"Exploring the future of work & the freelance economy"

De zoektocht van freelancers om collectief te mogen onderhandelen

Collectief overleg tussen freelancers en opdrachtgevers lijkt een logisch antwoord op de macht die grote opdrachtgevers nu vaak hebben. Maar dat lijkt eenvoudiger gezegd dan gedaan. De huidige wetgeving maakt zo’n overleg onmogelijk. Een verslag van een interessante academische studiedag over dit complexe onderwerp.

Freelancers zijn ondernemers. Daarom is collectief onderhandelen over het tarief of overleg voeren over werkomstandigheden momenteel uitgesloten. Onder de Europese anti-kartelregels mogen ondernemingen zich immers niet verenigen om gezamenlijk tarieven af te spreken.

Kwetsbare freelancers

Maar sommige freelancers zijn best wel kwetsbaar. Zou het niet juist nuttig zijn wanneer zij zich wel collectief konden organiseren en onderhandelen?

NextConomy bezocht  een studiedag over dit onderwerp, georganiseerd door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC), de Université Saint-Louis, de Université catholique de Louvain (UCLouvain), de Université libre de Bruxelles (ULB) en het Fonds de la Recherche Scientifique (FNRS) waren van de partij. Talrijke aanwezige sprekers uit de academische wereld, nationale en internationale arbeidsorganisaties, de Europese Commissie, de federale overheidsdiensten, representatieve werknemersorganisaties lieten de aanwezigen al snel op het puntje van de stoel zitten. Het onderwerp is namelijk minder nieuw dan je vermoedt.

Freelancers in een isolement

Freelancers die bijvoorbeeld werkzaam zijn voor bedrijven als Uber of Deliveroo, zoeken naar een manier om hun belangen collectief te verdedigen. Zoals Jean-Benoît Maisin, onderzoeker arbeidsrecht aan de Universiteit Saint-Louis stelde, hebben de freelancers één gemeenschappelijk punt: isolement en versnippering.

In hoeverre nemen die kwetsbare en geïsoleerde freelancers werkelijk deel aan onze samenleving? En hoe kunnen zij zich collectief organiseren? Op dit ogenblik wordt nergens voorzien dat freelancers collectief overleg zouden kunnen organiseren, laat staan collectief te onderhandelen over hun tarief.

Nochtans kan het antwoord over het collectief overleg voor die groep gevonden worden in twee belangrijke juridische instrumenten die ooit als basis dienden voor de bescherming van werknemers: Enerzijds de wet van 1921 die het recht op vrijheid van vereniging waarborgt en anderzijds de internationale arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).

Arbeid is geen koopwaar

Om antwoorden te vinden op de vragen over collectief overleg voor freelancers, zijn alle blikken gericht op de IAO. Xavier Beaudonnet van de afdeling internationale arbeidsnormen bij de IAO, benadrukt dat we worden geconfronteerd met juridisch zelfstandige werkenden, die economisch gezien allesbehalve onafhankelijk zijn. Een grijze zone tussen werknemers en ondernemers, waar vroeger  de boeren in zaten en vandaag een nieuwe soort werknemers.

Hij verwijst graag naar de Verklaring van Philadelphia van 1944, waarin staat dat arbeid geen koopwaar is, alsook naar de Conventies n° 87 en 98 van de IAO waarin het recht op (syndicale) vereniging wordt gewaarborgd.

Volgens Xavier Beaudonnet moeten de IAO-normen eenvoudigweg een bron van inspiratie zijn om mechanismen aan te passen aan veranderingen op de arbeidsmarkt: “Het is de verantwoordelijkheid van de staten om collectieve onderhandelingen te bevorderen en te stimuleren”.

De rol van Europa?

Op Europees niveau gaat het debat over de definitie van het statuut van loontrekkende werknemers en (schijn-) zelfstandigen. Bij gebrek aan precedenten of jurisprudentie rond het recht van freelancers om collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten, wijst doctor Manuel Kellerbauer van de juridische dienst van de Europese Commissie op de volgende drie punten:

  • Collectieve overeenkomsten vallen niet onder het mededingingsrecht als ze de werkgelegenheid en arbeidsomstandigheden verbeteren.
  • De (schijn-)zelfstandige heeft dezelfde rechten als een werknemer wanneer hij zich in een vergelijkbare situatie bevindt.
  • Freelancers kunnen alleen collectieve overeenkomsten sluiten als ze niet onder het toepassingsgebied van artikel 101, §1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) vallen of krachtens artikel 101, lid 3 van het Verdrag zijn uitgesloten. Dit artikel bepaalt enkele onverenigbaarheden met het recht op mededinging.

Wanneer krijgen de vakbonden interesse in freelancers?

Met oog op het Europese oordeel dat de door Deliveroo voorgestelde werkafspraken onverenigbaar zijn met een zelfstandig werkstatuut, benadrukt Auriane Lamine, professor aan de UCL, een in haar ogen bijzondere situatie: “Deliveroo  betreft een situatie waarin de homogeniteit van activiteiten gekoppeld is aan één klant en er beperkte concurrentie tussen werknemers bestaat. Dat laat zien dat de platformeconomie zich onderscheidt door zijn economische kwetsbaarheid, gebrek aan echte concurrentie en isolatie.”

Aan de syndicale zijde wordt er vanuit gegaan dat de overheden een belangrijke rol spelen: “De overheid creëert drijfveren voor ondernemerschap en onafhankelijkheid. Dus het is dan ook moeilijk om later mensen en bedrijven te behoeden om die stimulansen te gebruiken”, reageert Martin Willems, vertegenwoordiger van de christelijke vakbond ACV. Volgens hem is Deliveroo slechts een voorbeeld en zijn de digitalisering en de coöperatieve economie slechts voorwendsels. De realiteit draait om de groeiende inzet van freelancers zonder dat een effectief kader wordt voorzien door de overheid. België is achterop geraakt klonk het op de studiedag.

Nochtans, het antwoord van Tijs Hostyn (ACV) is meer genuanceerd: “De geschiedenis van de relatie van een mediabedrijf, zoals bijvoorbeeld Sanoma, met zijn freelancers, gaat al enkele jaren terug. Het fenomeen is niet nieuw  en het is mogelijk om overleg te houden over voorzieningen voor zowel werknemers als de pool van freelancers.”

Paul Windey, voorzitter van de Nationale Arbeidsraad, is blij met deze syndicale tegenover freelancers: “Ik stel vast dat de freelancers momenteel aan werkgeverszijde worden vertegenwoordigd, terwijl schijnzelfstandigen zich eerder wenden tot de vakbonden. Zou de oplossing niet bestaan in het samenkomen?”

En morgen?

Het overheersende gevoel in de zaal na deze studiedag is duidelijk: het wettelijke kader is niet langer geschikt en dient de marktontwikkelingen niet. Maar de geschiedenis vertelt ons dat het fenomeen niet nieuw is en dat een nieuwe aanpak dringend nodig is om te reageren op de uitdagingen van de nieuwe wereld van werk.

In de nabije toekomst zou de Sociaal Economische Raad in staat moeten zijn om aanbevelingen te doen over de vrijheid van collectieve onderhandelingen voor freelancers. NextConomy volgt het debat natuurlijk op de voet.