"Exploring the future of work & the freelance economy"

Californië stemt vandaag ook over de toekomst van de gig-economy

‘Proposition 22’ moet platformen in Californië in staat stellen om te blijven werken met freelancers. Inwoners van de grootste staat van de Verenigde Staten stemmen vandaag ook over dat – omstreden – voorstel. De uitkomst is nog verre van duidelijk.

Alle ogen zijn vandaag, en de komende dagen, gericht op de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Maar Amerikanen stemmen vandaag niet alleen op een presidentskandidaat. Ook op tal van andere publieke functies. En ook op voorstellen ingebracht door burgerinitiatieven. Zo wordt er in Californië gestemd over ‘Proposition 22’. Een voorstel met mogelijk ingrijpende gevolgen voor de toekomst van de ‘gig-economy’ en de arbeidsmarkt. De uitkomst van het referendum rond dit voorstel is allerminst zeker.

AB5

De staat Californië mag met recht de bakermat van de ‘gig-economy’ genoemd worden. Het waren de filmsterren in de jaren twintig en dertig die zich als eersten wisten te ontworstelen aan de knellende arbeidsovereenkomst met de studio’s. Ze lieten zich voortaan inhuren per opdracht. Een kleine honderd jaar later ziet de ‘gig-economy’ er in de Golden State natuurlijk heel anders uit. Californië is niet alleen de filmindustrie maar ook Sillicon Valley. Tal van online initiatieven om werk anders te organiseren. Op te knippen in kleine taken. Vooral dan voor particulieren. Boodschappen doen, de hond uitlaten, oppas regelen, klussen aan het huis. Tal van app’s zorgen er voor dat het met een paar keer je scherm van je smartphone aanraken geregeld is. Zo ook het bestellen van een taxi. Natuurlijk de grootste en meest in het oog springende en meest omstreden vorm van de ‘on demand’ economy.  De app’s brengen een groeiende vraag en een groeiend aanbod bij elkaar. Aanbod van mensen die hun dienst aanbieden. In de VS veelal als bijbaantje, maar vaak genoeg zijn het ook fulltime freelancers die op deze manier aan hun inkomsten komen.

De opkomst van deze nieuwe manier van het organiseren van werk, levert ook een nieuwe discussie op. Wie is hier nu eigenlijk de opdrachtgever? Zijn de app’s nu eigenlijk niet gewoon werkgevers of bemiddelaars? Zijn deze platformen nu juist een kans voor werkenden om inkomen te genereren of zijn ze vooral een bedreiging voor de zekerheden die werknemers met een arbeidsovereenkomst hebben? En als we dan toch bezig zijn met regulering van werk via de platformen, moeten we dan niet gelijk meer regels maken voor de hele freelance economy?

In Californië ging in 2020 de AB5 wetgeving van kracht. Een ogenschijnlijk simpele manier om te kunnen bepalen of iemand nu wel of niet zelfstandige was. Freelancers moeten aan drie voorwaarden (A, B, C) voldoen voordat ze een opdracht als zelfstandige mogen uitvoeren: ze bepalen zelf hoe en wanneer ze werken, ze doen niet hetzelfde werk dat werknemers in loondienst verrichten bij hetzelfde bedrijf en ze werken ook voor andere opdrachtgevers. Om als freelancer te kunnen werken moeten ze aan deze drie voorwaarden voldoen.

De wetgeving, primair bedoeld om taxi-app’s Uber en Lyft te dwingen om met werknemers te werken en niet met freelancers, had als neveneffect dat ook het werk voor andere freelancers, consultants, tekstschrijvers, IT’ers enzovoort, lastiger werd gemaakt. Om dat te repareren is die ooit zo simpele benadering van AB5 al weer aangevuld (zie hier) met zo’n 75 uitzonderingen, die vooral meer ruimte geven aan de meer traditionele freelancers.

Proposition 22

Aan die aanpassing van de AB5 hebben platformen als Uber en Lyft niet zo veel. Dus hebben ze Proposition 22 opgesteld (zie hier voor het volledige voorstel). Een voorstel waarin vastgelegd wordt dat freelancers die werken via app’s als Uber gezien worden als zelfstandigen, waarbij ze recht hebben op een specifiek pakket aan sociale bescherming. Minder dan werknemers, maar meer dan andere zelfstandigen. Een soort tussencategorie dus, waarmee Uber en consorten iets water in de wijn doen in de hoop de basis van hun bedrijfsmodel overeind te houden.

De economische belangen voor de platformen zijn enorm. Daarom pompten ze maar liefst meer dan 200 miljoen dollar in een ‘ja’ campagne. Tegenstanders van dit voorstel, waaronder de vakbonden, konden daar maar een fractie tegenover stellen. Onder platformwerkers zelf zijn zowel pro- als anti actiegroepen te vinden. Joe Biden en Kamala Harris zijn uitgesproken tegenstander van ‘Prop22’. Voor hen is het voorstel een bijl aan de wortel van de rechtsbescherming van werkenden. Inwoners van Californië zijn verdeeld. In een opiniepeiling zegt 46% voor het voorstel te stemmen, 42% tegen. De twijfelaars gaan dus bepalen welke kant het op gaat.

Hugo-Jan Ruts is one of the publishers of NextConomy and he writes about international trends on the future of work and the ‘freelance economy’.

Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *