard werknemers en zelfstandigen van vitaal belang zijn om hen te beschermen tegen de gevolgen van economische schokken.


De crisis kan als katalysator hebben gewerkt om het idee te accepteren dat werkloosheidsuitkeringen, ouderschapsverlof of ziektekostenverzekering ook voor niet-standaard werknemers en zelfstandigen van vitaal belang zijn om hen te beschermen tegen de gevolgen van economische schokken.


Met dank aan Professor Schoukens voor het delen van deze informatie. Paul Schoukens was ook lid van het panel tijdens de NextConomy en ZiPconomy debatavond op 6 oktober 2019 rond het thema sociale zekerheid.

 

Meer weten over deze vier EU workshops?

  • SCHOUKENS, P., Mutual Learning on Access to social protection for workers and the self-employed, 4th Workshop: Transparency and transferability – Thematic Discussion Paper, DG Employment, Social Affairs and Inclusion, European Union, 2020, 20. (verslag volgt)

Marleen Deleu – Director Trends & Insights NextConomy – on a mission to bring insights and expertise to the freelance workforce and users of contingent labor in Belgium

Bekijk alle berichten van Marleen Deleu