"Exploring the future of work & the freelance economy"
3ème statut

Derde statuut bedenken? Het is er reeds!

Waarom het warm water uitvinden als het reeds lekker warm is in de artistieke sector.
Servaas Le Compte, bestuurder bij Artists United vzw, reageert op de lopende discussie over een mogelijk nieuw derde statuut voor freelancers.

Er werd recentelijk heel wat afgepraat en geschreven over de al dan niet wenselijkheid van een zogenaamde ‘derde statuut’. Was het VOKA die de kat de bel aanbond en een pleidooi hield voor meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt? Het idee is op zich niet nieuw om na te denken over oplossingen. Het knelpunt lijkt eerder de tegenstellingen te zijn tussen mogelijke voor- en nadelen.

Organisaties zoals Voka stellen dat de arbeidsmarkt niet klaar is voor de 21e eeuw. Sommige traditionele belangenorganisaties maken dan weer een even terecht punt dat men mensen voldoende garanties op sociale zekerheid dient te kunnen bieden.

Het idee van een derde statuut tussen zelfstandige en loontrekkende, roept dus heel wat ideeën én emoties op. Het is alleszins opvallend dat een bevraging aan het licht bracht dat 7 op de 10 werkgevers vinden dat de arbeidsmarkt te weinig flexibel is.

“In ons land zijn er geen goede regelingen voor flexibele en atypische arbeid. De scheiding tussen werknemer en zelfstandige wordt steeds dunner en nieuwe arbeidsvormen zijn in opmars, onze arbeidsmarkt moet zich hieraan aanpassen”, stelt Voka.

 

NextConomy organiseerde een debatavond over de materie “Vrij maar niet vrijblijvend. De toekomst van de freelance economie” die druk werd bijgewoond en zelfs meer dan sold out was.

LBC liet in een bericht optekenen “sociale bescherming moet er zijn voor iedereen die werkt”. Een uitspraak die wat geduid dient te worden. Men bedoelde er mee dat bv. mensen die werken voor bedrijven zoals Deliveroo moeten beschouwd worden als loontrekkenden. Een boeiende discussie op zich.

Lees ook het exclusieve NextConomy interview met Minister Peeters “Geen nieuw statuut creëren voor freelancers”

En waarom niet best of both worlds?

Er bestaat in de artistieke sector een oplossing die de zaken met elkaar verzoent. Het is zelfs opgenomen in de RSZ-Wet, namelijk in artikel 1bis. Inderdaad bestaat er reeds een 15-tal jaar dit bewuste artikel 1bis op maat van ‘werknemers’ (of dienen we de term ‘cultuurwerkers’ te hanteren?) die in de artistieke en creatieve sector regelmatig  zweven tussen zelfstandigheid en werknemerschap.

 

Over wat gaat het?

In de artistieke sector heeft men een vorm van tussenweg gecreëerd die tegemoet kwam aan enkele bekommernissen. De afwezigheid van hiërarchisch gezag in vele samenwerkingen met artiesten, heeft de wetgever er in 2002 toe bewogen een artikel 1bis in de RSZ-wet in te schrijven. Dit artikel moet het artiesten in alle omstandigheden (ook daar waar er geen sprake is van werkgeversgezag of van een arbeidsovereenkomst) mogelijk maken te genieten van de sociale bescherming van het werknemersstatuut.

Met andere woorden: Voor bepaalde categorieën van eigenlijk zelfstandige prestanten heeft men in een uitbreiding van het socialezekerheidsstelsel voor werknemers voorzien. Aan die categorie van zelfstandigen wordt onder voorwaarden, niettegenstaande de aard van hun arbeidsrelatie, alsnog toegelaten te genieten van het socialezekerheidsstatuut van de werknemer. Dat is artikel 1bis.

 

Een derde statuut? Of liever een gelukkig huwelijk met twee?

Dit ‘derde statuut’ wat in de sector ook met het generalistisch containerbegrip ‘kunstenaarsstatuut’ wordt benoemd[2], is voor alle duidelijkheid geen afzonderlijk sociaal zekerheidsstatuut (met aparte sociale bijdragen en een aparte sociale zekerheid bescherming). Het betreft een inpassing in de bestaande statuten. En die bestaande statuten zijn het statuut van zelfstandige en het statuut van werknemer.

Die gekende discussie of het dan zelfstandige dan wel een werknemer betreft, is bekende materie en hangt samen met de vraag of er sprake is van gezag. Vaak is het een discussie zonder einde.

Het kenmerkende van de oplossing die gevonden werd (bekrachtigd door toenmalig minister Frank Vandenbroucke) is dat men gezocht heeft naar een bescherming van de kunstenaar. Ook als die niet onder gezag valt, blijft hij beschermd als werknemer en kan hij socialezekerheidsbijdragen betalen als werknemer.

Langs de andere kant maakt een artikel 1bis-overeenkomst een grotere flexibiliteit mogelijk gezien dergelijke 1bis overeenkomsten niet vallen onder de arbeidsovereenkomstenwet. Het is dus een huwelijk van 2 systemen.

Wij vinden bij Artists United wel dat er in dergelijk systeem een minimumvergoeding zou moeten toegepast worden. Denk aan bijvoorbeeld de GMMI standaard. We vermelden dit omdat we weten dat er door een bepaald bedrijf 1bis contracten werden afgesloten voor 1,07 euro per uur (en de rest dan in onkosten wordt betaald?). Dat zijn praktijken waar men terecht vraagtekens bij kan plaatsen.

 

Concrete voorwaarden en transponeerbaarheid?

Vandaag de dag is deze 1bis regeling voorbehouden voor kunstenaars. Men dient via de Commissie Kunstenaars een zogenaamd ‘Visum Kunstenaars’ aan te vragen (men onderzoekt of het wel degelijk over kunstenaars en artistieke prestaties gaat). De procedure is wel nog tijdrovend, hier is enige ruimte voor verbetering mogelijk. Dat hangt onder meer ook samen met deze Commissie voldoende werkingsmiddelen garanderen.

De kunstenaar die geen arbeidsovereenkomst als werknemer kan afsluiten, kan nog steeds als werknemer beschouwd worden als:

–        hij of zij “prestaties levert en/of werken produceert van artistieke aard” (bv optredens, schilderijen creëren). De artistieke aard van deze prestaties of werken wordt aangetoond door middel van een kunstenaarsvisum afgeleverd door de Commissie Kunstenaars

–        in opdracht van een natuurlijk persoon of een rechtspersoon

–        tegen betaling van een loon (geen kostenvergoeding!)

De opdrachtgever wordt in dat geval beschouwd als werkgever.

Is dit systeem transponeerbaar en een mogelijke aanzet voor oplossingen in de discussie omtrent een ‘derde statuut’? Is een uitbreiding van dit systeem wenselijk?

Bepaalde verantwoordelijken van traditionele organisaties schreeuwen de ene keer moord en brand, de andere keer bevestigen ze tot in de Commissie Sociale zaken van de Kamer dat artikel 1bis “een knappe oplossing uit het verleden is”.[4] Of schrijven ze ook nog: “Kunstenaars werden gedwongen te werken onder het zelfstandige statuut. Dit statuut veronderstelt dan wel voldoende regelmatige inkomsten om zelf in sociale en financiële zekerheid te kunnen voorzien. Met verpaupering tot gevolg. In Nederland zijn de kunstenaars er met hun zzp-statuut nog veel erger aan toe: iedereen zelfstandig, wees creatief, los het zelf maar op? De oplossing in België kwam van het artikel 1bis in de RSZ wet. Dat schakelt het criterium ‘gezag’ uit zodat we voor iedereen die een artistieke prestatie levert in opdracht kunnen stellen dat er een (weerlegbaar) vermoeden is dat er als werknemer wordt gewerkt. En zo kunnen kunstenaars alsnog aanspraak maken op het statuut van werknemer, meer bepaald de sociale bescherming die erbij hoort.”

 

Conclusies

Zonder een artikel 1bis zouden veel kunstenaars verplicht zijn te functioneren als reguliere zelfstandigen en zouden zij dus de broodnodige extra sociale bescherming ontberen die artikel 1bis net mogelijk maakt.  Die extra sociale bescherming is dus wel degelijk in een systeem te gieten en komt op deze wijze tegemoet aan de bekommernis van sommige betrokkenen in het debat.

Terwijl tezelfdertijd dit systeem eveneens tegemoet komt aan die andere bekommernis van de ‘andere zijde van de tafel’ (gruwelijk beeld waar wij liever niet aan mee doen en liever denken dat men allemaal gelijklopende belangen heeft en baat heeft bij oplossingen), de bekommernis met betrekking tot meer flexibiliteit.

De artikel 1bis oplossing gaat dus niet om een typische ‘Belgische koterij’ maar om een concrete oplossing voor een concreet probleem waarbij men op vrij eenvoudige wijze er toch voor kan zorgen dat er wordt bijgedragen tot de sociale bescherming en men ook rechten opbouwt op basis van die bijdragen. Terwijl het tezelfdertijd ook een zekere vorm van flexibiliteit garandeert die bepaalde andere systemen misschien wat minder in zich dragen. Sommigen vinden dat een boude uitspraak, anderen grijpen de mogelijkheden die dit systeem in zich draagt met beide handen.

 

Servaas Le Compte

Bestuurder bij Artists United vzw: belangenorganisatie voor kunstenaars en creatives; werknemers, zelfstandigen en werkgevers, www.artistsunited.be

Medeoprichter van Paypro Services: payrolling voor iedereen die werkt én tewerkstelt in de artistieke en creatieve sector. Paypro Services focust niet op het opleuken van de eigen winst maar focust op maximale return voor de kunstenaars en creatives in de sector, www.payproservices.be.

 

[2] In dat ‘kunstenaarsstatuut’ is ook een belangrijke rol weggelegd voor bepaalde regels in de reglementering met betrekking tot de werkloosheid, maar dat valt buiten de scope van dit artikel.

[4] Tweede hoorzitting over het kunstenaarsstatuut in de Commissie Sociale Zaken, 30 januari 2018

NextConomy provides space for authors who want to post an article on NextConomy. The name and function of these editors are listed under the article.

Bekijk alle berichten van Guest Editor

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *