"Exploring the future of work & the freelance economy"

Debatavond ‘De toekomst van de freelance – economie’ in 15 boute uitspraken.

Tijdens de druk bijgewoonde NextConomy debatavond ‘Vrij maar niet vrijblijvend: de toekomst van de freelance-economie’ op 19 februari bij deBuren in Brussel noteerden we enkele meer dan opmerkelijke visies van de sprekers.

Wat kunnen Nederland en Vlaanderen van elkaar leren?

Hoe kan de overheid freelancers en opdrachtgevers beter ondersteunen? Dat was de hamvraag die we voorlegden tijdens het  debat. Op uitnodiging van NextConomy gingen vijf kopstukken uit Nederland en België in het Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat deBuren in discussie met elkaar. Ze deden daarbij boute uitspraken over het huidige beleid, schijnzelfstandigheid, het derde statuut en de sociale bijdragen. Een overzicht.

Vrij maar niet vrijblijvend. Een groeiend aantal professionals kiest er voor om de beschermende  status als werknemer te verruilen voor de vrijheid, cq. onzekerheid, van het zelfstandig ondernemerschap. Een trend die overal in Europa zichtbaar is. Zo ook in Vlaanderen, waar het aantal freelancers afgelopen jaar met maar liefst 9% steeg. En in Nederland waar het aantal ‘zzp’ers’ de afgelopen jaren al hard gegroeide naar, in de rest van Europa, ongeziene aantallen . Deze ontwikkeling roept ook nieuwe politieke vraagstukken op. Is dit een trend die aangemoedigd moet worden? Wat laat je vrij, wat reguleer je? Welke plek hebben freelancers in het sociaal, fiscaal en arbeidsrechtelijk bestel?

Vlaanderen versus Nederland

Opvallend is dat Vlaanderen en Nederland grosso modo een gelijk aantal freelancers hebben, beiden plus minus 6% van de totale beroepsbevolking. Ook de samenstelling met veelal hoger opgeleiden verschilt niet echt veel.

Ondertussen zijn er aan beide kanten van de grens wel heel andere systemen ingevoerd. Zo krijgen Nederlandse freelancers – net als andere zelfstandigen met een eenmanszaak in Nederland – forse fiscale voordelen ten opzichten van werknemers en ze betalen ook geen sociale bijdragen. Met als gevolg dat ze dus ook niet deelnemen aan de algemene sociale voorzieningen. Ze kunnen zelf private verzekeringen afsluiten, wat een flink deel echter niet doet.

In Vlaanderen daar en tegen zijn freelancers als zelfstandigen verplicht ook bij te dragen aan het stelsel van sociale voorzieningen. In de loop van de voorgaande jaren is de kloof tussen werknemer en zelfstandige op gebied van sociale rechten al verkleind, al blijven er nog wel wat punten open om aan te pakken.

Veel verschil dus tussen beide landen (zie ook de slides onderaan dit artikel) en zeker voldoende voer voor een pittig debat dachten we bij NextConomy.

De panelleden:

  • Andries Gryffroy (BE): Vlaams Parlementslid en deelstaatsenator voor de N-VA.
  • dr. Wendy Smits (NL): senior onderzoeker bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in Nederland en bijzonder hoogleraar Flexibiliteit van de Arbeidsmarkt aan de Universiteit van Maastricht.
  • Sonja Teughels (BE): Senior Adviseur Arbeidsmarkt van Voka, de Vlaamse werkgeversvereniging.
  • Mei Li Vos (NL): vicevoorzitter van de Nederlandse vakbond AVV en van 2007 tot 2017 Tweede Kamerlid voor de PvdA.
  • dr. Willy van Eeckhoutte (BE): buitengewoon hoogleraar Arbeids- en Socialezekerheidsrecht aan de Universiteit Gent.

    Moderator Timothy Vermeir, Mei Li Vos (oud parlementslid voor de PvdA, NL), Andries Gryffroy (N-VA), Sonja Teughels (VOKA)

(zie dit album voor meer foto’s van de debatavond)

Rigide regelgeving

Dé freelancer bestaat niet. Althans, toch niet als juridisch begrip. De rechtspraak kent alleen de begrippen werknemer, ambtenaar en zelfstandige. Het bewijs dat ons rechtssysteem werkt volgens een oubollig denkpatroon. – Willy van Eeckhoutte

Hoogleraren Wendy Smits (Univ Maastricht) en Willy van Eeckhoutte (Univ Gent)

Het beleid werkt met een instrumentarium uit de tweede industriële revolutie terwijl de maatschappij op de drempel van de vijfde staat. Met het bricoleren van de wetgeving biedt de overheid geen antwoord meer op de uitdagingen van vandaag. Daarom zeg ik tabula rasa met onze regelgeving. – Willy van Eeckhoutte

De Nederlandse markt is de laatste jaren geflexibiliseerd. Uitzendkrachten, tijdelijk krachten ,… nieuwe constructies overspoelen de markt. Die heterogene groep in kaart brengen is een lastige opdracht. Ook omdat sommige mensen niet weten onder welke categorie ze nu vallen. Wendy Smits

De Nederlandse arbeidswet is gebaseerd op het 40-40-40-model: een blanke man van 40 die 40 jaar, 40 uur per week werkt. – Mei Li Vos.

De steeds maar groeiende kennis- en deeleconomie zal een bijzonder grote invloed uitoefenen op hoe wij denken over de arbeidsmarkt en arbeidsrecht. We moeten af van het rigide systeem dat we nu hebben. – Andries Gryffroy

De Belgische regelgeving is een onleesbare koterij geworden met uitzonderingen op uitzonderingen. Maar niemand die dat durft aanpakken. – Sonja Teughels

Schijnzelfstandigheid

Een zelfstandige mag niet onder gezag werken. Zo niet, is hij een schijnzelfstandige. Ridicuul. Niemand weet wat gezag is. Ook de regering niet. Vervang daarom het criterium gezag door andere, meetbare economische criteria. – Willy van Eeckhoutte

Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie, brengt schijnzelfstandigheid in kaart volgens deze twee dimensies: organisatorische afhankelijkheid en financiële afhankelijkheid van een enkele opdrachtgever. Als we die criteria zouden hanteren in Nederland, dan zou maar een klein percentage van de freelancers een schijnzelfstandige zijn. Wendy Smits

Derde statuut

We hebben geen derde statuut nodig. We moeten het werknemersstatuut en het zelfstandig statuut moderniseren. Een grondige hervorming dringt zich op om de nodige flexibiliteit in te bouwen. Misschien moeten we wel durven starten van een wit blad. Andries Gryffroy

Sonja Teughels (VOKA)

Onze arbeidsmarkt is te weinig flexibel en de werkloosheid ligt in Vlaanderen hoog. Daarom is een derde statuut noodzakelijk, want de twee statuten die we vandaag hebben, bieden onvoldoende antwoord op die uitdagingen. Langdurige werklozen worden geen zelfstandigen en vinden moeilijk een vaste job. Met een derde statuut krijgen we hen toch aan het werk met flexibele jobs. – Sonja Teughels.

Misschien zijn de statuten werknemer en zelfstandige niet meer nodig als iedereen een minimale sociale bijdrage betaalt. Mei Li Vos

Sociale bijdragen

Mei Li Vos (AVV)

Hoe meer mensen als zelfstandige aan de slag gaan in Nederland, hoe minder geld er stroomt naar de

verzorgingsstaat. Dat is de grote roze olifant die iedereen negeert, maar er wel is. Freelancers krijgen een fikse belastingkorting en dragen niets bij via sociale bijdragen. Mei Li Vos.

Niet zozeer de flexibilisering is de problematiek, maar de kwetsbare groep die onderaan de maatschappelijke ladder bungelt. Zij genieten weinig opleiding en doorgroeimogelijkheden. En die profielen vind je zowel bij de freelancers als bij werknemers. Die kwetsbare groep verdient bescherming. – Wendy Smits

Ik vind dat iedereen zelf voor een stuk zijn verantwoordelijkheid moet dragen. Laat iedereen een minimale sociale bijdragen betalen en dan voor de rest zelf beslissen of hij zich al dan niet extra wil laten beschermen. – Willy van Eeckhoutte

Wij geven u een fikse belastingkorting, maar dan zorgt u zelf wel voor uw sociale bescherming zegt de Nederlandse overheid tegen haar freelancers. Wel, zo werkt het niet. Mensen kiezen voor hun centen en niet voor wat er mogelijks kan gebeuren. Daarom moet de overheid ze verplichten tot het betalen van een minimale sociale bijdrage. Andries Gryffroy

Conclusies van het publiek

Met 130 plaatsen was de debatavond uitverkocht. En de staking hield ons niet tegen om te komen. Met een flinke delegatie uit Nederland, freelancers, intermediairs, een enkele politieker, experten arbeidsmarktontwikkeling en juristen sociaal recht was het publiek erg gemengd.

Welke rol speelt Europa in dit debat? Moet er een vakbond van freelancers opgericht worden? En waarom huren bedrijven zo weinig freelancers in? Dat waren enkele vragen uit het publiek na het debat. En de eindconclusie: Vlaanderen doet het nog niet zo slecht. Nederlandse freelancers mogen dan wel een fikse belastingkorting krijgen, wij zijn toch blij met ons sociaal stelsel.

De reacties waren uiterst lovend. NextConomy en ZiPconomy ontvingen veel felicitaties voor dit initiatief dat als erg waardevol en boeiend werd onthaald. Dat de wet- en regelgeving zo verschillend is tussen de landen, daar was men doorgaans zich niet van bewust. Er waren dan ook verschillende kritische bedenkingen dat er nog heel veel te regelen en te veranderen valt, aan beide zijden van de grens.

Welke bovenstaande uitspraken vind jij interessant? En welke vind je een minder goed idee? Vertel het ons in een reactie hieronder. En heb je nog een suggestie voor het volgende debatavond, dan horen we het graag.

(zie dit album voor meer foto’s van de debatavond)

Een kort uitleg over de verschillen tussen Vlaanderen en Nederland:

Lees ook: 

3 reacties op dit bericht

  1. Ik was aanwezig op de debatavond. Het was een interessant debat, maar het publiek had weinig tijd om nog vragen te stellen. Ik wil graag de volgende punten aanhalen:
    – Mei Li Vos: haar idee om de onderverdeling ambtenaar/werknemer/zelfstandige af te schaffen en te vervangen door “werkenden” lijkt me het beste idee van de avond. Het biedt een duidelijke wettelijke structuur die flexibel is om hybride werkvormen in onder te brengen. Het doet er niet langer toe of je freelancer, werknemer, beide of nog iets anders bent. Extra bescherming voor zwakkere groepen kan dan worden ingebouwd naargelang inkomensniveau bijvoorbeeld.
    – Als freelancer is het voor mij een dure zaak om sociale bijdragen te betalen, maar ik geloof tegelijk wel dat het nodig is voor mezelf én voor de welvaartsstaat.
    – Het derde statuut: daar ben ik geen voorstander van, ten eerste omdat het nog “koterij” aan de wetgeving zou toevoegen, en ten tweede omdat ik denk dat het een negatieve impact zou hebben op de manier waarop naar freelancers wordt gekeken. Als ik met een opdrachtgever onderhandel, doe ik dat als zakenpartner en niet als “een soort werknemer”. Ik vrees dat zo’n statuut mijn onderhandelingspositie zou verzwakken.
    – Het idee om een belangenvereniging op te richten, is nog niet zo slecht. Unizo en Voka zijn te breed: bij een belangenconflict tussen eenmanszaken en vennootschappen of een freelancer en een bedrijfsleider, voor wie kiezen Unizo of Voka dan partij?

    Tot slot wou ik nog opmerken dat toen ik de oorspronkelijke line-up zag, het me meteen opviel dat er geen freelancer of vertegenwoordiger van freelancers in het panel zat… een beetje vreemd dat freelancers niet worden betrokken bij een gesprek over hun eigen toekomst! Dat gebrek van de organisatie heeft mevr. Vos (die later aan het panel is toegevoegd) dan nog min of meer opgevangen.

    Nextconomy, let daar wel mee op… ik verwacht van u dat u de freelancers zelf (of eventueel hun toekomstige belangenvereniging) ook aan het woord laat.

    • Beste Sara, dank voor je inhoudelijke reactie. Waardevol.
      Een klein misverstand misschien aan het einde. Mei Li Vos was juist de eerste die we voor het panel benaderd hebben (juist ook vanwege haar achtergrond) en ook de eerste die had toegezegd. Vanzelfsprekend vinden wij het belangrijk om de stem van de freelancers (en hun vertegenwoordigers) een plek te geven op NextConomy. We zijn daarom ook blij de Fedipro (als vertegenwoordiger) een van onze partners is en ze laten regelmatig wat van zich horen. Daarbij zijn veel van de auteurs op NextConomy zelf freelancer.

  2. met veel deze pagina gelezen omtrent de freelance economie en met name de boeiende debatten omtrent een ‘derde statuut’.
    Dit omdat er reeds een aanzet hiervoor bestaat in de RSZ-wet, namelijk artikel 1bis. Als Artists United hebben wij toch wat ervaring hebben in deze materie.

    Inderdaad bestaat er reeds een 15-tal jaar een artikel 1bis in de RSZ wet. Dit is op maat van de ‘werknemers’ die in de artistieke en creatieve sector soms zweven tussen enerzijds zelfstandigheid en anderzijds werknemerschap.

    In de artistieke sector heeft de wetgever reeds een vorm van tussenweg gecreëerd die tegemoet kwam aan enkele bekommernissen:
    De afwezigheid van hiërarchisch gezag in vele samenwerkingen met artiesten, heeft de wetgever er in 2002 toe bewogen een artikel 1bis in de RSZ-wet in te schrijven. Dit artikel moet het artiesten in alle omstandigheden (ook daar waar er geen sprake is van werkgeversgezag of van een arbeidsovereenkomst) mogelijk maken te genieten van de sociale bescherming van het werknemersstatuut.

    Met andere woorden: Voor bepaalde categorieën van eigenlijk zelfstandige prestanten heeft men in een uitbreiding van het socialezekerheidsstelsel voor werknemers voorzien. Aan die categorie van zelfstandigen wordt onder voorwaarden, niettegenstaande de aard van hun arbeidsrelatie, alsnog toegelaten te genieten van het socialezekerheidsstatuut van de werknemer. Dat is artikel 1bis. Het is er ooit gekomen onder impuls van toenmalig minister Frank Vandenbroucke en Yasmine Kherbache.

    Zonder een artikel 1bis zouden veel kunstenaars inderdaad verplicht zijn te functioneren als reguliere zelfstandigen en zouden zij dus de broodnodige extra sociale bescherming ontberen die artikel 1bis net mogelijk maakt. En die extra sociale bescherming is dus wel degelijk in een systeem te gieten en komt op deze wijze tegemoet aan de bekommernis van sommige betrokkenen in het debat.

    Het gaat dus niet altijd noodzakelijk om koterijen maar om concrete oplossingen voor een concreet probleem waarbij men op vrij eenvoudige wijze er toch voor kan zorgen dat er wordt bijgedragen aan de sociale bescherming en men ook rechten opbouwt op basis van die bijdragen. Sommigen vinden dat misschien een ‘boude’ uitspraak, anderen grijpen de mogelijkheden die dit systeem in zich draagt met beide handen.