"Exploring the future of work & the freelance economy"

Schrijven voor het web: 25 tips

Schrijf webteksten beknopt en eenvoudig, dat is de belangrijkste regel die elke professionele webredacteur handhaaft. Webteksten schrijven is een vak apart. Maar met onderstaande tips lukt het je zeker om vlotte en heldere webartikels en blogposts te schrijven.

1. Wie gaat mijn tekst lezen en waar komt die informatie op de site terecht? Dat is de vraag die je je moet stellen vooraleer je begint te schrijven. Informatie op de homepagina moet toegankelijk zijn voor alle type bezoekers. Hoe dieper in de websitestructuur hoe specifieker de thema’s, onderwerpen en artikels worden.

2. Net zoals bij kranten gaan online lezers scannend op zoek naar de informatie die ze zoeken. Opvallende elementen zoals titels, tussentitels, vetgedrukte tekst en foto’s sturen de lezer door het artikel

3. Uit eye-tracking-onderzoek blijkt dat we webpagina’s lezen in een F-vormig patroon. Zet daarom de belangrijkste informatie in de eerste twee alinea’s van je artikel. En zet in de volgende paragrafen de kernzin vooraan.

4. Lezers willen het gevoel hebben dat er een persoon staat achter de teksten. Bij webteksten is dat extra belangrijk omdat het, in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij boeken, niet altijd duidelijk is wie de auteur is. Als je de lezer aanspreekt met ‘u’ of ‘je’, dan heeft hij of zij het gevoel dat er echte mensen achter de site zitten.

5. Vermijd links zoals ‘klik hier’. Je lezers weten niet welke info achter de link zit. Mensen die slechtziend zijn en een voorleesprogramma gebruiken, krijgen alleen maar ‘klik hier’ te horen. Voorzie linken die de achterliggende informatie beschrijven in een aantal woorden.

6. Kies voor één thema per webpagina. Wanneer je twee thema’s in één artikel giet, is de kans groot dat de lezer één onderwerp niet opmerkt of de inhoud als onbegrijpelijk scant.

7. Lezers scannen vlug of de tekst hun vragen zal beantwoorden. Bewust of onbewust blijft hun blik hangen op termen die ze kennen en associëren met het onderwerp dat ze zoeken. Spreek de taal van de bezoeker.

8. Je kan niet verwachten dat de surfer je artikel van a tot z leest. Plaats je boodschap bovenaan in de eerste alinea en achtergrondinformatie onderaan het artikel.

9. In een tekst kan je tal van woorden schrappen zonder de betekenis van je boodschap te veranderen. Werkwoorden zoals zijn, worden, gaan, willen, kunnen en zullen kan je vaak schrappen. Maar ook vaagmakers zoals misschien wellicht, eventueel, enigszins en nogal sieren je tekst onnodig.

10. Ambtenarentaal of ouderwetse schrijftaal is een dooddoener, ook op het net. Woorden zoals inzake, betreffende, ten einde, derhalve, thans en reeds zijn perfect vervangbaar door nette spreektaal.

11. Afkortingen zoals CLB, ABVV of HST kent niet iedereen. In dat geval schrijf je de term voluit met de afkorting tussen haakjes of geef je een omschrijving zoals bijvoorbeeld ‘socialistische vakbond ABVV’. Wees ook voorzichtig met afkortingen zoals enz., vnl., t.t.z. Niet iedereen weet wat ze betekenen en ze halen de leessnelheid van je tekst naar beneden.

12. Vaak kan je negatieve woorden zoals niet, geen of nooit vervangen door een positiever equivalent. Schrijf daarom bijvoorbeeld gemakkelijk in plaats van niet moeilijk. Je bent dan to the point en je vermijdt leesfouten.

13. De titel van elk artikel bestaat uit vier tot tien woorden, vat de belangrijkste informatie van de tekst samen en bevat veel sleutelwoorden. Zorg er voor dat de titel multifunctioneel is, zodat die ook in een andere interactieve context zoals RSS, Twitter en LinkedIn overeind blijft.

14. Tussenkoppen in webteksten zijn informatief en duidelijk. In lange tijdschriftartikelen zie je soms cryptische tussentitels, maar probeer dat bij online artikels te vermijden. Het is beter om op een website saai, maar duidelijk te zijn dan spannend en cryptisch.

15. Laat de inleiding opvallen door vette letters te gebruiken. Vat de kernboodschap samen in drie of vier schermregels. De inleiding geeft antwoord op de vijf basisvragen die de lezer zich stelt (wie, wat, wanneer, waar en waarom). Pas tevens het principe van de omgekeerde piramide toe: begin met de hoofdzaken en ga dan verder met de details.

16. Elke alinea bevat één idee of onderwerp. Verhuis complementaire, gespecialiseerde of steeds terugkomende informatie naar aparte kaders. Een paragraaf bevat maximaal zes schermregels. Lange alinea’s verlagen de leesbaarheid terwijl de witruimte tussen de paragrafen zorgt voor een rustmoment.

17. Gebruik korte zinnen van maximaal vijfentwintig woorden. Langere zinnen splits je beter op.

18. Val met de deur in huis en plaats de belangrijkste zin van elke paragraaf vooraan. Verspil geen webruimte aan beeldspraak of sfeerimpressies. Die worden graag gelezen in magazines, niet op het web.

19. Om de surfer meteen duidelijk te maken waarover elke paragraaf gaat, is het een goed idee om één à drie kernwoorden in het vet te zetten.

20. Opsommingen in de tekst trekken meteen de aandacht. Bovendien structureren ze de belangrijkste gegevens en heb je minder woorden nodig dan wanneer je de punten in een doorlopende tekst zou gieten.

21. Voetnoten horen thuis in drukwerk, niet op het net. Je haalt bij voetnoten de lezer weg van de tekst en de kans dat ie terugkeert naar de inhoud die hij aan het lezen was, is bijzonder klein.

22. Het is niet altijd mogelijk om alle informatie in een webpagina te gieten. Denk hierbij aan adviesnota’s, aanpassingen aan regelgevingen,… Die zaken bewaar je beter in een pdf die geïnteresseerden kunnen downloaden. Vermeld steeds bij de link om welk soort document het gaat (word, exel, powerpoint) en hoe zwaar het bestand is.

23. Maak een alternatieve tekst bij je beelden. Het gaat om een tekstueel, beschrijvend en beknopt equivalent dat zichtbaar is wanneer je over de foto gaat met de muis. De alternatieve tekst is heel handig voor zoekmachines en mensen met een visuele handicap.

24. Korte filmpjes van twee à drie minuten zijn perfect op het web. Filmpjes langer dan 5 minuten worden vaak niet volledig bekeken. Een ondersteunde film kan soms meer duidelijkheid brengen dan een lange tekst.

25. Grafieken en tabellen structureren onder andere cijfermateriaal in een overzichtelijkere manier dan wanneer je de gegevens in een tekst giet. Hou grafieken en tabellen wel heel eenvoudig.

 

Terug naar het overzicht