Europese gedachten over de toekomst van werk: welke regels, welke zekerheid?

Wat doen wij voor de kost, welke vaardigheden hebben we nodig, hoe zijn werkrelaties gestructureerd en hoe wordt werk georganiseerd, verdeeld en beloond? Het onderzoek ‘Ten trends shaping the future of work in Europe’ zoomt in op de uitdagingen en kansen voor Europa naar een nieuwe werkwereld.

Met “Ten trends shaping the future of work in Europe” heeft het European Political Strategy Centre (EPSC), de interne denktank van de Europese Commissie een belangwekkende nieuwe studie uit. Het EPSC-team wil met het onderzoek vooral een breed toegankelijk overzicht maken van de arbeidsgerelateerde impact die de vele, snelle en soms moeilijk te begrijpen veranderingen veroorzaken op het vlak van vooral digitalisering, demografie en klimaat.

Overzichtelijk

“Door die mutaties samen te behandelen kunnen we voor de wereld van arbeid met meer kennis van zaken ingaan op hun gevolgen, en dat zowel globaal als lokaal”, vertelt Ruby Gropas, mede-auteur aan het onderzoek en verantwoordelijke van het Social Affairs-team.  Tegelijk hadden ze de bedoeling enkele vaststaande feiten te benadrukken en enkele, soms al te loze, percepties te weerleggen.

We overlopen de eerste twee trends van het rapport. Door de technologische vooruitgang, de demografische verschuivingen, nieuwe bedrijfsmodellen, de  arbeidsmarktregelgeving, milieuverzuchtingen en macro-economische schommelingen is het begrip betaalde arbeid in al zijn dimensies de voorbije tien jaar heel snel door elkaar geschud:

  • Dankzij meer flexibele, digitale, klantgerichte, duurzame en genetwerkte bedrijfsmodellen zijn er veel nieuwe banen bijgekomen.
  • Routineuze banen, waarvoor weinig opleiding of interactie nodig zijn, worden sterk blootgesteld aan automatisering.
  • Allerlei apps en online platformen versnellen de versnippering van het werk binnen de verschillende wettelijke, functionele en geografische kaders.
  • Het aantal kort- of langlopende taken die worden uitbesteed aan onafhankelijke professionals en deskundigen (waaronder freelancers) blijft sterk toenemen.
  • We zien een stijgend aantal projecten van tijdelijke, fysieke of virtuele teams die over de grenzen en tijdzones heen samenwerken.
  • Voorheen onbetaalde activiteiten of persoonlijke bezittingen zoals huizen, auto’s of andere worden nu vlot gemonetariseerd voor persoonlijk gewin.
  • Digitale tussenpartijen brengen opdrachtgevers in contact met eenpersoons-micro-providers overal ter wereld en dit voor zowel hyperlokale als zeer gespecialiseerde diensten.

Enkele cijfers?  Maar liefst 10% van de volwassen bevolking in Europa heeft al minstens één keer gebruik gemaakt van een online platform als inkomstenbron. In Europa is 6% van alle inkomens het resultaat van platformwerk.

Maar liefst 10% van de volwassen bevolking in Europa heeft al minstens één keer gebruik gemaakt van een online platform als inkomstenbron.

Arbeid in vele vormen

In deze studie geldt non-standard work als koepelterm voor alle nieuwe werkvormen. Dat varieert van zelfstandige arbeid met of zonder personeel tot deeltijds- of tijdelijk werk, maar ook van aanneming, freelance, uitzendwerk, korte opdrachten, contracten op aanvraag …

Ruby Gropas is de eerste om toe te geven dat we een nieuwe definitie nodig hebben voor al die werkvormen die afwijken van de klassieke fulltime betrekking voor onbepaalde duur. Binnenkort zal dit immers  zelf nog alles behalve standaard zijn: sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is bijna 60% van de totale werkgelegenheidsgroei in de OESO-landen te danken aan dat niet-standaard werk.

Ongeveer 40% van de Europese beroepsbevolking heeft daar vandaag mee te maken. Het gaat hierbij vooral om jongere, vrouwelijke en allochtone werkers. Terwijl het aantal zelfstandigen zelf stabiel is gebleven op ongeveer 15%, komen er steeds meer banen bij in de grijze zone tussen zelfstandigheid en werknemerschap.

Sociale risico’s

De auteurs zijn beducht voor die groeiende tendens naar een vorm van zelfstandige arbeid in een soort dienstverband. Want deze afhankelijke zelfstandigen verrichten bepaalde taken – soms evenveel als voltijdse werknemers – in het kader van een dienstencontract (of aanneming van werk) in plaats van een arbeidscontract. Zo verschuift er duidelijk meer risico en verantwoordelijkheid naar het individu, terwijl de werkgever van lagere arbeidskosten geniet. De Europese overheid en de lidstaten beseffen dat ze moeten vermijden dat er zo  nieuwe kwetsbare risicogroepen ontstaan. De toename van niet-standaardwerk vergt ook een verbetering van het klassieke sociaal contract tussen burger en maatschappij.

Voor mensen met een veelgevraagde maar specialistische kennis is zelfstandigheid en het verhuren van hun vaardigheden aan de hoogste bieder een bevrijdende zege. Middenstandsorganisaties verwelkomen hen graag als nieuwe leden of klanten.

Maar voor de lager gekwalificeerde werkers vertaalt een meer gefragmenteerde relatie met werkgevers en collega’s zich in een verminderde beloning en een zwakkere onderhandelingspositie, onstabiele en soms ontoereikende uren om een adequaat inkomen veilig te stellen en slechts een beperkte toegang tot sociale bescherming. Deze mensen vinden dan weer steun of bijstand bij vakbonden.

Dit brengt Ruby Gropas bij de prangende beleidsvraag die ook NextConomy bezighoudt: Hoe kunnen de voordelen van flexibel en zelfstandig werken behouden blijven en tegelijkertijd de aanzienlijke risico’s voor het inkomen, de sociale bescherming en het welzijn worden beperkt?

Politieke agenda

Hoe kunnen de overheden hierop reageren? “Met inspanningen om de arbeidsverhoudingen beter te classificeren en met inspanningen om de dekking van de sociale zekerheidsstelsels te verbreden”, zegt Ruby Gropas. Via recente EU-wetgeving werd al gestreefd naar minimumrechten voor werknemers met atypische contracten of niet-standaardbanen, zoals werknemers in de kluseconomie. Ook de oprichting van de Europese Pijler voor sociale rechten is een integraal onderdeel van bredere inspanningen om een meer inclusief en duurzaam groeimodel op te bouwen waarin economische en sociale vooruitgang met elkaar verweven zijn. “In de toekomst moeten we deze regels in alle lidstaten toepassen en de nieuwe ontwikkelingen op de arbeidsmarkten goed opvolgen, zodat alle Europeanen een adequate bescherming kunnen genieten”, vervolgt Ruby Gropas. 

Sociale zekerheid

De  auteurs behandelden ook een andere uitdaging: Hoe kan het Europees sociaal model overleven als de toename van niet-standaardarbeid de overheidsinkomsten uithollen? Niet alleen worden niet-standaardvormen van werk vaak buiten de werkingssfeer van de sociale bescherming gehouden, werknemers en werkgevers hoeven ook doorgaans niet (evenveel of helemaal niet) bij te dragen aan de sociale zekerheidsstelsels. De verlaging van de werkgevers- en werknemersbijdragen aan de sociale bescherming zet het Europese sociale model onder druk.

De verlaging van de werkgevers- en werknemersbijdragen aan de sociale bescherming zet het Europese sociale model onder druk.

Naarmate de fiscale inkomsten uit arbeid afnemen, kan de overheid ook maar minder sociale bescherming bieden. Terwijl onze vergrijzende bevolking de sociale uitgaven nu al doet stijgen: momenteel wordt reeds gemiddeld 41% van de overheidsinkomsten van de EU28 besteed aan sociale bescherming.

Om deze kloof te dichten, moeten de belastingstelsels opnieuw worden gekalibreerd om de lasten te verschuiven van arbeid naar nieuwe of andere bronnen. Maar hoe kan je bijvoorbeeld een digitaal platform belasten? Bovendien moet er volgens Ruby Gropas ook voor andere uitdagingen nog een oplossing komen: nog meer (loon)gelijkheid tussen mannen en vrouwen bieden, de migratie van werkers in Europa vergemakkelijken en meer inzetten op competenties en vooral digitale skills.

Consensus?

Een ding is zeker: politici, werkgevers- en werknemersorganisaties, advocaten en rechtbanken zijn zich vandaag allemaal bewust van de snelle transitie in de arbeidswereld. Er moet naast een vernieuwd sociaal vangnet ook een nieuw regelgevend kader ontwikkeld worden.

 


De twee kanten van niet-standaard werk

(Bron: Ten trends shaping the future of work in Europe) 

Voordelen

    • een groter aantal werkenden krijgt toegang tot de arbeidsmarkt
    • de zogenoemde persoonlijke work-life balance wordt gemakkelijker gerealiseerd
    • bedrijven kunnen hun activiteiten herstructureren of hun prestaties verbeteren

Nadelen

    • Geen echte opstap naar de reguliere arbeidsmarkt
    • Bepaalde groepen geraken gevangen in atypische arbeidscontracten
    • Soms beperkte of geen sociale bescherming op grond van de nationale wetgeving
    • Soms beperkte of geen minimumlonen
    • Soms geen of minder sociale zekerheidsdekking
    • Soms geen of minder betaald ziekte- of zwangerschapsverlof
    • Soms beperkte of geen recht op werkloosheidsuitkeringen
    • Ook fundamentele arbeidsrechten, zoals de vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen, staan op de helling. (Het is moeilijk om deze werkers te organiseren als ze geen gemeenschappelijke werkplek hebben of vaak van werkgever veranderen)

 

Philip Verhaeghe is een onafhankelijk adviseur en een freelance redacteur voor vakbladen, bedrijven en organisaties. Focusseert op ‘ondernemen’ in al zijn vormen: van de legaltech start-up tot en met maatschappelijk verantwoord investeren. Onderzoekt zowel de nieuwste trends als de klassieke uitdagingen die elke dag opnieuw het verschil kunnen maken in de bestuurskamer of het directiecomité.

Is als expert ‘deugdelijk bestuur’ verbonden aan Etion en Toolbox. Werkte als algemeen secretaris voor VKW, het Instituut voor Bestuurders, Corgo en RNCI.

Always in for a game of chess or a tweet.

Bekijk alle berichten van Philip Verhaeghe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *